Geplaatst op

Die ene vrouw (2)

Ik las net mijn stukje ‘Die ene vrouw’ terug en ik realiseerde me dat ik toch sinds dat kort geding enige terughoudendheid voel om gênante situaties waarin vrouwen de hoofdrol spelen helder te beschrijven, zeker wanneer het zaken betreft die mij door de vrouw in kwestie in vertrouwen zijn verteld.

Zo schreef ik gisteren: ‘…een gruwelijke actie van haar kant die ik hier niet eens durf weer te geven…’ en als ik dat lees, dan herken ik mezelf eigenlijk niet meer.

Dus laat ik die gebeurtenis hier nu maar gewoon weergeven opdat andere lieden met een persoonlijkheidsstoornis kunnen zeggen: ‘Nou, zo erg ben ik nu ook weer niet!’

Die ene vrouw, laat ik haar voor het gemak Molly noemen, zonder daarmee te willen impliceren dat enig overgewicht bij haar anders dan charmant te noemen was, kreeg op een dag haar moeder niet aan de telefoon.

Bezorgd geworden besloot zij op weg naar haar werk het huis van haar moeder aan te doen om te zien of alles wel in orde was. Nee, verre van dat. Haar moeder was dood en hing half over het wasrekje in een rigor mortis.

U en ik zouden het misschien uitgegild hebben op een manier die de hele buurt in beweging had gebracht, of op z’n minst een alarmnummer hebben gebeld, maar het gedrag van een borderliner is zelden zo voorspelbaar.

Het belangsrijkste verschil tussen een borderliner en een hard core sociopaat is namelijk dat de eerstgenoemde functioneert tot op een bepaald niveau, vaak niet in de liefde, of het ouderschap, maar vrijwel altijd in een werkomgeving.

Dat werk was dan ook wat Molly deed besluiten om gewoon zachtjes de balkondeur achter zich te sluiten en het pand te verlaten. Het was immers de eerste woensdag van de maand. Dat was de dag van de grote directievergadering en Molly was secretaresse.

Keurig legde zij op het werk een tiental mappen perfect uitgelijnd op tafel, zette koffie, notuleerde de volledige vergadering, en fluisterde pas na afronding van haar werkzaamheden de directeur in het oor dat haar moeder dood op het balkon lag.

‘Nou, dan zou ik maar eens in actie komen,’ antwoordde de stomverbaasde directeur.

Geplaatst op

Die ene vrouw

Mijn eerste ervaring ooit met een dating site op het Internet was ergens in 2002. Ik wist niet wat me overkwam toen een ravissant mooie vrouw me benaderde met een korte en krachtige tekst dat ze geen zin had om eindeloos heen en weer te mailen, maar dat ze graag bij de eerste mogelijkheid in mijn agenda met me wilde afspreken.

Ik keek nog eens naar haar foto en dacht: ‘Hoe is het mogelijk? Wat een mooie vrouw…’ Op weg naar de afspraak in een café ergens bij de Albert Cuyp had ik mezelf gerust gesteld met de gedachte dat de foto vast twintig jaar oud was.

Dat bleek echter niet zo te zijn. Eerder was ze nog mooier dan op de foto en zeker een stuk jonger en aantrekkelijker dan ik had verwacht ooit nog als mogelijke vriendin te leren kennen op mijn 48ste. Ze was bovendien uitermate charmant en alles wat ze zei viel bij mij precies goed. Een typisch geval van perceptie via daarvoor niet bestemde organen.

We hadden ook overeenkomsten, zo kwamen we allebei uit een oorlogsfamilie, maar er was meer.

Van de zenuwen schakelde ik over op Wodka-7 en begon iets te schielijk te drinken waardoor ik regelmatig wat omstootte op tafel en eenmaal liep ik zelfs, na het bestellen aan de bar, tegen een serveerster aan die daardoor een vol dienblad uit haar handen liet vallen.

Ik had me nog zo voorgenomen dat ik niet teveel zou roken, omdat zij in haar profiel had aangegeven niet te roken. Na een half uur met haar aan een tafeltje stak ik van de zenuwen de ene sigaret na de andere op.

