
Fotograaf Bork werd wakker en hij probeerde op de wekker te zien hoe laat het was, maar zijn ogen leverden geen scherp beeld. Dat was iets wat de laatste tijd vaker gebeurde. Het kon zomaar een paar minuten duren voordat hij kon zien hoe laat het was.
Zou hem dat twintig jaar eerder overkomen zijn, dan was hij waarschijnlijk in paniek geraakt, maar nu, op zijn oude dag, wachtte hij geduldig totdat zijn ogen scherp beeld leverden. Er zat ook iets rechtvaardigs in het gegeven dat iemand die zijn hele leven met zijn ogen had gewerkt uiteindelijk het licht langzaam voelde dimmen.
IJdel als hij nu eenmaal was, zag hij een direct verband met beroemdere fotografen die blind geëindigd waren, zoals Eva Besnyö. Hij was ook niet te bescheiden om een indirecte vergelijking te trekken met de doofheid van Beethoven.
Diep in zijn hart was hij eigenlijk best ontevreden over het feit dat hij sinds korte tijd een paar minuten moest wachten totdat hij de digitale cijfers op zijn wekker kon lezen. Dat was niet iets waar je indruk mee kon maken en het was al helemaal geen excuus om te stoppen met werken.
Dat hij wilde stoppen met werken, daar was geen twijfel over. Recentelijk had hij nog op zijn portfoliosite de about-pagina moeten wijzigen, voor de derde keer. Van dertig jaar ervaring in het vak had hij al eerder veertig jaar moeten maken en nu recent vijftig jaar, en dat was eigenlijk vijf jaar korter dan de werkelijke vijfenvijftig jaar dat hij nu in het vak actief was.
Hij had nog een moment overwogen om die hele passage te schrappen, omdat een halve eeuw ervaring bij jongere mensen niet het ontzag opriep dat je redelijkerwijze zou mogen verwachten, maar het gaf wel aan dat hij zowel de digitale fotografie, de smartphone als AI had overleefd en dat was toch geen geringe prestatie in een beroep dat van oudsher al op weinig brede sociale acceptatie kon bouwen.
Niet dat hij nog een echte band met fotografie had. Hij minachtte zijn beroep met meer fanatisme dan hij het al had gedaan toen hij als zeventienjarige jongen zijn eerste foto’s had verkocht aan een tijdschrift. Hij had een ander vak kunnen kiezen, maar hij was te lui geweest om daar de benodigde diploma’s voor te behalen en voor kantoorwerk bleek hij ook al niet geschikt, want hij zat de hele dag naar de klok te kijken wanneer het nu eindelijk eens vijf uur was en dat was ook geen leven. Je zou het tegelijkertijd ook als een vorm van succes kunnen zien, want hij zat de hele dag naar die klok te kijken omdat hij de dagelijkse portie werk meestal al voor de lunch af had.
Hij mocht dan ijdel zijn, maar helemaal dom was hij nu ook weer niet.
Inventiviteit mocht ook tot zijn betere eigenschappen gerekend worden, dus had hij zo’n beetje alle andere beroepen die je zelfstandig kunt uitoefenen geprobeerd, maar zelden met succes. Uiteindelijk moest de camera er weer aan te pas komen om de huur te kunnen blijven betalen.
Zijn minachting voor de fotografie was minstens zo groot als zijn liefde voor camera’s. Dat klinkt tegenstrijdig, maar dat is het in de ogen van Bork niet. Camera’s zijn zo heerlijk genadeloos. Ze leggen vast wat er is en niet wat je denkt te zien of hoopt te zien. Bovendien vormen ze een barrière tussen de fotograaf en de omgeving.
Hou een camera voor je neus en je plaatst jezelf buiten het leven zelf. Er wordt geen participatie meer van je verwacht. Mensen bukken om voor je langs te lopen en dat is eigenlijk de enige sociale interactie. Bovendien is het gezellig toeven in dat kleine donkere venstertje dat een heel leven, met beweging en al, terugbrengt tot een plaatje dat niet veel groter is dan een uit de kluiten gewassen postzegel.
Het was echter nog veel te vroeg om te filosoferen over fotografie, want hij moest nog ontbijten. Iets wat hij een goed deel van zijn leven niet had gedaan, maar nu was het een ritueel geworden waar hij niet meer zonder kon.
Twee gekookte eitjes die meteen de dag konden gaan bepalen. Waren ze te hard, dan hoefde hij van de rest van de dag niet veel te verwachten. Waren ze te zacht, dan vond hij dat eigenlijk wel lekker, maar dan bleef er meestal wel wat eigeel in zijn baard of op zijn T-shirt hangen en dat kon ook moeilijk als een goede start beschouwd worden.
