Dimmend licht (32)

Dimmend licht (32) door Hans van der Kamp

Bork werd wakker met een stevige hoofdpijn. Cornelia zette een kop koffie bij zijn bed. Zo te zien was zij al een behoorlijke tijd wakker. Ze was gekleed en liep met daadkrachtige passen door de woning.

‘Weet je eigenlijk hoe laat Sergej vandaag langskomt?’ vroeg ze.

Bork greep naar zijn gepijnigde hoofd, wreef zijn ogen uit en probeerde na te denken. Hij had een overvloed aan herinneringen aan de vorige avond en hij wist ook dat er iets afgesproken was, alleen had hij geen idee meer hoe laat.

‘Het maakt niet zoveel uit,’ kreunde hij. ‘Zijn afspraken lopen toch altijd anders dan wat hij van tevoren afspreekt.’

Dat de zaken anders zouden lopen dan verwacht, bleek toen er een bericht van Gesher binnenkwam, een bijzonder lang bericht en zo op het eerste gezicht het meest absurde bericht dat hij tot op heden had ontvangen. Bork en Cornelia werden bedankt voor een prachtige middag en avond in Amsterdam, maar Sergej had helaas door onverwachte ontwikkelingen terug naar Moskou moeten vliegen.

Bork pauzeerde met lezen. Dat leek hem toch iets te ongeloofwaardig. Hoe kon iemand zijn vlucht omzetten op zo’n korte termijn? Hij belde het hotel waar Sergej verbleef en daar werd bevestigd dat hij in de vroegte al naar Schiphol vertrokken was.

Dat was mysterieus. Met enige ergernis keek hij naar de WAM-serie die aan de muur hing. Hij had een poging om die aan Sergej te verkopen te lang uitgesteld, kennelijk.

Het tweede deel van de brief was zo mogelijk nog vreemder, want daarin verzekerde Sergej dat het hem speet dat dingen anders gelopen waren en hij nodigde hen uit om na zijn huwelijk naar Moskou te komen voor twee weken, want dan zou hij hun het echte Rusland laten zien. Tsjetsjenië, Kazachstan, Petersburg, Sotsji werden onder andere genoemd. Cornelia werd nadrukkelijk ook uitgenodigd.

Daar werd Bork ook al niet vrolijk van. Geen verkoop van de WAM-serie en dan ook nog eens een reis door Rusland betalen? Dat zat er niet in en als dat wel zo zou zijn, dan nog zou hij daar geen zin in hebben.

Wie wilde er nu bijvoorbeeld naar Tsjetsjenië? Hij zag beelden voor zich van militaire confrontaties tussen bebaarde strijders op pickuptrucks die vochten tegen de tanks van het Russische leger. Niet echt een vakantiebestemming in zijn ogen. Bovendien, waar haalde Sergej de arrogantie vandaan om hun een vakantie op te dringen die ze zelf niet gekozen zouden hebben?

Ietwat geërgerd schreef hij terug aan Vivienne van Gesher dat werk en budget hem niet in staat stelden om twee weken naar Rusland te komen.

Vrijwel meteen kwam er een bericht terug van Vivienne van Gesher dat er kennelijk een misverstand in het vorige bericht was geslopen, want Sergej bood nadrukkelijk aan tickets, hotel en reiskosten te vergoeden.

‘Wat een rare man is het toch,’ zei Cornelia. ‘Maar wel gul.’

‘Gul?’ zei Bork met een ietwat rood aanlopend hoofd. ‘Sergej is een zakenman in hart en nieren en als hij iets gratis aanbiedt, dan betekent het dat hij er zelf het veelvoudige voor terugkrijgt.’

‘Maar het is toch heel makkelijk voor hem om te zeggen dat hij een bepaalde tegenprestatie verlangt. Zakelijk gezien is dat toch geen enkel probleem?’

‘Jawel, zeker als die tegenprestatie iets is waarvan hij weet dat ik het ga weigeren.’

Bork dacht aan het concept voor het museum dat bij zijn allereerste bezoek niet afgerekend was, maar zijn fotografie wel. Wat had uiteindelijk voor Sergej het meeste opgeleverd? Zonder meer het concept, omdat het een internationaal concept was. Een goed deel van de bezoekers was toerist. Over de foto’s ontving hij incidenteel e-mails van mensen die drukken in huis hadden die genummerd waren buiten het bereik van zijn eigen nummering, wat een aanwijzing was dat er ook valse drukken in omloop waren, maar nu op dit moment was hij vooral boos dat hij de WAM-serie niet meteen aangeboden had op het moment dat Sergej voor het eerst zijn woning was binnen komen lopen.

