Menu Sluiten

Een Kerstverhaal

Een Kerstverhaal - © Hans van der Kamp

Het waren mooie tijden, barre tijden, het is maar welke invalshoek u kiest. Ik woonde in een paradijselijk ruim pand aan de Herengracht en ik was nog jong genoeg om achter mijn lul aan te lopen en oud genoeg om dat met een zeker strategisch inzicht te doen.

In dat kasteel met brede marmeren gangen woonde ik samen met een in grof geld geboren vanilla kunsthistorica. Een slimme vrouw met een zekere schoonheid die niet geheel tot uiting kwam door een voortdurend bezweet voorhoofd en een blauwpaarse tong veroorzaakt door het dagelijks innemen van grote hoeveelheden rode wijn.

’s Avonds, nadat ze de vijfde of zesde fles wijn geleegd had, verstomden haar gebruikelijke hatelijkheden in mijn richting tot wat binnensmonds gemompel en dan duurde het nog maar kort voordat ik de vertrouwde bons van haar voorhoofd op de keukentafel hoorde waarna ik haar liefdevol naar de slaapkamer in het achterhuis bracht.

Vanaf dat moment begon voor mij het échte leven.

Op de tonen van George Michaels Let’s Go Outside danste ik door mijn eigen 160 vierkante meter van het pand, veegde credit cards bijeen en schoof ze keurig op volorde van bestedingslimiet in mijn portefeuille, ik kamde mijn haar, trok mijn beste Valentinojasje aan en nam plaats aan tafel waar ik het vertrouwde telefoonnummer intoetste.

‘Sjaan?’ riep ik in de hoorn. Ik moest bijna schreeuwen want er klonk zoals altijd oorverdovende muziek aan de andere kant van de lijn. In een bordeel is het nu eenmaal zelden rustig. ‘Sjaan, we moeten wat regelen!’

‘Komt goed, komt goed!’ schreeuwde Sjaan zo mogelijk nog harder terug en vervolgens begon het wachten op haar vaste chauffeur die tevens de escorts reed.

Dat was het moment om mij af te vragen waar ik nu eigenlijk mee bezig was, maar voordat ik tot heldere inzichten kwam, ging de deurbel. Een kwartier later werd ik afgezet in het bordeel. Daar werd ik allerhartelijkst begroet, want iedereen kende me inmiddels.

Ik had zelfs een bijnaam. Klaas Vaak. Niet omdat ik zo vaak seks wilde, maar omdat ik als regel in een diepe slaap viel zodra ik op een bed ging liggen. Sjaan zorgde er wel voor dat mijn credit card om het uur in de gleuf werd gestoken en desnoods bleef ze tot de volgende ochtend nog tot na de eerste schoonmaakploeg op haar kantoortje zitten, maar uitslapen zou ik.

Als ik echt kritisch naar mezelf had gekeken, dan had ik moeten inzien dat ik weer eens in een ontkenningsfase zat. Dat ik even niets meer met BDSM te maken wilde hebben en mijn manier om ‘vanilla te doen’ was nu eenmaal in slaap vallen naast een dure hoer.

De aan mijn pasverworven rijkdom ontleende kersverse kennissenkring maakte het ook een stuk makkelijker om te vergeten wat mijn werkelijke geaardheid was. Tot op het bot verveelde dames en heren waren mijn nieuwe ‘vrinden’. Mannen met hoge functies die overal ver boven stonden, behalve dan het gezeur van hun echtgenotes, vrouwen met schildpadnekken en veel te duur gerestaureerde gebitten.

Slechts éénmaal had ik wat vrienden uit de BDSM-wereld meegenomen naar huis en de volgende dag werd ik in de hal door een buurvrouw aangesproken met de vraag of ‘dat motorclubje’ vaker langs zou komen. Er was iets in haar intonatie dat me: ‘Nee, waarschijnlijk niet.’ liet antwoorden.

Het leven daar werd pure sleur. Stroperige sleur waar alles aan bleef kleven, maar op een avond ging toch onverwacht de deurbel en op de stoep stond Exhibitionistische Jopie, de vaste huisslaaf van het laatste BDSM-huis waar ik als fotograaf voor had gewerkt. Hij was door zijn Meesteres verstoten. Hij moest zijn verhaal kwijt, maar hij had vooral ook spel nodig. Spel met een hoofdletter.

