Dimmend licht (13)

Dimmend licht (13) door Hans van der Kamp

Bork zat nog een beetje met het korte gesprek dat hij met Cornelia had gehad. Natuurlijk was hij een voyeur. Elke fotograaf was in zekere zin een voyeur en daar had hij nooit moeilijk over gedaan. Waarom had het hem in dit specifieke geval dan zo gekwetst? Hij kon geen enkele sluitende theorie verzinnen, anders dan dat hij er niet van hield dat zijn dag op andermans voorwaarden gestart werd. Men vroeg wel eens aan hem hoe het was om ouder te zijn en dan was zijn antwoord meestal dat je veel flexibiliteit verliest en niet eens zozeer in heupen, knieën en rug, maar vooral in je geest.

Als je jong bent, worden de ochtenden bepaald door anderen. Je moet op tijd naar je werk of je moet de kinderen afzetten bij de kleuterschool, of wat dan ook. Eenmaal gepensioneerd kreeg je die ochtenden weer terug, zeker als je zoals Bork in je eentje woonde. Dan kon je in ieder geval het begin van de dag zo inrichten dat je je heel even meester over je eigen lot kon voelen. De rest van de dag, daar had je dan, net zoals in je voorgaande leven, weinig controle over, maar stond je vroeg genoeg op, dan was de wereld van jou. Dan kon je besluiten te genieten van een eitje, de post ongeopend te laten liggen, de mail niet op te halen en je telefoon nog even op de vliegtuigstand te laten staan, want de rest van de wereld sliep nog en vrijwel alle ergernis komt nu eenmaal steevast van buitenaf. Vroeg opstaan was de sleutel.

Bork kon zich kostelijk amuseren met interviews op televisie of in de krant met honderdjarigen, waarin dingen gezegd werden als: ‘Vroeger kon ik ontzettend lang uitslapen, maar tegenwoordig ben ik ontzettend vroeg wakker.’ Niemand die dan hardop durfde te zeggen: ‘Het heeft me bijna een eeuw gekost, maar uiteindelijk begreep ik dat alle ergernis in dit bestaan veroorzaakt wordt door willekeurige anderen, dus is het zaak uit je bed te komen voordat zij ook wakker zijn.’

Iemand op kantoor die in opdracht van weer een andere bureaucraat met een smoesverhaal probeerde om je een energiecontract aan te smeren, dat was geen acceptabel begin van een dag vol beloften. Werd daar dan ook nog eens bij beweerd dat het zaak was om een zo kort durend mogelijk contract af te nemen omdat de energieprijzen snel zouden dalen door bijvoorbeeld de komst van zonne-energie, dan wist je dat zo iemand betaald werd om je in de maling te nemen. Gaf je dan als antwoord dat in jouw lange leven energie alleen nog duurder was geworden en nooit goedkoper, dan zorgde je voor ergernis aan de andere kant van de lijn, want je had een verkooppraatje van een institutionele oplichter om zeep geholpen en daar kon je dan een moment trots op zijn, maar ondertussen had die man of vrouw toch de sereniteit van een nieuwe dag uit je hoofd gestolen.

Ouderdom zorgde voor inzichten waar jongeren eenvoudigweg nog niet klaar voor waren.

Er waren allerlei vormen van discriminatie aan te wijzen, maar er was slechts één vorm van discriminatie waar echt vrijwel niemand een probleem mee had en dat was ouderdomsdiscriminatie. Stond je geboortedatum eenmaal ergens in het systeem, dan kon je er rekening mee houden dat je leeftijd vroeg of laat tegen je werd gebruikt.

Tijdens de fotografie gebeurde het ook regelmatig, soms op een sympathieke manier, maar vaker onsympathiek. Zo zei een gay jongetje eens tegen hem tijdens het poseren: ‘Ik snap niet dat mensen van jouw leeftijd nog zo nodig moeten leven.’

‘Maak je maar geen zorgen,’ had Bork gezegd, ‘jij gaat zelf de dertig niet eens halen.’

‘Hoezo?’

‘Nou, iemand van mijn leeftijd heeft misschien wel honderdduizend keer een straat moeten oversteken zonder overreden te worden. Dat vereist alertheid en basale vaardigheden en als jij nu al niet snapt dat je geen stomme opmerkingen moet maken naar een fotograaf die je imago kan maken of breken, dan denk ik niet dat jij over die vaardigheden beschikt.’

‘Nou zeg… Oud en nog bitter ook.’

‘Zonder meer,’ zei Bork, ‘en dan heb ik vandaag nog slechts een klantje zoals jij gehad.’

Al met al verklaarde dit gemijmer niet waarom hij zich zo afstandelijk naar Cornelia had opgesteld. Hij had zich immers tijdenlang zorgen gemaakt of alles wel goed met haar ging. Het ging misschien te ver dat er sprake was geweest van enig gemis, maar ze was zeker niet het gemiddelde model. Ze had meer in hem opgeroepen dan dat. Ze was anders in zijn ogen en dat had zich ook in bijzondere foto’s vertaald, maar hij moest ook niet alles naar fotografie herleiden. Ze betekende duidelijk meer voor hem.

