Dimmend licht (25)

Dimmend licht (25) door Hans van der Kamp

Vlak nadat Bork niet meer verwachtte nog iets van Sergej te horen, kwam er een bericht binnen dat hun afspraak nog twee dagen opgeschoven moest worden omdat hij diamanten ging kopen in de VS. Bork had al hele scenario’s bedacht waarin Sergej met bloeddiamanten op weg was naar New York, maar even later bleek er een vertaalfout in de tekst van Gesher geslopen te zijn. Sergej was op weg naar de VS om een ring met diamant te kopen voor zijn aanstaande bruid. Trots stuurde hij een foto van zijn aanstaande.

‘Moet je dit zien,’ riep Bork naar Cornelia. ‘Ik zeg niets, maar wat zie jij in deze bruid?’

‘Verdomd, ik zie wat je bedoelt,’ zei ze. ‘Dit is een jongetje, een Kazachstaanse versie van een Wiener Sängerknabe.’

‘Inderdaad. Ze is zonder meer mooi en dat had ik ook wel van Sergej verwacht, want uiterlijk is alles voor hem, maar denk dat lange haar weg en er blijft een jongetje over. Een bloedmooi jongetje weliswaar, maar een jongetje desalniettemin.’

Ze waren er even stil van.

Waarom iemand naar New York ging om een trouwring te kopen, dat zou verder een raadsel blijven.

‘Krijgen we haar nog te zien?’ vroeg Cornelia.

‘Als ik het goed begrijp zit ze nog bij haar moeder in Kazachstan en mag ze pas naar Moskou na een gedegen, religieus huwelijk in haar geboorteplaats.’ Ook dat wist Bork niet zeker. Hij begon de kennis van het Russisch bij Gesher een beetje te wantrouwen. De kwaliteit hing een beetje af van wie de vertaling deed. Waarschijnlijk had Sergej iets dergelijks ook geconstateerd. Misschien had hij zelfs hun ongemakkelijke gesprek over vergunningen ook toegewezen aan een moeizame vertaling. Het was per slot van rekening niet de eerste keer dat ze bijna een groot conflict hadden gekregen door een slechte vertaling.

Opgelucht dat er in ieder geval geen definitieve ruzie was ontstaan, was hij wel. Voor Bork was de band met Sergej van belang. Waar dat precies in zat, kon hij niet verklaren. Misschien omdat hij iets in hem herkende, al zou hij niet meteen kunnen duiden wat.

In Amsterdam wilde het ook al niet vlotten met wat hij zijn vrije werk noemde, want hij had de fout gemaakt om een aantal kunstenaars uit te nodigen om mee te doen aan een tentoonstelling in het museum van Sergej aan de Novy Arbat. Twee kunstenaars waren gay en diep gekwetst door zijn uitnodiging. Bork had dat niet begrepen en was met een van hen een gesprek aangegaan in een gay café op de Zeedijk. Daar had hij bovendien nog eens nadrukkelijk geprobeerd geen fouten te maken door een Smirnoff-wodka met Sprite te bestellen voordat hij aan het gesprek begon.

‘Wij hebben geen wodka, we boycotten Rusland,’ zei de barkeeper.

‘Ja, dat begrijp ik,’ zei Bork onverstoord, ‘daarom vraag ik ook nadrukkelijk om een Amerikaanse wodka, terwijl ik liever Stolichnaya drink. Je gaat me toch niet vertellen dat jullie de VS ook al boycotten?’

‘Smirnoff is Russisch,’ zei de barkeeper.

‘Niet meer sinds 1917,’ zei Bork, die soms over opvallend veel feitenkennis beschikte als hem dat zo uitkwam. Bovendien was dit een goed voorbereide zet van hem, want hij had echt zin om eens te laten zien hoe slecht de algemene kennis van het door velen gehate Rusland was.

‘Weet je wat, schat, doe mij maar een glaasje water dan.’

‘We verkopen alleen water uit flesjes,’ zei de barkeeper, die nu zowel ongeduld als zuivere, onverdunde ergernis en minachting in een enkele gezichtsuitdrukking probeerde te verenigen.