We besloten eerst naar het café op de hoek gaan, maar dat kon met Jopie natuurlijk niet op een normale manier. Hij stond erop dat hij vrijwel geheel naakt op een onderbroek, collar, pols- en enkelbanden na als een brave hond op handen en voeten naast mij over het trottoir zou kruipen.

Het was gelukkig nog geen honderd meter naar het café, maar het duurde een eeuwigheid. Bekenden kwamen we gelukkig niet tegen. De mensen die we wel tegenkwamen keken even vreemd op en fietsten vervolgens doodgemoedereerd verder. Dat is dan wel weer fijn aan Amsterdammers. Ze verbazen zich niet zo snel.

Ook in het café was het ijs tot mijn verbazing snel gebroken. Even wat geroezemoes en wat vreemde blikken toen ik een schaaltje met jenever op de grond voor de neus van Jopie zette, maar daarna ging iedereen weer verder met de orde van de dag. De dame achter de bar mocht me wel en had misschien na al die jaren ook wel in de gaten wie ik werkelijk was. ‘Is dat nu je nieuwe hond?’ vroeg ze.

‘Nee,’ antwoordde ik, ‘Dat is slaaf Jopie en ik heb hem slechts in bruikleen.’

Daar stond ik dan aan de bar, met mijn lange zwarte Armani-jas en mijn keurig gepoetste Van Bommelschoenen naast een naakte Jopie aan de hondenriem. Een verwende huisslaaf die het gepresteerd had om in zijn onvermogen op het korte stukje naar het café zijn knieën deels te ontvellen. Wat had een mens aan zo’n slaaf?

De door de vaste klanten vetgemeste Rotweiler van het café was eigenlijk de enige die zich niet bij het tafereel kon neerleggen. Normaal lag hij ’s avonds diep te slapen om alleen even wakker te worden als iemand per ongeluk op zijn poot ging staan, maar nu kwam hij helemaal uit eigen beweging vanaf zijn vaste plek op ons afwaggelen. Geen snuffelende begroeting zoals ik van hem gewend was, maar zo’n bezorgde hondenblik, eerst in mijn richting, daarna in de richting van Jopie en weer terug.

De blikken van de rest van de bezoekers had ik met gemak getrotseerd, maar die hond… Na een kwartier was ik er klaar mee. ‘Kom op, Jopie, genoeg gezopen, we gaan weer eens huiswaarts.’

Eenmaal thuis zat ik mooi met Jopie opgescheept. Ik had me mijn terugkeer in de BDSM anders voorgesteld. Ik had een sub uit Vlaanderen willen tegenkomen met grote borsten. Eentje die ik ‘varkentje’ mocht noemen zonder dat ze vergat me met U aan te spreken. Met voldoende vlees om zelfs de meest slordige bondage er prachtig uit te laten zien.

Het had niet zo mogen zijn. Ik liep naar het berghok, haalde daar wat touw en wierp dat over een balk in de woning. Even later stond Jopie vast met behulp van een spreidstang die onder het stof en spinnenwebben zat, terwijl ik vloekend door het huis liep op zoek naar de rest van mijn SM-spullen. Hoezeer ik BDSM had gemist bleek toen ik, na enige minuten mijn oude vertrouwde zweep gehanteerd had, pardoes uit het kruis van mijn broek scheurde, vlak naast de ritssluiting nog wel.

Die avond, het was op een vrijdag, werd de vaste avond dat Jopie langskwam voor Spel. Alhoewel het Spel niet was wat ik gezocht had, begon ik me er snel aan te hechten. Al ruim voor het afgesproken tijdstip zat ik elke vrijdagavond nerveus op mijn horloge te kijken of Jopie wel op tijd zou komen.

Inmiddels was het Sjaan die mij steeds belde in plaats van andersom. Vergeefs, ik had andere zaken aan mijn hoofd.

Op mijn directe omgeving kwam het over alsof ik rust had gevonden. Ze kwamen me niet meer dronken op de stoep tegen als ze naar hun werk gingen. Ik zette het vuilnis op tijd buiten en ik nam zelfs een keer deel aan de gebruikelijke borrel op de stoep bij mooi weer. Tegen al mijn principes in eigenlijk, want ik kende op de stoep drinken alleen als iets wat een mens deed bij een gedwongen ontruiming.

