
Het eerste wat hem de volgende dag opviel, nadat hij met een lichte kater het werk van de camera naar de PC had overgeheveld, was hoe compact de fotosessie was geweest. Voor zijn gevoel had hij uren staan werken, maar de omvang van de serie was niet groter dan 80 opnamen.
Dat was voor digitale studiofotografie eigenlijk uniek, want de meeste mensen die kwamen poseren negeerden aanvankelijk zijn regie volkomen en hielden eerst hardnekkig een vol uur de poses aan die werkten bij selfies voor social media, daarmee volledig voorbijgaand aan het feit dat ze de camera nu even niet zelf in handen hadden en al helemaal niet schuin van bovenaf, als ze al niet eerst opgemerkt hadden dat hun ringlight van drie tientjes vast beter was dan zijn Profoto-apparatuur van rond de 14.000 euro.
Instagram had zijn vak danig veranderd. In plaats van gewoon poses te regisseren, die door een kauwgom kauwend model langzaam maar zeker werden uitgevoerd, zat hij nu meer in een positie die sterk deed denken aan mensen die wilde kamelen of paarden moesten temmen.
In een film over een barre tocht met kamelen dwars door Australië had hij een man met een tulband op, maar verder met een uiterst westers voorkomen horen zeggen: ‘You gotta break them first!’
De geluiden die met name de mannelijke kamelen maakten tijdens dit onderwerpingsproces, deden hem huiveren. Toch liepen die kamelen maanden later braaf met zware bepakking door het gloeiendhete zand zonder ook maar het geringste protest.
Meer sympathie voelde hij voor de zogenaamde ‘paardenfluisteraars’ die met tact en geruststellende woorden en gebaren een paard dusdanig wisten te kalmeren dat er een vrijwel natuurlijke band met de berijder in spe werd gevormd.
Nu was die vergelijking natuurlijk absurd, want wie trok er nu een vergelijking tussen Instagram-influencers en paarden of kamelen?
Bork draaide daar zijn hand niet voor om.
Hij had dan ook het nodige meegemaakt met influencers, waardoor die nare vergelijking voor hem bijna onontkoombaar was. Je zou het misogynie kunnen noemen, maar dat vond vooral plaats in zijn gedachtenwereld. Achter de camera was hij de begripvolle, galante fotograaf die nooit het truitje van een model ongevraagd recht zou trekken, zonder eerst met een plethora aan onderdanige uitspraken toestemming te vragen.
Slechts één enkele keer was hij zijn geduld verloren, nadat een influencer erop gestaan had dat hij niet met zijn Hasselblad, maar met een iPhone moest fotograferen, omdat de foto’s dan sneller en efficiënter te delen waren. Nu had Bork nadrukkelijk geen iPhone, maar een Android, maar daar zat de pijn van haar uitspraak niet in. Ze had zojuist met haar negentien jaren een camera beledigd die zelfs op de maan was gebruikt en wie goed opgelet heeft, weet inmiddels dat voor Bork camera’s een stuk heiliger waren dan de fotografie zelf.
Hij had haar een kruk aangeboden en was aan een lezing begonnen over de voors en tegens van allerlei camera’s, zonder dat ook maar een enkele uitspraak van hem een vruchtbare bodem leek te vinden.
De enige reactie van de influencer was een boos pruillipje en eenmaal klaar met zijn betoog, zei ze: ‘Je moet niet vergeten dat ik 600.000 volgers heb en jij misschien 500.’
‘Touché!’ had hij met zijn allervriendelijkste gezicht gezegd. ‘Maar ik hoef daar dan ook niet voor met mijn tieten te wiebelen, terwijl ik tegelijkertijd een op proefdieren uitgetest kankerverwekkend stukje cosmetica in de lucht houd!’
Het was natuurlijk niet de uitspraak die een fotograaf in een werksituatie mocht maken, maar Bork was nog opgevoed in een Nederland waarin wettelijk een nadrukkelijk onderscheid werd gemaakt tussen woorden en daden. Als een bedrijf met droge ogen kon melden dat hun nachtcrème voor tientallen jaren verjonging van de huid kon zorgen, dan stond het hem ook vrij om minstens even ongegrond te stellen dat dezelfde crème kankerverwekkend was.
