Dimmend licht (15)

Dimmend licht (15) door Hans van der Kamp

Ze gingen die avond uit eten, de hele groep, in ieder geval de assistentes van Sergej en twee jongens van een Russisch aannemersbedrijf, in een restaurant dat er prat op ging de ware cuisine van Rusland te serveren, maar eerst werd de bagage van Bork afgegeven in een redelijk chic hotel en werd er een bezoek gebracht aan een toeristenwinkel, waar een aantal Leica-kopieën in de etalage stond. Eenmaal binnen was Bork echter meer geïnteresseerd in de verschillende wodka’s die hij nooit eerder had gezien en de eigenaresse vertelde hoe veel Russen op het platteland nog hun eigen wodka stookten. Ze haalde een slordige fles zonder etiket onder de toonbank vandaan en die fles moest en zou Bork hebben, hoe hoog de prijs ook was.

De vaste vertaler werd bij de maaltijd ingeruild voor een nieuwe, omdat Natalja’s werkdag erop zat. De nieuwe vertaler was een struise meid, zoals dat wel eens genoemd wordt, en zij sprak beduidend beter Italiaans dan Engels, wat aan tafel voor de nodige misverstanden zorgde. Bork had thuis al wat gedachten op papier gezet en had die als e-mail verstuurd. Hij sprak erover als ‘the concept’, maar dat woord wilde maar niet doorkomen. In het gesprek dat volgde werd wel het hele plan voor het museum besproken en dat was tot in detail identiek aan wat Bork had ingediend, zodat hij wel tot de conclusie moest komen dat iemand in die groep zijn concept wel degelijk gelezen had en dat moest iemand zijn die vaardig genoeg in het Engels was. Dat was niet Sergej, want die kende alleen een paar korte zinnetjes Engels, en zelfs die liet hij langs de vertaler gaan.

Nu is iemand die jouw ideeën claimt net zo internationaal als financieel opgelicht worden. Bork, die ook al niet echt genoten had van de borscht en zijn bord gevuld zag worden met voedsel dat in gekleurde gelei was gelegd, wat hij een walgelijke aanblik vond, zag zijn humeur met de minuut dalen. Bovendien mogen we nu zonder overdrijving stellen dat hij dronken was. Hij had geen zin meer om tegen dovemansoren te praten over het concept, stond op, zei Vaffanculo tegen de tolk en wilde terug naar het vliegveld gaan.

Dat was het moment dat Sergej begreep dat er wat gered moest worden, dus vroeg hij Bork nog even te blijven zitten omdat hij geïnteresseerd was in de foto’s die hij meegenomen had naar Rusland. De rest van het diner liep wat stroef en daarna werd Natalja thuis opgebeld met de vraag of ze zo snel mogelijk naar het hotel van Bork kon komen, waar het werk van Bork bekeken zou worden. Daar samengekomen nam Sergej de foto’s door, af en toe een bewonderend gezicht trekkend, en begon een lang gesprek met Natalja waar Bork geen woord van verstond. Meteen daarna vertrok het hele gezelschap en liet hem met de mooie Natalja achter.

Dit is een Bondfilm, dacht Bork nog met zijn dronken hoofd. Liepen niet alle spionageromans zo, met een aantrekkelijke vrouw die de hete kolen uit het vuur moest halen? Had hij een wapen gehad, dan was dit het moment waarop hij het onder zijn kussen moest leggen, maar Natalja bleek in het geheel geen amoureuze bedoelingen te hebben. In plaats daarvan zei ze op zeer zakelijke wijze: ‘Sergej heeft mij gevraagd om te onderhandelen over de foto’s die hij wil aanschaffen.’

‘Welke foto’s?’ vroeg Bork.

‘Alle foto’s,’ zei Natalja.

Dat was op zich al vreemd, want niet eerder in zijn carrière was het gebeurd dat iemand een doos met vijftig foto’s had doorgenomen en ze allemaal wilde aanschaffen. Een stuk of drie, vier was toch wel het absolute maximum bij een aankoop en zelfs dat was hem hooguit een of twee keer in zijn leven gebeurd, maar het paste wel bij het ‘I buy all’ dat Sergej jaren eerder uitgeroepen had in Antwerpen.

Natalja hield een foto in de lucht en vroeg: ‘Wat wil je bijvoorbeeld voor deze foto hebben?’

‘Nou, dat is simpel,’ zei Bork, ‘want al die foto’s staan gewoon in mijn webshop, dus dat kunnen we zo bekijken.’ Hij wilde vooral transparant overkomen. Hij had uit zijn hoofd de bedragen kunnen noemen, maar hij wilde die Russen even laten zien dat je ook eerlijk zaken kon doen.