We besloten een ander café aan te doen dat wat dichter in de buurt van mijn huis was en daar was het zo mogelijk nog gezelliger. Het duurde niet lang of ze lag in mijn bed en ook de seks was boven verwachtingen.

Ik was zo uitgeput van de heftigheid ervan dat ik eigenlijk het liefst in slaap in had willen vallen, maar ze haalde me weer uit mijn doezelen met de tekst dat ze nu weg moest.

‘Waarom ga je weg?’ vroeg ik.

Er volgde een verhaal over hoe ze op Wasteland een man had leren kennen die ze eerder op de dag telefonisch beloofd had om seks met hem te hebben. De teleurstelling moet digitaal van mijn gezicht af te lezen zijn geweest, want ze haastte ze zich te zeggen dat het helemaal geen probleem hoefde te zijn, omdat de man in kwestie zeer jong was en vaak vrijwel meteen klaarkwam. Met heen en weer rijden meegeteld kon ze alweer binnen een half uur in mijn bed liggen.

Ik heb van dat voorstel afgezien en haar de deur gewezen. Dat had het einde van het verhaal moeten zijn, maar dat werd het niet.

Een week later stond ze onverwacht op mijn stoep en vertelde me dat ze leed aan het borderline syndroom. Ze huilde erbij en ze leek zo kwetsbaar dat ik haar toch weer binnen liet. Had ik immers niet zelf ook de nodige afwijkingen?

U zou misschien verwachten dat de jaren dat ik nog contact met haar hield een ware nachtmerrie zijn geworden, maar dat was maar zeer ten dele waar, want ik leerde ook haar gevoelige en zorgzame kanten waarderen.

Toen het doek echter onherroepelijk viel na een gruwelijke actie van haar kant die ik hier niet eens durf weer te geven, nam ik mij voor om nooit meer iets met een borderliner aan te gaan, maar ja mensen dragen nu eenmaal geen T-shirts met hun ziektebeeld erop en deze prachtige vrouw zou de laatste borderliner in mijn leven niet worden.

(wordt vervolgd)

Geplaatst op

Nadenken

De vrouw naast mij in bed zei: ‘Vrouwen moeten zich eerst goed voelen, voordat ze…’ Ze maakte haar zin niet af, omdat alles wat over seksualiteit gaat bij haar soms moeilijk over de lippen komt. Het beeld dat ik u schets doet vermoeden dat ik een poging deed met haar te vrijen, maar dat was niet zo, dus haar uitspraak overviel me een beetje.

‘Waarom spreek je niet voor jezelf,’ zei ik. ‘Ik ken genoeg vrouwen die juist seks hebben met als doel zich goed te voelen.’

‘Ja, ja,’ zei ze geïrriteerd. ‘Jij hebt het natuurlijk zoals altijd weer over die vrouwen die het zomaar met Jan en Alleman doen.’

Ik wist een rake opmerking te onderdrukken en zei zo onderkoeld mogelijk: ‘Nee, dat heb ik gewoon vaak gehoord van de vrouwen die ik gekend heb in mijn leven.’

Het bleef stil op het andere kussen. ‘Waarom zeg je niets,’ vroeg ik voorzichtig.

‘Nou, omdat ik NADENK!’

Nu heb ik misschien weinig geleerd in het leven, maar dat het vrouwelijk denkproces een mengelmoes is van beelden, impressies, veronderstellingen, hypotheses, omgekeerde feiten en invullingen naar eigen believen, is bij mij ruim bekend en vooral ook dat men dit proces maar beter niet kan verstoren wanneer men een conflict wil vermijden.

Na een eindeloos wachten kwam toch de optelsom van al dat nadenken in één enkele korte zin eruit: ‘Ik ben moe en ik mis mijn kinderen!’ Even later sliep ze.

Ik ging een etage hoger, waar ik op een eenpersoons matrasje lag na te denken over de wachttijd van 5 maanden bij het instroomhuis voor thuis- en daklozen, waar ik me gisteren heb ingeschreven.

