Geplaatst op

Moeder en zoon

Ik was voor iets heel anders aan het werk, toen ik deze moeder en zoon zag, tenminste dat neem ik aan. Het is zo’n foto waarvan ik denk dat het vele malen beter had gekund, maar ik stond daar om een andere serie te maken. Dat is mijn enige excuus.

Geplaatst op

Recht in de lens

Ik vind het als studiofotograaf fijn als mensen pal in de lens kijken als ik ze op straat fotografeer. Vooral als ik er een stevige etalageruit tussen mij en de camera zit. Ik heb het gevoel dat ik een van de twee moet kennen, maar geen idee waarvan.

Geplaatst op

Hennie, de kapper

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is hennie_kapper_bad2-3-1024x672.jpg

Vaak krijg ik te horen dat ik NORDEN Magazine begonnen ben, omdat Drag Queens nu veel in het nieuws zijn. Dat klopt niet helemaal, want ik fotografeer al alles wat met gender te maken heeft vanaf 1976. De reden dat ik het tijdschrift begonnen ben, is dat ik met enige regelmaat mijn werk wil laten zien, zonder een expositie te organiseren. Ik word ook een dagje ouder.

Geplaatst op

Nikita

Als mensen me echt uit mijn comfortzone willen halen, dan moeten ze mij, als studiofotograaf, uitnodigen om buiten te fotograferen. Als het dan ook nog sexy moet zijn, dan krijg ik het helemaal benauwd. Model Nikita lukt dat en ik verbaas me dan over de resultaten.

Geplaatst op

Stijntje

Stijntje vertegenwoordigt voor mij de toekomst. Voelt zij zich mannelijk, dan past ze haar kleding daar op aan. Hetzelfde geldt voor het omgekeerde. Veel mensen delen mijn optimisme over de toekomst niet. ‘Hans, die toekomst gaat er nooit komen,’ hoor ik vaak. Ik hoop het wel. Een genderloze maatschappij is het dromen waard.

Geplaatst op

Oorlog

Ik heb nooit helemaal begrepen wat het nut van censuur is en hetzelfde gaat eigenlijk op voor propaganda. Ik kan me met een hoop moeite voorstellen dat men in een oorlogssituatie graag de vijand op het verkeerde been zet, maar oorlogen zijn ook alleen maar interessant als je geen medeleven voelt met de slachtoffers en als er daadwerkelijk iets te winnen valt. Wanneer heeft een land voor het laatst echt een oorlog gewonnen? Lang geleden, misschien, maar het mooiste voorbeeld waar je echt niet omheen kunt, is toch wel de Verenigde Staten. Ze gooien om de haverklap een land plat en laten de puinhopen vroeg of laat over aan de vijand die ze zo bestreden hebben. Keer op keer, moeten ze een land dat ze met veel bravoure zijn binnengevallen, weer met de staart tussen de benen verlaten.

Ik zat eens in de trein tegenover een Amerikaanse hoogleraar die hier een kennelijk goedbetaalde lezing ging houden over een Nederlandse hortus botanicus die hij nog nooit bezocht had. Hij voelde aan dat ik dit op z’n zachtst gezegd merkwaardig vond, dus hij veranderde snel van onderwerp en verzuchtte na veel overpeinzingen dat hij niet begreep waarom de Amerikanen al heel lang geen oorlogen meer konden winnen. Ik probeerde mij in de Amerikaanse leefwereld te verplaatsen en antwoordde: ‘Maybe, because in the long run, it is more profitable for the military industrial complex to lose.’

‘You are a cynic,’ antwoordde hij prompt.

Ik zweeg, want cynisch zijn, dat is nogal een ernstige aantijging in het land van de optimisten, dus ik keek wat naar buiten en zag het groen van een typisch Nederlands landschap voorbijglijden. Daarmee ontkwam ik er niet aan dat ik vlak langs het gezicht van zijn echtgenote keek. Ik durfde haar niet direct in de ogen te kijken, maar ondanks dat was het duidelijk dat zij zat te koken van woede. Ik zat schuin tegenover een true patriot, dat was duidelijk. De hoogleraar was het gewoon niet met mij eens en keek kennelijk neer op mijn suggestie. Zij zou mij daarentegen, naar haar gezichtsuitdrukking te oordelen, het liefst op een dorpsplein laten executeren.

Zo is het altijd wel ergens een klein beetje oorlog, al is het maar in een eersteklas coupé van de Nederlandse Spoorwegen.