
Er werd op de deur geklopt. De foute jongeman probeerde dat te negeren, omdat hij nog in bed lag, maar het kloppen werd dwingender en luider.
‘Er is telefoon voor u!’ riep een vrouwenstem.
Hij schoot een broek en een T-shirt aan en opende de deur.
Daar stond de bejaarde vrouw van drie hoog.
‘Ja, ik schrok me kapot,’ zei ze, ‘want ik word nooit gebeld. Doe rustig aan, want het zijn haar telefoontikken. De telefoon hangt in de gang. Ik kom wel achter je aan, want ik ben de snelste niet meer.’
Dat was een understatement; ze kon amper nog lopen.
De foute jongeman schoot haar voorbij en rende de gang op van de etage boven hem. En inderdaad, de telefoon hing daar, in goede oude Nederlandse traditie.
Hij pakte de hoorn.
Het was Djippie.
‘Het spijt me hoe dat gisteren ging. Ik had misschien net een wijntje te veel op. Daarna heb ik een goed gesprek gehad met mijn vriendin en die heeft me uitgelegd dat ik het helemaal verkeerd aanpak en dat het ook niet de eerste keer is dat ik dat doe met mannen. Dus ik heb een voorstel dat eigenlijk indruist tegen hoe ik normaal dingen regel.
Ik moest net even slikken toen de buurvrouw je beschreef als die aardige jongeman met dat leuke meisje…’
‘Nou ja…’
‘Schat, ga nou niet lopen liegen. Het staat je niet en je bent er bovendien beroerd in. Ik had het wel aangevoeld, maar ik wilde dat het niet zo was. Ik voelde dat veel eerder al. Maar dat is niet mijn punt.
Ik ga je daar sowieso niet voor op straat zetten; dat recht heb ik ook niet.
Ik wil je gewoon niet kwijt. Anderen kunnen dat krankjorum vinden, omdat ik je zo kort ken, maar die zien niet wat ik in je zie.
Ik heb besloten naar je toe te komen.
Niet schrikken.
Niet naar Amsterdam, maar halverwege.
Arnhem leek me geschikt.
Heb je de mogelijkheden en het geld om vanmiddag om vier uur naar station Arnhem te komen?
Ik heb een plan en ik hoop dat het wat is.’
De foute jongeman stond sprakeloos met de hoorn in zijn hand.
‘Ja, natuurlijk heb ik het geld. Om vier uur sta ik voor de ingang van Arnhem Centraal.’
Hij wist niet wat hij van dat gesprek moest denken. Enerzijds was hij opgelucht, anderzijds maakte hij zich zorgen.
Beneden gekomen bleek dat Anja inmiddels ook wakker was.
‘Ik moet vanmiddag naar Arnhem. Ik ben waarschijnlijk pas laat terug.’
‘Laat me raden,’ zei Anja. ‘Je moeder heeft eindelijk het fluitje opgediept uit haar handtasje, gefloten, en jij gehoorzaamt als de trouwe hond die je nu eenmaal bent.’
Die opmerking deed zeer.
‘Misschien kun je een voorbeeld aan “mijn moeder” nemen, want zij accepteert en tolereert jouw aanwezigheid in haar woning.’
‘O, wat ontzettend gul van haar. Degene die geen seks met je wil accepteert het lieve seksslaafje. Het is dat ik naïef ben, anders zou ik daar zomaar een nare strategie in kunnen zien.
Maar ik weet het goed gemaakt.
Ik vertrek naar het atelier en ik wacht wel af wat je moeder over ons leven besloten heeft.’
Ze begon haar koffer te pakken en midden in dat proces begon ze te huilen.
Hij probeerde haar te troosten, maar ze duwde hem van zich af.
De koffer wilde eerst niet dicht, maar toen dat eenmaal gelukt was, stond ze met tranen in de deuropening.
‘Jij doet alsof je geen keuze hebt, maar je kunt gewoon met mij in een kraakpand gaan wonen!’
Daarna trok ze de deur met een klap achter zich dicht en hij luisterde hoe ze de trap af stommelde met de veel te grote koffer.
Hij overwoog haar achterna te gaan, maar hij was zelf nog veel te veel in de war van het telefoongesprek.
Dus bleef hij zitten waar hij zat, zich afvragend wat er nu weer boven zijn hoofd hing.
Vroeger dan bedoeld zat hij in de trein.
Om half vier stond hij voor de ingang van Arnhem Centraal en een vrouw in een keurig mantelpakje kwam op hem afrennen.
Hij herkende haar eerst niet.
Maar het was onmiskenbaar Djippie, vanwege haar blonde haar en haar regelmatige gelaatstrekken.
Hij drukte haar bijna fijn tijdens de omhelzing.
‘Wat zie je er blakend van gezondheid uit!’
Alle vermoeidheid in haar gezicht, zoals hij die uit het Vondelpark kende, leek volledig verdwenen.
‘Ja, foundation, hè? Je moet wat als je adolescente vriendje je oud vindt.’
Meteen verdween de glimlach.
‘Ik mag je toch nog m’n vriendje noemen?’
Hij omhelsde haar nog eens stevig en tilde haar een decimeter op.
‘Natuurlijk mag jij mij je vriendje noemen!’
Het gevoel van thuiskomst dat hij eerder zelfs aan de telefoon gevoeld had was er weer.
Alleen moest hij wel even wennen aan dat mantelpakje.
‘Dat is voor mijn werk. Ik wilde kennelijk net als jij wat eerder naar onze afspraak, dus ik dacht: ik ga gewoon in mijn werkkleding.’