Geplaatst op

Daar gaan we weer

Op Twitter: Don’t forget to attend our event [Women of the World United for Syria] today in Trafalgar Square! – Males welcome too!!!

Het is fijn dat een mevrouw mij binnen 140 tekens weet uit te leggen dat ik welkom ben op de openbare weg, maar het is flauw om dat zo te stellen. Hier is iets aan de hand.

Laten we er even gemakshalve van uitgaan dat ik wakker lig van de positie van vrouwen in Syrië of waar dan ook in de wereld. Door het verheffen van mijn mannelijke stem zou ik impliciet aangeven dat die vrouwen niet voor zichzelf kunnen beoordelen wat het beste voor hen is. Dan ben ik een paternalist die zich de furie van militante vrouwen op zijn dak haalt. Niet dat een man daar veel voor hoeft te doen, maar toch…

Ik mag graag de draak steken met vrouwen en ik ben daar niet altijd even fair in, net zo min als vrouwen altijd even fair zijn wanneer ze mannen over één kam scheren.

Inmenging in andere culturen vanuit welke overweging dan ook blijkt echter zelden productief te zijn, anders dan als politiek instrument om impopulaire militaire acties goed te praten.

Ik denk nu even terug aan Golfoorlog 1. Er was eigenlijk niet veel enthousiasme in de Verenigde Staten om met een grootscheepse invasie Sadam Hoessein terug te slaan uit Koeweit, zeker niet van de kant van het vrouwelijk electoraat dat gemiddeld wat minder oorlogszuchtig is ingesteld.

Wat bedacht men toen de voorbereidingen van de invasie desalniettemin al in volle gang waren? Dat er op massale wijze verkracht werd in Koeweit door Sadam’s elitetroepen. Daarna was de kogel snel door de kerk. De invasie werd een feit en over verkrachtingen hoorde je verder vrijwel niets meer. Van slachtofferhulp was in ieder geval zeker geen sprake.

Mannelijke politici weten maar al te goed hoe ze moeten inspelen op de revolutionaire sentimenten bij vrouwen wanneer dat hen toevallig zo uitkomt.

Wanneer een hard core paranoïcus als Geert Wilders zich in een hoek gedrongen voelt, dan trekt hij steeds weer dezelfde kaart: die van de positie van de vrouw in de Islam. Dat hij zelf een postorderbruidje heeft doet er dan verder even niet zo toe.

Natuurlijk weet iedereen in zijn of haar hart wel dat er niet zoiets is als een gemene deler wanneer het de positie van de vrouw in de Islam betreft. Dat zal per land en per regio verschillen. Vrijdenkende Nederlandse vrouwen in de Randstad kunnen immers ook beter hun leven uitstippelen dan bijvoorbeeld hun Gereformeerde of Doopsgezinde zusters in Veenendaal of Putten.

Terugkerend op wat ik eerder al zei: wanneer ik als man denk te weten wat het beste is voor vrouwen, dan ben ik een seksist of op z’n minst een paternalist. Loopt een vrouw met dezelfde gedachten rond dan is zij een activist die bij wijze van spreke vandaag nog de Nobelprijs voor de Vrede moet krijgen.

Het is het vertrouwde meten met twee maten dat vrouwen nu eenmaal kenmerkt, maar los daarvan geloof ik echt niet in revoluties die van buitenaf komen.

Europese vrouwen hebben zelf voor hun kiesrecht gevochten en of ik nu vind dat zij daar regelmatig misbruik van maken of niet, dat blijft een goede zaak, het streven naar gelijkheid – of dat nu is tussen mannen en vrouwen of zwarten en blanken – heeft per saldo veel goeds voor onze maatschappij opgeleverd.

Er is niets mis wanneer men zich zorgen maakt over anderen die in een cultuur leven waar men zelf geen ervaring mee heeft of in oordeel uitsluitend afhankelijk is van kennis uit de derde hand, zoals onze steeds weer onbetrouwbaar blijkende media.

