Dimmend licht (5)

Dimmend licht (5) door Hans van der Kamp

Bork had een ochtendhumeur. In plaats van eerst in alle rust zijn eitjes te eten, was hij meteen naar de PC gelopen en had zijn mail gecheckt. Er was niets, helemaal niets, zelfs geen berichten van mensen die hem troep probeerden aan te smeren in abonnementsvorm. Dit is het moderne sterven, dacht hij, met een goed gevoel voor buitenproportioneel drama.

Op een dag komt er gewoon niets meer binnen en of je nu nog ademt of niet, dan ben je dood. Erger dan dood, je bestond niet meer en je had zelfs nooit bestaan.

Misschien was die eigenschap van hem, om van kleine sentimenten grote drama’s te maken, wel de basis van wat anderen een fotografisch talent noemden. Zonder een licht hysterische inslag is het bijna onmogelijk om van alledaagse beelden iets monumentaals te maken.

Dat hij bovendien een zekere aanleg voor voyeurisme had, daar dacht hij niet al te vaak over na. Veel vaker was hij bezig met de vraag of een model wel exhibitionistisch genoeg was voor zijn werk.

In de ogen van Bork waren alle modellen, man of vrouw, in de basis gemankeerde potloodventers, die te angstig en benepen waren om naakt onder een regenjas in de tram of metro te gaan staan om die jas opeens theatraal open te trekken in de richting van een voorbijganger.

Het is zeker niet zo dat Bork dag en nacht van dit soort generaliserende gedachten last had, maar als er wat misliep, of wanneer hij tegen zijn eigen tekortkomingen aanliep, dan werd zijn hoofd acuut een grabbelton vol onredelijke vergelijkingen, die misschien wel ergens in de verte van een mistig inzicht getuigden, maar nooit voldoende om een werkbare theorie te vormen.

Hoe gechargeerder hij zijn gedachten gestalte gaf, des te sneller kwam hij weer tot rust, tenzij, zoals nu, de eieren te hard waren, terwijl hij er toch met zijn stopwatch naast had gestaan. Ook daar had hij hele theorieën over. Zo zou een lagedrukgebied, of juist een hogedrukgebied, ook invloed hebben op de tijd die nodig was om het perfecte ei te koken. Ook dacht hij aan het eiwit te kunnen zien of een ei uit Polen kwam. Poolse eieren vertrouwde hij niet. Eigenlijk vertrouwde hij heel Polen niet.

Bestonden echte potloodventers eigenlijk nog wel in het straatbeeld, vroeg hij zich af. Hij kende ze eigenlijk alleen uit verhalen. Wanneer had hij voor het laatst iemand horen vertellen over een confrontatie met een potloodventer? Hij wist het niet meer. In ieder geval voordat social media groot werden en dat leek een eeuwigheid geleden te zijn. De mannelijke potloodventer verstuurde nu waarschijnlijk dickpics en de vrouwelijke variant zat waarschijnlijk met haar borsten te jongleren en er tegelijkertijd voor zorg te dragen dat niet plots een tepel in beeld verscheen, wat Amerikaanse moderatoren zo overstuur kon maken.

Nee, waarschijnlijk kwamen de meeste vrouwelijke potloodventers gewoon in zijn studio of die van de weinige collega’s die nog een studio hadden, hoe klein ook.

Maar dat alles was niet wat zijn bloeddruk nu op dit moment omhoog joeg. Ook de lege e-mailbox niet, want op betere dagen had hij dat als een zegen ervaren. Nee, het was de afwezigheid van een reactie van Cornelia op de pijnportretten die hij haar had gestuurd.

Wat hem betreft hoefde ze niet steeds met een bos rozen of een fles Glenfiddich de trap op te lopen, maar een e-mail was toch wel fijn geweest. Fijn? Nee, noodzakelijk. Hij had immers voor niets gewerkt.

Dat gebeurde overigens steeds vaker de laatste tijd. Op de een of andere manier was er iets in de maatschappij geslopen dat de gedachte had gevoed dat mensen die een creatief beroep hadden, geen recht op een waardige honorering hadden, terwijl de overhead van een fotograaf toch immens was. Het werd steeds moeilijker apparatuur actueel te houden en de investering binnen de door de Belastingdienst vastgestelde afschrijvingstermijn terug te verdienen.

Eigenlijk snapte Bork ook wel waarom mensen fotografie duur vonden. Ze waren zichzelf als het product gaan zien, niet de foto. Je kon mensen helemaal platretoucheren met digitale foto’s en ze vervolgens ook nog eens twintig kilo lichter maken, maar je wist als fotograaf dan wel zeker wat de reactie zou zijn: ‘Eindelijk een fotograaf die me ziet zoals ik écht ben!’

