Dimmend licht (26)

Dimmend licht (26) door Hans van der Kamp

De volgende ochtend kwam Cornelia later binnen dan gewoonlijk en ze trof Bork aan achter de tafel en hij leek nog net zo diep in gedachten verzonken te zijn als de avond daarvoor. Hij had weliswaar goed geslapen, maar hij was wakker geworden met hetzelfde gevoel als waarmee hij naar bed was gegaan, al had hij wel iets meer inzicht gekregen in wat hem zo moedeloos had gemaakt en het was niet zozeer de fotografie, maar meer zijn eigen onvermogen iets goeds te maken van die fotosessie. Het zou te makkelijk zijn geweest om het model de schuld te geven. Bork wist niet of hij een travestiet, een crossdresser of een transgender had gefotografeerd en dat was eigenlijk iets wat onvergeeflijk was voor een fotograaf met zijn achtergrond. Het minste wat hij had moeten doen, was zich daarvoor te interesseren. Nu had hij vele malen op de knop staan drukken en hij had het geld in ontvangst genomen. Dat was precies de houding die hij in andere fotografen verachtte. Oppervlakkigheid.

‘Praat Bork, praat…’ zei Cornelia, terwijl ze hem een verse kop koffie toeschoof. ‘Toen je gisteren als een standbeeld in je stoel voor je uit zat te staren, heb ik je even met je gedachten alleen gelaten en ben ik naar mijn eigen huis gegaan, omdat ik dacht dat je even tijd voor jezelf nodig had, maar nu heb ik zelf amper geslapen, omdat ik de gedachte dat ik je met een totaal verkeerd model had opgezadeld niet van me af kon zetten.’

‘Het was jouw schuld niet,’ zei Bork. ‘Je hebt precies dat gedaan wat voor nu de redding van de studio is gebleken. Je haalt betaald werk binnen, in een tijd dat ik was gaan twijfelen of ik daar zelf nog wel toe in staat was. Kleine, goedbetalende klussen zijn precies dat wat een fotograaf onafhankelijk houdt, zodat de studio straks niet langzaam stukgaat als Sergej geen interesse toont in mijn zorgvuldig samengestelde serie over WAM en besluit die niet aan te schaffen.’

‘Wat zit je dan zo dwars?’

Bork glimlachte, maar zonder enig plezier in zijn ogen. ‘Je komt wat laat mijn leven binnenvallen en ik ben bang dat ik een hele lange geschiedenis moet oplepelen om een achtergrond te schilderen en dan nog vraag ik me af of ik tegen die achtergrond een sluitend verhaal kan vertellen dat meteen ook verklaart wat er gisteren misging in mijn hoofd. Hoe ouder ik word, en ik ben al veel ouder dan ik ooit gedacht had te worden, des te langer wordt de weg terug om te herleiden waarom dingen soms niet zo werken als ik zou willen. Het is als met de broodkruimels in het sprookje van Klein Duimpje. Op een gegeven moment is de weg terug niet meer te volgen.’

‘Maar voor vandaag sta ik alleen zelf ingepland voor fotografie en dat kunnen we op een andere dag inplannen, dus als je de tijd nodig hebt om je sporen terug te volgen, dan is die tijd er.’

Bork keek naar haar gezicht en zag nu ook duidelijk dat ze zich zorgen over hem had gemaakt en daar had hij niet zo bij stilgestaan. Het was kennelijk te moeilijk voor hem gebleken om dat eerder te zien. Heel raar vond hij dat niet, want hij had zelf al heel lang opgegeven om zich zorgen te maken over zichzelf, dus dat een ander dat wel zou doen lag voor hem niet zo voor de hand. Hij had inmiddels zoveel meegemaakt en ook weer overleefd dat het makkelijker was geworden om eventuele problemen of gevaren gelaten tegemoet te treden dan er eerst ook nog eens nachten van wakker te liggen.

‘Het is een verdomd lang verhaal en als jij de tijd vrij kunt maken om ernaar te luisteren, dan stel ik dat op prijs, maar je moet me beloven dat je me even waarschuwt voordat je in slaap valt.’

‘Ik garandeer je dat ik niet in slaap val. Desnoods zet ik luciferstokjes tussen mijn oogleden.’

‘Dat is een mooi beeld, misschien moeten we dat eens vastleggen.’

‘Ah, dat klinkt al een stuk beter,’ zei Cornelia, ‘Bork wil weer een foto maken. Even was ik gisteren bang dat je nooit meer een foto zou willen maken.’

‘Stoppen met fotograferen, daar droom ik wel eens van, maar dat zou dan zoiets worden als een honderdjarige die zelfmoord pleegt.’

Vervolgens nam hij een slok van zijn koffie en deed een poging een sluitend verhaal te vertellen en niet alleen om iets voor haar te verklaren, maar vooral ook voor zichzelf.

