Dimmend licht (34)

Dimmend licht (34) door Hans van der Kamp

De tickets van Aeroflot waren al een paar dagen binnen en de dag van vertrek was gekomen. Bork liep als een dolgedraaide speelgoedmuis door de woning om te kijken of er nog ergens een lader in een stopcontact zat die mogelijk brand kon veroorzaken, want hij had geen brandverzekering. Hij had vooral problemen met de beslissing welke camera’s hij mee zou nemen en welke niet.

‘Hoezo camera’s?’ had Cornelia gevraagd. ‘We gaan gewoon op reis. Een enkele camera zou toch voldoende moeten zijn? Of gebruik je telefoon.’

Dat laatste schoot verkeerd bij Bork, vooral die telefoon. Naarstig zocht hij naar argumenten waarom hij eigenlijk minstens twee camera’s nodig had, maar echt goede argumenten had hij niet.

‘Straks word je nog in een opdracht geluisd die je niet wilt omdat je de juiste apparatuur bij je hebt.’

Bork vloekte binnensmonds en verliet de slaapkamer, waar Cornelia al uren bezig was om verschillende outfits te passen en die in de spiegel te keuren om weer iets anders aan te trekken.

In de studio aangekomen siste hij met een gemaakt vrouwenstemmetje voor zich uit: ‘Waarom niet gewoon een enkel outfitje, Cornelia?’

‘Ik hoor je wel, hoor,’ klonk het vanuit de slaapkamer.

Dat was iets waar Bork nog aan moest wennen. Zijn gehoor werd slechter en hij had niet altijd in de gaten dat anderen wel goed hoorden, terwijl hij ongemerkt harder was gaan praten. Uit ballorigheid pakte hij drie camera’s in en vijf lenzen. Een mens kwam per slot van rekening niet elke dag in Rusland. Om ruimte te maken was de zware winterjas die hij nooit of zelden aanhad een mooie kandidaat om als eerste uit de koffer te gooien. Het was immers pas november. Als de temperatuur tegen zou vallen, kon hij altijd nog een aantal T-shirts in lagen onder zijn trui dragen en zonder die winterjas was er ruimte genoeg in zijn bagage.

Cornelia was beter voorbereid op de kou. Zij was een dag van tevoren al zenuwachtig naar het Waterlooplein vertrokken om daar een soort bontstola te kopen die zij over haar winterjas kon dragen.

‘Waarom zo nerveus?’ had Bork nog gevraagd.

‘Omdat ik daar niet belaagd wil worden door de anti-bontmaffia,’ antwoordde ze.

‘Dan zeg je gewoon dat het nep is.’

‘Iedereen kan zien dat wat ik ga kopen niet nep is,’ antwoordde Cornelia op pinnige toon.

Ze waren duidelijk allebei gespannen. Bork zo mogelijk nog meer dan Cornelia. Hij had gemerkt dat hij naarmate hij ouder werd steeds zorgvuldiger werd met inpakken, maar desalniettemin steeds vaker iets cruciaals vergat.

De stoelen in het vliegtuig vielen wat tegen, want ze zaten vrijwel met hun neus tegen de pantry met weinig beenruimte. Cornelia was in het vliegtuig meteen ontspannen, maar Bork niet. Hij was bang voor vliegen. Je gaf je toch zomaar over aan iemand die dat beroep had gekozen omdat het goed bij de meisjes viel en dat was voor Bork geen goed teken. Hij kende ook fotografen met een vergelijkbare beroepsmotivatie en die waren als regel niet te vertrouwen.

‘Welcome aboard the legendary Aeroflot Airlines…’ klonk de stem van de piloot door de intercom.

Waarom nu weer zo nodig legendary? Dat was een woord dat beter paste bij een popgroep waarvan de zanger van ouderdom uit elkaar viel, maar nog steeds dat hitje uit de jaren zestig kon zingen. Wat was er mis met het woord trustworthy? Dat zou in het geval van Aeroflot misschien niet helemaal waarheidsgetrouw zijn, maar dat klonk wel een stuk beter.

Het was niet dat Bork weinig ervaring met vliegen had, maar hij had gewoon geen ervaring met nuchter vliegen. Vroeger stapte hij dronken maar zelfverzekerd aan boord, meestal ook nog met een sigaret in zijn hand. Om te voorkomen dat hij alsnog vliegangst ging krijgen, dronk hij eenmaal in de lucht stevig door en luisterde dan braaf naar de lieftallige stewardess die hem uitlegde dat borrels in de lucht dubbel telden, knikte vriendelijk en riep haar rustig vijf minuten later voor een nieuwe, maar goed, dat waren de jaren tachtig geweest. Hij herinnerde zich hoe hij een keer voor de landing op LAX door die stewardessen vastgesnoerd was over drie lege stoelen, omdat hij niet wakker te krijgen was. Dat was pas service. Nu kon een stewardess je zomaar je boardingpass afnemen als je wat onzeker liep en naar drank rook.

