
Cornelia sliep vrijwel meteen en Bork zat aan tafel te luisteren naar het geluid van haar ademhaling. Snurken kon je het niet noemen, maar hoorbaar in- en uitademen was het wel, anders had hij het niet kunnen horen met een gesloten studiodeur en zo’n zeven meter afstand.
Bork voelde zich wat onrustig. Hij was niet gewend dat er iemand op de studiovloer sliep, dat was al in jaren niet meer voorgekomen. Hij wist niet of hij wel geluid kon maken en de normale dingen kon doen die hij zou doen als hij alleen was. Kon hij eigenlijk de deur wel uitgaan om wat eten te gaan halen? Nee, want dan kon ze wakker worden van het geluid van zijn vertrek. Hij vond het belangrijk dat ze even kon slapen, want hij had haar hele verhaal over het feit dat de dood van haar vader haar niet geraakt had een beetje ongeloofwaardig gevonden.
Bork had bij het kort na elkaar overlijden van zijn ouders eigenlijk ook niet zoveel verdriet gevoeld. Niet dat zijn ouders afwezig waren geweest in zijn leven, het was eerder andersom geweest. Hij was afwezig geweest in hun leven. Hij wist maar al te goed hoe ze zijn levenskeuzes veroordeelden en dat had hij min of meer opgelost door ze alleen jaarlijks op een of twee feestdagen te bezoeken en dan deed hij zijn best niet te veel over zijn eigen leven en werk te vertellen, want dat viel meestal niet in goede aarde. Het was een wereld die ze niet wensten te begrijpen.
Er sudderden bij die bezoeken nogal wat oordelen onder de oppervlakte van de gesprekken die ze voerden over buren, de achteruitgang van de buurt en natuurlijk was er de vaste monoloog van zijn moeder vol met verwijten naar haar stiefzuster. Het was een voortdurend ja-knikken. Interessant genoeg om er tegenin te gaan was het namelijk niet, want de verhalen waren al jaren hetzelfde. Af en toe werd er een nieuw incident aan toegevoegd, maar nooit iets dat meer inzicht gaf in haar ergernis over haar stiefzuster.
De onderliggende conflicten die ook van oudsher speelden, werden eigenlijk alleen zichtbaar bij Rufus, de hond die ze een aantal jaren voor hun dood hadden aangeschaft. Rufus moest doorgaan voor een kruising tussen een herder en een boxer, maar of dat zo was viel te betwijfelen, maar dat deed er niet toe.
Rufus luisterde niet echt naar hen en dat moest extra irritant voor ze zijn, omdat hun eigen zoon Bork ook al nooit naar ze geluisterd had. Rufus hadden ze als pup uit het asiel gehaald, dus ze hadden ruim de kans gehad om die hond naar hun eigen voorkeuren op te voeden.
Zo hadden ze zich voorgenomen om de hond niet tussen maaltijden door nog wat lekkers toe te werpen, maar zijn ouders waren tegelijkertijd zo met elkaar in competitie dat ze die regel beurtelings braken in de hoop hem meer aan hun kant te krijgen. Rufus reageerde daar uiteindelijk op door elk commando van zijn ouders te negeren. Zitten? Daar deed hij niet aan, pootjes geven ook niet en als hij in een baldadige bui zin had om Pa & Ma voort te sleuren over gras of trottoir, dan had hij daar ook geen enkele moeite mee.
Dit alles werkte enorm op de lachspieren van Bork en dat had zijn ouders doen besluiten om bij hun tweejaarlijkse vakanties Rufus bij hem onder te brengen, een beetje uit wraak eigenlijk.
Het ligt voor de hand dat Bork van de gelegenheid gebruik had gemaakt om Rufus te trainen tot de gehoorzame hond die zijn ouders zo graag hadden gehad. Hij was nog net niet met Rufus naar de politiehondentraining geweest, maar hij had er alles aan gedaan om Rufus gehoorzaam te krijgen en dat was al tijdens de eerste vakantie gelukt. Als Bork ‘knie!’ riep, dan liep de hond zonder ketting keurig naast zijn rechterknie. Bork liet zich ook duidelijk niet over gras of trottoir sleuren.
Eenmaal terug van vakantie haalden ze Rufus weer op en dan was de hond terstond alles wat hij in de weken bij Bork had geleerd ogenschijnlijk vergeten, maar hij bleef wel tot aan zijn dood naar de commando’s van Bork luisteren.
Dit selectieve gehoor van Rufus kon zijn ouders enorm frustreren en Bork deed zijn uiterste best daar geen misbruik van te maken, maar werd de stemming in zijn ouderlijk huis echt te beklemmend, dan gaf hij zijn macht over Rufus de vrije teugel. Wilde zijn moeder een stukje van de goeddeels verorberde kerstrollade aan de hond geven, dan sprong Rufus enthousiast in de lucht en voordat zijn moeder het commando ‘zitten’ had kunnen geven om de voerbak neer te kunnen zetten zonder door de hond omvergeduwd te worden, riep Bork vanuit de andere kamer ‘zit!’ en Rufus zat dan braaf in de gevraagde houding, zodat zij de bak zonder enig risico op de grond kon zetten.
‘Je moet die hond wel vreselijk mishandeld hebben om hem zo gehoorzaam te krijgen,’ zei zijn vader dan.
Meestal hadden ze dan ook geen bezwaar dat hij een trein eerder terugging naar huis.
Inmiddels was het bijna middernacht en nog steeds hoorde hij het zachte geronk van Cornelia vanuit de slaapkamer. Hij besloot dat hij maar naar bed ging, want hij had eigenlijk wel genoeg van het door zijn woning sluipen om haar niet wakker te maken.