Als vrouwen in Syrië vinden dat ze onderdrukt worden, dan zullen ze zichzelf moeten bevrijden en dat zal een pijnlijke strijd worden, maar grote veranderingen in welke maatschappij dan ook leveren nu eenmaal zelden mooie plaatjes op. Gaan wij ze van buitenaf bevrijden dan zullen ze in ieder geval nooit leren voor zichzelf op te komen.

Geplaatst op

Vredesprijs

Vrouwen zeggen vaak dat ik niet helemaal goed bij mijn hoofd ben. Als zij dat beweren, dan moet het wel waar zijn. Nergens is zo’n overdaad aan ervaringsdeskundigheid op het vlak van mentale deficiëntie als onder vrouwen.

De vrouw is enerzijds – naar eigen zeggen – zwaar superieur aan de gemiddelde man, terwijl ze anderzijds – ook alweer naar eigen zeggen – vrijwel over de hele wereld onderdrukt wordt. Het is ‘t één of het ander. Je bent superieur of je wordt onderdrukt. Het kan niet alletwee waar zijn, tenzij je die onderdrukking als een gehaaide masochist over jezelf hebt afgeroepen.

Misschien moeten we de Nobelprijs voor de Vrede die nu naar vrouwenactivisten gaat maar niet al te serieus nemen. Nog niet zo heel lang geleden ging diezelfde prijs naar een bevriend staatsman die tot op de dag van vandaag met moordcommando’s het Midden-Oosten terroriseert. Waarschijnlijk moeten we die prijs in een breder perspectief zien – meer als een aanmoediging voor hen die (nog) geen idee hebben wat vrede is en er nooit zelf hun leven voor willen of zullen riskeren.

Er zal best heel wat geleden worden door vrouwen in veel landen. Ik denk dat diezelfde constatering ook opgaat voor mannen, intellectuelen, kunstenaars, andersdenkenden, regulier slachtvee, etc. Om maar te zwijgen van het kleine, maar wel levenslange leed van goudvissen in een glazen kommetje.

Laten we gewoon hier in Nederland het meest dringende leed het eerst aanpakken door vrouwen bij geboorte meteen van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel te voorzien om ze vanaf dat moment jaarlijks ambsthalve aan te slaan. Een soort Vrouwenheffing voor de eindeloze extra zorg die ze in hun leven gaan afdwingen. Al was het alleen maar door vermeende achterstelling of hun belachelijk lange levensduur waar geen enkel pensioenfonds tegenop kan beleggen.

Ik hoor U denken: nu is hij echt gek geworden! Misschien heb ik gewoon wat koorts, veroorzaakt door een longontsteking, maar hoe gek is het eigenlijk? Hebben we hier tegenwoordig niet ook een afgedwongen Kamer van Koophandelregistratie voor vrouwen die temidden van moordende competitie op het Internet de hoer “spelen”?

Je bent een hoer, of je bent het niet en in beide gevallen is dat vanaf ver voor ieder getraind oog zichtbaar. Dat gaat op voor vrouwen en in mindere mate ook voor mannen.

Er zijn slechts een paar beroepen in Nederland, waarvan iedereen stilzwijgend zeker weet dat ze gespeeld worden, bijvoorbeeld de functie van oppositieleider. Ach, misschien ook nog het beroep van Koningin, een vrouw die door een meute duur geklede dames en heren gedwongen wordt om met een tulband van 3500 Euro op haar hoofd het volk uit te leggen dat de broekriem weer eens aangehaald moet worden, terwijl Hare Majesteit zelf heus wel tijdens het kleine ritje in de Gouden Koets heeft gezien dat veel mensen zich allang geen broekriem meer kunnen veroorloven, laat staan een stevig touw voor om hun nek.

Nee, als je echte, brede en goed belastbare prostitutie aan het werk wilt zien dan zou je als politicus eens tijdens sluitingstijd op bezoek moeten gaan bij een gemiddeld café waar de barkeeper langs de toog loopt om rekeningen te innen.

