Geplaatst op

Het Forum

Voor het gemak neem ik even aan dat ik niet de enige persoon ben die wat vaker geïrriteerd raakt in deze tijd van regeltjes en virologen die overal uit de struiken kruipen om ons voor te lichten met een keur aan tegenstrijdige berichten.

Nu heb ik van nature al een kort lont, dus ik zou mij eigenlijk helemaal niet op social media, door mij steevast afgekort als SM, moeten begeven. Ik beschik bovendien over een zeker talent om mensen diep te kwetsen met meningen die ik zelf als bijzonder zuiver, eerlijk en oprecht zie.

Toch ontkom ik niet aan mijn dagelijkse portie SM, want mensen schijnen nu eenmaal te denken dat hun platform het enige platform van enig belang is en als ze je willen benaderen doen ze dat vanaf hun voorkeursplatform. Heel onhandig is het om mij iets te schrijven via Instagram, want dan moet ik mijn leesbril zoeken. Ik heb er meestal wel een stuk of tien her en der door het huis verspreid liggen, maar ik vind ze zelden, tenzij ik er per ongeluk bovenop ga staan.

Heb ik dan zo een half uurtje tevergeefs lopen zoeken naar mijn leesbril, dan heb ik de persoon in kwestie in gedachten al minstens twee, of drie keer gekielhaald, gevierendeeld of in de traditie van Count Vlad The Impaler over een scherpe paal laten zakken.

Dat is het voordeel van een ruime fantasie, want tegen de tijd dat ik ga antwoorden met leesbril op de neus, ben ik weer helemaal rustig en luister ik braaf naar wat men mij zoal te melden heeft, ook al had ik veel liever een E-mail gekregen, die ik op een tijdstip dat het mij uitkwam, zou kunnen beantwoorden.

Maar ik snap de makers van social media wel. Zelf heb ik midden jaren 90 een forum beheerd met een paar duizend vaste bezoekers. Niemand op zo’n forum wil dan gekwetst raken en daar heb je dan in het begin moderators voor die al te botte reacties op posts verwijderen of nare gebruikers blokkeren, maar al snel krijg je in de gaten dat een sociaal platform waar alles pais en vree is na een tijdje voor niemand meer interessant is. Het merendeel van de mensheid heeft nu eenmaal een licht masochistische inslag.

Voordat je het weet ben je overal waar het maar enigszins mogelijk is, bezig conflicten te laten escaleren, want dat levert pas echt resultaten op in de statistieken. Heb je een beetje ‘n rottig karakter, zoals ik, dan kun je binnen een paar dagen je bezoekersaantal verdubbelen door de zwakste mensen in de groep af en toe een trapje na te geven.

Dat werkt ongeveer hetzelfde als in klaslokalen waar het afzeiken van de zwakste leerling altijd voor veel hilariteit en een prettig gevoel van saamhorigheid zorgt. Dat daar dan iemand voor opgeofferd moest worden is van secundair belang. Het collectief vraagt nu eenmaal altijd om offers.

Dorsey van Twitter en Zuckerberg van Facebook hebben dat basisidee tot ongekende hoogte of diepte – hoe u het ook maar wilt zien – uitgewerkt. Het is vrijwel onmogelijk meer dan een uur posts te bekijken zonder op z’n minst licht gedeprimeerd te raken. Je maakt een stofje in je hersenen aan dat voor die mineurstemming zorg draagt en dat stofje is, zoals alle stofjes die je hersenen beïnvloeden, bijzonder verslavend.

Voordat u het weet zit u toch voor de vijfde keer naar het filmpje te kijken van een zwarte man die door een handvol agenten gewurgd wordt. Dit terwijl u net zo braaf bezig bent geweest om uw avondmaaltijd zo mooi mogelijk te fotograferen, waarmee u 16 ‘likes’ of ‘loves’ scoorde bij mensen die medelijden met uw kookkunsten hebben, terwijl de gewurgde man overal viraal gaat. Gewoon omdat iemand dood zien gaan nu eenmaal veel interessanter is dan uw Spaghetti Bolognese met een verkeerd gekozen wijntje erbij.

