Geplaatst op

Brood en Spelen

Een week of zo geleden zei Gekke Annie uit Osdorp tegen mij: “Zullen we even armpje drukken?” Waarom ik ja gezegd heb, weet ik niet meer. U moet weten dat Annie, oud-handballer, een lijf heeft dat eruit ziet alsof zij een middenklasse auto een meter of tien van zich af kan werpen, zonder daarbij een spiertje te verrekken. Omdat zij tegelijkertijd over een zeer vrouwelijke uitstraling beschikt neem ik haar graag mee als ik een conflict heb met iemand die niet naar rede wil luisteren. De manier waarop zij dan liefdevol over mijn schouder kijkt, is meer waard dan vijf bodyguards, want mannen zijn nu eenmaal diep in hun hart altijd banger voor vrouwen dan voor andere mannen.

Tot mijn verbazing won ik vijf keer van haar met armpje drukken. Toegegeven – met vals spelen. Elleboog van de tafel. Nodeloze afleiding. U kent het allemaal wel.

Het plezier duurde maar heel kort, want opeens begreep ik het. “Je hebt me laten winnen!” Ze zei niets, maar keek me aan met een moederlijke, liefdevolle blik. Dat was voldoende voor mij. Een liefdevolle blik krijg ik wel eens, al is het zelden. Een moederlijke blik ook wel eens, maar bij de combinatie weet ik dat ik in de maling word genomen.

Vandaag moest ik daar aan denken, toen ik – weer eens – een goed artikel las op Het Continuum over Caster Semenya, de vrouw (not guilty until proven guilty) die een seksetest moest ondergaan nadat zij goud had gewonnen op de 800 meter. Schrijver van het artikel, Janiek Kistemaker, citeert Alice Dreger (hoogleraar Clinical Medical Humanities and Bioethics aan de Feinberg School of Medicine van de Northwestern University):

Sure, in certain sports, a woman with naturally high levels of androgens has an advantage. But is it an unfair advantage? I don’t think so. Some men naturally have higher levels of androgens than other men. Is that unfair?

Kijk, daar heb ik nou op zitten wachten sinds de Dienstplicht voor militairen is opgeschort. U weet het misschien niet meer, maar ik nog wel. Die beslissing was onder andere gemaakt omdat in het tumult van gelijke rechten en kansen voor de vrouw, plotseling een situatie zou kunnen ontstaan waarin de dames verplicht een tijd het Nederlandse leger zouden moeten gaan versterken.

Jaren eerder had ik al met regelmaat geroepen: “Wie door een politieke keuze stemt op oorlog, moet die zelf ook maar bereid zijn uit te vechten.” Daar waren alle vrouwen in mijn omgeving het mee eens totdat ik zei dat een dergelijke verantwoordelijkheid dan ook van hen gevraagd kon worden. Witheet verlieten ze mijn woninkje. Wij in een oorlog? Bah, nee dat nooit! Het is allemaal lang geleden. Inmiddels weten we dat vrouwen uitstekend functioneren in het leger.

Nog decennia daarna ben ik me in gesprek met anderen hard gaan maken voor het afschaffen van scheiding tussen de seksen in sport. Nee, riepen de dames dan weer, daar kon geen sprake van zijn, want mannen waren, genetisch bepaald, sterker dan vrouwen. Mijn reactie was dan steevast die van de bezorgde huisvader. Realiseerden de dames zich wel wat de politieke impact van hun uitspraak was?

Mannen sterker dan vrouwen? Daar kan een beetje vrouw zich toch niet bij neerleggen? Voordat je het weet zijn ze zover met genetica dat mannen ook beter blijken te zijn in conflictbeheersing, het huishouden, de opvoeding van kinderen etc. Het moet er echt uit gezien hebben alsof ik mij oprecht zorgen maakte over de positie van de vrouw. Ik had duidelijk bijgeleerd sinds mijn discussies in de jaren zeventig met hard core feministes.

Inmiddels heb ik een hele andere reden om een einde te willen zien aan de scheiding tussen de seksen in sport. We leven immers in barre tijden. Recessie op recessie. De twee inkomens, die ooit een reden voor afgunst bij het traditioneel christelijke gezin waren, zijn in veel gevallen niet meer voldoende om aan de schuldsanering te ontkomen en onze regering zegt dat we de broekriem aan moeten halen om het financieringstekort te beperken met dezelfde uitgestreken smoelen waarmee ze in goede tijden zeggen dat we moeten bezuinigen om te sparen voor slechtere tijden.

