
Bork werd wakker en hij was meteen woedend. Hij had last van zijn rug en er stond hem een dag te wachten waarop hij yoghurt moest dweilen en van de meest onverwachte plekken moest verwijderen. Hij vervloekte zichzelf dat hij zijn leven lang freelance gewerkt had en op verzoek van de hoofdredactie formuliertjes had getekend waarop stond dat hij minder dan twintig uur voor hen had gewerkt, terwijl het aantal uren in de praktijk veel hoger uitkwam, waardoor de uitgeverij niet verplicht was om voor hem sociale lasten af te dragen.
Natuurlijk waren er ook uitgeverijen geweest waar hij wel naar waarheid zijn uren had ingevuld, maar dat waren nu net die bedrijven die wel loonstrookjes uitdeelden, maar niets afdraagden, waardoor hij op pensioengerechtigde leeftijd alleen een AOW-uitkering ontving die in meer dan een decennium niet verhoogd was en dat inkomen was amper genoeg voor zijn vaste lasten.
‘Wij zullen later moeten doorwerken tot we er dood bij neervallen,’ had zijn beste vriend en collega Onno Reiter zo rond hun veertigste eens gezegd. Ze hadden er boven een glas bier nog om moeten lachen ook, maar inmiddels was het zover en dat voelde allesbehalve prettig. Hij redde zich weliswaar wel en hij stond er ook niet elke dag bij stil, maar nu ergerde hij zich kapot dat hij zich niet eens voor één enkele dag een schoonmaker kon permitteren.
Zelfs het eitje voor het ontbijt dat opvallend goed was uitgepakt, niet te hard en niet te zacht, kon hem niet uit zijn kwaadheid halen. Bovendien voelde hij zich vies en als hij nu onder de douche wilde, moest hij eerst de badkamer schoon zien te krijgen, inclusief het wassen van de handdoeken.
Toch moest hij ergens beginnen, dus hij koos voor de badkamer, waar hij alle handdoeken en ochtendjassen, ook die waar zo op het eerste gezicht niets mee aan de hand was, in een grote plastic zak propte en die afleverde bij de wasserette. Hij had geen zin om te midden van dit alles ook nog eens de hele dag naar het lawaaierige geluid van een vijftien jaar oude wasmachine te luisteren. Vervolgens spoot hij de douchecabine schoon met de douchekop, die hij vasthield alsof hij bezig was een radioactieve ruimte te neutraliseren, en daarna kon hij verder met een lapje de muren afnemen. Na ook nog de vloer gedweild te hebben, kon hij verder met de studio. Midden in die actie wilde hij even opstaan, maar zijn rug sloeg op pijnlijke wijze vast in een hoek van negentig graden. Hij kon niet meer verder bukken en ook niet rechtop staan.
Het enige wat nog lukte, was voorzichtig voetje voor voetje verplaatsen om vanuit die voorovergebogen houding naar de dichtstbijzijnde stoel te schuifelen. Toen hij die stoel bijna bereikt had, ging de telefoon in de woonkamer. Onderweg naar de telefoon bleek degene die hem probeerde te bereiken alweer opgehangen te hebben, maar voordat hij weer ver genoeg gevorderd was richting de stoel, ging de telefoon voor de tweede keer en het bellen was deze keer een stuk aanhoudender, waardoor hij op tijd bij het apparaat aankwam en iets te bits in de telefoon riep: ‘Bork hier!’
Het was Cornelia.
‘Ik dacht al dat je ergens dood op de vloer lag, zo lang duurde het voordat je opnam…’
‘Bijna goed,’ zei Bork, ‘alleen zou ik nu liever dood op de grond liggen dan in een hoek van negentig graden naar de vloer kijken, terwijl ik jou geruststellend moet toespreken dat ik nog leef.’
Ze begreep het eerst niet, maar Bork legde haar uit hoe hij door zijn rug was gegaan, of hoe dat ook mocht heten.
‘Ik kom er nú aan,’ zei Cornelia en hing op.
Ook dat nog, dacht Bork. Als ik straks de stoel gehaald heb en eindelijk rustig zit, kan ik aan de tocht naar het trappenhuis beginnen om de voordeur voor haar open te doen. Cornelia was echter tactischer dan dat. Hij hoorde haar bij de bovenburen aanbellen en die deden open. Hij hoefde nu alleen naar de etagedeur te schuifelen en die was relatief dichtbij. Hij vloekte een paar maal hartgrondig en hij drukte zich kreunend op uit de stoel en schuifelde in de bijna al vertrouwd wordende voorovergebogen positie naar de deur, die al open bleek te zijn en dat merkte hij op de hardst denkbare wijze, want Cornelia kwam bezorgd binnenstormen en zwaaide de deur open en raakte daarmee zijn voorhoofd. Helemaal overstuur was ze van haar eigen daad, terwijl Bork zijn hoofd aftastte of hij misschien ergens bloed voelde.