Hoed u voor uw eigen brein, het staat dag en nacht klaar om u via uw telefoon of tablet een naar gevoel te bezorgen.

Geplaatst op

Een vrij platform

Kennelijk hebben we een vrij platform nodig om te kunnen discussieren over wie er wel, en vooral wie er niet een vrij platform gegund mag worden. Je ziet die discussies met name op Twitter, waar linkse en rechtse Gutmenschen met elkaar bakkeleien over wie de megafoon mag hanteren.

Prof. Dr. Pietje P. roept dan dat Thierry Baudet zijn mond had moeten houden op televisie. Ik heb zelf geen televisie, maar daar ben ik het dan helemaal mee eens. Klik! Love! Alsof het niks is. Daaronder staat dan weer het commentaar van zo’n lieve, homoseksuele jongen, die heel moedig zegt dat hij wel Baudet gaat stemmen. Waarschijnlijk is hij als de dood dat hij écht niet meer hand in hand boodschappen kan gaan doen met zijn vriend en dat hij – god betere – misschien wel als een ordinaire heteroseksuele echtgenoot gewoon met een veel te zware boodschappentas achter zijn partner aan moet gaan lopen sjouwen.

Dat wil je zo’n jongen dan ook weer niet aandoen, dus gaat je cursor als vanzelf weifelend over het hartje. Je wilt zeggen: Ik snap je angst en ik zal er voor vechten dat het nooit gaat gebeuren, maar je kunt niet klikken, want dan zeg je indirect dat je het met Thierry Baudet eens bent. Terwijl je dat alles zit te overwegen, walsen drie zoveelste-golf-feministen, die duidelijk niet zo snel als ik een lief, bang homoseksueel jongetje weten te herkennen, dwars over hem heen, noemen hem een fascist en leggen vervolgens nog eens uitgebreid uit waarom fascisten gewoon publiekelijk te kakken gezet dienen te worden in het belang van een betere maatschappij.

Toch is het pas half tien ‘s ochtends. Je kijkt naar je kop koffie die koud staat te worden.

Twee slokken koffie en je besluit dan maar wat sympathylikes of -loves uit te delen aan mensen waar je mogelijk qua werk en inkomen nog wat aan kunt hebben. Hier heb je ze,  poederspuiters! Klik, klik, klik, love, love, love!

Heel even heb je het gevoel dat je wat productiefs gedaan hebt. De kop koffie was inderdaad lauw, maar de vieze smaak in je mond heeft daar weinig mee te maken.

Normaal zou ik me op dat moment gaan voorbereiden op een actie binnen mijn eigen vakgebieden, maar nu stel ik het toch nog even uit. We leven immers ten tijde van Corona.

Inmiddels is het half elf en een gevoel van baldadigheid overvalt me. Ondanks het feit dat ik mijn halve leven binnen heb gezeten achter een scherm, voelt die hoedanigheid opeens ondraaglijk aan. Niet dat ik echt naar buiten wil gaan. Daar ben ik veel te bang voor met de longklachten die ik al sinds mijn jeugd heb. Ik kijk wel uit. Ook als het sein veilig gegeven wordt, zal ik waarschijnlijk nog zeker drie maanden binnen blijven.