De Romeinse keizers hadden het wel geweten na jaren belastingverhogingen om nutteloze vredesmissies (toen nog oorlogen genoemd) te voeren: Het is tijd voor brood en spelen!

Nu denkt u misschien dat ik doel op het feit dat mannen steevast zullen winnen in gemengde sporten, maar nee, zo erg is het nu ook weer niet met me gesteld. Ik zie hele andere beelden voor me. Sport is oorlog en oorlog is niet meer dan een uit de hand gelopen conflict. Hoe groter het conflict, des te groter de spanning en het kijkplezier. Binnen vijf jaar passeren drie vrouwen nek aan nek als eerste de finish van de Tour de France. Om te winnen moet je namelijk vooral ook redelijke, onderlinge afspraken op slinkse wijze kunnen ondermijnen en er is geen wetenschappelijk bewijs, maar ik heb het gevoel dat vrouwen daar – als je ze de ruimte geeft – nog beter in zijn dan mannen.

Geplaatst op

Nieuws

Steeds vaker gebruik ik Twitter voor links naar nieuwsfeiten. Als ik de vele critici van nieuwe media moet geloven, plaats ik mij daardoor in de categorie onbenullen. Ik hoor te weten dat wikipedia.org geen Encyclopedia Britannica is en dat op het web nieuwsfeiten zelden of nooit gecontroleerd worden. Natuurlijk is de absolute waarheid alleen in NRC Handelsblad te vinden. Toch willen die wijsheden er bij mij maar niet in.

In het grijze verleden heb ik lang genoeg in de journalistiek gewerkt om te weten dat de in die bedrijfstak betaalde honoraria geen enkele garantie bieden dat de vele freelance journalisten die ‘s nachts thuis met een huilende baby op de achtergrond de kolommen vol zitten te tikken ook nog eens hun feiten gaan zitten checken.
Bovendien weten zij, net als ik indertijd, heel goed dat zij niet zozeer de lezers met hun teksten moeten overtuigen, maar vooral hun directe superieuren. Als de huur niet betaald moet worden, dan is de keuken wel aan een opknapbeurt toe, dus braaf zijn is overleven.

Een scribent van het NRC Handelsblad maakte het eens zo bont met aantoonbare, feitelijke onjuistheden over mij dat ik hem in het café bijna naar de keel was gevlogen. Toen men mij de kans bood om het een en ander recht te zetten, reed de duimzuiger zich onverwacht dood tegen tegemoet komend verkeer in Roemenië. Voor mij maakte dat geen verschil. Ik zag in mijn verontwaardiging uitsluitend gerechtigheid, maar ik moest toch maar uit piëteit naar hem en zijn nabestaanden verder mijn mond houden. Dat hij mijn toch al wankele reputatie een duwtje had gegeven uit pure lamlendigheid, dat deed er even niet toe.

Waarschijnlijk was hij wel wat minder louche dan de gemiddelde Twitteraar die ik nu volg en mij in max. 140 woorden inclusief link zowel naar de meest gore executiefilmpjes kan leiden als de mooiste journalistieke bijdragen. Wat ik geloof of niet geloof, bepaal ik zelf wel. Dat heb ik eigenlijk met de paplepel ingegoten gekregen. Als jongetje dat net kon lezen las ik mijn moeder eens opgetogen voor dat er vier (!) doden waren bij een brand in Amersfoort, waarna zij nuchter zei: “Dan moet je de krant bij de buren (Telegraaf) ook maar eens lezen, want daar zijn het er vast veertig.”

Toch krijg ik een hoop troep voor mijn kiezen op Twitter. Zo twitterde iemand vandaag dat het toch het wel van ironie getuigt dat Michael Jackson op 3:15 overleden is, net als de grote wijzer de kleine raakt. Het was nog botter gesteld in het Engels, maar toch moest ik even glimlachen. Dat mag (nog) als je thuis bent en er verder niemand anders aanwezig is.

Helemaal mooi van mijzelf vind ik het kennelijk niet. Mogelijk zit er toch nog wat onzichtbare drukinkt onder mijn nagels. Vandaar dat ik een tijdje geleden mijn lijstje te volgen Twitteraars met een paar gerenommeerde journalisten, wat Amerikaanse politici en onze eigen Maxime Verhagen (@maximeverhagen) heb uitgebreid.

Van hem ben ik echt helemaal niets wijzer geworden, of het moet zijn dat ik nu eindelijk weet hoe Nederlandse politici zich een nieuwsbericht voorstellen.