Ergens had hij verwacht dat ze een keer wakker zou worden, maar toen dat om half twee ‘s nachts nog niet was gebeurd, viel hij zelf in slaap.
Hij werd wakker van een bord met toast en roerei dat onder zijn neus geschoven werd door Cornelia, die naar haar natte haar en de ochtendjas van de studio te oordelen al gedoucht had en de keuken had gevonden om daar een ontbijtje voor hem te maken.
‘Erge kater?’ vroeg hij haar.
Ze glimlachte. ‘Dat valt erg mee, maar ik schaam me wel.’
‘Niet nodig,’ zei Bork. ‘Bij mij in de familie gaat een overlijden met een aantal dagen of zelfs weken gepaard van overmatig innemen. En niemand die even een ontbijt op bed komt brengen.’
‘Dus dat bevalt je wel?’
‘Als incidenteel gebaar wel, ja.’
Hij deed zijn best om vriendelijk te zijn, want hij vond haar ook oprecht aardig, maar de ochtenden bracht hij toch het liefst in alle rust zelf door, met een gekookt eitje in plaats van roerei. Bovendien was de situatie verwarrend. Eigenlijk had hij verwacht dat ze haar roes zo’n beetje had uitgeslapen en aan het einde van de avond naar huis was gegaan en nu werd hij wakker met een Cornelia in de ochtendjas van de studio, die zo mogelijk charmanter was dan gebruikelijk. Eerst was ze op de rand van het bed komen zitten en nu lag ze, haar hoofd met haar handen ondersteunend, inmiddels gestrekt naast hem en keek toe vanaf hooguit twintig centimeter hoe hij zijn roerei opat.
Hij voelde zich ongemakkelijk. Hij had zijn tanden nog niet kunnen poetsen en hij was bang dat hij een slechte adem had en het was bovendien raar dat iemand die hij in allereerste instantie als model zag, in poses ging liggen die niet door hem geregisseerd waren. Om maar te zwijgen van het feit dat zij als vrouw zo’n beetje in zijn bed lag en daar had hij strikte afspraken met zichzelf over gemaakt. Voorlopig even geen vrouwen in zijn bed, had hij zich een jaar of drie geleden voorgenomen na de mislukking van de laatste relatie.
‘Oh, ik geloof dat ik mijn telefoon hoor,’ zei Bork, terwijl hij met ontbijt en al opstond, waardoor zij wel gedwongen was ook op te staan.
‘Ik hoor niets,’ zei Cornelia, maar ze volgde hem naar de huiskamer, waar hij de telefoon oppakte, verbaasd keek en zei: ‘Ik dacht toch echt iets te horen. Ik dacht ook dat hij op trillen stond, maar ik zal het aanslaan van de koelkast gehoord hebben.’
Hij zette het bord op tafel en nodigde haar uit tegenover hem te zitten. Dat voelde al een stuk beter.
Cornelia leek zich te vermaken, herhaalde nog eens dat ze niets had horen trillen en ook geen koelkast had horen aanslaan en zei uiteindelijk: ‘Zeg eens eerlijk, ben je een beetje bang voor mij, Bork?’
Bork richtte zijn blik op het bord en vermeed haar blik. ‘Nee, dat is het niet,’ zei hij betrapt, ‘ik ben een oude man en ik hecht gewoon aan mijn eigen ochtendrituelen.’
‘En daar past die situatie van net niet in?’
Hij keek haar bijna wanhopig aan. ‘Wat wil je nu van mij horen? Jij bent hier naartoe gekomen. Je bent leuk, aantrekkelijk, enzovoorts. Je komt naast me liggen, alsof we al ik weet niet hoe lang een relatie hebben en ik heb eindelijk rust in mijn leven gevonden door alle gesodemieter in mijn leven uit de weg te gaan.’
‘Gesodemieter? Is dat hoe je dit ziet?’
‘Nee, dat is ook weer wat onhandig uitgedrukt. Ik heb gewoon een afspraak met mezelf gemaakt. Geen intimiteiten meer.’
‘Intimiteiten? Ik breng je als dank voor je goede zorgen een ontbijtje op bed en ik kom voor de gezelligheid even naast je liggen. Dat is dan intiem en als ik naakt voor de camera voor je poseer, wat is dat dan?’
‘Anders intiem!’ zei Bork, bitser dan hij bedoeld had, en liep met het bord naar de keuken, in de hoop dat hij een inval kreeg om dit gesprek in andere banen te leiden.
Terug in de kamer keek Cornelia hem licht spottend aan. ‘Ik heb zojuist proefondervindelijk bewezen waarom voyeurs geheel ongevaarlijk zijn,’ zei ze.
‘Hoezo voyeur?’
‘Kom op, Bork, ik ben een stuk jonger dan jij, maar ik ben ook niet helemaal van gisteren. Tijdens de fotografie verslond je me bijna met je ogen en als ik naast je kom liggen, spring je overeind alsof je door een wesp gestoken wordt, omdat je zogenaamd een telefoon hoort.’
‘Dat zijn compleet andere en totaal niet te vergelijken situaties,’ zei Bork kribbig.
Cornelia haalde haar schouders op. ‘Whatever you say, my dear…’ Ze draaide zich vervolgens om en liep naar de studio om zich aan te kleden. Ze kwam terug, gaf hem een zoen op zijn voorhoofd, zei: ‘Nou, mocht je nog eens met me willen fotograferen, dan hoor ik het wel,’ en ze verliet de woning.