Het idee dat ik niet naar buiten mag van de minister-president, dat stoort me. De man lijkt  als twee druppels water op een corpsstudent die ooit midden in de nacht just for the heck of it in dronkenschap mijn etalageruit ingooide. De volgende dag kwam hij, nog steeds met bolle tong, zijn excuses aanbieden en hij was stomverbaasd dat ik die excuses niet wilde accepteren voordat de ruit vergoed zou worden. Hij begreep dat niet. ‘Maarrrr,’ opende hij met zijn lijzige stem, ‘Mijn vadurhh vergoedt altijd allesss! Allesss! U bent onrrredelijkh!’ En meteen daarna dat wijzende vingertje, waar Rutte ook zo goed in is. Iedere keer als ik het hoofd van de premier zie, heb ik dat beeld van die dronken corpsbal weer voor ogen. Heel beklemmend, alsof ik aan de Spaanse wurgpaal zit.

Twaalf uur. Vooruit dan maar, in het archief op zoek naar Die Geschichte Josefine Mutzenbacher Teil 1 bis Teil 5. Vrolijk rondhossende half geklede of geheel ontklede Oostenrijkse deernen, wie wordt daar nou – buiten oorlogstijd – niet vrolijk van? Over een dwingende erectie hoef ik mij geen zorgen te maken, want daar is op mijn 64ste heel wat meer voor nodig dan porno bieden kan.

Na Teil Drei heb ik het wel gezien en alweer voel ik mij bijzonder productief, want ik heb mezelf ervan weerhouden om cryptische one-liners op Twitter of Facebook te gooien in de hoop iemand op de zenuwen te werken. Heel even voel ik mij zelfs een verantwoordelijk burger.

Twee uur ‘s middags. Ik waag mij weer langzaam op social media en ik zie dat de discussie over wie wel en wie niet zijn mond mag opendoen, nog steeds doorgaat en ik moet nog een hele middag uitzitten voordat ik echt wat kan gaan doen. Klinkt vreemd misschien, maar dat is een oude kwaal van me. Ik kan pas echt productief worden als ik zeker weet dat de kantoormensen eten, slapen, neuken of televisie kijken. Ik heb geen zin gestoord te worden door telefoontjes, notificaties of E-mail.

Het besef dat ik mezelf het slachtoffer heb gemaakt van mijn eigen decennia lange liefde voor het Internet dringt, zoals elke dag weer, in alle hardheid tot me door.

Geplaatst op

Twee smaken

Twee smaken

Ik was even een tijdje niet op Twitter geweest. Stephen Fry hield al een tijdje zijn mond dicht omdat hij aan een boek zit te werken. John Cleese laat ook zelden iets anders dan een verwarde schreeuw horen, dus het begon een beetje te vervelen. Alhoewel de laatste one-liner van Cleese er mocht zijn: “You think I am not hip? I am hipper than most, because I just had a new one implanted.”

Vandaag was ik er weer even en wat zie ik? Maxime Verhagen gaat onverdroten voort ons imago van bemoeizieke betweters internationaal te versterken. Ik kan mijn ogen eerst niet geloven, maar het staat er echt: “Krijg steun [van Kamer] voor pleidooi noodzaak sancties. Iran moet weten dat het menens is.” Wat een lachertje. “Boe!” roepen achter Uncle Sam’s rug.

Ja heren, ga zo nog even door. Van het eigen stoepje (niet) schoonvegen naar de wereldstoep schoonvegen van “het volgende grote gevaar”. Het is kennelijk maar een kleine stap voor hen die de weg al eerder wisten te vinden.

Ik wil zo graag weg uit dit land… Waar anders heb je een politiek systeem waar de zittende macht uit in ontkenning levende oorlogsmisdadigers bestaat en het leeuwendeel van de oppositie uit – excusez le mot – fascisten?

Geplaatst op

Nieuws

Steeds vaker gebruik ik Twitter voor links naar nieuwsfeiten. Als ik de vele critici van nieuwe media moet geloven, plaats ik mij daardoor in de categorie onbenullen. Ik hoor te weten dat wikipedia.org geen Encyclopedia Britannica is en dat op het web nieuwsfeiten zelden of nooit gecontroleerd worden. Natuurlijk is de absolute waarheid alleen in NRC Handelsblad te vinden. Toch willen die wijsheden er bij mij maar niet in.