Voorbeeld:

“Ondanks het mooie weer en het kamerreces weer in een warme zaal in een vergadering. De kamer vergadert niet maar daarmee houdt het niet op.”
Welke vergadering, waar en waar ging het over? En waarom houdt het maar niet op? Gaat het tijdens het Kamerreces niet altijd juist uitstekend met Nederland?

Of:

“Na zeven uur leeswerk en doorspitten van stapels papier is het nu wel tijd voor de bbq en het gezin.”
Ja, gut… Wel schattig dat zo’n man weet wat een bbq is en dat hij zich met dat soort vulgariteiten bezig houdt, maar wil ik dat wel weten? Hij zal ook wel een seksleven hebben zo af en toe en na een borreltje zijn telefooncamera gebruiken voor een snapshotje in de slaapkamer, maar dat resultaat hoef ik ook niet te zien.
 
 

Geplaatst op

Toerist in Amsterdam

Ik geloof dat ik nog nooit zo vaak buiten ben geweest sinds ik aan dit blog “Nooit meer naar buiten” ben begonnen. Weken geleden zat ik nog op een Italiaanse Alp en amper een paar dagen geleden begeleidde ik Canadese fotograaf Nicolas Ruel in Amsterdam voor zijn lopende project 8 Secondes. Op het laatste moment meldde hij mij dat hij geen grachten en zo in beeld wenste en (te laat) realiseerde ik mij dat ik eigenlijk het stadscentrum in meer dan tien jaar niet meer echt had verlaten.

Ja, ik had vanuit trein, metro of auto in de loop van de tijd wel wat gebouwen her en der zien verrijzen, maar reden om uit te stappen had ik nooit gehad, dus terwijl Nicolas zijn best deed het toeristische Amsterdam te ontlopen voelde ik mij voor het eerst sinds heel lang toerist in mijn eigen stad.

Geplaatst op

Rustig maar

Wanneer de Islam (weer eens) bekritiseerd wordt, ligt vooral veel nadruk op de zwakke rechtspositie van de vrouw. De bezorgheid gaat zo ver dat vooraanstaande lieden in de vrouwenbeweging meer dan eens hebben geroepen dat Muslima’s dan maar met geweld “bevrijd” moeten worden van het patriarchale juk waaronder ze leven.
Ik geloof nooit zo in revoluties van buitenaf, maar om juist die vertegenwoordigers van vrouwenbewegingen hier in het Westen (niet te verwarren met andere xenofoben of extreem rechtse elementen) wat kalmte toe te wuiven, plaats ik deze foto van een aantal dames in Iran die op mij heel slagvaardig overkomen wanneer het er om gaat zich te verzetten tegen onderdrukking.

Geplaatst op

David Carradine (1936-2009)

Op Twitter las ik dat David Carradine dood aangetroffen was in een Hotel in Bangkok.
Ik geloof dat ik als kind die hele Kung Fu TV-serie heb gezien. Het enige beeld dat ik er nog bij heb, is dat van een man die aan het begin van elke aflevering wat doelloos door het zand slofte.

Tekst herinner ik me ook maar weinig. Als ik het goed heb werd de TV-held in flash-backs geplaagd door een oude, blinde Chinees die hem met allerlei dooddoeners lastig viel en hem steevast met grasshopper aansprak. Maar goed, toen vond ik het allemaal geweldig.

Het eerste bericht toonde de 72-jarige acteur met een sigaret. Ja, dat lag voor de hand. Zo’n geintje laat een twintigjarige beeldredacteur, die bij voorkeur geen teksten leest, niet snel liggen en inderdaad kwam ik diezelfde foto verder overal tegen.

Toch is er meningsverschil over de doodsoorzaak. Wie na zo’n foto nog wil lezen wat die doodsoorzaak dan werkelijk was, krijgt twee versies opgediend. Een natuurijke dood en zelfmoord door ophanging.

Een informant van de Thaise politie was wat duidelijker. Carradine was zittend in een kast aangetroffen met een touw om zijn nek en zijn geslachtsdelen.

Nu is het al verwonderlijk dat een kettingroker zich nog op 72-jarige de moeite getroost om zich op te hangen, maar zittend? En dan ook nog aan zijn nek en zijn ballen tegelijkertijd – nadat hij even eerder nog door de Gouden Gids gebladerd had?

Kennelijk nooit van een verkeerd uitpakkende bondage gehoord, de sukkels.

Geplaatst op

Twee Duiven

 
Ik ben bijgelovig. Ik weet dat het onzin is, maar toch… Zo’n dertig jaar geleden werd ik wakker en er zat een magere, zeer jonge duif op de overvolle asbak naast mijn bed. Ik begreep niet hoe het arme dier binnnen was gekomen, want er stond geen enkel raam open, zelfs niet op een kier.

