
Er werden verschillende Ubers gebeld en zo ging de groep naar de locatie van het nog te bouwen museum voor erotische kunst. Bork vond het een beetje bizar dat hij voor het eerst van zijn leven in een Uber plaatsnam en dat dit uitgerekend in Moskou moest zijn. De afstand was niet zo groot, misschien twee kilometer hooguit, maar ze zaten voortdurend vast in het verkeer. Sergej wees naar de vele zwarte SUV’s om hen heen en legde uit dat het merendeel van het verkeer in de binnenstad overheidsverkeer was.
Dat stelde hem eigenlijk wel een beetje gerust, want dat was best wel iets wat je verwachtte bij het beeld van een dictatuur die in de verte ook nog iets van de oude Sovjet-Unie had. Wat hij verder om zich heen gezien had, had hem doen concluderen dat Moskou zo op het eerste gezicht een stuk moderner was dan Amsterdam, want daar nam nog vrijwel niemand een Uber en daar dronk men ook nog niet de hele dag Starbucks. Overal waar hij keek zag hij wel iemand met de bekende bekers van Starbucks lopen. Dat was toen in Nederland alleen nog voor trendy kantoortypes. Sergej wees de Russische variant van Starbucks aan, maar die was geheel leeg. Kwamen ze aan een Starbucks voorbij, dan stonden de mensen daar in rijen.
De grootste klacht van Bork over Amsterdam was dat de stad te veel Amerikaanse invloeden had gekregen, maar vergeleken bij Moskou viel het in zijn eigen stad eigenlijk wel mee.
Bork was al even verbaasd toen ze de ruimte van het nog te bouwen erotisch museum binnenliepen. Het was niet meer dan twee uitgebroken verdiepingen van een parkeergarage, waar overal nog stukken beton lagen van de uitgebroken tussenverdieping. De ruimte was immens, minstens 600 of 700 vierkante meter, en Sergej maakte een wijds gebaar en zei in alle ernst: ‘Over vier weken gaan we open!’
Bork schoot in de lach en Sergej keek hem enigszins gekwetst aan en vroeg via de tolk waarom hij moest lachen.
‘Nou ja, als ik dit zo zie, dan gaat het minstens twee jaar duren voordat het museum open kan.’
‘Nee hoor, de uitnodigingen voor de feestelijke opening zijn al de deur uit,’ zei Sergej zonder enige twijfel in zijn stem.
Reden voor Bork om nog wat harder te lachen. Later zou hij zich voor dat moment schamen, want het museum ging inderdaad op de geplande datum open en niet als ‘work in progress’, zoals dat in Nederland zou gebeuren, maar alles was ook echt af.
Het museum voor erotische kunst stond in één klap op de kaart als het grootste museum in dat genre wereldwijd, met een imposante collectie, en dat laatste was ook aan Bork te danken, die vooral in Frankrijk en de Verenigde Staten verzamelaars had benaderd om werk aan te kopen, maar dat er ook toiletruimtes waren die luxer waren dan in menig viersterrenhotel, dat was te danken aan die twee jongens van hooguit 26 die zich de avond ervoor hadden voorgesteld als aannemers.
Russische erotische kunst was er amper en dat was nog een erfenisje van de Sovjet-Unie, waarin seksualiteit weliswaar ruim bedreven werd, zolang het maar niet bespreekbaar was of afgebeeld werd, en alweer zag Bork een niet geringe overeenkomst tussen de VS en Moskou, waarmee hij het nadrukkelijk niet over de rest van Rusland had, want hoofdsteden kunnen wereldwijd cultureel nogal afwijken van wat Nederlanders ook wel het platteland zouden noemen. Bovendien had hij buiten Moskou niets van Rusland gezien, hooguit wat beelden uit het raampje van de Airbus en dat was veel landbouw en hier en daar een gebouw dat in de verte op een Nederlandse boerderij leek.
Na een wandeling over het Rode Plein, dat hemelsbreed misschien 300 meter van het museum in aanbouw verwijderd was, werd er geluncht in het appartement van Sergej en daar hoorde Bork hem vertellen hoe blij hij was met de gay- en transgenderfotografie die Bork had meegenomen. Hij genoot al bij voorbaat van de ergernis die dat bij de medewerkers van het Kremlin zou oproepen en met name bij Poetin. Dat was voor het eerst dat de tolk even van het normale repertoire van vertalen afstapte en haar visie gaf op de macht van Poetin. Volgens haar was Rusland een immens land en kon de president niet echt onafhankelijk opereren van religieuze leiders en waren veel beslissingen compromissen tussen de feitelijke overheid en de verschillende religieuze groepen in het land. Zij vond dat de antihomopropagandawet, die nog in de kinderschoenen stond, daar een mooi voorbeeld van was.
