
Dagen gingen voorbij zonder betaalde opdracht, maar op een ochtend was het toch zover. Een bericht van een hem onbekend bedrijf met het verzoek de directeur te fotograferen. Het moest een reeks portretten worden die de dynamiek van het bedrijf moest uitstralen en tegelijkertijd een uitstraling van degelijkheid en vertrouwen moest hebben, volgens degene die hem aangeschreven had.
‘Ja, wat wordt het dan?’ mompelde Bork voor zich uit. ‘Dynamisch of behoudend?’
Het bedrijf had ook een naam die hem meteen tegenstond: Fusion Media B.V. Hij ging op die naam zoeken en kwam erachter dat het een marketingbedrijfje ergens aan een gracht was, dus in de ogen van Bork onderdeel van de reclamewereld en daar werkte hij niet voor, maar in dit specifieke geval wilde hij met zware tegenzin een uitzondering maken. Niet omdat het bedrijf sympathiek op hem overkwam, maar omdat de economische noodzaak hem ertoe dwong.
Hij belde het nummer dat in de e-mail vermeld stond en kreeg een meisje aan de telefoon dat een stem en dictie had die beter gepast hadden bij een escortservice, maar ze was wel de vriendelijkheid en onderdanigheid zelve. Bork deed een poging om de directeur naar zijn studio te krijgen, maar nee, dat was helaas niet mogelijk, want de sfeer van het bedrijf moest op de achtergrond zichtbaar zijn.
Voorzichtig informeerde Bork naar wat die sfeer visueel inhield.
‘Nou ja, vooral minimalistisch,’ zei het meisje dat ondanks haar jeugdige stem toch over de oubollige naam Chantal beschikte.
Dat antwoord had Bork ook zelf kunnen verzinnen. Marketing. Lege hoofden, lege muren en papierloze bureautjes met daarop MacBooks. De standaardomgevingen waarin ook stockfoto’s werden gemaakt. Even wilde hij de discussie aangaan over wat het verschil was tussen een witte muur en een witte rol achtergrondpapier, maar in plaats daarvan noemde hij een veel te hoog honorarium voor een uurtje werk.
Ze overlegde even met een collega en ging akkoord, omdat ze vooral haast hadden. Het jaarverslag moest nog deze week de deur uit.
Bork kreunde. Dat was verplicht bij het maken van een afspraak in die wereld en deed alsof hij zijn agenda raadpleegde. ‘Tsja, eigenlijk zit deze week vol, maar gezien de haast kan ik misschien wel wat schuiven.’
Even had hij nog overwogen of dit geen extra mogelijkheid bood om zijn honorarium nog wat extra te verhogen, maar hij besloot dat niet te doen, want als ze hem konden vinden, dan konden ze ook een andere fotograaf vinden, dus hij sprak af om over twee dagen bij hen op de stoep te staan met wat studioapparatuur en niet te vergeten een camera, uiteraard. Dat laatste omdat het niet de eerste keer zou zijn dat hij bij zo’n klus alles bij zich had behalve een camera, omdat die op het statief was blijven staan in de studio.
Nadat hij de verbinding verbroken had, overviel hem pas de gedachte dat het eigenlijk vreemd was dat zo’n bedrijf hem benaderd had, want hij had toch zijn uiterste best gedaan om met veel naakten en fetisjfoto’s op zijn website de drempel zo hoog mogelijk te maken voor dit soort klanten. Het was niet voor niets dat die zich nooit meldden. Misschien had ze hem gekozen via een van die pagina’s waar je makkelijk naar een fotograaf kon zoeken die zich dicht in de buurt bevond. Of misschien had ze Google Maps gebruikt. Het deed er niet toe, het was hooguit twee uur werk.
Op de afgesproken dag vulde Bork een aluminium kist met wat verlichting en een camera, plaatste die achterop zijn fiets en zette die aan een ketting in een zijstraatje, zodat geen van de medewerkers van Fusion Media hem voor zou zien rijden op een fiets, want dat zou bij voorbaat zijn geloofwaardigheid beïnvloeden, zo wist hij uit ervaring. In het bedrijfsleven reed men voor in een auto, ook als dat inhield dat er eindeloos rondjes gereden moesten worden door de stad om een parkeerplek te vinden.
Hij liep de laatste paar honderd meter met de zware koffer vol apparatuur en belde aan bij een pand dat meerdere bedrijven leek te huisvesten. Hij zei zijn naam, er klonk een zoemer en hij stond in een hal die uitzicht bood op een enorm steile trap. Bovenaan stond de directeur van Fusion Media, daar was geen twijfel over mogelijk, want hij herkende hem van een portretfoto op de website.
De man keek bezorgd. ‘Mijnheer, mijnheer, als u van tevoren had gezegd hoe oud u was, dan had ik iemand gevraagd u even te helpen met die zware koffer.’
‘Dat is niet nodig,’ zei Bork, ‘ik ben gewend om met apparatuur te slepen.’