Toch had hij het liefst de dag nog eens gewoon overgedaan, maar dan zonder haar aanwezigheid in de slaapkamer, die hem de hele dag op het verkeerde been had gezet. Even overwoog hij om dat gewoon te doen. Gewoon opnieuw de dag beginnen, zoals hij dat gewend was te doen. Met een enkel eitje, in plaats van roerei, maar hij herinnerde zich al snel hoe specialist hoge bloeddruk Lieke van de huisartsenpraktijk hem had laten zweren voortaan niet meer dan één ei ‘s ochtends te consumeren. Hoeveel eieren zaten er wel niet in roerei? Dat kon Lieke niet goedkeuren, hoe vaak hij haar er ook aan herinnerd had dat het zijn eigen lichaam was en dat hij zijn lijf niet in onderhuur had van de ziektekostenverzekering.

Wat deed hij eigenlijk na het ontbijt? O ja, hij haalde de mail op, dus dat ging hij dan maar eens doen, nog steeds met een hoofd vol Cornelia.

De eerste e-mail had al meteen zijn interesse. Het was slechts een enkele regel. Will be in Amsterdam 24th. Meet up? Sergej.

Bork grijnsde. Hij dacht aan die eerste kennismaking met de Rus in 2000, toen hij samen met andere kunstenaars actie voerde tegen het sluiten van een wijk met sekswerkers in Antwerpen. Fotografen en beeldend kunstenaars zaten in de ‘kottekes’ waar normaal het oudste beroep werd uitgeoefend en boden daar hun werk aan. Publiciteit zorgde ervoor dat mensen van heinde en verre naar die buurt kwamen, deels om nu eens zonder een excuus te hoeven verzinnen een bezoek te brengen aan een red light district en deels om misschien goedkoper dan in galeries kunst aan te schaffen.

Bork, toen nog een man van middelbare leeftijd, deed vooral voor de gezelligheid mee, want het was een mooie manier om contacten te leggen met kunstenaars uit omliggende landen. Het waren vooral de steden die goed vertegenwoordigd waren. Berlijn, Parijs, Kopenhagen, Amsterdam. Bork had het daar enorm naar zijn zin, omdat het voor hem vooral een kleine vakantie was. Werk verkopen zat er niet echt in. Het waren de beginjaren van digitale fotografie en de deur werd platgelopen door fotoclubs die dan vergeefs met een loepje naar de prints gingen staan kijken of er niet toch ergens een pixel te ontwaren was.

Hij liep bovendien een bijzonder aantrekkelijke Berlijnse fotografe tegen het lijf die gefascineerd was door een dode haas die door de een of andere kunstenaar meegebracht was en aan een touwtje werd voortgesleept. Ze bleef het dode dier maar fotograferen in allerlei omgevingen en Bork was ervan uitgegaan dat haar fascinatie voortkwam uit de performance van Joseph Beuys Wie man dem toten Hasen die Bilder erklärt. Dat verklaarde misschien ook het oude Chanelpakje dat ze droeg, want dat leek immers ook een verwijzing naar de tijd (1965) dat Beuys die performance deed in Galerie Schmela in Düsseldorf.

Hij sprak haar daarover aan, maar ze bleek nooit van de performance gehoord te hebben en ook al niet van Joseph Beuys, die toch een van de bekendste moderne Duitse kunstenaars was. Nu hij zo dicht bij haar was, realiseerde hij zich ook dat ze niet ouder was dan twintig jaar. Het mantelpakje gaf haar een ouder uiterlijk.

Bork was geheel en al geabsorbeerd door haar aanwezigheid. Ze was mooi, dat viel niet te betwijfelen, maar ze was ook nog eens mooi op een bijzonder Duitse manier, wat voor hem een mengsel betekende van schoonheid en iets beangstigends. Ze had zo uit een propagandafilm van het Derde Rijk kunnen komen.

Hij durfde het niet te vragen, maar hij wilde haar als Germania in harnas met zwaard fotograferen, het symbool van het Duitse volk. In plaats daarvan verliet hij af en toe het kotteke met zijn werk om haar te zien fotograferen. Ze spraken af en toe wat met elkaar, maar hun gesprekken waren oppervlakkig. Ze was beleefd en behandelde hem als een oudere heer, iets waar Bork toen nog niet helemaal aan gewend was.

Het evenement zou drie dagen duren, maar op de tweede avond stond er een Rus in de deuropening. Hij was duidelijk als zodanig te herkennen door zijn accent. Dat werd zijn eerste kennismaking met Sergey. Een echte kennismaking is wat zwaar uitgedrukt, want de man, hooguit dertig, bleef in de deuropening staan en maakte een gebaar naar alle werken die uitgestald stonden. Foto’s van dragqueens hoofdzakelijk en wat naakten van mannen en vrouwen.

‘I buy all! You name price. I take all to Moscow tonight!’

Hoe aantrekkelijk die gedachte ook was, dat betekende wel dat zijn aanwezigheid daar meteen nutteloos zou worden en de gedachte dat hij ‘zijn’ Germania dan ook niet meer zou zien, deed hem besluiten het aanbod te weigeren.

‘So, you no like money,’ constateerde Sergey droogjes en hij liep weer verder. Bork, die tijdens het korte gesprek in een stoel had gezeten, stond op om nog even zijn hoofd om de deur te steken of de man overal vanuit de deuropening ‘I buy all!’ zou roepen, maar dat was niet het geval. Dus rende hij nog even achter hem aan om hem een visitekaartje te overhandigen. Meer was die eerste ontmoeting niet. Bork was ervan uitgegaan dat Sergey het visitekaartje wel ergens in een prullenbak zou gooien en dat hij nooit meer iets van hem zou horen.