Hij vertelde over de jaren zeventig, toen hij een geregeld bezoeker van een gay disco was geweest. Hij voelde zich daar beter thuis dan in de ‘normale’ uitgaansgelegenheden. Hij had zich toen ook nog 100% homoseksueel gevoeld, iets wat hij in latere jaren weer bij had moeten stellen, omdat er niet alleen seksuele, maar ook diepgaandere relaties met vrouwen ontstonden. Zelfs in die tijd was er een duidelijk besef van dualiteit in hem. Hij registreerde vrouwen met meer intensiteit dan andere gays uit zijn vriendenclubje. Aan de bar van die disco zaten steevast een aantal bezoekers die zichzelf travestiet noemden, eigenlijk als een soort verzamelnaam. De een was misschien inderdaad een travestiet, maar de ander duidelijk een crossdresser, transgender of transseksueel, maar al die vormen van genderdiversiteit werden ruwweg ingedeeld onder dat ene woord travestiet. Het woord transseksueel viel wel eens, maar dat was niet iets wat je makkelijk over jezelf zei, want er waren burgerlijke zielen die het woord transseksueel direct koppelden aan straatprostitutie.

De jonge Bork voelde heel goed aan wat de verschillen tussen die mensen waren, ook al werden die niet als zodanig benoemd. Hij voelde zich vooral aangetrokken tot de transseksuelen, omdat hij het oprecht vrouwelijke, maar ook het geconditioneerd mannelijke in hen herkende. Misschien dat hij iets van zijn eigen dualiteit, maar dan op het vlak van seksuele geaardheid, in hen herkende.

Medische of psychologische hulp was er in die tijd niet echt voor transseksuelen. Ze konden mazzel hebben dat ze tegen een begripvolle huisarts aanliepen bij wie ze hun verhaal kwijt konden, maar dat vertaalde zich niet naar gerichte medische hulp. Ook psychologen waren zeer behoudend. Zij kenden eigenlijk maar één enkele term en dat was genderdysforie en dat klonk te veel als iets wat te behandelen was en de meeste transseksuelen begrepen maar al te goed dat er weinig te genezen was aan hoe zij zich voelden en wie zij waren.

In Tanger, Marokko, was het wel mogelijk om in ieder geval een geslachtsveranderende operatie te ondergaan, tenminste als je van mannelijke geslachtskenmerken naar vrouwelijke geslachtskenmerken wilde gaan. Medisch of chirurgisch stelde het niet zo veel voor. Het was praktisch gezien niet meer dan een nette castratie en een poging een vagina te construeren, waar de patiënt dan enige maanden een houten klos in moest dragen om dan later vaak toch weer te moeten constateren dat die opening weer dichtgroeide.

Kortom, er werd weinig aandacht besteed aan cosmetische of functionele aspecten van zo’n geslachtsverandering, maar het deed menig transseksueel hopen om als vrouw werk te vinden, een ‘echte’ man te ontmoeten en daar een leven mee op te bouwen, niet elke avond in het uitgaansleven, maar gewoon zelf samen op de bank televisie kijken.

Er mocht dan in de maatschappij een seksuele revolutie plaatsgevonden hebben, maar die had weinig opgeleverd als het om de gay scene ging of voor mensen die onder de noemer genderdysforie vielen.

Bork pauzeerde een moment en vroeg Cornelia of hij haar inmiddels al begon te vervelen.

‘Ik heb wel een paar foto’s uit de jaren zeventig op je website gezien, maar het waren er niet veel.’

‘Dat klopt,’ zei Bork, ‘hooguit een stuk of tien. Toch heb ik eigenlijk maar één thema gehad dat vanaf 1977 tot nu steeds weer is teruggekeerd. Ik moet eigenlijk wel zo’n beetje de hele geschiedenis van genderdiversiteit tijdens mijn leven vastgelegd hebben. Wel met tussenpozen.’

‘Ben je wel eens verliefd geworden op een trans?’

‘Meer dan eens,’ zei Bork. ‘Het ligt ook wel een beetje voor de hand bij een biseksueel.’

‘Maar ga verder,’ zei Cornelia, ‘ik heb het gevoel dat dit pas het begin van het verhaal is.’

Er was nog een extra probleem aan ouder worden, bedacht Bork zich. Je verhalen worden gewoon te lang. Toch ging hij verder.

‘Zo rond 1983, misschien iets later, of misschien iets eerder, dat weet ik niet meer, gebeurden er een paar belangrijke dingen. Mijn vriendenclubje van transen was goeddeels in de prostitutie verdwenen. Straatprostitutie, de gevaarlijkste vorm voor transen, maar daar werden ze min of meer getolereerd en daar konden ze ook klanten vinden die juist specifiek op hen uit waren. Velen overleden door geweldsdelicten en anderen kregen alsnog veel grotere psychische problemen, die zich weer uitten in verslavingsproblemen.