Ik vond vrede in mijn leven daar aan de gracht, maar ik was me ook pijnlijk bewust van het feit dat die vrede terstond weer zou verdwijnen als Jopie op een dag gewoon niet meer op zou komen dagen, dus ik zocht naarstig naar mogelijkheden om Jopie in mijn leven met de schildpadnekken en de zelfverzekerde echtgenoten te betrekken.

Uiteindelijk besloot ik Jopie aan iedereen in mijn omgeving voor te stellen, maar ik kon moeilijk over mijn lippen krijgen dat hij mijn slaaf was, dus kocht ik op de markt een oude staande schemerlamp, schroefde de kap eraf, bevestigde de staander met Duct tape vast aan Jopie’s naakte lijf en zette hem een bouwhelm op, waarop ik de losse lamp met elektriciteitsdraad vastplakte en dekte het geheel weer keurig af met de grote ronde kap van de schemerlamp.

Mijn Jopie zag er mooi uit als schemerlamp. Hij had een mooi lijf, maar een goede kop had hij beslist niet. Zo als schemerlamp, was hij echter extreem aantrekkelijk. Hoever ik toen van het pad af was, laat zich nu moeilijk reconstrueren, maar uiteindelijk heb ik Jopie aan iedereen voorgesteld als levend kunstwerk. Ze trapten er niet allemaal in. Een bijdehante tante die een galerie runde nam me apart en zei: ‘Kinky, Hans, heel kinky, maar die stijve… Wat moet hij met die stijve?’

Ik nam haar glas over alsof ik het bij wilde vullen en zei: ‘Je bedoelt dat druppen af en toe?’ Ik liep naar Jopie en ving het voorvocht met de rand van haar glas langs zijn strak stijf staande penis op en gaf haar het glas weer terug: ‘Ach ja, dat voorvocht, dat houdt vanzelf op als hij lang genoeg gestaan heeft.’ De dame van de galerie keek me een moment indringend aan, terwijl haar rechter ooglid begon te trillen. Ze gaf me het glas zonder een woord te zeggen terug en besloot ander gezelschap te kiezen. Wat fijn toch als je de ruimte hebt in je eigen huis, dacht ik nog.

Het waren zonder meer nette mensen die ik uitgenodigd had en die laten zich niet zo maar uit het veld slaan, dus in plaats van me te confronteren met wat zij als afwijkend en onfatsoenlijk zagen, verlieten ze gewoon heel correct in alle hartelijkheid en beleefdheid een uur of twee eerder dan normaal mijn pand.

Ik was desalniettemin diep gekwetst. Het lag voor de hand dat Jopie daar de volgende dag een prijs voor moest betalen. Zonder goedemorgen te zeggen of zijn aangeboden kopje koffie te accepteren bond ik hem vast aan de keukentafel. In het huis bevond zich een ouderwets telefoonsysteem met handsfree toestellen die allen op hetzelfde nummer werkten. De ene telefoon plakte ik aan het hoofd van Jopie vast met de overgebleven duct tape en met de andere begon ik mensen te bellen die de vorige avond op bezoek waren geweest.

De bijdehante tante van de galerie als eerste: ‘Gabi, je had het goed gezien, dat was geen levend kunstwerk, maar dat was Jopie mijn slaaf en om nog eerlijker te zijn we vervelen ons momenteel helemaal kapot. Hij staat vast aan de tafel, ik heb een zweep in de hand en jij mag zeggen hoe hard ik mag slaan. Op de schaal van 1 tot 10.’

‘O, wat ben je toch een gestoorde man,’ verzuchtte ze. ‘Nou vooruit, om van je gezeur af te zijn… Twee!’

Klátsj. Ik gaf minstens een zeven en ik had de hoorn kennelijk op de juiste plek vastgeplakt want zijn wellustige slavenzucht was in alle toestellen goed hoorbaar, ook in dat van Gabi die nu heel enthousiast ‘Acht! Acht! Nee, Négen!’ stond te roepen.

