
Het zou nog een volle tien jaar duren voordat hij weer contact had met Sergej en de e-mail die hij van hem ontving, was bijna door zijn toenmalige assistente weggegooid. ‘Dit is absurd, dit kan wel weg, hè?’ zei ze, terwijl ze hem de e-mail van een Russische afzender liet zien.
‘Need to see you in Moscow. Starting a museum of erotic art. S.’
Het duurde even voordat hij de naam Sergej in de S. zag.
‘Need more info,’ schreef hij terug, nog steeds niet zeker wetend of het wel dezelfde man was als die hij zo lang geleden kort gezien had in Antwerpen. Er kwam geen antwoord, wel een paar dagen later een vriendschapsverzoek via social media van ene Natalja. Een Engelstalige pagina met wat informatie over haar werk als assistente van CEO Sergej Yvchenkow. Hij bladerde het lijstje met profielen door en stuitte op een foto die onmiskenbaar de man uit Antwerpen was.
Hij nam contact met haar op en ze belde hem direct op en bleek vloeiend Engels te spreken. Het verhaal over het erotisch museum was wat vaag, maar wat wel duidelijk werd, was dat Sergej hem voor een week in Moskou uitnodigde, een ticket zou sturen en een hotel voor hem zou boeken. Bovendien werden zijn uren daar vergoed. Consultancy, zo omschreef ze zijn activiteit daar.
Het overviel hem een beetje. Moskou was wel de laatste plaats op de wereld die hij ooit wilde bezoeken. Kort daarvoor had hij nog in een online jury gezeten van een Russische fotowedstrijd, waarin veel beelden zaten die hem niet direct aanspraken, meestal foto’s van de overgangstijd van de Sovjet-Unie naar het huidige Rusland.
Hij zocht op het internet naar erotisch museum Moskou en op de naam Sergej Yvchenkow. Het eerste leverde geen zoekresultaten op en het tweede te veel. Berichten met foto’s van een man die door twee zwaar bewapende mannen van de Russische veiligheidsdienst uit zijn woning werd gesleurd. Die man was echter dikker dan de Sergej die hij in Antwerpen had leren kennen, maar het was ook weer niet zo dat elke gelijkenis ontbrak. Hij haalde het verhaal bij die foto door Google Translate en daaruit bleek dat de democratisch verkozen burgemeester van Archangelsk, Yvchenkow, wegens economische misdaden van zijn bed was gelicht en een straf van vijf jaar moest uitzitten. Verder zoekend op burgemeester Archangelsk en economische misdaden kwam hij uit op een foto die onmiskenbaar Sergej was. Dikker dan hij hem in Antwerpen had gekend, maar duidelijk dezelfde persoon.
Zijn terughoudendheid om naar Moskou te gaan was nu nog groter geworden, maar het uurtarief dat voor zijn ‘consultancy’ werd geboden, viel een stuk hoger uit dan hij als fotograaf kon verdienen in diezelfde week of dezelfde maand, dus hij ging met tegenzin akkoord. Binnen een week kreeg hij twee tickets toegestuurd van Aeroflot en dat maakte zijn lust om te reizen ook al niet groter, want Bork had een beetje last van vliegangst. Hij vloog bij voorkeur KLM of liever nog Lufthansa, omdat je nu eenmaal een hoop naars over de Duitsers kon zeggen, maar dat ze hun techniek op orde hadden, dat was algemeen bekend.
Het beeld dat Bork had van Moskou was vooral dat van de Sovjet-Unie in de vele spionageromans die hij had gelezen, dus toen hem op het laatste moment nog schriftelijk gevraagd werd welke bezienswaardigheden hij na aankomst zou willen bekijken, noemde hij de Loebjankagevangenis. Natalja wist niet of die nog bestond, maar ze kende wel een metrostation dat zo heette.
Ze vroeg ook nog waarom hij precies daar naartoe wilde en min of meer uit ballorigheid had hij geantwoord dat hij een fan was van Feliks Dzerzjinski. Helemaal waar was dat niet. Bork had een televisieserie gevolgd die Reilly, Ace of Spies heette en daarin speelde een groep mensen een rol die geld inzamelden om de bolsjewieken ten val te brengen en Dzerzjinski had, als hoofd van de geheime dienst Tsjeka, die contrarevolutionaire beweging vanuit Parijs laten infiltreren, waardoor veel van het geld dat ingezameld werd zijn geheime dienst ten goede kwam, plus de bijvangst van de namen van Russen die in het buitenland verbleven en tegen het toenmalige regime waren. Zo was dat in ieder geval gebracht in de televisieserie en Bork had daar de humor wel van ingezien. Je gevaarlijkste vijanden voor je laten werken en ook nog eens je kas laten spekken, dat mocht toch op z’n minst van een zeker gevoel voor humor getuigen. Dat de man ook dissidenten liet opruimen als slachtvee, daar dacht hij verder niet te diep over na.
