Dimmend licht (37)

Dimmend licht (37) door Hans van der Kamp

De volgende ochtend vertrokken ze met een taxi naar de Arbat, een van de belangrijkste winkelstraten van Moskou, waar zich ook een 19 meter hoge en 17 meter brede muurschildering bevindt van maarschalk Georgie Zjoekov, leider van de verdediging van Moskou in de Tweede Wereldoorlog en hoogste militair bij de Slag om Stalingrad en uiteindelijk de Slag om Berlijn. Het aantal Russische soldaten dat gesneuveld is om het nazisme ten val te brengen, daar zijn geen vaste gegevens over bekend. Bronnen lopen nogal uiteen: tussen de acht en veertien miljoen militairen. Vergelijk dat met het kwart miljoen Amerikanen dat in Europa sneuvelde voor dezelfde zaak, dan wordt het verhaal van de overwinning van de VS op het nazisme minder absoluut. Wel heldhaftig, zonder meer.

Maar Bork was daar duidelijk niet om een beetje te mijmeren over een gruwelijke oorlog die zoveel narigheid in de levens van zijn ouders en grootouders had veroorzaakt. Hij had een afspraak schuin tegenover de beeltenis van de maarschalk in een middelgroot café dat een Alice in Wonderland-thema had. Dat was even omschakelen.

Olja haalde kopjes koffie voor hen en even dacht Bork dat ze in het verkeerde café zaten, want na een kwartier arriveerde nog niemand van de Biggest-crew. Dat was merkwaardig, want hij was zelf op zijn minst tien minuten te laat. Olja was echter vast overtuigd dat ze op de juiste plek zaten en uiteindelijk kwam een van de serveersters naar hen toe en nodigde hen uit haar te volgen. Er werd een deur achterin geopend en die leidde via een trap naar een kelderruimte. De sfeer daar was die van een oude Duitse Stube, overal rond de muren tafels met banken die in de muur verankerd waren. De inrichting was weliswaar nieuw, maar had de sfeer van iets uit de jaren tachtig. Veel bruine en crèmekleurige stoffen als bekleding van meubilair en wanden. De enige nieuwe elementen waren de grootbeeldschermen boven elke tafel.

Ook hier was niemand te bekennen en aan het einde van die ruimte ging weer een deur open en die gaf toegang tot een ruimte waar iedereen op wie Bork tevergeefs had zitten wachten al aanwezig was.

‘Kijk eens aan, als we daar de hele misjpoge niet hebben…’ zei Bork tegen Cornelia.

Deze ruimte was aanzienlijk moderner en was naast een enorme vergadertafel ook voorzien van een projector en de nodige kantoorapparatuur. Naast de vaste crew van Biggest zaten daar allemaal zakelijk ogende Russen die staarden naar een lijntekening van het symbool van Superman en een mevrouw met een aanwijsstok wees ernaar. Ze verstonden geen woord van wat ze zei, maar wel steeds die woorden Captain America.

Aan het einde van het betoog werden ze wederom voorgesteld. Ditmaal met meer respect dan eerder en vreemd genoeg als ‘consultants from Amsterdam’.

Cornelia had eerder in de gaten waar ze beland waren dan Bork, die steeds moest wachten op de vertalingen van Olja. Zelfs na haar vertalingen kon hij niet geloven wat hij meemaakte. Ze zaten in een vergadering van de ‘We Love Putin’-tentoonstelling, waarvan het plan was dat die de hele wereld over zou trekken, om te beginnen in Amsterdam.

Kennelijk was dit de reden dat Sergej hem naar Moskou gelokt had voor een vakantie. Bork keek vol ongeloof naar Sergej, die nog slechts een paar jaar geleden in opdracht van Putin in voorarrest was gezet vanwege al dan niet vermeende economische misdaden, maar Sergej retourneerde zijn blik niet.

Er zat niets anders op dan de vergadering gewoon uit te zitten. Inmiddels zag Bork ook de her en der verspreid liggende stickers van Poetin die als Superman, in het volle ornaat van wat zij kennelijk Captain America noemden, maar duidelijk Superman was, door de lucht vloog met daaronder We Love Putin, waarbij love uiteraard door een rood hartje was vervangen. Dit moest een practical joke zijn, zo oordeelde Bork. Dit was eenvoudigweg te absurd om waar te zijn, maar eigenlijk ook nog eens veel te bizar om door iemand verzonnen te zijn als grap.