In zijn uitspraak over wiebelende tieten zag hij al helemaal geen probleem, want dat was precies wat ze deed in elk filmpje dat hij ooit van haar gezien had. Ze pakte een tubetje van tafel, schudde een aantal malen haar triple D’s van links naar rechts en stak in slecht Engels een marketingbetoogje af. Haar volgers bestonden dan ook maar voor een klein deel uit vrouwen die op zoek waren naar cosmetica. Het merendeel van de volgers was man, met een voorkeur voor niet al te slimme blondjes met een imposante voorgevel.
Toch werd dat deel van zijn uitspraak reden voor de influencer om met een klappende deur zijn pand te verlaten. Binnen een uur had zij niet alleen aangifte gedaan, maar kwam ook een leger dames van slachtofferhulp, die normaal niet zo snel opereren, in actie.
Uiteraard werd ook Bork een week later uitgenodigd op het politiebureau om toelichting te geven op zijn vergrijp.
Hij vertelde zo waarheidsgetrouw mogelijk wat er gezegd en gedaan was en tot zijn eigen verbazing sloot dat precies aan bij de aangifte die de influencer had gedaan – met één klein verschil: de influencer had van zijn uitspraak gemaakt dat hij haar gevraagd had met haar tieten te wiebelen en dat was natuurlijk wel een wezenlijk verschil. Bovendien redelijk vergezocht, want een fotocamera legt geen beweging vast.
De rechercheur keek hem meewarig aan. ‘Weet u, mijnheer Bork, als ik u zo zie zitten in alle rust, dan voel ik op de een of andere manier dat u nog best wel eens de waarheid zou kunnen zeggen ook. Off the record, dan hè? Maar die aangifte blijft gewoon staan, want als zij haar miljoenen volgers wijs gaat maken dat de politie niets wil doen tegen seksuele intimidatie…’
‘Correctie: 600.000 volgers,’ onderbrak Bork hem.
Uiteindelijk liep het met een sisser af, want Bork moest zijn excuses aanbieden en extra foto’s leveren, dan zou zij haar aangifte intrekken.
Bork realiseerde zich, ondanks zijn hoge leeftijd, maar al te goed dat hij niets gedaan had wat strafbaar was, maar het Nederlands Wetboek had geen enkele rol in dit proces. Wie in Nederland in elkaar geslagen wordt en geen blijvend letsel heeft, krijgt van het Openbaar Ministerie te horen dat ze overbelast zijn, maar wie een zin inhoudelijk wist te verdraaien, kon daarmee een soort publieksgerecht activeren.
Met ontroering keek hij naar de foto’s die hij de dag ervoor had gemaakt en hij hoorde in gedachten nogmaals haar uitspraak: ‘You just gave me back my body…’
Dat was wanneer hij daadwerkelijk als fotograaf iets kon betekenen. Voor die influencer was hij gewoon een dagje vanuit de Achterhoek naar Amsterdam geweest. Als ze niet kwaad was opgestapt, had ze vast nog wel een filmpje van zichzelf gemaakt te midden van de lichtboxen.
Sonja in de grote stad. Moving up in life.
Als die middag niet met een sisser was afgelopen, dan had het voor de hand gelegen dat hij zijn werk als professioneel fotograaf wel aan de wilgen had kunnen hangen. Hij was slechts één woord verwijderd geweest van de totale vernietiging van alles wat hij in vijftig jaar had opgebouwd.
Hij was zich terdege bewust van het feit dat zijn uitspraak, al dan niet door een influencer verbogen tot iets wat giftiger was, niet door de beugel kon. Het kind was 19 jaar oud, had waarschijnlijk moeite gehad om zich met haar opvallende fysiek staande te houden en het was niet aan hem om daarop neer te kijken.
Wat hij op een zeer hartgrondige wijze juist wél deed. Het gepeupel is aan de macht, had hij op een lege pagina in zijn oldschool papieren agenda geschreven.
Hij besloot de middag te besteden aan het samenvoegen van de vier mooiste yoghurtposes van Cornelia tot een vierluik en stuurde het resultaat naar haar door via e-mail.
