Dimmend licht (42)

Dimmend licht (42) door Hans van der Kamp

De vraag van Nadya waarom men in het Westen zo’n hekel had aan Russen, kwam heel lang voor de invasie van Oekraïne, dus een mogelijk antwoord op haar vraag bleef Bork een behoorlijke tijd door het hoofd spoken, vooral omdat hij zelf voor zijn eerste reis naar Moskou ook liever ergens anders naartoe was gegaan. Dat was misschien te herleiden naar de Koude Oorlog, maar op zich was dat ook vreemd te noemen, want die Koude Oorlog had weinig met Nederland te maken. Het was het gevolg van een wapenwedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De Nederlandse bevolking had daar aanvankelijk geen deel van willen uitmaken, maar uiteindelijk waren die kernraketten er toch gekomen onder druk van de NAVO.

Bork had genoeg dingen in Rusland gezien die hij op z’n zachtst gezegd niet prettig vond, maar iets dergelijks had hij ook gevoeld in de VS. New York was prachtig en vooral goed geweest voor zijn werk, maar de VS als geheel was een land waar hij toch aanzienlijke problemen mee had. Toch voelde hij geen weerzin naar Amerikanen. Van zijn eigen geboorteland Nederland was hij ook al geen fan en sinds hij zich wat meer was gaan verdiepen in de Nederlandse politiek was zijn achting voor het land zo mogelijk nog verder gedaald.

Toch bleef het in zijn gedachten dat hij geen zinnig antwoord op de vraag van Nadya had kunnen geven. Dat zowel Napoleon als Hitler het land hadden geprobeerd te vermorzelen gaf eerder aanleiding tot de vraag wat ons bewogen had om dat te doen. Een geschiedkundig onderlegd wetenschapper zou dat waarschijnlijk fantastisch kunnen verklaren. Uiteindelijk kon je namelijk alles afdoende verklaren, als je maar zorgvuldig de feiten op een rij zette die jou welgevallig waren en de feiten die je theorie lieten wankelen als ‘minder relevant in het grote geheel’ bestempelde.

Bork was blij dat hij voor een vak had gekozen dat je goedbeschouwd met hersens ter grootte van een pindanoot kon uitoefenen. Intelligentie leidde immers maar al te vaak tot medeplichtigheid.

Bork had een zwak voor landen waar de bevolking stevig geleden had en Rusland was daar een mooi voorbeeld van. Hongersnood, agressie van buurlanden, repressie door systemen die weer nog repressievere systemen aan de kant hadden willen werken. Er was weinig narigheid die de Russen niet overkomen was. Zelfs toen Stalin zo’n beetje alle andersdenkenden had laten executeren, hadden de Russen toch nog de humor op weten te brengen om te zeggen dat zodra zij aan de beurt kwamen de kogels waarschijnlijk op waren.

Nederland had een hongerwinter en een watersnoodramp gekend en het grootste leed dat je ter verdediging van hun nukkige natuur kon oproepen, was dat het klimaat zo beroerd was, dat het altijd regende en dat er al twintig jaar op de televisie discussies waren over hoofddoekjes van moslima’s. Dat kon je geen echt leed noemen, dat viel onder de categorie hopeloze verveling en intellectuele verdorring. Wat we zoal aangericht hadden in verre landen door de eeuwen heen, dat kon je dan weer wel onder groot leed indelen.

Bork was blij met de foto die hij van Nadya gemaakt had en die hij stilzwijgend ‘Moedertje Rusland’ gedoopt had. Misschien had hij wel zijn beste werk gemaakt in die studio in Moskou, maar hij wist ook dat niemand in Nederland zijn werk zou waarderen vanwege het Russische element. Nuffige galeriehoudsters zouden het daarom niet weigeren. Niemand zou ooit zeggen: ‘Nou, als je diezelfde foto’s nou rond een ander thema gemaakt had, dan zou het een stuk acceptabeler zijn.’ Nee, ze zouden hem stil verwijtend aankijken en vragen stellen als: ‘Waarom nu eigenlijk Rusland, of all places.’ Vooral met dat ‘of all places’ erachteraan, wat een domme opmerking meteen verhief tot het niveau van iemand die niet bekrompen over wilde komen en een paar woordjes buiten de deur sprak.

Niets liet zo duidelijk zien wat een leeghoofd was als de mate waarin hij of zij de eigen taal wist te larderen met eindeloze clichés uit een andere taal of cultuur.

Niet nadenken, niet nu, dacht Bork, want dat is slecht voor de bloeddruk. Je bent fotograaf, Bork, en dat is niet een vak voor denkers, maar voor doeners. Wat maakte het ook uit of zijn werk uitsluitend op grond van de geografische oorsprong geweigerd zou worden? Had hij maar naar het Russische platteland moeten gaan om een reportage te maken over stakkers in hutten die met een bijna exploderende ketel bezig waren om hun eigen wodka te stoken. Dat wilde de Nederlander in zijn minimalistische Ikea-interieurtje wel zien. Dat gaf een gevoel van superioriteit, want zij hoefden immers voor hun eigen drankprobleem alleen maar naar de Gall & Gall te lopen en daarna spraken ze bij de huisarts over hun drankprobleem van anderhalve fles per dag als ‘een glaasje wijn bij het eten’, iets wat de huisarts wel begreep, want die had sinds zijn studietijd ook nooit lang echt droog gestaan.