‘Maar als hij met iets raars komt in Moskou, dan kun je toch alsnog weigeren?’ zei Cornelia.

‘Dat klinkt een beetje alsof jij wel zin hebt om te gaan.’ Het kwam er bitser uit dan Bork bedoeld had.

‘Nou, net zoals jij zie ik Tsjetsjenië niet zo zitten, maar het is ook een kans om je netwerk uit te breiden. Je werk hangt daar zo’n vijf jaar en je hebt daar wat publiciteit gehad. Je bent daar in één adem met Helmut Newton genoemd. Voor je werk lijkt het me een goede zaak.’

‘Maar ik bén geen Helmut Newton,’ zei Bork, terwijl hij met vlakke hand op tafel sloeg. Cornelia stond op van tafel en liep naar de pc om mails te beantwoorden en het aantal betaalde klussen bleef stijgen. Des te meer reden voor Bork om geërgerd te zijn, want haar inspanningen liepen als een trein en zijn enige zakelijke gedachte was het te koop aanbieden van een serie foto’s geweest en dat was mislukt.

Newton was niet alleen een totaal ander soort fotograaf die ook nog eens vanuit een trauma werkte, maar vooral een begaafd zakenman. En alsof dat al niet genoeg was, bleek hij ook nog eens een bijzonder aardige en collegiale man geweest, tenminste dat was het gevoel dat Bork overgehouden had aan een lang telefoongesprek met de man.

Bork wist dondersgoed wat zijn beperkingen als mens en fotograaf waren en hij kon zichzelf die niet vergeven, zelfs op zijn 71ste niet. Natuurlijk had hij weer andere kwaliteiten, maar goedbeschouwd zat daar niets nuttigs tussen. Zo had hij vaak een goed voorgevoel van wat er zoal komen ging. Cornelia wilde duidelijk wél naar Rusland en als hij op het punt bleef staan dat Sergej activiteiten voor hem in gedachten had die hij vast zou weigeren en dat ze daardoor onherroepelijk zelf de hotelrekening moesten betalen, dan zou zij zeggen dat hij zich nodeloos zorgen maakte en dat zij wel de hotelrekening op zich zou nemen. Iets vergelijkbaars had in zijn leven honderden keren eerder plaatsgevonden. Er waren altijd vrouwen in het leven van Bork geweest die óf de rekening op zich namen, óf zijn problemen oplosten, óf hem behoedden voor nog grotere mislukkingen. Je zou dat ook een talent kunnen noemen, in ieder geval was het dat in de ogen van andere mannen die hem daardoor automatisch ook bijzonder onsympathiek vonden.

Op school was zijn eerste vriendinnetje een miljonairsdochter geweest, de tweede en de derde ook. Er werd indertijd gefluisterd dat hij ze erop uitgezocht had, wat volgens Bork niet zo was, want bij geen van de drie had hij dat bij kennismaking geweten. Eerder dacht Bork dat hij met zijn vrije instelling en zijn totale zorgeloosheid over het leven in algemene zin, gekoppeld aan een gebrek aan ambitie op het materiële vlak, de perfecte tegenpool was geweest voor de vaders van die meisjes.

Nu, een halve eeuw later, zat er weer een aantrekkelijke vrouw in zijn huis, die een niet gering inkomen had en bezig was om hem met succes voor de financiële ondergang te behoeden en als zij er niet zou zijn, dan zou er wel weer een ander toevallig langskomen, misschien iets minder aantrekkelijk, die hetzelfde zou doen.

Zo was het altijd gegaan en vroeger kon hij zich nog wijsmaken dat het kwam omdat hij nu eenmaal een aantrekkelijke jongeman was, maar nu, boven de zeventig, was dat amper nog verklarend. Zelfs als vrouwen geen geld hadden, dan nog verzonnen ze methodes om zijn werk in stand te houden door gratis te poseren, connecties te leggen met galeriehouders en als ze zelfs op dat vlak geen mogelijkheden hadden, dan kwamen ze wel zijn huishouden doen. Dat laatste was iets waar hij zelf bijzonder goed toe in staat was, misschien was hij er nog wel efficiënter in ook, maar hij kon zo genieten van de zorg die ze gaven, misschien nog wel meer dan van liefde zelf.