Dat het aldus ontstane beeld een uur werk was geweest, deed er dan even niet toe, want een iPhone deed ongeveer hetzelfde in milliseconden. En het verschil in kosten van een iPhone en een Hasselblad was weliswaar dertigduizend euro, maar voor het leeghoofd dat zich alleen voor likes en volgers interesseerde, was het gewoon een ouderwetse camera met een klapzoeker.

Hij had drie dierbare erfstukken van 19e-eeuwse schilderijen naar Sotheby’s moeten brengen om de camera te kunnen bekostigen en het eerste model dat voor die nieuw aangeschafte camera had plaatsgenomen, was in lachen uitgebarsten en had uitgeroepen: ‘Het wordt tijd dat je iets moderners aanschaft!’

In relatieve zin was een iPhone ook bijzonder duur, want je schafte hem aan, terwijl het apparaat contractueel je eigendom niet was en onder het mom van het speuren naar kindermisbruik zat er ook een backdoor in die vrijwel je hele telefoon kon afgrazen naar privédata. Even los van de kosten die je ook nog had aan het abonneren op apps die de telefoon voor jouw gebruik compleet maakten.

‘Je moet uitkijken dat je niet zo’n bittere, oude man wordt die tegen alle nieuwe ontwikkelingen is,’ had een bezorgde vriendin tegen hem gezegd.

‘Je bedoelt dat als een telefoon eerst om je vingerafdrukken gaat lopen zeuren, vervolgens om je gezicht en weer later om zoveel mogelijk biometrische data, dat ik dan niet enige terughoudendheid mag voelen?’

‘Ja, waar je het nu allemaal weer over hebt, dat weet ik ook niet. Het is gewoon een fijne telefoon,’ had ze pissig geantwoord.

Misschien was de beste definitie van ouderdom wel dat mensen die minder wisten dan jij, daar op de een of andere manier geen genoegen mee konden nemen, zonder ook maar een enkele poging te doen hun eigen kennis wat te verbreden. Zelfs al was het onzin wat hij zojuist had gezegd, dan nog had hij zich wel degelijk in die telefoon verdiept. Dat zij daar de behoefte niet toe had gevoeld, was haar beslissing.

Hij moest uitkijken dat hij door het gemis van een enkele e-mail van Cornelia niet in een lichte depressie ging wegzakken. Hij moest iets gaan doen voordat zijn hoofd een mallemolen werd.

Hij besloot uiteindelijk Prima Donna uit te laten en nee, dat was geen hond, maar een stokoude Minolta XM, ontworpen om het leven van fotografen zo zuur mogelijk te maken. Sloeg de sluiter niet vast, dan deed de lichtmeter wel zijn best om hele creatieve lichtmetingen te doen die op geen enkele manier de werkelijke lichtwaarden volgden. Echt een camera voor fotografen die lang genoeg in het vak zaten om zelf wel op het oog te bepalen wat sluitertijd en diafragma moesten zijn.

Eerst twee nieuwe batterijen erin, want die zouden door beroerde elektronica het einde van de middag niet halen. Hij pakte een lekker ouderwets rolletje Ilford FP4 en wilde de straat op om taferelen te fotograferen die hij normaal amper nog registreerde, omdat hij meer dan een halve eeuw in dezelfde omgeving woonde.

Een oude man die de deur uitgaat met een missie heeft tijd nodig, maar na twintig keer alles opnieuw gecontroleerd te hebben, stond hij toch klaar om naar buiten te gaan, maar toen ging de telefoon.

Het was Cornelia. Vanuit Engeland. Ze klonk gespannen.

‘Wat doe je zo opeens in Engeland?’ vroeg hij haar.

Ze gaf niet direct antwoord op die vraag, maar complimenteerde hem uitgebreid met de portretten. Pas daarna vertelde ze dat ze in allerijl naar Engeland was gevlogen omdat haar vader was overleden. Er was kennelijk geen grens aan de hoffelijkheid van Britten. Iedere Nederlander had eerst het nieuws over de overleden vader eruit gegooid en was vervolgens vergeten iets over de foto’s te zeggen.

Haar vader was geheel onverwacht overleden aan een hartinfarct.

Bork stelde de vraag die alle oude mannen steevast vragen wanneer ze van iemands overlijden horen.

‘Hoe oud was hij?’

De man was zes jaar jonger geweest dan hij nu was. Onbewust greep hij naar zijn eigen hart.