Voor Bork was dat een halfslachtige poging om van Poetin een semi-democratische leider te maken. Natalja, die op dat moment nog in opleiding was op de diplomatenschool en jaren later op het consulaat ergens in Azië zou werken, was duidelijk geen aanhanger van Poetin, eerder van Medvedev, die zij redelijker en moderner achtte. Toch vond ze dat Bork ook moest kijken naar het feit dat de gemiddelde Rus vele malen meer was gaan verdienen onder Poetin, dat hij een einde had gemaakt aan de voedselrijen, kortom al die dingen die een politicus populair maakten in eigen land.
Dat de voedselrijen nog niet in zo’n ver verleden lagen tijdens het bezoek van Bork, bleek in zijn ogen nog het meest aan het gedrag van mensen in supermarkten. In het Westen, waar zelden tekorten aan voedsel waren, hadden de mensen een zekere vaardigheid ontwikkeld in de omgang met winkelwagens. In de bijzonder rijk bevoorrade supermarkt die ze bezochten, waar zelfs redelijk zeldzame Nederlandse kazen verkocht werden die je bij de Albert Heijn in Amsterdam niet zou aantreffen, waren er voortdurend botsingen van winkelwagens, meestal veroorzaakt door mensen die opeens een ander eiland met exotische producten ontdekten en daar blind op afkoersten. Misschien verbeeldde hij dat zich maar, maar hij kon wel in alle redelijkheid constateren dat vooral producten die niet Russisch waren enorm populair waren.
Dat zag je eigenlijk overal, in de keuze van communicatiemiddelen, auto’s, etc. Het was best triest om te zien, niet omdat er iets mis was met die producten, maar omdat zoveel Russen kennelijk niet meer aan hun eigen verleden herinnerd wilden worden.
Bork, die tegen alle wetten van de waarschijnlijkheid in nog steeds geen echte zware kater had, begon nu onverwacht hevig te transpireren en hij struikelde af en toe over zijn woorden. Sergej liet via de tolk weten dat hij dat had geregistreerd en dat het tijd werd voor Bork om even wat wodka te drinken, wilde hij niet de rest van de dag incapabel zijn. Het werd met de nodige humor gebracht in een poging Bork enige schaamte te besparen, maar dat had niet het gewenste effect.
De hele groep ging op zoek naar het dichtstbijzijnde café en daar kreeg hij een fiks glas wodka voor zijn neus gezet.
‘Waarom drink je eigenlijk zoveel wodka?’ vroeg Natalja alsof het een terloopse vraag was.
Bork besloot eerlijk te antwoorden: ‘Ik heb sinds de dood van mijn vader last van paniekstoornissen en niet de milde, maar de variant waarbij de stewardess aan kan komen rennen en om een arts gaat vragen. Ik was zonder stoornis al doodsbang voor een bezoek aan Moskou, dus ik heb mij gericht tot het enige middel dat bij mijn weten succesvol paniek kan onderdrukken.’
‘Ja, maar waarom wodka? Dat wordt hier alleen door toeristen en oude mannen gedronken. Er was een tijd in Rusland dat de gemiddelde levensduur van mannen niet hoger uitkwam dan midden vijftig, hooguit zestig jaar, en alcohol was daar een belangrijke factor in.’
‘Ik dacht dat je in Rusland wodka dronk als je niet te veel op wilde vallen,’ zei Bork, die zich begon te realiseren hoe belachelijk hij moest zijn overgekomen.
‘Ja, dat begrijp ik. Dat is het beeld. Het is wel een verouderd beeld, maar in het Westen heeft het een eindeloze houdbaarheid. En voor een deel klopt het wel. Er wordt buiten de steden nog steeds wodka gestookt, zoals die fles die je gisteren kocht, waar geen alcoholpromillage op staat, maar het zal aanzienlijk hoger zijn dan wat je gewend bent.’
Van die laatste informatie kreeg Bork bijna alsnog een paniekaanval. Wat als hij, toen hij ‘s nachts zo blij door de stad had gewandeld, op de rand van een mogelijk dodelijk delirium had verkeerd?
Natalja overlegde met Sergej en legde hem het hele verhaal uit. Hij keek ernstig maar niet verwijtend en sprak minutenlang met Natalja, waar Bork uiteraard geen woord van verstond. Vanaf dat moment kreeg hij om de twee uur een glas wodka. Niet voldoende om stomdronken te worden, maar voldoende om paniekvrij te blijven.
De rest van de groep zat hem bezorgd aan te kijken met een Sprite of een koffie voor de neus, maar vanaf dat moment veranderde er iets in hun houding tegenover hem. Ieder voor zich hield de tijd in de gaten voor wanneer het weer tijd was voor de ‘medicatie’ van Bork. Daarmee namen ze tegelijkertijd bijna alle basis weg voor enige paniek die Bork mogelijk zou kunnen voelen in een wereld die zo anders was dan de zijne en bovendien ook nog eens totaal anders was dan het beeld dat hij op voorhand had gehad.