De directeur, op de site omschreven als CEO, was hooguit 35 jaar oud, leek in goede conditie te zijn en Bork voelde enige bewondering voor iemand die niet kon verzinnen dat je zelf ook een handje zou kunnen uitsteken, maar in plaats daarvan bedacht dat hij te laat was om nog iemand anders aan het werk te zetten. Die man wist van uitbesteden, dat was duidelijk.
Hij beklom de trap met de apparatuur, zoals hij dat ontelbare keren eerder in zijn leven had gedaan, en kwam zonder ademnood boven. Hij gaf de CEO een hand en volgde hem via een gangetje naar een van de meer unieke kantoorruimtes die hij ooit had bezocht. Het was een grote vierkante ruimte en in plaats van kantoormeubilair dat verspreid over de ruimte van zo’n honderd vierkante meter uitgestald stond, zaten de naar zijn schatting zo’n veertig medewerkers met hun rug naar de muur, laptopje voor de neus, waardoor het midden van de ruimte geheel leeg was. Je zou er een dansfeestje kunnen organiseren.
Wat ook meteen opviel, was dat alle medewerkers jonge vrouwen waren, mogelijk niet ouder dan vijfentwintig. Ze leken bovendien uitgezocht te zijn op een bijzonder aantrekkelijk voorkomen. Hier en daar zag hij enkelen van hen giechelen en naar hem wijzen. Bork herkende die manier van giechelen. Dat waren de mensen die, in tegenstelling tot hun CEO, wel even de moeite hadden genomen om zijn website te bekijken.
Geheel ongevraagd nam de CEO van dit kleine bedrijfje in het midden van de lege ruimte plaats en begon een betoog over social media en A/B-testen. Omdat de monoloog duidelijk bedoeld was voor Bork, deed de fotograaf zijn uiterste best om geïnteresseerd te luisteren, al had hij geen idee waar de man het over had. Hij werd betaald om te luisteren, dus dan wilde hij ook wel even voor de goede vorm een geïnteresseerd gezicht trekken. Het was duidelijk dat de dames het verhaal eerder gehoord hadden, want zij gingen gewoon verder met hun werk.
Pas aan het einde van zijn uiteenzetting over marketing vroeg hij hun aandacht: ‘Meiden, wat vinden jullie? Met of zonder colbert?’
‘Mét colbert,’ riepen ze vrijwel eenstemmig.
Hun CEO keek even wat teleurgesteld. Kennelijk had hij een beetje casual op de foto gewild, want welke CEO van een techbedrijf stond tegenwoordig in een kostuum op de foto? Eigenlijk alleen de kleine jongens. Had je het eenmaal bereikt in zijn vak, dan koos je voor een outfit die paste bij wat je in je vrije tijd deed. Wijlen Steve Jobs had daar het startschot voor gegeven met zijn coltrui, jeans en sneakers en het brein van Apple mocht dan al jaren geleden zijn overleden, maar de trend was net zo standvastig gebleven als de iPhone.
Eigenlijk had zijn personeel door voor het colbert te kiezen zonder enige terughoudendheid aangegeven dat hij zich niets moest verbeelden. En dat deed duidelijk zeer. Met een duidelijk teleurgestelde gezichtsuitdrukking verdween hij naar de toiletruimtes en kwam terug in kostuum en keurige stropdas.
‘Waar gaan we fotograferen?’ vroeg Bork.
‘Ergens tegen een neutrale muur,’ zei de man.
Bork keek om zich heen en concludeerde voor de tweede keer dat er nergens een muur vrij was en informeerde of er nog andere ruimtes waren.
‘Ja, het halletje,’ was het antwoord.
Bork wist een vloek te onderdrukken. Dat kon alleen het halletje zijn dat naar deze ruimte geleid had en dat was nog geen twee meter breed. Waar moest hij zijn licht dan opstellen? Hij besloot echter geen discussie over verlichting aan te gaan, want dat zou zonder meer aan dovemansoren gericht zijn. In plaats daarvan maakte hij een imposante lichtopstelling die eigenlijk niet veel meer deed dan wanneer hij een opsteekflitser naar het plafond had gericht om de schijn van diffuus licht te creëren. Vanuit een fotografisch standpunt stond hij de boel aardig te besodemieteren, maar dat paste wel bij een marketingbedrijfje, zo oordeelde hij.
De man had grote moeite met poseren. Hij deed zijn best om uitnodigend te lachen, maar zijn glimlach was dusdanig onecht dat Bork hem geregeld tot een ernstiger gezichtsuitdrukking moest dwingen door bijvoorbeeld een kritische vraag te stellen over marketing, iets wat duidelijk niet op prijs gesteld werd, maar dan kwam wel even die felbegeerde iets serieuzere blik.