Daarna volgde het ritueel van de smartphone aanzetten en zonder te hyperventileren de berichten te lezen van allerlei ongeregeld dat wel fotografie wilde hebben, maar er vooral niet voor wilde betalen, en natuurlijk de zombies die hun smartphone of tablet niet regelmatig back-upten en verwachtten dat de fotograaf nog wel over een back-up van hun foto’s beschikte.
Alleen dat ochtendritueel van een piepende messenger was genoeg om van een Florence Nightingale een Josef Mengele te maken. Waarom kozen de grootste idioten toch altijd voor WhatsApp? En belangrijker: waarom hadden ze minstens twintig zinnetjes van drie woorden nodig om een enkele volzin te construeren?
In de krant had Bork iets gelezen over afnemende lees- en schrijfvaardigheid en dat was ook precies waar dat thuishoorde. In de krant. Niet op zijn telefoon.
Met de precisie van een ambtenaar blokkeerde Bork een voor een de mensen die niet aan back-ups deden en gaf in lange volzinnen antwoord op de mensen die op gratis studiofotografie uit waren, wetende dat hij met enige zekerheid het deel van hun hersens dat met taal te maken had dagenlang overstuur zou draaien. Daarna was het tijd voor de mail die via zijn website binnenkwam. Dat was een aanzienlijk minder inspannende klus, want hij had zijn contactformulier zo ingericht dat iemand met een IQ van beneden de 100 er geen wijs uit kon worden en vervolgens had hij ook nog eens de beveiliging zo hoog opgeschroefd dat men eerst tientallen lantaarnpalen, zebra’s of motorfietsen op onscherpe foto’s moest identificeren om aan te tonen een mens te zijn.
Voor serieuze klanten moest dat volgens Bork geen barrière opleveren, alhoewel hij natuurlijk geen idee had hoeveel van die klanten buiten zijn zicht voor een andere fotograaf hadden gekozen.
Er waren welgeteld drie e-mails. Een van een meisje, tenminste, dat nam hij aan omdat ze zich grotendeels in emoji’s uitte, met de vraag of hij ook Instax-film verkocht. Hij had geen idee wat dat was, maar nam aan dat het zoiets als Polaroid was, dus hij stuurde haar door naar Marktplaats.
De volgende e-mail was van een stel dat in het huwelijk ging treden en een fotograaf zocht. Huwelijken, daar deed Bork niet aan, dus dat bericht werd zonder antwoord verwijderd. Mensen die Bork beter kenden wisten dat dit geen minachting voor bruidsreportagefotografie was, maar het eerste huwelijk dat hij in zijn jonge jaren gefotografeerd had, was geheel mislukt. Niet in de zin van slechte of onscherpe foto’s, maar vijf rolletjes die keurig door de camera waren gegaan zonder dat er iets opstond. Foutje bij de instelling van de camera.
Dat werd een juridisch gevecht met een boze bruid die op zijn kosten het hele huwelijk nog eens over wilde doen en het was te danken aan de langzame rechtsgang in Nederland dat het echtpaar alweer gescheiden was voordat de zaak voor de rechter kwam. Uiteraard niet zonder hem via hun advocaat te melden dat de scheiding een direct gevolg was van zijn wanprestatie als fotograaf.
De derde e-mail was zo op het eerste gezicht interessanter. Die kwam van een vrouw die zich duidelijk in zijn werk had verdiept, want ze noemde een aantal foto’s in de sfeer van naakt en fetisj. Ze meldde tevens dat zij die dag veertig jaar oud zou worden en wilde laten vastleggen hoe goed haar lichaam de tand des tijds had doorstaan.
Niet bijzonder origineel, want dat soort mails kwamen incidenteel wel voor, maar Bork besloot even te wachten met reageren. Waarom wist hij eigenlijk niet precies. Hij had een studio aan huis en alle tijd van de wereld, maar hij wist ook uit ervaring dat dit soort fotografie meestal gevraagd werd door mensen met net iets meer problemen dan gezond was voor een goede werkverhouding.
Hij zette de pc uit, zoals oude mensen dat nu eenmaal doen. Na gebruik gewoon uitzetten.
Een half uur later hoorde hij een vreemd geluid. Eerst dacht hij nog dat het de magnetron was, maar meteen daarna realiseerde hij zich dat hij recentelijk de beltoon van zijn telefoon gewijzigd had.
Het was dezelfde vrouw die eerder de e-mail geschreven had. Ze vroeg of hij die middag tijd had en, overvallen als hij was doordat hij, zoals vrijwel nooit gebeurde, gebeld werd, zei hij ja, gaf zijn adres door en ze kwamen twee uur ‘s middags overeen voor de fotografie.