Er bleef eigenlijk maar een mogelijkheid over en dat was dat het dier naar binnen gevlogen moest zijn toen ik vanuit de kroeg de avond ervoor thuis gekomen. Dat had ik eigenlijk moeten merken, maar er was ook iets voor te zeggen dat ik, in de staat waarin verkeerde, iets over het hoofd had gezien.

Toch moest de binnengevlogen duif een omen zijn, zo oordeelde ik, nadat ik het scharminkelige dier gefotografeerd had. Goed nieuws kon het niet zijn, want ik had nog nooit zo’n doodzieke vogel gezien. Een week later ging door een zakelijke blunder mijn fotostudio bijna over de kop.

Dat incident bleek ik niet vergeten te zijn, toen gisteren een duif naar binnen vloog en me brutaal vanaf de kast aanstaarde. Deze keer keer was het een bijzonder doorvoed en gezond exemplaar – voor een Amsterdamse duif dan. Het dier verplaatste zich al snel naar de vensterbank en begon aan een minuten durende lokroep, waarna een andere duif verscheen. Na wat getortel begon de eerst verschenen duif te copuleren.

Het is dat de camera naast me lag waardoor ik een foto wist te maken, maar tijd voor een juiste instelling kreeg ik niet, want de hele actie duurde niet langer dan een seconde of vijf. (Vandaar de onscherpte, die ik niet uit modieuze, artistieke overwegingen veroorzaakt heb.)

Wat moest ik daar nu weer mee? Er werd me iets duidelijk gemaakt, daar bestond voor mij geen twijfel over. Bij het openen van mijn E-mail de volgende dag zag ik dat mijn werk in de permanente collectie van het Kinsey Institute opgenomen was. In plaats van een enkele tentoonstelling, leverde dat twee tentoonstellingen op.

Ik blijf nog even bijgelovig.

Geplaatst op

Het geluid van brekend glas

Het geluid van brekend glas

Tevreden zit ik hier achter een kopje koffie. Gisteren nog bij een medisch specialist geweest. Een week geleden had de man nog met veel bombarie en zorgelijke blikken via een van ‘n microcamera voorziene tuinslang hapjes uit mijn darmweefsel genomen om me gisteren – met een bijna teleurgestelde blik – te melden dat er niets bijzonders aan de hand was. “Neem er maar een borrel op!” zei hij nog bij de uitgang. Nou, dat had ik voor de zekerheid toch al een paar keer gedaan voordat ik zijn kantoor was binnen gelopen.

Nu achter de koffie met een lichte hoofdpijn kijk ik naar de verslaggeving van de rellen in Londen en volg ik Twitter voor de wat actuelere informatie. Ze waren bij CNN nog niet echt helemaal wakker of ze hadden “social media” als Twitter al de schuld gegeven van de goede organisatie achter de rellen.

Dat blijft toch altijd weer leuk. Eerst heb ik meer dan een vol decennium mogen luisteren naar de benepen geluiden uit de hoek van de gedrukte media en nu zijn de televisiezenders aan de beurt. Minstens twee drankjes had ik gisteren al genuttigd, na het lezen van het volgende nieuws: Twitter switch for Guardian, after 188 years of ink.

Ik herinner me hoe ik die ontwikkelingen heb voorspeld in 1994, staande voor een meute kettingrokende uitgevers, journalisten en boekverkopers. Ze dachten dat ik gek was geworden en staken hun minachting voor mij en mijn gedachten niet onder stoelen of banken.

Ik voel er nu ook veel voor om wat aardige voorspellingen te doen over hoe de brede beweging, die nu op de been is om ruiten van bankgebouwen in te gooien, verder zal groeien en zich niet tot bankgebouwen zal weten te beperken. Dit zijn geen anarchisten, zoals bij CNN wordt beweerd. Dit zijn gewone belastingbetalers. Werknemers, studenten.

Het gezicht van de anarchist is veranderd. De moderne anarchist ziet er een beetje uit als Bernard Madoff. Anarchisten zijn mensen die nu nog ondanks de ineenstorting van de economie over onwaarschijnlijk veel kapitaal beschikken. Die gedachtengang is niet geheel fair – ik weet het – maar leg dat die mensen maar eens uit die hun eigen belastinggeld bij een door hun gesubsideerde bank terug mogen lenen om deze crises het hoofd te bieden.

