Geplaatst op

Zo’n blog

Je zou denken dat zo’n blog ideaal is om af en toe eens goed onredelijk te worden en daarmee hart en bloedvaten wat te ontlasten. Dat is ook tot op grote hoogte mogelijk, maar dan is het wel zaak niet onder je eigen naam te schrijven.

Helaas ligt mij dat niet zo.

Lang geleden vertelde ik mijn moeder dat ik gevraagd was om een roman te schrijven. Haar eerste en enige reactie was: “Als je dat maar niet onder je eigen naam doet!”

Eerlijk gezegd was ik dat eigenlijk nooit zo van plan geweest. Ik beschikte al over een mooi pseudoniem dat bovendien een anagram van haar meisjesnaam was. Gekwetst door haar reactie heb ik vanaf die dag alleen nog onder eigen naam geschreven.

Het was al helemaal niet verstandig om mijn blog vanaf mijn zakelijke site te linken. In mijn werk als fotograaf ben ik immers geheel en al afhankelijk van mijn modellen. Omdat ik geen fashion- of glamourfotografie doe, werk ik met mensen uit alle leeftijdsgroepen en achtergronden. Samen vormen zij een doorsnee van de Nederlandse bevolking, dus ongeveer de helft van hen voelt sympathie voor Wilders en/of afkeer naar Moslims.

Een grapje maken over mijnheer Wilders met behulp van Photoshop, zoals een tijdje geleden, dat had ik beter achterwege kunnen laten.

Mijn voorlaatste bijdrage was helemaal fout en wel geheel door eigen toedoen. Ik was razend toen ik die bijdrage schreef. Er was namelijk weer eens een dierbaar iemand over mij heen gewalst en die ervaring zocht een uitlaatklep.

Toch heb ik een hekel aan het verwijderen van teksten. Wat ik schreef was misschien onsamenhangend en onredelijk, maar is dat niet de charme van het vloeibare woord zoals wij dat op het Internet kennen?

Een uitgever of redacteur om mij voor zo’n verlies van decorum te behoeden was er niet. Dat betekende wel meteen dat de fles jenever in mijn koelkast veilig stond en niet bij zijn of haar onverwachte bezoek meteen tot op de bodem leeg gezopen hoefde te worden.

Elke beroepsgroep brengt immers zijn eigen cultuur mee.

Geplaatst op

Nuchter

Nuchter

Goede voornemens schenden doe ik eigenlijk al het hele jaar door, dus ik voel geen behoefte aan versnelling van dat proces rond Nieuwjaarsdag. Wel heb ik iets raars met Kerstmis. Er gaat altijd iets gruwelijk mis.

Daarom heb ik er in het verleden ook goed voor gezorgd dat ik die hele maand december in de olie was in de hoop de zich onherroepelijk ontrollende narigheid als een film te beleven. Zoals men na een film kan zeggen: ‘Poeh, poeh, dat was ook niet mis, die onthoofdingscène,’ om de film vervolgens een dag later geheel te zijn vergeten.

Dit jaar besloot ik dat anders te doen. Gewoon geen drank down the little red lane. Mocht er dan toch nog narigheid komen, dan zou ik tegen mezelf blijven zeggen: ‘Dit is een film. Dit gebeurt niet echt.’

Het is nu Kerstavond en deze Kerst – voordat ze ook maar half tot bloei is gekomen – mag tot de rampzaligsten van mijn leven gerekend worden en het lukt me in het geheel niet om de gebeurtenissen als een film te ervaren.

Meteen volgt dan het gevoel afgesloten te zijn van de broodnodige uitlaatklep: het weblog. Ik hoor namelijk de woorden van mijn ex nog nagalmen in mijn hoofd. Haar ogen waren spleetjes van venijn toen ze me toe siste: ‘Dat stukje op dat blog, dat had jij niet mogen schrijven!’

Het verbaasde me nogal dat die ex zich op haar Twitter-pagina nogal opwond over censuur.

En ik maar denken dat een mens alles op mag schrijven waar hij zelf zin in heeft zolang hij niemand dwingt het te lezen. Waarom zou ik me er eigenlijk wat van aantrekken? Misschien heb ik ein-de-lijk geleerd vrouwen te vrezen. Laten we het daar maar op houden.

Ik begreep die ex indertijd wel, maar ik wist niet hoe ik anders moest zijn. Inmiddels zijn we een jaar verder en heb ik op allerlei andere manieren kennis gemaakt met het fenomeen niet meer te mogen schrijven of te laten zien wat je wilt.

Jaren geleden loerden op het Internet alleen wat vrienden en vooral vijanden mee, maar nu zijn het ook werkgevers, instanties en Boze Buurvrouwen. Men verveelt zich kennelijk kapot op kantoor.

Dus over wat nu gebeurd is, hou ik braaf mijn mond. Zoals ik mijn eigen werk ook heel braaf niet meer op mijn Facebook pagina laat zien, omdat mijn account al een keer eerder is afgesloten wegens ‘obscenity’. Toch maar weer een nieuwe account genomen, want als thuiswerker heb ik behoefte aan die makkelijke contacten.

Tegenwoordig doe ik ook heel ‘proactief’ – om maar eens zo’n eigentijds schijtwoord te gebruiken – Anton Pieck concurrentie aan op mijn nieuwe fotoblog, omdat ik merk dat steeds meer mensen in mijn naaste omgeving toch moeite hebben met mijn echte werk en vooral met mijn aanpak.

Zo ben ik mezelf weer eens aardig aan het verhoereren, maar ik wil toch blijven fotograferen. Liefst zonder dat zo’n ziedende wederhelft met haar tanden in mijn nek hangt. Als ik moet kiezen tussen mijn werk en vriendschap of zelfs liefde dan is de beslissing snel gemaakt, zo oppervlakkig ben ik nu ook wel weer.