Niets was zo verwarrend als moeten kijken naar mooie mensen in een land dat als ‘fout’ te boek stond. Wat Bork nu stond te doen in die studio zou ook als fout gezien worden. Fout in de ogen van conservatieve Russen die vonden dat er niet gesold mocht worden met hun driekleur of hun kokosjniks en fout in de ogen van Nederlanders die vastbesloten waren om het grootste land op aarde met enorm diverse culturen graag onder de noemer verwerpelijk in te delen.

Terwijl hij dit alles bedacht, tuurde hij tegelijkertijd door zijn zoeker en zag een mooie vrouw die een Russische vlag over haar onderlijf had twee vingers uitsteken die een vredesteken vormden. Hij zou die foto nog jaren in zijn studio hebben hangen en niemand zou er iets negatiefs in zien, want niemand zou in de driekleur de Russische vlag herkennen en het model was van een oogverblindende schoonheid. Dat paste niet bij het beeld dat ze hadden van Volksvijand Nummer Een en dat was de kracht van het werk en tevens de reden waarom het niet of amper geëxposeerd zou worden.

Bork retourneerde het gebaar van het model door twee vingers in de lucht te steken. Ze glimlachte naar hem en stond op om naar die foto’s met haar vredesgebaar te kijken en ze was duidelijk trots. Ze was een van de weinige modellen die geen woord Engels sprak. In plaats daarvan kneep ze zachtjes in zijn arm en zei spasiba, het enige Russische woord dat Bork ook zelf bezigde omdat het ‘dankjewel’ betekende.

Het daaropvolgende model was Irina, een vrouw die in de ogen van Bork wat ouder leek. Ze was doodnerveus omdat het naakt betrof. Dat begreep Bork wel, want het was moeilijk haar niet te objectiveren, omdat ze een in modellenland weinig voorkomende omvangrijke bustemaat had. Ergens midden in het alfabet met nog drie keer ervoor, dus hij gaf aan dat zij niet naakt hoefde.

Cornelia, die wist van de zwakte van Bork voor natuurlijke borsten, besloot te informeren waarom ze eigenlijk zo bang was voor naakt en ze gaf als antwoord dat ze lelijke borsten had en ze was niet te preuts om die aan Cornelia te tonen, die verbaasd was over de schoonheid van haar borsten en haar het advies gaf om toch ook naakt te doen naast de wat bedektere opnamen.

Zo kwam het dat Irina naar de set kwam en Bork keek zijn ogen uit. Hij had geleerd niet te staren, maar nu had hij het daar toch even moeilijk mee. Eigenlijk had hij op dat moment een foto van alleen haar borsten willen maken om die in veelvoud af te drukken en naar alle mogelijke plastisch chirurgen te sturen met daaronder de tekst: ‘Kijk, zo zien twee natuurlijke vrouwenborsten eruit, niet zoals de Maagdenburger halve bollen die jullie willekeurig bij al jullie patiënten implanteren.’ Fair was het niet van hem, want hij wist dondersgoed hoe moeilijk het was om iets te creëren wat natuurlijk was.

Terwijl Irina begon te poseren, keurig de regie van Bork volgend, verdween langzaam de neiging om iets voorover te staan. Aangemoedigd door Cornelia werd zij steeds zelfverzekerder en opeens was er dat moment waarop ze besloot haar borsten naar voren te steken en de wereld eens goed te laten zien dat haar lichaam misschien niet gangbaar was in de modefotografie, maar een plaats verdiende. Langzaamaan begon ze ook poses aan te nemen die juist de omvang van haar borsten benadrukten.

‘Soms doe ik goed werk,’ dacht Bork, ‘al heb ik zelf niet altijd in de gaten.’

Ze kwam de foto’s bekijken op het schermpje en ze was razend enthousiast. ‘Ik zie het nu zelf ook,’ zei ze tegen Cornelia met een dankbare glimlach. Hij op zijn beurt was vooral dankbaar naar Cornelia, die toch maar de moeite genomen had om even door te vragen.

Waarschijnlijk zouden de foto’s van Irina in het Westen wel gezien worden als beelden van de archetypische Russische vrouw. Iets wat hij zelf niet zo zag na zoveel vrouwen gefotografeerd te hebben, maar dat deed er nu even niet toe. Het was zijn serie en het zou gezien de geopolitieke ontwikkelingen ook wel zijn serie blijven. Hij hoefde zich in dit geval geen zorgen te maken dat men met zijn werk op de loop zou gaan. Of het zou voorzien van pseudo-intellectuele commentaren, zoals ‘de liefde voor de zelfkant van de maatschappij’, wat luie journalisten nu al zo’n twintig jaar van elkaar over hadden geschreven. Deze foto’s hadden geen enkele kant. Ze zouden eenvoudigweg niet bestaan omdat ze clashten met politieke vooroordelen.

Eigenlijk vond Bork dat wel mooi. Het was niet de eerste serie die hij had gemaakt waarbij hij een scherp aardappelmesje midden in de pijnlijke plek van het publieke smaakgevoel plaatste. Misschien was hij wel de fotograaf-provocateur die de Russen in hem zagen, maar dat zat dan op een onbedoelde manier in zijn werk, want zelf zag hij zich meer als de burgerman die een hele dag een rothumeur kon hebben omdat de door hemzelf gekookte eieren weer te hard waren gebleken.

Niet dat hij zichzelf als volledig pretentieloos zag, maar hij had maar weinig harde doelen in dit bestaan. Zou hij eindigen als een fotograaf die niet, zoals zovelen, naast een kantoorbaan zijn hele leven lieve Aziatische meisjes fotografeerde omdat zoiets aansloot bij de seksuele fantasiewereld van de maker, dan was dat winst. Kon hij daarbovenop nog meer presteren, dan was dat pure winst.