Een andere dame projecteerde een plattegrond en in het voorportaal stonden etalagepoppen waarvan het hoofd vervangen was door een monitor met foto’s van aantrekkelijke vrouwen die de traditioneel Russische hoofdtooi droegen, de kokosjnik. Uit de luidsprekertjes klonk dan om beurten ‘We love Putin’.

Olja vertaalde en zei erbij dat het zijn foto’s zouden worden. Bork wist niet wat hij moest zeggen, maar zin om een rel te trappen in dit gezelschap had hij ook niet. Bovendien kwam meteen de volgende ruimte aan de beurt. Deze ruimte was geheel gevuld met knuffelbeesten die allemaal symbool stonden voor dieren die door de held Poetin gered waren. Men had bij speelgoedfabrikant Steiff nijlpaarden, giraffes, krokodillen, beren, eenden en paarden besteld die allemaal levensgroot moesten zijn, behalve de giraffes, want die zouden anders niet meer in de meeste tentoonstellingsruimtes passen.

Dat was ook het moment dat de verbazing van Borks gezicht af te lezen was, want er kwam een strenge reactie van de dame die over de dieren ging in de richting van Bork. ‘Iedereen op de hele wereld weet welke dieren door Poetin gered zijn,’ vertaalde Olja.

Nu kon Bork zich echt niet inhouden. Met bijna verontwaardigde stem ketste hij terug: ‘Nou, dat zal wel zo zijn, maar ik in ieder geval niet.’ Olja vertaalde zijn woorden enigszins aarzelend.

De vrouw liet dat niet op zich zitten: ‘Dan ben je waarschijnlijk de laatste persoon in het Westen die geen internet, televisie of radio heeft.’

Bork besloot te zwijgen. Dit had geen zin, maar toen even later de naam Amsterdam op de muur geprojecteerd werd en Sergej een betoog begon over dat het handig zou zijn om in een klein land met dwarsliggers en vrijdenkers te beginnen met deze tentoonstelling en dat hij Bork speciaal aangetrokken had om deze klus te klaren, werd het tijd voor Bork om ook eens uitgebreid het woord te nemen.

‘Het is nog maar de vraag of dit te realiseren valt en dat had ik vooraf kunnen melden als ik geweten had wat voor klus jullie voor mij in gedachten hadden.’ Sergej trok een gepijnigd gezicht, dit was duidelijk niet hoe hij bij de rest van de ondernemers te boek wilde staan.

Toch was er een mannetje dat opstond: ‘Maar jullie zijn toch een democratisch land?’

‘Juist omdat we een democratisch land zijn kan iemand niet alleen zo’n beslissing nemen. De toestemming voor zo’n tentoonstelling wordt verstrekt door de burgemeester als deel van de zogenaamde veiligheidsdriehoek.’

‘Ja, maar dit is toch een gewone kunsttentoonstelling? Je hoeft in Amsterdam toch geen toestemming te vragen om een tentoonstelling samen te stellen?’

‘Nee, in principe niet. Maar in dit geval is de antihomopropagandawet in Rusland nog geen jaar geleden doorgevoerd en dat was in het Westen groter nieuws dan dat Poetin een giraffe of een eend heeft gered. Dus er zullen demonstraties komen. Enerzijds lesbiennes en homo’s die tien tot vijftien procent van de bevolking uitmaken en die zeker de straat op zullen gaan en dan heb je nog de mensen die Poetin zien als dictator en hem antidemocratisch vinden en dan tel ik de mensen die nooit helemaal uit de Koude Oorlog zijn gekomen niet eens mee. Kortom, de tentoonstelling zal als een veiligheidsrisico aangemerkt worden en dan is het aan de gemeente om te bepalen of ze een leger politie op de been willen brengen op kosten van de belastingbetaler.’

‘Je geeft zelf hiermee het bewijs dat jullie geen democratie zijn!’

‘Ja,’ zei Bork met een venijnige glimlach. ‘Laten we het gewoon een ander soort democratie noemen. Minder strak van bovenaf aangestuurd, zeg maar.’