De paar partners in zijn leven die geen geld hadden gehad, beschikten wel over een goede medische opleiding of ze werkten in de verpleging. Een ander zou dat tragikomisch kunnen vinden of hem ervan kunnen verdenken dat hij berekend was, maar zo was het eigenlijk nooit gegaan. Net zo min als Bork ooit echt op zoek geweest was naar partners in algemene zin. Het gebeurde gewoon steeds weer. Zoals hij zich ook aanvankelijk tegen Cornelia had verzet, maar nu zat ze dagelijks achter zijn pc en hoefde hij zich geen zorgen meer te maken over betaald werk. Hij had geen idee hoeveel geld er binnen was gekomen. Dat wist hij zelfs bij benadering niet in te schatten. Hij wist wel dat het niet exorbitant veel was, maar het verdween allemaal in de grote portemonnee van Cornelia, die dat wel precies wist. Als hij iets nodig had van de fotovakcentrale dan vulde hij zijn winkelmandje en zij kwam dan liefdevol glimlachend aandraven met haar Visa of MasterCard.

Dat besef dat het zijn hele leven lang zo was gegaan, had zijn zelfvertrouwen overigens geen goed gedaan. Bij alle hulp die hij kreeg groeide het besef dat hij weliswaar een enigszins respectabele fotograaf was, maar tegelijkertijd ook een magistrale mislukking. Was hij een mooie, aantrekkelijke vrouw geweest, dan zou dat geen probleem geweest zijn, maar van oude mannen vroeg de maatschappij een verantwoordelijker gedrag.

Dat gedrag, zo werd steeds weer proefondervindelijk bewezen, was bij hem meestal afwezig, vandaar dat de vergelijking met Helmut Newton door Russen ook niet goed voelde, want Newton was wel in staat zijn zaakjes meer dan gemiddeld goed te regelen.

Die vergelijking maakte dat pijnlijk duidelijk en de pijn zat duidelijk niet in de fotografie.

Inmiddels was Cornelia weer terug van haar administratieve taken, schonk hem een glas whisky in en vroeg: ‘Wil je weten wat voor werk ik binnen heb gehaald?’

‘Nu even niet. Later misschien,’ bromde Bork voor zich uit.

Cornelia zuchtte en nam een slok van haar whisky. ‘Bork, misschien moet je even je martelarenmasker afzetten. We hadden de verkoop van die WAM-serie echt niet nodig. Ik snap ook dat je wel naar Rusland wilt, maar dat je geen zin hebt om daar werk te doen waar je niet achter kunt staan, maar je kunt ook vooraf je eigen eisen stellen, natuurlijk. Ik heb er ook even over nagedacht en het lijkt mij ook hoogstonwaarschijnlijk dat dit een vakantie wordt, maar je houdt van Moskou, tenminste dat heb ik altijd zo begrepen, dus laat mij met de Geshers in Tel Aviv onderhandelen om van tevoren van alles duidelijk op papier te zetten. Zoals dat je bijvoorbeeld geen zin hebt om Tsjetsjenië te zien. Ik heb de oude correspondentie over Sergejs bruid even doorgelezen en zij komt uit Kazachstan en is volgens mij moslima en dat zal het reisplan ook beïnvloed hebben. Waarschijnlijk wil zij vooral even langs familieleden. Wij misschien niet.’

‘En ook geen Petersburg,’ zei Bork, ‘ik zit mijn hele leven al tussen de grachten. Dat hoef ik in Petersburg niet nog eens een keer opnieuw te ervaren.’

‘Achter die Vivienne van Gesher zit vast wel een oude joodse man met een zwak voor shikzes, dus ik zorg wel dat ik een account aanmaak met een leuke westerse foto en dan onderhandel ik dat wel uit. Kun je je daarin vinden? Gaat het daar alsnog mis, dan stappen we gewoon weer terug op een vliegtuig naar Amsterdam. Die enkele reis kunnen we echt wel zelf betalen.’

‘Ik zat net te denken dat ik eigenlijk niets kan, behalve een beetje fotograferen en nu denk ik weer dat ik blij ben dat ik ook dit weer niet zelf hoef te regelen. Ik ben eigenlijk voor verdomd weinig geschikt.’

‘Zo moet je dat niet zien, Bork, je kunt niet “een beetje” fotograferen. Je bent een homo ludens en dat je geen zakelijke ambities hebt of de basisprincipes van onderhandelen niet beheerst, doet niets af aan je fotografie. Dat werk van jou is wat alles in beweging houdt. Ik kan hier zakelijk achter een pc gaan zitten, maar zonder jouw fotografie zou er niets van de grond komen.’

‘Ik wil er even niet meer over nadenken,’ zei Bork, nog steeds in een grimmige bui.

‘Misschien heb je gewoon nog een paar borrels nodig en daarna wat platte seks,’ zei Cornelia.

Bork glimlachte als een boer met kiespijn.