Hij had kunnen weten dat de deur open was, want hij had eerder al de eerste zak met handdoeken op de gang gezet. ‘Maak je niet druk, lieverd. Alles loopt vandaag een beetje anders dan anders,’ zei hij en schuifelde weer terug naar de stoel.
‘Kun je niet meer helemaal overeind komen?’
‘Momenteel niet, maar je weet wat ze zeggen. Alles wat in de rug schiet, kan er ook zo weer uitschieten.’
Bork liet zich heel langzaam in de stoel zakken en verzuchtte dat hij te oud was voor zijn vak, terwijl Cornelia op zoek ging in het medicijnkastje in de badkamer.
‘Alles wat je hebt is over datum,’ riep ze vanuit de badkamer.
‘Geeft niet, dat ben ik ook,’ mopperde Bork voor zich uit. Het was niet de eerste keer dat hij last van zijn rug had, maar deze ervaring was geheel nieuw voor hem.
‘Ik ga even boodschappen doen, want ik ga je geen paracetamol of ibuprofen uit de vorige eeuw geven en dan doe ik meteen wat boodschappen voor je. Ik ben zo weer terug en jij blijft zitten waar je zit en je verroert je verder niet.’
‘De sleutels zitten aan de binnenkant van de deur,’ zei hij.
Ze bleef langer weg dan hij verwacht of gehoopt had, want de Albert Heijn was immers aan de overkant, maar bij haar terugkomst zag hij dat ze eveneens ergens een mop met emmer had gehaald en tevens, naar het gerinkel te oordelen, een bezoek aan de drankwinkel had gebracht. Het was een ware invasie van vrouwelijke behulpzaamheid, inclusief hulpmiddelen die hij nooit in huis zou halen. Zo had ze een pak van vijf dweilen meegenomen, terwijl Bork al minstens tien jaar, zo niet langer, met een enkele dweil deed, die ook nog eens van een aanzienlijk kleinere maat was dan wat zij in huis had gehaald.
Hij zag een megaflacon Ajax-vloerreiniger en een hele batterij schoonmaakmiddelen waar hij nog nooit van had gehoord, laat staan dat hij wist waar ze geschikt voor waren.
Ze haalde een glaasje water en drukte twee kersverse ibuprofens uit in zijn hand. Hij nam ze braaf in en pas daarna zei ze: ‘Zo, dus jij was even lekker met yoghurt aan de gang gegaan.’
‘Het is maar wat je lekker vindt,’ zei Bork en hij vertelde vervolgens het hele verhaal over Sergej, die binnenkort naar Amsterdam zou komen, en dat hij hem ging proberen een hele serie WAM-fotografie te verkopen en hij deed nauwkeurig verslag van de laatste fotografie van de dag ervoor.
Cornelia, die aanvankelijk licht jaloers had geklonken, begon zich nu duidelijk te vermaken. ‘Dus je bent er nu uiteindelijk ook achter dat de M in WAM staat voor Messy.’
‘Toch had ik me dat anders voorgesteld,’ zei Bork. ‘Minder ongeremd of explosief, hoe je het ook noemen wilt.’
Cornelia lachte. ‘Nee, het is ook niet alleen bedacht voor fotografie, maar daar zul je zelf nu ook wel achter zijn.’
‘Ik leer elke dag iets nieuws,’ zei Bork mat.
‘Heb je een oude spijkerbroek en een overhemd dat je niet meer draagt? Dan zorg ik dat de boel verder schoongemaakt wordt, dan kun jij lekker ontspannen in je stoel zelfmedelijden gaan zitten voelen.’
Drie uur later was alles helemaal schoon, behalve de camera’s, want die wilde Bork zelf schoonmaken, maar voorlopig zat hij nog aan de stoel gekluisterd.
Het viel hem op dat ze er in zijn ogen aantrekkelijker uitzag in zijn oude spijkerbroek en veel te ruime overhemd, dus toen ze aanstalten maakte om zich weer om te kleden, vroeg hij of ze die outfit nog even aan wilde houden.
Ze keek hem licht spottend aan en zei: ‘Arme eenzame ziel, je bent echt op zoek naar een jongetje en een vrouw tegelijkertijd.’