‘Tegelijkertijd begon het bij de overheid op te vallen dat veel transseksuelen, omdat ze het geld niet hadden voor een geslachtsverandering in Tanger of simpelweg omdat ze wanhopig waren dat de maatschappij geen plek voor hen had, zichzelf verminkten of zelfmoord pleegden. De eerste keer dat ik er zelf mee in aanraking kwam, was toen op een avond de toiletdeur van de disco te lang gesloten bleef. Er was maar één toilet daar en omdat ik nodig moest, bleef ik op een gegeven moment maar voor de deur staan en klopte af en toe aan, maar ik hoorde niets, totdat er een klein plasje bloed onder de deur uitkwam. Ik alarmeerde de portier, die de politie en een ambulance belde. De deur van het toilet werd ingetrapt en daar lag een van onze nieuwe transen die zichzelf op de een of andere manier gecastreerd had.

‘Zoiets kwam vaker voor en dat kon niet in de verzorgingsstaat die Nederland heette, dus er kwam heel langzaam maar zeker een soort medische hulp op gang met wat psychologen erbij die nog steeds vastzaten in hun ideeën over genderdysforie. Er werden ontelbare cruciale fouten gemaakt, er werden schadevergoedingen uitbetaald aan gedupeerden van een medisch en psychologisch beleid dat onvolkomen was en uiteindelijk zijn we gekomen waar we nu zijn: een redelijk volwassen hulpverlening die door de complexiteit van de problematiek nog verbeterd kan worden, maar de totaal onmenselijke omstandigheden van weleer zijn er bijna niet meer. Acceptatie binnen de maatschappij lijkt een beetje in golven te gaan. We bevinden ons nu weer in een neerwaartse spiraal, maar de achtergrond heb je nu wel compleet.’

‘En de voorgrond?’ vroeg Cornelia.

‘De voorgrond is dat ik zo rond het jaar 2000, naast het regelmatig fotograferen van mensen die gender anders interpreteerden dan wat de maatschappij graag als normaal ziet, in opdracht van een particulier begon aan een filmdocumentaire over transseksuelen en op een dag interviewde ik een psychologe uit Denemarken die een enorm aanzien genoot in de wereld van transseksualiteit en naar het voorbeeld van Kinsey een heel uitgebreide vragenlijst had samengesteld waaruit moest blijken hoe het met iemands genderdiversiteit gesteld was. Zij formuleerde dat mooier, maar hoe herinner ik mij niet meer. Het leek haar leuk als ik ook zo’n vragenlijst invulde en dat heb ik gedaan en ik wist wel dat daar iets uit zou komen, omdat ik in mijn jonge jaren, eigenlijk tot eind jaren negentig, incidenteel opgetreden had als travestiet, wat later dragqueen zou heten.’

‘Wát?!’ Cornelia gierde het uit. ‘Dat moet ik zien!’

‘Even geduld,’ zei Bork. ‘Ik kom straks nog wel even met een schoendoos met foto’s.’

‘Uit die test kwam toch een onverwacht resultaat, namelijk dat ik 80% transseksueel zou zijn en het enige wat ik kon denken, was dat die test niet deugde. Ik had geen problemen met mijn vrouwelijke kanten en ook geen problemen met mijn mannelijke kanten, dus ik vond die test onzin, maar daar legde die wetenschapper zich niet zomaar bij neer. Volgens haar leefde ik in ontkenning en werd het tijd dat ik hulp ging zoeken, want dan kon ik naar haar zeggen “beter in de maatschappij passen”, terwijl ik zelf dacht dat als de maatschappij mogelijk een probleem had met wie ik was, het hoog tijd werd dat de maatschappij zich dan maar aan mij moest aanpassen, maar dat zag ik helemaal verkeerd volgens haar.’

‘Er is werkelijk helemaal niets vrouwelijks aan jou,’ zei Cornelia, die met grote ogen had zitten luisteren en duidelijk ook enige verontwaardiging voelde.

‘Daar ben ik het ook weer niet helemaal mee eens, maar ouderdom kan wel de neiging hebben om van het geslacht waarmee je geboren bent langzaam maar zeker een steeds grotere karikatuur te maken.’

‘Je ziet anders ook veel hele oude mannen die op vrouwen zijn gaan lijken en andersom hetzelfde met vrouwen.’

‘Klopt, maar die zijn dan vaak wel al in de tachtig.’

‘Maar wat ging er gisteren nu eigenlijk mis?’ vroeg Cornelia.

‘Die genderneutrale Canadees was volgens mij helemaal niet zo neutraal. Eerder leek het me een soort heteroseksuele crossdresser met een ballonnenfetisj en normaal zou ik me daarin verdiepen om betere foto’s te kunnen maken en nu dacht ik: krijg jij maar lekker het heen en weer met je stomme ballonnetjes. Ik maak die foto’s wel even. En dat is een grens die ik nooit eerder heb overschreden en dat ik het ook nog eens voor geld heb gedaan, maakte me niet veel beter dan iemand die de draak stak met de geaardheid van een ander en eigenlijk vind ik dat fotografen met een dusdanig foute instelling dit werk eigenlijk niet zouden moeten doen.’