‘Ja, dat is nu ook weer zo ongezellig. Doe maar iets anders wat van aardappelen gestookt is. Een jenever met Sprite, bijvoorbeeld.’

Zonder aarzelen schonk het stuk chagrijn de gevraagde bestelling voor hem in. Bork bedankte hem vriendelijk en voordat hij de bar verliet, zei hij nog even tussen neus en lippen door: ‘Jenever en wodka worden allebei van graan gemaakt, niet van aardappelen.’

‘Pisnicht!’ hoorde hij de barkeeper nog achter zijn rug sissen.

Met een brede grijns nam hij plaats aan het tafeltje van Sander, een door Bork zeer bewonderde kunstschilder die het mannelijk naakt centraal had staan in zijn werk.

‘We gaan vooruit in de gay scene. Ik ben zojuist een pisnicht genoemd en dat geeft me echt het gevoel dat ik er inmiddels als biseksueel echt bijhoor. Vroeger was ik niet welkom geweest of ik had te horen gekregen dat het tijd werd om uit de kast te komen.’

Sander glimlachte matjes. ‘Maar dat is wel al heel lang geleden.’

Bork besloot daar niet op in te gaan. Zo lang was dat nu ook niet geleden. De laatste keer dat hij met die vorm van discriminatie in aanraking was gekomen, lag nog geen twee jaar achter hem. Maar hij zat daar niet om die discussie nog eens op te rakelen. Hij hoopte alsnog Sander over te halen mee te doen aan de tentoonstelling, maar het begon al niet erg hoopvol.

‘Ik was diep geschokt dat je me midden tijdens onze boycot uitnodigde voor een tentoonstelling in Moskou, of all places.’

‘Je zult wel bang zijn geweest dat je vaste klanten zou verliezen, maar ik moet je eerlijk zeggen dat ik niet eens van deze specifieke boycot op de hoogte was.’

‘Onmogelijk!’ zei Sander beslist. ‘Dan heb je zeker ook niets meegekregen van die filmpjes op YouTube, waarin Russische gays aan een boom gebonden en bespuwd worden.’

‘Ja, dat nou weer wel, maar ik heb even een check gedaan en dat was in Oekraïne. Tenminste, de filmpjes die ik gezien heb, niet op YouTube maar de gedeelde versies ervan op de verschillende sites van Nederlandse kranten.’

‘Je vergist je,’ zei Sander. ‘En de eerste Pride in Moskou dan? Dat is toch ook een bloedbad geworden?’

‘Daar was ik bij. Het was een miniscuul optochtje dat verboden werd door de politie, maar dat het “een waar bloedbad” was, hoorde ik pas toen ik thuiskwam en ik heb tot op heden nog geen beelden gezien die bewijzen dat het ook daadwerkelijk een bloedbad is geworden. Gewoon een verboden demonstratie die door de politie geruimd werd op dezelfde manier waarop wij hier pro-Palestinademonstraties oplossen. Maar ik zit hier niet om Rusland of de antihomopropagandawet te verdedigen.’

‘Nou, zo klinkt het anders wel.’

‘Nee, ik wil je een gewone vraag stellen. Stel, je bent net zo gay als je nu bent en je woont niet in Amsterdam maar in Moskou en je wordt niet zoals hier steeds vaker op straat nageroepen, maar je wordt zwaar onderdrukt. Zou jij dan willen dat gays in het Westen besloten om te doen alsof Rusland niet bestaat, of zou jij naar die tentoonstelling met gay art toe willen die ook nog eens op een steenworp van het Kremlin gehouden wordt, wat een niet gering protestgebaar is? Of zou je denken: wat fijn dat ze ons land boycotten, want dan komt er snel een einde aan mijn onderdrukking?’

‘Ik denk het laatste,’ zei Sander beslist.

