
Verdomd, er was na drie dagen weer eens mail via zijn site, geen betaalde klus helaas, maar een verzoek om contact op te nemen met de redactie van een Nederlandstalig televisieprogramma voor jongeren. Vooral dat laatste woord. Jongeren. Wat had hij in hemelsnaam aan jongeren te melden? Hij zou ze zonder twijfel een uren durend college kunnen geven, maar met een inhoud die geen van hen welgevallig zou zijn.
Degene die hem namens het programma Hokken op Stokken had aangeschreven, had een naam zoals alleen mensen op televisie die hadden, minstens net zo gezocht als de titel van het programma zelf. Arizona Pleyers. Het moest verboden worden om kinderen te vernoemen naar de plek waar ze verwekt waren. Er stond een telefoonnummer bij en het verzoek snel contact op te nemen.
Nu had Bork al sinds 2004 geen televisie meer, dus hij had geen idee wat voor programma dat Hokken op Stokken was. Hij vond de naam wel creatief, maar je moest minstens twee keer zo inventief zijn als de bedenker van die naam om ook maar een vaag gevoel te kunnen oproepen waar dat programma over ging.
Dat hij op een avond in 2004 de stekker en de kabelaansluiting van de televisie iets te wild had losgetrokken en het apparaat op de stoep had gezet voor de gelukkige vinder, was omdat hij voor de zoveelste keer die week naar een uitzichtloos praatprogramma had zitten kijken dat ogenschijnlijk over het dragen van hoofddoekjes van moslima’s ging, maar eigenlijk een verkapte manier was om xenofobie langzaamaan salonfähig te maken.
Toen hij twintig jaar later een nieuw internetabonnement nodig had met hogere snelheden, kwam een monteur langs om alles te installeren. Dat kon kennelijk niet aan de mensen zelf overgelaten worden. Hij had ook een vierkant zwart doosje bij zich waarmee hij van vrijwel elk werkeloos computerscherm een televisie kon maken. De man ambieerde kennelijk een functie als verkoper, of zag die functie, geheel onterecht in de ogen van Bork, als een stapje omhoog op de maatschappelijke ladder.
Om de man niet te frustreren in zijn ambities, gaf hij hem een stoffig computerscherm en liet de televisie aansluiten, maar zo simpel was die handeling ook weer niet, want voor de aansluiting stak de monteur nog een lange monoloog af.
‘Wat u straks te zien krijgt op dit computerscherm is natuurlijk niet representatief voor wat dit kastje allemaal kan. Een smart-tv is tegenwoordig helemaal zo duur niet meer en dan gaat er een wereld voor u open.’
De man noemde een reeks streamingdiensten, die ook op zijn PC beschikbaar waren, met veel extra aandacht voor het Disney Channel en dat was precies de verkeerde invalshoek voor Bork, want die haatte met een ongekende hartgrondigheid alle producten uit de stal van Disney.
De monteur leek dat aan de gezichtsuitdrukking van Bork gezien te hebben, want hij zei: ‘Maar u heeft toch beslist kleinkinderen op uw leeftijd en…’
‘Zelfs al had ik kleinkinderen, dan nog zou ik hun geest niet willen vervuilen met die troep en sluit nu dat kastje maar aan, want ik heb nog meer te doen vandaag.’ Het kwam er bitser uit dan hij bedoeld had, want Bork zou nooit een monteur beledigen. In zijn ogen hadden monteurs een vak geleerd en verkopers waren in zijn ogen niet anders dan maatschappelijk gelegitimeerde oplichters.
De monteur zocht een stopcontact en was duidelijk even teleurgesteld in zijn rol als verkoper. ‘Ja, per slot van rekening betaalt u toch óók voor televisie,’ zei hij nog.
‘Ja, omdat jullie geen pakketten zonder televisie aanbieden!’
De man zweeg, sloot een kabeltje aan en het computerscherm begon zichzelf te configureren, raasde langs allerlei kanalen en kwam tot stilstand bij Nederland 1, midden in een herhaling van een talkshow van de vorige avond. Het geluid deed het nog niet, maar de plaatsing van de deelnemers aan tafel maakte meteen duidelijk waar het over ging. Aan het hoofd van de tafel zat een man die duidelijk niet voor conservatief versleten wilde worden, naar zijn haarstijl en kleding te oordelen. Links van hem zat een moslima die haar best had gedaan om een zo modieus en vrolijk gekleurd mogelijk hoofddoekje uit te zoeken en tegenover haar zat een mannetje dat zo uit de jaren vijftig leek binnen te komen rollen en hij zat met een licht rood aanlopend hoofd en een priemend vingertje naar de moslima te wijzen.
‘Laat dat geluid maar zitten en neem dat kastje maar mee naar de zaak,’ zei Bork, die zich afvroeg hoe een maatschappij twintig jaar of vele malen langer kon discussiëren over iets wat in de Grondwet al afdoende geregeld was.
In plaats van meteen de redactie te bellen, nam hij eerst contact op met de kritische vriendin die een wandelend uithangbord voor de iPhone was. Zij was trendy en merkgevoelig genoeg om daarnaast ook nog eens te weten waar het onvolprezen programma Hokken op Stokken over ging.
‘Ja, dat is echt een énig programma voor de kids over seks en uitgaan en natuurlijk een veilig gebruik van drugs…’
‘Voor kids?’ vroeg Bork.