Met de armen wilde het ook niet vlotten. Kennelijk had hij een avond lang voor de spiegel staan oefenen, want hij schoot telkens weer terug in dezelfde pose waarin hij met zijn linkerarm zijn rechterelleboog vasthield, terwijl zijn rechterhand zijn kin vasthield en meteen daarna volgde weer die schlemielige glimlach die niet paste bij de rest van de pose.
Na zo’n zestig opnamen was Bork het zat en vroeg de man zijn armen over elkaar te houden, zodat de armen even geen probleem waren en hij zich met volle aandacht op de gezichtsuitdrukkingen kon richten en dat leek te werken. Druk pratend vanachter de camera wist Bork een aantal gezichtsuitdrukkingen vast te leggen die pasten bij iemand met een zekere autoriteit en de sessie zat erop.
De man wilde nog even achterop de camera kijken, maar dat weigerde Bork. Hoe meer keuzemogelijkheden je een geportretteerde voorlegde, des te groter was de kans dat die een foto uitkoos die eigenlijk in het geheel niet gemaakt had moeten worden.
De vloek van de spiegel, noemde Bork dat. Mensen zijn gewend een spiegelbeeldige afbeelding van hun eigen hoofd te zien en konden zich moeilijk van dat beeld losweken en kozen begrijpelijkerwijze zelden of nooit voor een beeld zoals anderen dat zagen. Hij beloofde de man de beste drie foto’s toe te sturen, die hij met zijn ervaring in het vak zou uitkiezen, en vroeg, nee, smeekte de man bijna om op zijn kennis van portretteren te bouwen. Dat kostte vrijwel al zijn overtuigingskracht, want managers zijn mensen die vrijwel nergens echt verstand van hebben, maar dat weerhoudt ze er niet van om overal als vanzelfsprekend een superieure mening te hebben.
Uiteindelijk ging de man akkoord en Bork liet een stapeltje visitekaartjes achter in de zekere wetenschap dat een van de meisjes die eerder naar hem hadden gewezen en daarbij hadden moeten giechelen, binnenkort contact met hem zou opnemen.
Thuisgekomen pakte hij niet eerst op zijn gemak de camerakoffer uit, maar zette meteen de foto’s over naar de PC. Technisch was er eigenlijk niets mis mee, al had hij, was het halletje wat breder geweest, vast een mooiere lichtopstelling kunnen maken, maar dan had de man zijn medewerkers maar niet allemaal tegen de vrije muren moeten positioneren, of hij had gewoon naar de studio kunnen komen, wat zonder meer de beste optie was geweest.
Maar dat hoofd van die man. Op zich was er niets mis mee, want dat soort koppen zag je overal in Nederland, waarschijnlijk kon je ze zien in portretten van Rembrandt, maar dan hadden ze een interessante hoed op of een Vlaamse kraag van kant. In beweging was het allemaal nog wel iets meegevallen, maar in bevroren toestand staarde hem een scherm aan vol met wat men ook wel eens ‘blotebillenhoofden’ noemde.
Colbert, overhemd en zijden stropdas wilden nog wel eens wat cachet geven aan een portret, maar in deze opnamen was hun effect bijna nihil, alhoewel… Die meisjes op de werkvloer hadden hem niet voor niets het colbert aangeraden. Zonder die outfit had er ook tuinman onder zijn portret kunnen staan, niet hovenier, dan was het geheel alweer ongeloofwaardig te noemen.
Niet dat Bork echt dacht dat tuinmannen een minder interessant soort gezicht hadden, maar misschien hadden ze toch een wat minder leidinggevende uitstraling.
Ach, wat maak ik mezelf wijs, dacht Bork, deze man had gewoon een ordinaire varkenskop.
Met moeite wist hij drie foto’s uit te zoeken, waarvan de foto met de armen over elkaar zonder meer de beste was, en hij verstuurde die de volgende dag naar zijn klant.
Nog diezelfde middag kreeg hij de man aan de telefoon. Hij was duidelijk niet gelukkig. ‘Dit ben ik niet,’ zei hij met een paniekerig stemmetje. Bork legde hem uit dat er altijd wat verwarring ontstond bij een geportretteerde, omdat een mens nu eenmaal zichzelf zo niet zag, maar dat de foto met de armen over elkaar zijn voorkeur had, omdat de man er zo duidelijk als een leidinggevende opstond. Representatief, voegde hij er nog beslist aan toe.
‘Nee, die met die armen over elkaar vind ik nog wel de slechtste,’ zei de man. ‘Het is zo’n clichématige pose…’
Dit gesprek kon uren gaan duren, bedacht Bork zich. Hij moest iets bedenken om uit deze impasse te komen en hij stelde voor dat de man de drie foto’s aan zijn personeel zou laten zien met de mogelijkheid te stemmen welke foto de beste was.
Een uur later hing hij weer aan de telefoon. ‘Ik snap er niets van,’ zei de man. ‘Ze hebben vrijwel allemaal voor die foto met de armen over elkaar gekozen.’