Het vliegen was er al met al niet gezelliger op geworden, zo oordeelde Bork.

Ergens boven het vroegere Oost-Duitsland kreeg de passagiersvlucht gezelschap van twee jachtvliegtuigen van de NAVO, die braaf aan de punt van elke vleugel gingen vliegen met dezelfde snelheid. Nu was het Cornelia die toch een beetje nerveus werd. ‘Niets aan de hand,’ zei Bork, ‘die piloten doen dat al sinds de Koude Oorlog, dat is gewoon routine.’ Bork was inmiddels al een stuk rustiger, want hij had een flesje water aangelengd met jenever uit zijn handbagage gevist.

Jaren later, toen de retoriek van Europese politici steeds vaker gericht was op ‘Russische provocaties’, bedacht Bork zich dat hij die dag misschien wel getuige was geweest van een vroege provocatie van de NAVO, want het was duidelijk een passagiersvlucht met hoofdzakelijk Russen aan boord, die deze lijndienst kennelijk vaker gebruikten om heen en weer te pendelen tussen Amsterdam en Moskou. Een paar van hen zwaaiden vriendelijk naar de piloten van de jachtvliegtuigen, maar die bleven strak voor zich uitkijken. Het kwam kennelijk vaker voor.

Het was bij aankomst even zoeken naar de juiste uitgang en het begon Bork op te vallen dat er nogal wat persfotografen op de been waren, die kennelijk uit verveling af en toe wat foto’s van hen maakten.

‘Volgens mij loopt er achter ons de een of andere wereldberoemde band die misschien vanavond in Moskou optreedt, zoals Rammstein of U2, want er is zoveel pers op de been,’ zei hij tegen Cornelia en dat was ook zo’n beetje het moment dat het einde van de hal was bereikt en tientallen flitsers tegelijk afgingen en hij de woorden fotograaf en provocateur in het Russisch hoorde en meteen herkende. Voor de zekerheid keek hij nog even nadrukkelijk achterom of er geen beroemdheden achter hen liepen, maar er liep helemaal niemand meer achter hen aan. Een enkele toerist met een rolkoffertje.

‘Volgens mij ben je beroemd hier,’ zei Cornelia met blosjes op haar wangen.

‘Onmogelijk,’ zei Bork. ‘Dit moet een vergissing zijn. Ik zie Sergej ook nergens.’

Ze stonden daar zo even nutteloos te zijn terwijl de flitsers bleven afgaan en Bork begreep nu ook waarom filmsterren zo vaak een zonnebril droegen. Het duurde niet lang of hij zag vrijwel niets meer en een man kwam op hen aflopen met iets in zijn handen wat bewoog en oranjekleurig was. Pas toen hij het in zijn handen gedrukt kreeg, voelde en zag hij dat het een grote, dikke kip was, die op alle mogelijke manieren weg wilde fladderen, maar de onbekende man zorgde dat het dier de vleugels niet kon uitslaan. Misschien was het ook een haan. Bork was een stadsmens en hij kon het verschil tussen een kip en een haan niet zien, misschien wel horen. Bovendien gingen er weer meer flitsers af en hij zag weinig. Een vrouw hing een touw om zijn nek met wat donuts leken, maar die keihard waren. Een volgende vrouw zette een berenmuts op zijn hoofd.

Over zijn schouder zag hij dat Cornelia een vergelijkbare behandeling kreeg. Ook zo’n koord met donuts om haar nek en een grote shawl over haar schouders van een zeer Russisch ogende stof. Iets wat je wel eens zag in films over traditionele Russische kleding. Ondertussen had hij de grootst mogelijke moeite om de kip in bedwang te houden, maar toen hij dat eenmaal onder de knie had, stelde de onbekende man zich voor als vertegenwoordiger van Sergejs bedrijf Biggest, een naam die ter plekke verzonnen leek te zijn, maar later de Engelstalige naam van zijn bedrijf bleek te zijn.

Bork was even gedesoriënteerd, zoals hij daar stond met een ongelooflijk dikke en grote kip in zijn handen, een berenmuts op en een touw om zijn nek met keiharde donuts. Hij vroeg de man of hij op z’n minst het touw af moest doen, maar die gaf in foutloos Engels het antwoord dat het een oude Russische gewoonte was en dat zo’n gebaar niet op prijs gesteld zou worden. Cornelia en hij werden door de samenscholing van pers en toeschouwers heen naar een hele oude limousine met gordijntjes geleid.

Daar werd hij voor korte tijd van de kip bevrijd, omdat een fotograaf zei dat hij Borks gezicht niet kon zien en hij poseerde gewillig bij de limousine. Dat hij daartoe bereid was, tegen al zijn principes in, lag vooral aan het feit dat hij zich van alle werkelijkheid vervreemd voelde. Pas toen ze uiteindelijk ingestapt waren en Bork de kip weer in zijn hand gedrukt had gekregen, legde de vertegenwoordiger van Biggest, die Kochetov heette, uit dat Sergej die ochtend zijn been gebroken had en daardoor niet kon komen en hij legde uit dat ze in de laatste limousine van Leonid Brezjnev zaten, een grapje van Sergej, die eigenlijk de limousine van Jeltsin had willen bemachtigen omdat die net zoveel wodka dronk als Bork.