Omdat hij in zijn meest gerieflijke stoel in slaap was gevallen, duurde het even voordat hij wakker werd van de telefoon.
Cornelia. Of het goed was dat zij even kort bij hem langskwam. Ze wilde niet storen, dus als hij geen tijd had, dan hoefde het niet. Ze was razend enthousiast over de foto en wilde iets bij hem afgeven.
Natuurlijk had Bork alle tijd. Een kwartier later stond ze op de stoep met een grote bos rozen. Toch wel fijn, bedacht Bork zich, dat sommige mensen niet helemaal via een gammel spoornetwerk uit de Achterhoek hoefden te komen met een rugzak volgeladen met zelfoverschatting.
Samen dronken ze nog wat Glenfiddich en het werd een redelijk diepgaand gesprek over pijn. Cornelia’s pijn, met name. Over de amputatie van haar borsten, uiteraard, maar langzaamaan steeds meer over een diepere pijn waar ze op anekdotische, bijna afstandelijke wijze over sprak. Het gemis van de eeuwige afwezige vader, een promiscue moeder die te veel sherry dronk en de verveling van het Engelse platteland.
In elke andere situatie had Bork het gesprek, zoals elk ander gesprek van een model, geclassificeerd als de Grote Geeuw van het luisteren naar mensen waar je geen echte band mee had, maar die wel een moment later voor je camera zouden staan, waarna je toch op z’n minst moest kunnen doen alsof er enige connectie was.
Bork grapte wel eens in gezelschap van intimi dat de Grote Geeuw meer fotografen het leven had gekost dan alcohol en sigaretten samen.
Dit was anders. Cornelia had iets van zijn waardigheid als fotograaf hersteld. Hij ging er niet van uit dat de gewaarwording lang zou blijven hangen, maar voor dat moment was het heel aangenaam. Hij had het gevoel iets zinnigs gedaan te hebben in de fotografie, iets wat hij heel lang geleden was kwijtgeraakt. Dat je als fotograaf meer kon betekenen dan slechts de meest oppervlakkige eigenschap van mensen ondersteunen: de ijdelheid.
Zo ijdel als hij zelf was, begreep hij maar al te goed hoe hol en oppervlakkig dat was.
‘We gaan pijn portretteren,’ zei hij, midden in een betoog over haar ex-vriendje dat het verhaal van elke andere vrouw had kunnen zijn en in niets de aantrekkingskracht had die haar andere teksten op hem uitgeoefend hadden. ‘En weer met yoghurt.’
Ze protesteerde niet en dat had hij eigenlijk ook niet verwacht. Zij was overduidelijk het model waar hij lang naar had gezocht. Iemand met wie je een spontane ingeving meteen kon uitvoeren, zonder meteen omslachtig uit te leggen wat je in gedachten hebt, of uren door een agenda te bladeren met een vrouw die in gedachten zat uit te rekenen hoeveel kilo ze mogelijk zou kunnen afvallen in een tijdsbestek van zes weken. Iets wat natuurlijk nooit lukte en steevast resulteerde in een afspraak die op het allerlaatste moment werd afgezegd. Ook in zekere zin een vast onderdeel van de Grote Geeuw: vrouwen die beslist wilden afvallen, ook als je ze juist had uitgezocht op hun overgewicht.
Fotografen mochten dan een slechte naam hebben, maar wie zich in modellen zou verdiepen, zou in een veel groter zwart gat vallen, daar twijfelde Bork geen moment over. Resoluut beende hij de trap af om zes pakken yoghurt te halen. Dat moest voldoende zijn voor een reeks portretten.
Wat volgde in de kleine studio was Bork op z’n best, of op z’n slechtst, hoe je het maar wilde bekijken. Hij regisseerde haar langzaam naar het acteren van pijn toe, terwijl hij zachtjes praatte over de pijn waar ze daadwerkelijk over had verteld en zodra hij merkte dat haar gezicht lichte sporen van echte pijn vertoonde, stak hij er als het ware een verbale passerpunt in om haar dieper in die pijn te krijgen. Het was een cru proces, zonder meer, maar Cornelia leek aan te voelen waar hij naar zocht.
‘You have seen my soul…’ fluisterde ze, terwijl hij haar de meest aangrijpende foto’s liet zien.