Natalja haalde, eigenlijk een beetje tot de verbazing van Bork, de laatste MacBook uit haar tas, een zwarte uitvoering die hij zelf ook had willen hebben maar te duur vond, belde met de receptie en een paar momenten later had ze internet.

Heel geconcentreerd zocht ze de foto’s een voor een op en schreef het bedrag op. Miste een foto op de website, dan gaf Bork een prijs door die afgeleid was van de maat van vergelijkbare foto’s. Hij was inmiddels ook maar half gemotiveerd. Deze reis was een mislukking, besloot hij, terwijl hij de fles bijzonder gestookte wodka aan zijn lippen zette. Na zijn ervaring in het restaurant wist hij nu wel ongeveer wat er ging komen. Natalja zou een nette optelsom maken en de volgende dag zou Sergej dat bedrag door tien delen en dan zou hij de volgende middag weer op het vliegtuig naar Nederland zitten met een kater en een ervaring wijzer.

Daar maakte hij tegenover Natalja ook geen geheim van, maar in tegenstelling tot wat hij verwachtte, beaamde ze zijn theorie en zei: ‘Daarom is het van het allergrootste belang dat we de prijzen zelf zodanig opvoeren dat we dat probleem ondervangen.’

Ze zat in kleermakerszit op het Perzische tapijt centraal in de hotelkamer en Bork was ook op de grond gaan zitten en leunde met zijn hoofd tegen de rand van het bed. Zij telde het totaalbedrag op, wat al niet gering was, en vervolgens vermenigvuldigde ze dat bedrag met vijf en kwam uit op een ruim jaarinkomen van een geslaagder fotograaf dan Bork ooit was geweest. Bork keek verbaasd toe, want dat was eigenlijk nog het enige waar hij toe in staat was, want die under-the-counterwodka gleed naar binnen alsof het leidingwater was.

Inmiddels had hij er ook spijt van dat hij niet in een Bondfilm terecht was gekomen, want Natalja nam netjes afscheid en waarschuwde hem nog om geen roebels te accepteren omdat de munt aan zware inflatie onderhevig was en ook geen dollars te accepteren, omdat die meestal vals waren in Moskou. Ze stond erop dat hij zich in euro’s liet uitbetalen en ze verliet met een beleefde groet de hotelkamer. Vriendelijk en beleefd, zoals ze tijdens het hele uitzoeken van de foto’s was geweest.

Na haar bezoek was hij beslist gekleed in slaap gevallen, ware het niet dat de telefoon op zijn nachtkastje ging. Ene Marsja, ook een assistente van Sergej waar hij eerder nog niet over gehoord had. Zij begon een gesprek met hem over Dzerzjinski en de Loebjanka. Ze legde uit dat het hun fout was dat zij niets gesnapt hadden van zijn verzoek en vroeg of hij begrip wilde opbrengen voor het feit dat jonge en moderne Russen liever niet aan de dieptepunten van de Sovjet-Unie herinnerd wilden worden. Ze moest gemerkt hebben dat hij inmiddels zo dronken was dat hij geen fatsoenlijke zin meer kon uitspreken, maar ze liet daar op geen enkele manier iets van merken. Ergens tijdens dat gesprek moet hij in slaap gevallen zijn, want om vier uur ‘s nachts werd hij klaarwakker met de telefoon nog aan zijn oor. Zoiets is niet ongebruikelijk voor mensen die te veel gedestilleerd tot zich hebben genomen en Bork kende dit verschijnsel ook wel, maar dit was anders. Het gevoel dat hij had bij het ontwaken was misschien nog het beste te vergelijken met het hoogtepunt van een LSD-trip. Alle effecten die je zou verwachten bij een zware alcoholvergiftiging leken te ontbreken. In plaats daarvan voelde hij zich bijna hemels en bekeek hij de wereld met geheel nieuwe ogen.

Ook de ergernis over wat er die dag zoal gebeurd was, leek geheel verdwenen. Hij opende de gordijnen en verbaasde zich over de schoonheid van de lege straten van Moskou. Hij moest en zou naar buiten om een wandeling te maken en de receptionist keek verbaasd toen hij het gebouw verliet.

Hij was in een opperbest humeur en keek zijn ogen uit naar de vele leegstaande grote gebouwen waarvan de voorgevels gebruikt werden voor immense reclames van Dior, L’Oréal, Apple en andere redelijk luxe merken, maar het meest was hij gebiologeerd door de oudere huizen die kennelijk nog uit de tsaristische tijd waren, niet vanwege de bouw, maar door een enorme diversiteit aan heel lichte pastelkleuren. Hij diepte de compactcamera uit zijn zak en begon te fotograferen, niet eens om mooie foto’s te maken, maar om bewijs te hebben dat wat hij nu zag niet voortkwam uit een hallucinatie die door de zelfgestookte wodka veroorzaakt was.