Cornelia zat inmiddels, waarschijnlijk omdat zij ook zo’n beetje overdonderd was door alles, door het raampje naar de toeschouwers te wuiven alsof zij de koningin van Groot-Brittannië was. Het was hoe dan ook een van de meest onwerkelijke situaties in het lange leven van Bork. Op de voorbank van de limousine, naast de chauffeur die in Sovjetstijl gekleed was, zat een filmer heel onhandig met zijn camera te prutsen om elk moment op de achterbank vast te leggen.

Kochetov legde uit dat Sergej sinds zijn huwelijk een beroemde personal trainer had ingehuurd, die hij beschreef als de Russische Arnold Schwarzenegger, en tijdens een van die sessies had Sergej vanochtend zijn onderbeen gebroken. Het was duidelijk aan de ogen van Kochetov te zien dat hij net als Bork in lachen wilde uitbarsten, maar hij bleef ernstig. Het was duidelijk dat hij geen grappen over de baas mocht maken en Bork verontschuldigde zich dat hij wel in lachen was uitgebarsten. Een zenuwreactie, zei hij. Aan de twinkel in de ogen van Kochetov was duidelijk te zien dat hij dat laatste niet geloofde.

Op zich was het natuurlijk heel bijzonder om in de limousine van Leonid Brezjnev te mogen zitten. Wie kon dat immers zeggen? Zeker iemand als Bork, die een grote liefde voor geschiedenis had, kon dat wel waarderen, alhoewel Brezjnev ongetwijfeld meer van die limousines tot zijn beschikking had gehad en het maar de vraag was of hij ooit in dit exemplaar had gereden, maar de gedachte was mooi. De automobiel had een groot nadeel en dat was dat hij bijna geen vering had. Waarschijnlijk was die vering in een ver verleden wel goed geweest, maar nu was de kleinste onregelmatigheid in de weg voldoende om hen door elkaar te schudden, wat vooral de kip het meest stoorde, want die begon dan wanhopig te flapperen.

Ze waren op weg naar het Moscow International Business Center, ook wel Moscow City genoemd, waar Sergej, zo meldde Kochetov, sinds kort de vijftigste verdieping van een highrise betrokken had, maar eerst zouden ze naar het hotel gaan waar hun kamers geboekt waren en dat was vrijwel naast waar Sergej woonde. Morgen zouden ze hem pas ontmoeten tijdens de lunch.

Je weet dat je een chic hotel binnenkomt als je met een fladderende kip en een berenmuts op toch met alle égards behandeld wordt. Bork zette de kip op de bar en die werd met alle vriendelijkheid van de wereld voorzichtig aangepakt en door een andere baliemedewerker naar achteren gebracht. Bork nam aan dat men in de keuken daar wel iets mee zou kunnen en hij viste zijn paspoort tevoorschijn, maar dat was niet nodig, want de baliemedewerker zei in perfect Engels dat hij op de hoogte was van zijn komst en dat formaliteiten niet nodig waren en Kochetov nam afscheid en droeg hen over aan een andere medewerker van Biggest, een jong meisje uit Jekaterinenburg dat voor de komende dagen ook hun tolk zou zijn.

Bork had goed om zich heen gekeken en hij was zwaar onder de indruk van Moscow City, maar hij miste het oude stadscentrum wel een beetje en ook het appartement dat Sergej in de binnenstad had gehad. Cornelia en hij voelden zich een beetje als daklozen in deze omgeving. De mensen die door de hal flaneerden, de peperdure auto’s die af- en aanreden voor het hotel, alles straalde het soort extreme luxe uit dat je in vrijwel geen van Europa’s hoofdsteden aantrof.

De kamer was ook eerder een suite te noemen en Bork begon als eerste zijn camera’s uit te pakken en wilde de duurste in de kluis leggen. Bij een eerste gebruik kon hij zelf de toegangscode instellen en hij legde de camera erin en zag dat er voldoende ruimte over was, dus hij besloot er nog een tweede camera bij te leggen, maar de kluis wilde nu niet meer openen en hij zag langzaam het schermpje van de kluis doven. Hij belde de balie en twee mannen kwamen binnen enkele minuten naar de kamer en spraken zoveel verontschuldigingen uit en straalden tegelijkertijd zoveel schaamte uit dat het bijna pijnlijk was. De batterij was leeg. Er werd een nieuwe geplaatst en zij nodigden Bork uit de code te testen, terwijl zij netjes hun hoofd afwendden. Even was er een klein scheurtje in de koninklijke behandeling die zij kregen, toen een van de medewerkers van de Hasselblad naar de kleding van Bork keek en duidelijk dacht: Wat moet zo’n zwerver met zo’n camera?