“Jan, voor jou is het 244 Euro.” En tegen Annie die naast Jan op haar hakken staat te wankelen: “Had jij nog wat op de lat, schat?”

“Nee. Nooit. Weet je toch?” mompelt ze met een vage glimlach voordat ze geruisloos ineenzijgt en nog net niet met haar hoofd op de vloer stuitert omdat Jan haar op tijd weet op te vangen.

Geplaatst op

Sleetse retoriek

De senioren onder de feministen herinneren me vaak aan leden van de PVV die ook denken dat ze de helft van de bevolking verbaal in de grond mogen trappen, maar dient iemand hen eens van repliek, dan voelen ze zich bij het hysterische af aangevallen. Meteen moeten er grenzen gesteld worden aan de door hunzelf bejubelde vrijheid van meningsuiting en worden we met z’n allen verplicht de portemonnee te trekken om voor hun beveiliging en proceskosten zorg te dragen.

Zo kreeg ik naar aanleiding van mijn vorige bijdrage hier een E-mail van een wat oudere dame die mij in een aantal rammelig geformuleerde zinnen zowel een klootzak als een lamstraal noemde. Dat alles naar aanleiding van de vorige bijdrage op dit uiterst bescheiden blog dat ik zonder enige baatzucht in stand houd opdat mijn ex-vriendinnen af en toe gratis wat motivatie kunnen komen bijtanken als het een paar weekjes niet zo wil vlotten op de dating sites, waar ze tijdens werkuren de verveling doden met het zoeken naar niet-rokende (!!!), opgewekte mannen met een topinkomen die niet teveel aandacht absorberen en goed zijn in het huishouden.

De boze dame in kwestie had het vooral gemunt op mijn uitspraak dat het een waar Wirtschaftswunder zou zijn “als vrouwen nu eens niet dertig jaar na het overlijden van hun echtgenoot het leven van de overgebleven familie onzalig zouden maken met hun kribbige betweterigheden, al dan niet opborrelend uit aderverkalking.”

Ik laat me niet meer meeslepen door de sleetse retoriek van dames op leeftijd, dus ik heb haar uitermate correct per E-mail geantwoord en mijn tekst geef ik hier voor de goede orde integraal weer:

Geachte mevrouw van Z.,

Ik begrijp dat ik u overstuur heb gemaakt en dat betreur ik ten zeerste. De dood van mensen, vrouwen of mannen, mag natuurlijk nooit vanuit een economisch perspectief benaderd worden. Waarschijnlijk heb ik ook vergeefs een beroep gedaan op uw gevoel voor ironie en dat spijt mij.

Tegelijkertijd komt bij mij de door uw gejammer veroorzaakte behoefte op om u erop te attenderen dat de financieel gezondste wereldmacht zich vooral onderscheidt van andere landen doordat men al jaren de eerstgeborenen van de vrouwelijke sekse verdrinkt of op een andere manier het tijdelijke voor het eeuwige laat verwisselen.

Hartelijke groet,

Hans van der Kamp

Geplaatst op

Vrouwen (1)

Vrouwen (1)

Mannen die in de Jaren Vijftig geboren zijn hebben in de geschiedenis ongetwijfeld de slechtste kaart getrokken wanneer het vrouwen betreft.

Waar begon het mee? De Dolle Mina’s. Woedend waren ze over Het Grote Onrecht dat hun sekse werd aangedaan. Niet zonder reden in die tijd. Dikke sigaren rokend trokken ze door straten en openbare gelegenheden. Een in hun ogen bijzonder militante actie.

Indrukwekkend, maar de boodschap kwam niet over omdat wij mannen het eigenlijk wel opwindend vonden, zo’n losgeslagen groep vrouwen die aan een fallus liepen te lurken.

Ze hadden ons kennelijk hoger ingeschat dan we in werkelijkheid waren. We zijn nu eenmaal van nature niet zo oorverdovend serieus of gevoelig voor symboliek als vrouwen. Is nooit zo geweest, zal ook nooit zo worden. Daarentegen hebben mannen weer niet zo’n moeite om zaken te relativeren, vooral als ze het element seks nog op het nippertje uit dit zuiverende denkproces weten te redden.