Het mannetje ging weer zitten en een ander stond op. ‘Maar Nederlanders doen toch alles als je ze maar voldoende geld geeft? Er moet toch iemand zijn die voor voldoende geld een ruimte beschikbaar stelt en geld is bij ons het probleem niet. Het mag wat kosten.’

‘Ah,’ zei Bork, ‘daaruit blijkt dat u ons land goed kent en u heeft volkomen gelijk dat sommige verhuurders het liefst aan de hoogste bieder verhuren. Hier is dat, neem ik aan, niet veel anders, maar zonder een vergunning van de gemeente Amsterdam kan hij ook niet verhuren.’

Uit zijn ooghoek zag Bork dat het gezicht van Sergej vertrok van ergernis, want dat was een vergelijkbaar verhaal als dat van ‘zijn museum’ op de Wallen dat inmiddels, snel als Russen nu eenmaal zijn met verbouwen, de deuren had geopend, dus in zijn ogen waren die verhalen van Bork over vergunningen absolute flauwekul. Dat hij drie maanden later om de reden die Bork genoemd had na veel investeringen de deuren moest sluiten en ook zijn vooruitbetaalde huur niet terugkreeg, dat moest nog plaatsvinden.

Sergej klapte in zijn handen en riep dat het tijd was voor een korte pauze. Hij liep direct op Cornelia, Bork en Olja af en leidde hen naar een afgezonderde ruimte en zei: ‘Ik dacht toch echt dat je zakelijker was.’

‘Dat hoor ik wel vaker,’ zei Bork, die inmiddels alweer opgewekt was, want hij genoot bij voorbaat al van hoe hij dit verhaal aan vrienden ging vertellen en hoe zij in een deuk zouden liggen. Maar Cornelia was minder makkelijk in dit soort dingen. Ze vertelde in niet mis te verstane woorden aan Olja dat zij tegen Sergej moest zeggen dat hij een laffe oplichter was en dat ze nooit aan dit gedoe begonnen zou zijn als ze geweten had wat de ware reden van hun prachtvakantie was en, overstuur als ze was, voegde ze eraan toe dat ze vurig hoopte dat hij zijn andere been binnenkort ook zou breken.

Of Olja het geheel compleet vertaald had, wist Bork niet, maar dat Sergej duidelijk van angst ineenkromp, mocht duidelijk zijn. Dat was een kant van Sergej die Bork nog niet kende. Hij was duidelijk doodsbang voor vrouwen. Of in ieder geval voor Cornelia.

Dat Cornelia tot zoiets in staat was verbaasde hem evenzeer, maar aan de andere kant pakte alles tijdens die ochtend aan de Arbat uit op een manier die gewoon niet binnen de grenzen van de redelijkheid viel.

Wat Bork nog het meest verbaasde was wat die mensen in die kamer bewoog. Het waren kennelijk zonder meer mensen die buiten de vertrouwenscirkel van Poetin vielen. Ze hadden geld. Sergej voorop. Hij was overduidelijk puissant rijk geworden, maar met zijn verleden zou hij nooit dichter bij de macht komen dan elke andere stumper in Rusland die niet direct of indirect een lijntje had naar het Kremlin.

Er was eigenlijk geen enkele andere verklaring. Als de mensen die in die kamer zaten, net zoals Sergej, ooit tegen de macht van Poetin gevochten hadden vanuit de gedachte dat diens macht vroeg of laat zou verdampen door een verkiezing of wat dan ook, dan wisten ze nu inmiddels wel dat die macht zich inmiddels verdomd goed geconsolideerd had en dat ze stuk voor stuk het risico liepen om met al hun geld aan de verkeerde kant van de macht te eindigen en wat een betere manier om aan de goede kant van de macht te komen? Een grote liefdesbrief schrijven in de vorm van een wereldwijde tentoonstelling waarin ze duidelijk maakten dat Poetin de liefste beer in het bos was.

Het was zo dom en zo naïef dat het alleen door mensen bedacht kon zijn die te veel geld en te veel zelfvertrouwen hadden. Zoiets had misschien kunnen werken bij iemand die dommer en ijdeler was dan zij zelf, maar niet bij de man die omhoog geklommen was in de KGB om de stevigst in het zadel zittende leider van Rusland sinds heel lang te worden.