‘Dat verbaast me eigenlijk, Sander, want je zou denken dat gays wereldwijd enige solidariteit zouden voelen, maar ik respecteer je mening en blijf rustig zitten. Ik reken wel af bij die engerd achter de bar en ik hoop dat je mijn goede bedoelingen en logica ook ziet en we zien elkaar wel weer eens ergens in Arti of zo.’

Geërgerd was Bork naar huis gelopen, terwijl hij bedacht dat de grootste fout achter het idee van die expositie toch wel was geweest dat Sergej geen gegarandeerde aankopen had willen bieden, want dan was dit allemaal heel anders gelopen. In de ogen van Bork had je ruwweg slechts twee soorten beeldende kunstenaars. Zij die geen geld hadden, maar wel principes en zij die geld hadden, maar geen principes.

Cornelia verstoorde zijn gemijmer door te melden dat het ballonnenmodel binnen een half uur op de stoep zou staan en hij stond op om de studio op orde te maken voor een fotosessie.

Het kan meevallen en het kan tegenzitten, dacht Bork, terwijl hij de Canadese man van middelbare leeftijd de hand schudde en in dit specifieke geval was er weinig hoop. Hij was toch echt wel het een en ander gewend en hij had een groot hart voor mensen die de grenzen van het maatschappelijk acceptabele opzochten.

De man stond als een pilaar voor hem, gekleed in een spencer en een korte Schotse rok, en hoe mensen staan zegt veel over de bewegingsmogelijkheden bij eventuele poses. Deze man stond als een stoplicht. Keurig rechtop en de beentjes stram naast elkaar alsof hij op wacht stond bij een kazerne. Dat alles werd gecombineerd met de glimlach van een twaalfjarig meisje. In de linkerhand hield hij een wolk van met helium gevulde ballonnen. Roze en blauw, symbolisch voor het mannelijke en het vrouwelijke. Alles wat vrouwelijk was, bestond uit kleding en als je die uit zou laten trekken, wat zeker geen ambitie van Bork was, dan bleef er een niet zo aantrekkelijk mannetje over dat waarschijnlijk dan nog steeds stond te glimlachen als een twaalfjarig meisje.

Bork moest zijn uiterste best doen om de opgewekte, blije fotograaf uit te hangen en hij probeerde talloze posities, zowel staand als liggend, misschien wel 250 opnamen, en ze waren allemaal op een andere manier anders en tegelijkertijd niet goed genoeg. Het enige wat in elke foto identiek was, dat was die glimlach die als in graniet over zijn gezicht gebeiteld was.

Hij durfde amper de resultaten te tonen en hij verwachtte eigenlijk dat de confrontatie met die foto’s het enige was wat die glimlach van het gezicht kon laten verdwijnen, maar de glimlach werd juist intenser. Helemaal verliefd keek de man naar de afbeeldingen, complimenteerde hem, zei dat hij de beste fotograaf was die hij ooit had gehad en rekende meteen af bij Cornelia, die geen wisselgeld had, maar ook dat was geen probleem. Ze mochten het wisselgeld houden, want anders moest hij die euro’s toch maar inwisselen op Schiphol.

Het was zonder meer een van de kortste fotosessies geweest die Bork sinds lang had gehad. Al met al had het van kennismaking tot betaling hooguit drie kwartier geduurd, een absoluut snelheidsrecord. Ze aten die avond vrijwel in stilte en Bork bracht het begin van de avond door met een halve existentiële crisis, terwijl zijn neus zelden verder dan dertig centimeter verwijderd was van een glas whisky.

‘Je moet toegeven dat het snel verdiend was,’ zei Cornelia, die duidelijk in de gaten begon te krijgen dat ze Bork niet kon opzadelen met elke willekeurige klus.

‘Dat was het zeker,’ zei Bork. ‘Ik weet ook niet waarom ik zo volledig afgewerkt voel. Daar is geen enkele reden toe. Misschien heb ik wat onder de leden en moet ik gewoon eens vroeg naar bed.’

‘Dat is geen slecht idee,’ zei Cornelia. ‘Ik heb ook beloofd dat ik de planten van de buren nog water zou geven en dan kan ik meteen even kijken of er nog post op de mat ligt.’