Een maatschappij waar vrijwel niemand meer kan relativeren zou ondraaglijk zijn. Een Orwelliaanse nachtmerrie. Mannen voldoen aan die belangrijke behoefte alsof ze ervoor betaald worden. We relativeren echt alles kapot en we blijven er nog betrekkelijk vrolijk bij ook. Vooral dat laatste verdient respect en erkenning.

Wat gebeurde er na Dolle Mina? Ik had het net even verdrukt, maar nu weet ik het weer. We kregen de vrouwen die uit politieke overtuiging lesbisch werden. Dat is niet mijn mening, maar dat is wat ik van die vrouwen indertijd steeds weer hoorde. Zag ik op een feestje een oude schoolvriendin en vroeg ik per ongeluk hoe het met haar vriend ging, dan kreeg ik te horen: “Nee, dat kan echt niet meer. Dat is seks met mannen en daarmee bevestig je hun macht. Dat is strijdig met onze zaak. Nee, ik ben nu met haar. “

Dat zou allemaal zo erg niet zijn geweest, als die vrouwen gewoon lesbisch waren gebleven. Nu loop ik ze regelmatig tegen het lijf en zijn ze weer hetero, uit andere overwegingen. Opdringerig hetero ook, als ik zo vrij mag zijn. Met zo’n walm van droge witte wijn uit hun mond.

Tegen dat decor van lesbisch worden uit politieke overtuiging moesten wij dappere jonge lieden proberen onze eerste stappen op het liefdespad te zetten. Alles wat er in de landelijke pers over vrouwenonderdrukking geschreven werd, ging in ieder geval niet op als het de liefde tussen adolescenten betrof.

Wat een werk! Eerst een briefje. Dan de zenuwen, gaat ze wel mee naar het Grote Feest over twee maanden? Corsage kopen. Bij de familie langs op zoek naar een fatsoenlijk kostuum. Schoenpunten van geleende schoenen opvullen met krantenpapier, broekzomen uit laten leggen. Niet vergeten die donkere ACNE-crème aan te schaffen!

Die vriendinnen die we dan met veel moeite veroverden… Ach…

Die meisjes beheerden hun lichaam zoals Poetin nu Rusland regeert. Steeds weer met zichtbare of geveinsde tegenzin iets vrijgeven. Een proces van weken, maanden. Een truitje, een behaatje, een rokje etc. Voortdurend lagen we op onze buik op de in die tijd modieuze keiharde kokosmatten om onze erecties te verhullen. Dat deed zeer met die eng strakke broeken. Echt zeer.

(Wordt vervolgd)

Geplaatst op

Onsje minder

Onsje minder

Hij is allang dood, maar ik had een oom die bijzonder vermogend was. Dat was ook aan hem te zien. Hij woog zo’n 200 kilo en zijn mond had zich in vorm aangepast aan de vette Havana die steevast tussen zijn lippen bungelde, zelfs wanneer hij sprak.

De man had de basis van zijn vermogen gelegd in de Tweede Wereldoorlog als slager door o.a. worstennat dat op de bon was met water aan te lengen. Na de oorlog begon hij panden op te kopen en die per kamer aan studenten door te verhuren. Bij zijn dood bezat hij iets van vijftig monumentale panden op A-locaties in het hart van de stad.

Het was een goedlachse man die altijd in driedelig kostuum door het leven ging. In mijn herinnering was geld zo’n beetje zijn enige gespreksonderwerp. Hij had een even moddervet zoontje dat sprekend op hem leek en ook al in een pak liep op zijn achtste levensjaar.

Omdat hij nu eenmaal mijn neef was, werd ik vaak met hem opgescheept tijdens verjaardagen en andere feestelijkheden binnen de familie.

Hoogtepunt van de avond in het huis van mijn oom was het klaverjassen om centen. Ik bedoel dit letterlijk. We hadden ze toen nog; munten van een cent.