In het grijze verleden heb ik lang genoeg in de journalistiek gewerkt om te weten dat de in die bedrijfstak betaalde honoraria geen enkele garantie bieden dat de vele freelance journalisten die ‘s nachts thuis met een huilende baby op de achtergrond de kolommen vol zitten te tikken ook nog eens hun feiten gaan zitten checken.
Bovendien weten zij, net als ik indertijd, heel goed dat zij niet zozeer de lezers met hun teksten moeten overtuigen, maar vooral hun directe superieuren. Als de huur niet betaald moet worden, dan is de keuken wel aan een opknapbeurt toe, dus braaf zijn is overleven.

Een scribent van het NRC Handelsblad maakte het eens zo bont met aantoonbare, feitelijke onjuistheden over mij dat ik hem in het café bijna naar de keel was gevlogen. Toen men mij de kans bood om het een en ander recht te zetten, reed de duimzuiger zich onverwacht dood tegen tegemoet komend verkeer in Roemenië. Voor mij maakte dat geen verschil. Ik zag in mijn verontwaardiging uitsluitend gerechtigheid, maar ik moest toch maar uit piëteit naar hem en zijn nabestaanden verder mijn mond houden. Dat hij mijn toch al wankele reputatie een duwtje had gegeven uit pure lamlendigheid, dat deed er even niet toe.

Waarschijnlijk was hij wel wat minder louche dan de gemiddelde Twitteraar die ik nu volg en mij in max. 140 woorden inclusief link zowel naar de meest gore executiefilmpjes kan leiden als de mooiste journalistieke bijdragen. Wat ik geloof of niet geloof, bepaal ik zelf wel. Dat heb ik eigenlijk met de paplepel ingegoten gekregen. Als jongetje dat net kon lezen las ik mijn moeder eens opgetogen voor dat er vier (!) doden waren bij een brand in Amersfoort, waarna zij nuchter zei: “Dan moet je de krant bij de buren (Telegraaf) ook maar eens lezen, want daar zijn het er vast veertig.”

Toch krijg ik een hoop troep voor mijn kiezen op Twitter. Zo twitterde iemand vandaag dat het toch het wel van ironie getuigt dat Michael Jackson op 3:15 overleden is, net als de grote wijzer de kleine raakt. Het was nog botter gesteld in het Engels, maar toch moest ik even glimlachen. Dat mag (nog) als je thuis bent en er verder niemand anders aanwezig is.

Helemaal mooi van mijzelf vind ik het kennelijk niet. Mogelijk zit er toch nog wat onzichtbare drukinkt onder mijn nagels. Vandaar dat ik een tijdje geleden mijn lijstje te volgen Twitteraars met een paar gerenommeerde journalisten, wat Amerikaanse politici en onze eigen Maxime Verhagen (@maximeverhagen) heb uitgebreid.

Van hem ben ik echt helemaal niets wijzer geworden, of het moet zijn dat ik nu eindelijk weet hoe Nederlandse politici zich een nieuwsbericht voorstellen.

Voorbeeld:

“Ondanks het mooie weer en het kamerreces weer in een warme zaal in een vergadering. De kamer vergadert niet maar daarmee houdt het niet op.”
Welke vergadering, waar en waar ging het over? En waarom houdt het maar niet op? Gaat het tijdens het Kamerreces niet altijd juist uitstekend met Nederland?

Of:

“Na zeven uur leeswerk en doorspitten van stapels papier is het nu wel tijd voor de bbq en het gezin.”
Ja, gut… Wel schattig dat zo’n man weet wat een bbq is en dat hij zich met dat soort vulgariteiten bezig houdt, maar wil ik dat wel weten? Hij zal ook wel een seksleven hebben zo af en toe en na een borreltje zijn telefooncamera gebruiken voor een snapshotje in de slaapkamer, maar dat resultaat hoef ik ook niet te zien.