Genoeg. Het weer is te mooi voor sombere gedachten en die hoofdpijn is nog niet helemaal weg.

Geplaatst op

Gezond ogende zuurpruimen

Gezond ogende zuurpruimen

Ik begin me zo langzamerhand af te vragen hoeveel mensen een betaalde dagtaak hebben aan het dood stressen van rokers. Nu weer een bericht dat een onderzoek heeft uitgewezen dat rokers die veel groente en fruit eten een grotere kans hebben op kanker aan de dikke darm. Wat zijn dat voor misantropen die zoiets gaan onderzoeken?

Als fervent roker ben ik bereid te sterven aan de schadelijke gevolgen van nicotine en teer, maar ik wens niet langer opzettelijk depressief gepest te worden door allerlei medische querulanten.

Nu kan ik ook geen appeltje meer pakken, of een bakje sla tot me nemen zonder daarbij beelden van dikkedarmkanker te krijgen. Dit, nadat ik al jaren geleden vrede gesloten heb met die teksten op pakjes sigaretten over verouderde huid, impotentie, verstopte bloedvaten, hartkwalen, longkanker en beroertes. Zelfs het recente rookverbod in de horeca doet me in het geheel niets meer, omdat ik inmiddels exact weet waar ik wel mag roken.

Je kunt het vaak aan de buitenkant van de horecagelegenheden al zien. Loop je weer aan zo’n met neon verlicht aquarium voorbij, gevuld met een handvol zeer gezond ogende zuurpruimen, dan weet je – dan voel je – dat daar niet gerookt mag worden. Zit een gelegenheid daarentegen bomvol en bruist het van de gezelligheid, dan kun je er vrijwel zeker van zijn dat ze soepel zijn als het roken betreft.

Tegen niet rokende generatiegenoten zeg ik vaak: “Ga jij maar lekker op je 80ste in een verpleegtehuis met een tekort aan personeel liggen uitdrogen; ik stap er liever wat eerder uit.” Ik ben een geëmancipeerd roker. Ik neem beslissingen over mijn leven en mijn levenseinde. Blijf ik tot grote teleurstelling van de antirook milities tot mijn negentigste kerngezond, dan zal ook niemand me horen klagen, maar ik wens niet langer in de vorm van accijnzen mee te betalen aan onderzoeken die me de pret in gezond eten ook nog eens gaan ontnemen.

Het wordt zo langzamerhand echt een principezaak voor me. Al moet ik mij over een paar jaar wegens COPD met zuurstof flessen op mijn rug door de stad verplaatsen, ik zal blijven roken!

Wat ik eens zag als een slechte gewoonte, kan ik nu alleen maar zien als een duidelijk en voor iedereen zichtbaar protest tegen de grenzeloze betutteling die deze stad en ver daar buiten totaal aan het verzuren is.

Geplaatst op

Nog zo’n bofkont

Nog zo’n bofkont

Ik ben ooit misbruikt op mijn twaalfde in een kliniek. U begrijpt vast wel hoe ongeveer, maar niemand heeft me ooit echt geloofd. Ik was een “bofkont” zoals de zaalgenoten op de afdeling het noemden. Vrouwen doen immers niet aan seksueel misbruik.

Vandaar dat ik vandaag met grote interesse een artikel op Nu.nl heb gelezen over een Russische kapster die de overvaller van haar zaak met wat Oosterse vechtsport vloerde en haar klanten vertelde dat ze de politie ging bellen. So far, so good.
In plaats van echter de politie te bellen, bond ze de man aan een verwarmingselement vast en voerde hem Viagra en speelde dagen “seksspelletjes” met hem. Ook voorzag ze hem van 2000 Roebel en een nieuwe spijkerbroek.

Ze was dan ook zwaar verontwaardigd dat de man alsnog aangifte had gedaan van verkrachting, waarop zij natuurlijk alsnog een aanklacht deed wegens overval.

Ik roep al jaren dat het bijzonder fijn is dat mijn generatie mannen heeft geleerd dat wanneer een vrouw nee zegt, dat zij dan ook daadwerkelijk nee bedoelt.

Nu de dames nog. Eerst braaf naar gedragstherapie en dan die top-functies in het bedrijfsleven, zou ik zeggen.

Laatst heb ik nog onder juridische druk een artikel over seksueel misbruik van een vrouw van middelbare leeftijd naar minderjarige koeriers op haar werk moeten verwijderen en dat vond ik bijzonder unfair, omdat mijn feiten klopten.
Werk aan de winkel voor Plassterk, zou ik zeggen.