Later zou hij aan die nacht refereren als het moment dat hij zwart-witfotografie in de steek had gelaten om voortaan in die zachte kleuren te proberen te werken. ‘Zie je wel,’ mopperde hij voor zich uit, terwijl hij het ene na het andere pastelkleurige huis vastlegde. ‘Kleuren hoeven helemaal niet zo fucking hard te zijn als wij ze gebruiken in de fotografie. Het kan allemaal veel ingetogener.’

Nu was niet alles waar wat Bork over zijn fotografie meldde en het was zeker niet zo dat hij sindsdien foto’s maakte in zachte pastelkleuren, maar het was wel degelijk zo dat zijn vrije werk, dat sinds 1977 standaard zwart-wit was geweest, sinds dat bezoek opeens ook kleurenfoto’s bevatte.

Een tentoonstelling die hij jaren later, na nog een paar bezoeken aan Moskou, zou samenstellen onder de titel The Russians Are Coming was zelfs geheel in kleur gemaakt. De titel was een spottende verwijzing naar de Koude Oorlog, maar werd al snel minder grappig opgepikt na de Russische invasie van Oekraïne.

Het kan niet altijd meezitten, was het nuchtere commentaar van Bork op het feit dat die tentoonstelling eigenlijk een beetje in een zwart gat was gevallen.

Doordat hij zo gefascineerd door het centrum van Moskou had gelopen, had hij geen idee meer waar hij nu eigenlijk was, ja, behalve dat hij overduidelijk verdwaald was, voor zover je dat een geografische locatie kon noemen. De stad begon al langzaam op gang te komen en op dat moment was het een stad als alle andere. Mensen die zich haastten om naar hun werk te komen. Mooi geklede vrouwen met pumps in de hand terwijl ze zich op sneakers naar kantoor verplaatsten. Het had Amsterdam, New York of Parijs kunnen zijn, alleen hingen daar minder van die gevelbrede advertenties voor luxeproducten. Later zou Sergej hem uitleggen dat die panden zoveel achterstallig onderhoud hadden en tegelijkertijd nog met de dag in waarde stegen dat de gevels aan grote merken verhuren de beste manier was om ze rendabel te maken. Een vergelijkbare aanpak werd in Amsterdam ook wel toegepast, maar zonder de nadruk op reclame, meer verkrotting die uiteindelijk de financiering van luxe appartementen mogelijk maakte, omdat ook daar eigenlijk sinds de jaren veertig huizen op belangrijke locaties gestaag in waarde stegen.

Hoe hij uiteindelijk het hotel had kunnen vinden, wist hij niet meer. Misschien had hij zich toch ergens in een helder moment de naam van het hotel herinnerd, maar dat deel van de nacht was een blackout.

Kennelijk was de bijzondere fles wodka ook leeg geweest, want toen Sergej en zijn secondanten na veel tevergeefs aankloppen en telefoneren met de sleutel van de receptie waren binnengekomen, lag hij gekleed op bed, omringd door lege flesjes wodka uit de minibar.

Op de een of andere manier zagen ze de humor van de situatie wel in, want hij zag veel vrolijke gezichten om zich heen die stuk voor stuk de allerlaatste iPhone in hun handen hielden en elkaar blikken van verstandhouding toewierpen.

Natalja, die onmogelijk ook veel slaap gehad kon hebben, legde namens Sergej uit dat hij zijn excuses wilde maken voor het gedrag van de tolk, die beter Italiaans sprak dan Engels, en dat hij daardoor onnodig beledigd was geraakt en dat zij, Natalja, voor de rest van de week zijn vaste tolk zou worden. Niet zonder enig gevoel voor plechtigheid werd hem een dikke envelop met euro’s overhandigd en Natalja haastte zich te zeggen dat het niet het volledige bedrag was, maar dat Sergej niet over genoeg euro’s beschikte om de volle vraagprijs te kunnen honoreren. Bork klaagde daar niet over, want het bedrag in die envelop was nog steeds een jaarsalaris.

Ze lieten hem vervolgens even in de steek zodat hij zich om kon kleden en kon douchen. Ze zouden wel wachten in de lobby. Een kamermeisje kwam binnen en raapte de lege minibarflesjes bijeen en besloot die niet te vernieuwen, maar te vervangen door een grote fles in de vorm van een matroesjkapop.

Bork had nog steeds geen last van een kater.