Ik was zeven, mijn neefje was acht. Hij mocht om geld spelen, ik niet. Dat gaf een enorm buitengesloten gevoel, hoewel ik een hekel had aan kaarten. Het wekte ook mijn ergernis op dat mijn neefje alles wat zijn vader zei vrijwel letterlijk herhaalde met een grote blik van bewondering in zijn ogen.

Op een van die avonden vond ik het opeens toch wel gezellig. Of ik was het zat om de hele avond lang met mijn moeder en mijn tante in de voorkamer te zitten, dat kan ook.

Midden in de avond veegde mijn oom plotsklaps de kaarten bijeen en beëindigde het spel. “Waarom?” vroeg ik.

“Moeder de vrouw vindt dat het tijd is.” Ik keek naar de voorkamer, maar zag dat zij nog geanimeerd in gesprek was met mijn moeder.

“Dat moet u toch zelf bepalen wanneer u ophoudt te spelen?” zei ik met alle eigenwijsheid van een Montessori-koter. Er barstte een daverend gelach uit aan tafel en toen dat eindelijk uitgestorven was, keek mijn neefje me lachend en tegelijk minachtend aan. “Ik begrijp het echt niet,” zei ik nog eens ten overvloede.

“Nou,” antwoordde het neefje stralend. “Daar kom je dan later wel achter als je zelf een vrouw hebt.” Weer barstten de kaarters in lachen uit.

Ik was nu inmiddels woedend. “Als ik later groot ben, dan ga ik nooit doen wat mijn vrouw van mij vraagt!” Er volgde nog meer hatelijk gelach en ik stormde de trap op naar mijn kamer.

Mijn neefje groeide op tot een perfecte kopie van zijn vader en werd registeraccountant. Hoe hij zelf in de praktijk met vrouwen omgaat is voor mij niet na te gaan. De laatste keer dat ik hem zag was hij bijna veertig en nog steeds vergeefs op zoek naar een vrouw.

Ik heb me aan dat voornemen van die avond gehouden. Ik ben dan ook vaker gedumpt door vrouwen dan me lief is.

Geplaatst op

Conflicten (2)

Ik ben volwassen geworden in de jaren zeventig, een decennium waarin het als politiek correct gezien werd door vrouwen om bijzonder negatieve en generaliserende teksten over mannen te spuien. Zo trok in Utrecht eens een stoet dames aan mijn raam voorbij, terwijl ze luidkeels dezelfde zin scandeerden: “Alle mannen in een kamp en daarna castreren!” Het klinkt als iets wat ik zo uit mijn duim zuig, maar het was helaas de werkelijkheid.

Een man was in die tijd niet zomaar een klootzak. Nee, dat klonk niet overtuigend genoeg. Hij was vooral een impotente klootzak. Wie macht te lijf gaat doet dat nu eenmaal door te ridiculiseren en te kleineren. Ik heb me daar zelf ook regelmatig schuldig aan gemaakt.

Toen ik in een stemming van frustratie en woede mijn vorige bijdrage schreef, luchtte het me dan eigenlijk bijzonder op om te spreken over de vrouwelijke variant van de impotente klootzak. Inmiddels betreur ik die bijdrage. Aan verwijderen doe ik echter niet, want het voelde nu eenmaal zo op dat moment.

In dat zelfde stukje had ik het over de rol van de kostwinner en dat zorgde al snel in de kennissenkring voor heftige discussies en het eerste wat me opviel was dat sommige mensen, meestal mannen, spraken over kostwinner en vrouwen daarentegen een lichte voorkeur hadden voor kostwinnaar. Ook in de media, zoals Gekke Annie uit Osdorp mij wist te melden had het woord kostwinnaar intrede gedaan. Bij de Telegraaf sprak men ook al over kostwinnaars.