‘Nou ja, kids is een beetje kort door de bocht. Het is eigenlijk meer een programma voor pubers en adolescenten. Mijn dochters kijken er altijd naar en ik vind het zelf ook leuk. Het is heel vermakelijk, eigenlijk.’
Bork wist genoeg. Hij babbelde nog even wat voort met haar om niet onbeleefd over te komen, maar besloot snel dat hij genoeg onzin had gehoord. Het antwoord op de vraag waar de titel Hokken op Stokken voor stond, moest ze hem ook schuldig blijven.
Hij leunde wat achterover in zijn bureaustoel en vroeg zich af of er nog iets anders dan onheil kon schuilen in dat programma, maar hij kon zo snel niet bedenken wat. Aan de andere kant was er nog steeds geen betaald werk binnengekomen en misschien kon wat publiciteit geen kwaad. Het was een gedachte geboren uit wanhoop, want een week eerder had Bork nog gevonden dat er niets dodelijker was dan publiciteit op het verkeerde medium en dat televisie bij uitstek een fout medium was, daarover bestond voor hem geen twijfel.
Hij twijfelde en wist zo snel geen beslissing te nemen, maar bij televisie werken slagvaardige lieden, dus toen hij na hooguit een uur of drie niet gereageerd had, kreeg hij een druk pratend meisje aan de telefoon dat hem vroeg of hij ‘die e-mail nu al eens gelezen had’.
‘Uren geleden al. Bent u snellere reacties gewend, dan?’ Het venijn dat in zijn reactie doorklonk, was het meisje niet ontgaan, want ze begon terstond rustiger te praten. ‘Mijn excuses, we zitten vlak voor de deadline voor een programma over fetisj en BDSM en we hebben genoeg mensen, maar we missen nog een andere invalshoek en van iedereen die ik gesproken heb, hoor ik dat u de nestor bent van de BDSM-fotografie en het leek me zo interessant om ook van u te horen…’
‘Dat verbaast me,’ zei Bork. ‘Dat ik oud ben, zal ik niet ontkennen, of ik daarmee meteen ook de nestor van een bepaald type fotografie ben, betwijfel ik. Ik zou nog wel een paar andere nestors kunnen noemen die het niet prettig zouden vinden als ik die titel naar me toe zou trekken.’
‘Nou, u bent anders best beroemd in dat type fotografie.’
Bork moest lachen. ‘Dat is voor het eerst dat ik het hoor, want dat zou dan door tentoonstellingen moeten komen en die heb ik vrijwel niet, alleen in de VS en in Rusland, met name in Moskou.’
Dat woord deed iets met haar, want haar vlotte babbel stokte een beetje en ze leek bijna hardop te denken toen ze zei: ‘In Moskou? Wie gaat er nu tentoonstellen in Moskou?’
‘Ik, mevrouw, want daar hebben ze nog een beetje respect voor fotografen en ze betalen ook nog goed voor mijn werk. In Nederland krijg ik een pinnige conservator voor mijn neus die constateert dat mijn werk misschien een tikje te “pikant” is, waarmee ze eigenlijk bedoelt te zeggen dat het pornografisch is, wat het duidelijk niet is, zoals u op mijn site kunt zien.’
‘Ja, maar we kunnen het niet over Rusland hebben in deze tijd. Zeker niet in ons programma, dat vooral op positiviteit gericht is. Ons publiek denkt bij Rusland niet alleen aan de agressieve invasie van Oekraïne, maar ook aan de anti-LHBTQIA+-wetgeving.’
Ze struikelde zoals zovelen over die laatste afkorting en Bork was alweer vergeten dat hij op het gesprek was ingegaan omdat hij nodig geld moest verdienen, dus hij antwoordde aanzienlijk vloeiender: ‘Met de anti-LHBTQIA+-wetgeving bedoelt u waarschijnlijk de antihomopropagandawet. Dat is naar, inderdaad, maar ik heb weken achtereen in Moskou met gays gewerkt en nooit gehoord over iemand die op straat in elkaar geslagen wordt en in Amsterdam hoor ik dat wekelijks en ik zag daar ook geen vuurwerk gooiende patatters die “weg met al alle homo’s en andere pedofielen” riepen, daarvoor moet je altijd nog op het Malieveld in ons eigen Den Haag zijn.’
‘Nou zeg, u hoeft niet zo tegen mij uit te varen. Ik had mij juist verheugd op een fijn gesprek over de aantrekkelijkheid van leer en rubber, maar ik kan u moeilijk voorstellen voor het programma als u zo’n duidelijke Kremlinclown bent.’
Dat laatste ging Bork te ver. ‘Nee mevrouw, dat ben ik niet. Het enige wat ik probeer, is een helder, op feiten en niet op sentimenten gebaseerd verhaal te vertellen en waar u op uit bent, is een sensationeel programma maken over wat mensen in hun privéleven doen om dat voor een breed publiek uit te zenden, zodat elke bekrompen ziel thuis op de bank tevreden kan constateren dat er altijd nog grotere gekken rondlopen dan ze zelf zijn en u gebruikt daar aandachtsverslaafde mensen voor die te jong zijn om de implicaties van hun televisieoptreden te overzien. Dat daar ook een op het allerlaatste moment toegevoegde oude man mooi in zou contrasteren, snap ik ook wel.’
Hij was graag nog even doorgegaan, maar ze had al opgehangen. Hij moest een beetje lachen om zichzelf. Als er toch een rode lijn in zijn werk aan te wijzen was, dan was het wel dat hij zijn principes niet voor geld wenste te prostitueren, al deed hij soms nog zo zijn best.