Er is trouwens vrijwel niemand oprecht geïnteresseerd in de neokitsch die ik daar met veel plezier uit mijn mouw heb geschud.

Ik zou haast heimwee krijgen naar het gedrukte boek.

Zo’n pakje papier hielden mensen in de lucht, riepen vrolijk ‘Nou, dat heb hij geschreven!’ terwijl hun vinger in jouw richting prikte, maar de kans dat ze verder kwamen dan de derde pagina was bijna verwaarloosbaar.

Ik zeg dus even niets meer en ik plaats voorlopig – totdat wat mij nu de adem afknijpt uit zicht is – geen foto’s meer die problemen opleveren. Geheel nuchter zwaai ik u vanaf deze plek een Vrolijk Kerstfeest toe.

Geplaatst op

Moi?

Moi?

‘Ik snap er niets van,’ zei Tessa de hoer voor wiens 59ste verjaardag ik al minstens zes keer was uitgenodigd over een periode van zo’n tien jaar.

Ze wees naar de overkant waar Braziliaanse meisjes in lichtgevende groene en oranje bikini’s voor de ramen stonden. Een van hen had een zware gettoblaster die voluit stond opdat de anderen ook mee konden genieten.

‘Dat kan toch niet!’ zei Tessa. ‘Moet je zien hoe die meiden met hun kont staan te schudden! Dat heeft toch niets met het vak te maken. Die meiden zijn gewoon geil!’

Ze sprak het woord geil uit met een gezicht of ze zojuist met blote voeten in iets vies was gestapt.

‘Misschien hebben ze het gewoon naar hun zin,’ opperde ik voorzichtig.

‘Nee, het is die verrekte hitte. Iedereen is meteen geil. De klanten ook, alleen zie je die hier nu even niet. Teveel aandacht thuis of op het werk van de amateurtjes. Klote hitte! Geef mij maar stortregen op maandagochtend en een boekhouder met een veel te dunne regenjas. Dat is pas handel!’

Ik voelde dat haar oorspronkelijke luchtige humeur op het punt stond om te slaan en stelde tegen beter weten in toch nog een laatste vraag: ‘Maar, Tessa, jij moet toch toen je jonger was bij de juiste man ook wel eens geil zijn geworden?’

‘Moi?’ Ze wees naar haar in stevig katoen verpakte boezem en het was goed te merken dat ik de verkeerde vraag had gesteld.

Ze prikte met haar vinger in mijn borst. ‘Weet jij dat ik goud geld had kunnen verdienen als stukadoor? Zoveel plafonds heb ik liggen bestuderen. Maar dit is nu eenmaal mijn werk en er moet voor ’s avonds thuis ook nog wat overblijven, als je begrijpt wat ik bedoel, en dat is wat die jonge meiden niet snappen. Die kunnen geen vent houden. Ja, voor een rondje om de gracht met hun kop naast de versnellingspook.’

Met een klap trok ze haar deur dicht. Het was tijd om door te lopen.

Geplaatst op

Het echtpaar Muis

Het echtpaar Muis was op bezoek. Ik noem ze Muis omdat hij erg op zijn privacy gesteld is en een muizensnuit heeft. Ze wonen op de Singel in Amsterdam. Zij gaat zeer klassiek gekleed, iets wat ik altijd weer op prijs weet te stellen.

Toch laat haar verschijning mij ondanks haar mooie gezicht en perfecte lijf volledig koud, omdat ze een trillende onderlip heeft. Mevrouw Muis is namelijk boos dat ze zeer jong in het huwelijk gestapt is met mijnheer Muis. Dat ze bijna twintig jaar later toch nog samen zijn, zou reden voor vreugde moeten zijn, maar mevrouw Muis kan alleen maar denken aan alles wat ze eventueel gemist heeft in de jaren van haar huwelijk.

Niet lang geleden heeft mevrouw Muis dan ook een verhouding buiten de deur gehad. Ze meldde dat met een ietwat chagrijnig gezicht, terwijl mijnheer Muis zat te glimmen in zijn vers gestreken overhemd.

‘Ik zou die man wel een bos bloemen kunnen geven,’ zei hij. ‘Ons seksleven is ein-de-lijk tot bloei gekomen.’
‘Ach, Onze Lieve Heer is op aarde neergedaald,’ antwoordde ik, terwijl mevrouw Muis onrustig met haar kont over de stoel schoof en ik mijnheer Muis nog eens aandachtig bekeek.

Al met al werd het een onprettig gesprek, waarin ik de seksuele geaardheid van mijnheer Muis zachtjes ter discussie stelde, iets wat men bij een kennismaking eigenlijk niet zou moeten doen en opeens ging mijnheer Muis in de verdediging.

‘Ga jij eigenlijk tegenwoordig al wel eens naar buiten?’ vroeg hij en mijn eerste reactie was verbazing. Mijnheer Muis kende immers alleen mijn wederhelft bij haar volledige naam en van mij wist hij alleen dat ik Hans heette. Daar zijn er veel van. Hoe kon hij in godsnaam mijn weblog via Google gevonden hebben?

Gedecideerd en ruim gebarend legde hij het me uit. ‘Het is een kwestie van A + B = C.’ Er volgde een betoog over hoe hij via Google, zoekend op de achternaam van mijn wederhelft, mijn doopceel gelicht had door toepassing van waarschijnlijkheidsfactoren, terwijl hij zelf – zo bleek al snel – zijn identiteit probeerde te verhullen. We hebben ze nog net niet bij kop en kont op straat gezet, maar ze verlieten geen seconde te laat onze woning.