Misschien moeten we dat woord kostwinnaar in deze tijd waarin de Kerk van het Geld regeert maar verder zo aanhouden. Het woord kostwinnaar dekt de lading beter dan het woord kostwinner. Als zelfstandige met wisselend succes in mijn ondernemen ligt het voor de hand dat ik een financieel minder solide positie in een recessie heb dan menige loondienstwerker. Vrouw of man, wie het minste verdient in een relatie wordt automatisch een soort achtervanger. Hij of zij krijgt veel verantwoordelijkheden toegewezen waar de kostwinner niet aan toekomt door heftige werkdruk, borrels op de zaak, etentjes met de collega’s, etc.

Daarnaast zorgt het minder of onregelmatig verdienen altijd weer voor tenenkrommende gesprekstof op verjaardagen met lieden van de generatie “die Nederland weer heeft opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog.” Juist omdat ze een groot deel van hun leven in een absolute verzorgingsstaat geleefd hebben en een baan met een vast salaris het hoogste goed vinden, zou je verwachten dat ze wat opgewekter in het leven stonden, maar nee die paar waar ik het over heb mogen zonder overdrijving “azijnpissers” genoemd worden. Zitten ze eenmaal achter een kop koffie of een sapje geparkeerd, dan komt de eerste sneer: “Je drinkt wel erg veel. Je lijkt opa wel, maar die is gestopt en heeft tot aan zijn dood alleen nog karnemelk gedronken.” (Ja, denk ik dan, dat kun je ook wel zien aan die levensmoede kop van hem op die foto’s van zijn laatste levensjaren.)

Wat moet een mens dan hardop zeggen? “Nee, ik drink alleen zoveel als jullie hier zijn, omdat jullie de meest irritante leeghoofden zijn die ik sinds lang ontmoet heb!” Nee, dat doe je dan uit beleefdheid niet. Je drinkt gewoon door in de hoop door een vlaag charme overvallen te worden die misschien toch nog iets goed maakt.

U ziet het, ik kan hier uren over doorgaan. Lang leve het web. De eerste alinea is voor de toevallige passant en de rest blijft lekker van mij.

Dat vorige stukje leverde meer dan alleen discussie op. Ik ontving welgeteld negen emails van mensen uit het verleden die vroegen of ik tijd had om naar hun problemen te luisteren. Natuurlijk heb ik dat, maar nu eerst even stofzuigen, de afwas doen en een paar gaatjes in de muur boren, de kraan repareren en de spoelbak van het toilet beter afstellen.

Wat een trouwe hond ben ik toch.

Geplaatst op

Nog zo’n bofkont

Nog zo’n bofkont

Ik ben ooit misbruikt op mijn twaalfde in een kliniek. U begrijpt vast wel hoe ongeveer, maar niemand heeft me ooit echt geloofd. Ik was een “bofkont” zoals de zaalgenoten op de afdeling het noemden. Vrouwen doen immers niet aan seksueel misbruik.

Vandaar dat ik vandaag met grote interesse een artikel op Nu.nl heb gelezen over een Russische kapster die de overvaller van haar zaak met wat Oosterse vechtsport vloerde en haar klanten vertelde dat ze de politie ging bellen. So far, so good.
In plaats van echter de politie te bellen, bond ze de man aan een verwarmingselement vast en voerde hem Viagra en speelde dagen “seksspelletjes” met hem. Ook voorzag ze hem van 2000 Roebel en een nieuwe spijkerbroek.

Ze was dan ook zwaar verontwaardigd dat de man alsnog aangifte had gedaan van verkrachting, waarop zij natuurlijk alsnog een aanklacht deed wegens overval.

Ik roep al jaren dat het bijzonder fijn is dat mijn generatie mannen heeft geleerd dat wanneer een vrouw nee zegt, dat zij dan ook daadwerkelijk nee bedoelt.

Nu de dames nog. Eerst braaf naar gedragstherapie en dan die top-functies in het bedrijfsleven, zou ik zeggen.

Laatst heb ik nog onder juridische druk een artikel over seksueel misbruik van een vrouw van middelbare leeftijd naar minderjarige koeriers op haar werk moeten verwijderen en dat vond ik bijzonder unfair, omdat mijn feiten klopten.
Werk aan de winkel voor Plassterk, zou ik zeggen.