Het was eigenlijk meer een hint naar de mensen in Rusland dat hij niet geheel naïef was als het ging om de geschiedenis van de Sovjet-Unie, die weliswaar allang niet meer bestond, maar Bork onderscheidde zich in dat opzicht niet van de rest van de bevolking in het Westen, waar het moderne Rusland nu eenmaal synoniem was voor de Sovjet-Unie.
Zijn grootste probleem werd eigenlijk door zijn eigen ijdelheid veroorzaakt, want hij wist niet hoe hij zich voor zijn bezoek aan Moskou moest kleden. Niet omdat het daar koud zou zijn, want het was midden juni, maar omdat de enige foto die hij gezien had van Sergej hem in zijn ondergoed toonde te midden van die twee FSB-agenten. Jaeger-ondergoed, hemd en onderbroek, dat zag je niet vaak meer in het Westen. Dat was iets wat zijn grootvader had kunnen dragen.
Hij twijfelde tussen conservatief of sportief gekleed gaan. Als het om het eerste ging, was zijn garderobe bijzonder beperkt. Hij had alleen het zwarte driedelige kostuum dat hij speciaal voor de begrafenis van zijn vader had aangeschaft. Uiteindelijk besloot hij beide soorten kleding in zijn koffer te doen, zodat hij in Moskou alsnog kon kiezen wat daar een beetje gangbaar was, maar met zijn uurtarief in het achterhoofd besloot hij op het allerlaatste moment toch maar het driedelige aan te trekken.
Hij had een halfje wodka in een waterflesje gegoten, zodat hij de vliegangst kon bedwingen, en kon zijn verbazing er bijna niet over onderdrukken dat Aeroflot met een Airbus vloog. Een beetje onwerkelijk voelde dat, maar nog niet dusdanig dat hij bereid was zijn beeld van Rusland bij te stellen.
De aankomst bij de douane bevestigde zijn vooroordelen ook meteen weer, want een dikke geüniformeerde dame bleef hem een volle vijf minuten aanstaren, terwijl ze af en toe een blik in zijn paspoort wierp, voordat ze met een bruusk gebaar een stempel in zijn paspoort plaatste. Dat wachten daarop had net lang genoeg geduurd voor hem om zich te bedenken dat het misschien niet zo verstandig was geweest om op het laatste moment een doos met foto’s van gays, transgenders en naakten in de koffer te doen, maar gelukkig hoefde hij niets open te maken.
Eenmaal door de douane zag hij een zeer modieus geklede man met een beanie op naar hem zwaaien. Dat moest Sergej zijn, die kennelijk behoorlijk afgevallen was in de tussentijd. Hij voelde zich ernstig overdressed, maar hij liep op Sergej af, omhelsde en kuste hem zoals hij dat Sovjetleiders tijdens de 1-meiparade had zien doen. Sergej voelde zich daar zichtbaar ongemakkelijk bij, maar hij straalde een en al gastvrijheid uit en vooral dankbaarheid dat hij de moeite had genomen om naar Moskou te komen.
Hij mocht zelfs kiezen wat voor auto hij als taxi wilde voor de rit naar het hun onbekende Loebjanka. Een BMW, een Mercedes, of een Bentley misschien? Nee, Bork koos voor een Lada, maar dat weigerde Sergej beleefd, dus het werd een Mercedes.
Onderweg werd nog geopperd of het niet leuker was om naar het Rode Plein te gaan of naar het Leningradskaja Hotel? Nee, Bork, die inmiddels aardig aangeschoten was geraakt van zijn flesje ‘water’, hield voet bij stuk.
Zo kwamen ze uiteindelijk bij Loebjanka uit, geen gebouw zoals hij zich had voorgesteld, maar een heel deel van de stad vol overheidsgebouwen met emblemen erop die Sergej en zijn assistentes niet konden duiden. Ook navraag aan voorbijgangers leverde geen informatie op. Niemand leek van de Loebjankagevangenis te hebben gehoord. Toch kwamen ze al wandelend bij een gebouw dat stevig bewaakt werd door mannen met berenmutsen en karabijnen. Bork wilde rechtsomkeert maken, maar Sergej leek op geen enkele manier geïmponeerd en huppelde vrolijk op zijn Adidas-sneakers op hen af en vroeg naar de Loebjankagevangenis, nam Bork aan. Karabijnen gingen omlaag en werden op Bork gericht.
Sergej glimlachte wat verontschuldigend en vroeg Bork om zijn paspoort te laten zien. De man met de berenmuts keek vervolgens in het paspoort, concludeerde dat hij Nederlander was, riep iets onverstaanbaars als ‘njet spionem’ en weg konden ze weer, maar die gevangenis hebben ze nooit gevonden.