Daarna belde ik nog wat mensen. Sommigen hingen gewoon op, anderen reageerden als Gabi. Vermoeid zakte ik achterover in een stoel. ‘Het zijn ook allemaal godverdomme ergere sadisten dan ik zelf ben,’ riep ik naar Jopie die met zijn kont stond te draaien alsof hij dacht dat het Spel nog niet voorbij was. ‘Zou je me niet eerst eens losmaken?’ hoorde ik hem half gesmoord door de duct tape zeggen.

Woedend stond ik op: ‘Jij roept toch altijd met je pedante slavenkop dat je uit alles los kunt komen wat ik heb vastgemaakt? Jij bent toch de fucking Houdini van de BDSM Lounge Club? Nou, veel plezier ermee!’ Ik klapte de deur achter me dicht en vertrok naar het café op de hoek.

In het café aangekomen zag ik dat de kerstverlichting hing, overal stonden kaarsjes en aan de muren hingen rode en groene strikken. Nu zul je het hebben, dacht ik. We zitten een week voor Kerst en ik heb geen slaaf en geen vrienden meer. Ik zette het op een zuipen zoals ik zelden eerder had gedaan.

Hoe ik thuis gekomen ben, weet ik niet meer. Op de grond bij de tafel lag wat touw en wat slierten Duct tape. Jopie had zijn bijnaam eer aangedaan. Na wat glazen water werd ik pas echt diep somber. De volgende vaste avond van Jopie was Kerstavond en ik wist zeker dat hij dan niet zou verschijnen en ik had geen idee meer wat ik anders met Kerst moest doen. Mijn hele wereld was langzamerhand alleen nog uit Jopie gaan bestaan.

Al op de ochtend voor Kerstavond was ik begonnen met een dikbuikige fles Wodka de nek om te draaien met het doel buiten Westen te zijn op het moment dat die deurbel niet zou gaan, terwijl ik toch stiekem hoopte dat hij wel zou gaan.

De fles was driekwart leeg toen op een onverwacht tijdstip op de avond, minstens een uur eerder dan Jopie gebruikelijk zou verschijnen de deurbel ging. Met een grimmig gezicht liep ik naar de deur. Mijn hart hamerde in mijn borst toen ik Jopie’s stem door de Intercom hoorde. Even later was hij binnen en voordat hij zelfs maar zijn jas uit had kunnen trekken had ik hem naar het aanrecht gesleurd waar ik de broek van zijn kont trok en hem keihard in zijn achterste neukte. Bij het klaarkomen trok ik zijn oor naar mijn mond en schreeuwde: ‘Ik hou van je, kuttenkop!’ en zakte vervolgens van dronkenschap door mijn knieën.

Vanaf de vloer keek ik recht in het van walging vertrokken gelaat van Jopie die met grote ogen op mij neerkeek. ‘Vuile viespeuk! Ik bén geen homo! Jíj bent een vieze flikker!’ en vervolgens zette hij het op een draf richting hal en ik hoorde nu op mijn beurt de voordeur met een heel definitief klinkende knal dichtslaan. Het duurde even voordat ik begreep wat er gebeurd was. We hadden eerder zo seks gehad, maar dat was in de ogen van Jopie een extra vernedering na het spel. Door te zeggen dat ik van hem hield, had ik die illusie ruw verstoord.

Ergens vroeg op Kerstochtend werd ik wakker. Misschien was ik nog wat dronken. Het duurde even voordat ik me herinnerde dat ik iets kwijt was wat me zeer dierbaar was. Als een oude moeder die de spullen zocht van haar reeds lang geleden overleden zoon, pakte ik uit de kast de paar spulletjes die Jopie bij mij had achtergelaten. Een ballgag, leren oogkleppen en een leeg pakje shag.

Ik sprak de woorden uit die mijn vader al op mijn derde levensjaar voor het eerst tegen mij had gezegd: ‘Als jij nou eens je waffel wist te houden.’ Vervolgens pakte ik de ballgag, beet in de houten bal en trok de door het vele gebruik gelooide leren riempjes strak aan. Daarna schoof ik de oogkleppen over mijn voorhoofd en begon zachtjes, maar onbedaarlijk te huilen.

In de verte begonnen klokken te luiden en een etage lager klonk de droge plop van een wijnkurk.

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.