Ze vonden een hotel-restaurant en namen plaats aan een tafeltje.
Djippie bestelde een dubbele whisky met ijs.
Hij een jenever, een gewoonte die hij van Arend had overgenomen.
‘Ik had even iets stevigs nodig,’ verontschuldigde ze zich. ‘Maar ik beloof je dat ik me niet vol ga gieten. Ik ben gewoon nerveus.
Na ons telefoongesprek van gisteren heb ik een lang gesprek gehad met mijn vriendin en zij attendeerde me op een aantal zaken die voor mij nogal pijnlijk zijn, zoals mijn houding tegenover mannen.
Ik ben weliswaar heel zelfstandig, maar als ik iets in iemand zie, dan bijt ik me daar ook echt in vast.
Dan ga ik gedrag vertonen dat me doet denken aan mijn moeder.
Iets dergelijks had ik met jou.
Ik herkende je gewoon als iemand die bijzonder was, maar je leek – behalve in je slaap – geen avances te maken en dat stelde me dusdanig gerust dat ik meteen zonder aarzelen een toch wel groot probleem als die woning in je schoot schoof.
Ik had eigenlijk niet verwacht dat je die zaak zo serieus op je zou nemen en daarin zag ik meteen een bevestiging van wat ik in je dacht te zien.’
‘Maar ik had ook weinig andere opties, want ik wist niet waar ik anders een dak boven mijn hoofd zou kunnen vinden.’
‘Dat klopt en dat had ik ondervangen door je een belachelijke hoeveelheid geld mee te geven.
Je had daar maanden van op vakantie kunnen gaan.
Maar dat deed je niet.
Je begon aan die woning omdat ik dat van je gevraagd had.’
‘Het was wel veel geld, ja. Het leek niet op te gaan.’
‘Heb je het wel eens geteld?’
‘Niet echt. Ik had die woning gezien en ik wist dat het een vermogen ging kosten om die puinhoop op te ruimen en weer toonbaar te maken, dus ik ging er hoe dan ook vanuit dat het te weinig zou zijn.’
Djippie glimlachte.
‘De rest van het verhaal heb ik later gehoord van je neef Pim, die ik kennelijk veel te vroeg had opgebeld.
Dus kreeg ik eerst zijn vriendin Deisha aan de telefoon en haar ken ik al jaren.
Niet wetende dat het je grote geheim was, begon zij spontaan te vertellen over de set ergens in Oost voor Junkieleed en dat de verhuurder niet wilde dat de eigenaresse daarachter zou komen, omdat ze mogelijk ooit een bioscoop zou binnenlopen om met haar moeders sterfkamer geconfronteerd te worden.
Ze vertelde het als een komische anekdote, want iedere kamer van een verwaarloosde junkie ziet er zo’n beetje hetzelfde uit.’
‘Maar hoe kwam je dan aan het telefoonnummer van Pim?’
‘Je sprak over Dreamtime Studio in het Vondelpark.
Maar snap je ook wat er met mij gebeurde?
Iemand die zijn uiterste best deed om mijn probleem op te lossen begon daarover te liegen om míj te beschermen.
Je kent mijn achtergrond.
Je weet niets over mijn werk, maar je zult daar vast een negatief beeld van hebben, wat overigens niet klopt.
Niet in mijn beleving, tenminste.
Maar hoe vaak denk je dat ik in mijn leven door iemand in bescherming ben genomen?’
‘Nou ja… je bent een aantrekkelijke vrouw…’
‘En jij bent een aantrekkelijke jongen.
Hoe vaak ben jij de laatste jaren in bescherming genomen?’
Hij bloosde.
‘Precies.
Dus toen ik dat verhaal hoorde en ook nog eens ontdekte dat je in korte tijd een heel netwerk had gemobiliseerd, maakte ik dezelfde fout die mijn moeder zeker ook gemaakt zou hebben.
Ik moest en zou jou hebben.
Ik begon aan de telefoon om aandacht te bedelen, terwijl jij vrolijk door bleef liegen.
Om niets.
Helemaal niets.
Je was in een situatie terechtgekomen die onmogelijk was en je hebt er het beste van gemaakt, terwijl je mij tegelijkertijd in bescherming nam.
Ik wilde je liefde.
Ik wilde je bezitten.
Als een soort genetische reflex.
Terwijl ik eigenlijk vooral hunkerde naar bescherming.
Toen mijn vriendin me dat liet beseffen, ben ik even gebroken.’
‘Ik bedoel het niet vervelend,’ zei de foute jongeman, ‘maar je weet dingen wel gecompliceerd te maken.’
‘Vandaar mijn verzoek aan je om hierheen te komen en je het plan voor te leggen dat ik bedacht heb.
Het laatste wat ik wil is iemand die zijn uiterste best voor me doet dwingen tot liegen of tot intimiteit.
Dat laatste is misschien nog wel erger.
Ik heb het geprobeerd, dat weet je.
Maar ik wil niet zoals mijn moeder worden.
Dus stel ik voor dat de grote kamer voortaan van jou is en ik hou gewoon de mijne.
Dan kun je je daar inschrijven en is je belangrijkste probleem opgelost.
Geen verplichtingen.
Anders dan dat ik hoop dat je me af en toe beschermt.
Tegen mezelf en tegen anderen.
Ik verwacht niet dat je met mensen op de vuist gaat of wat dan ook.
Gewoon iemand op wie ik in noodgevallen kan bouwen en die ik kan vertrouwen.
Je bent een mooie jongen en je zult plenty vriendinnetjes hebben.
En omdat je op dat vlak niet zo geïnteresseerd lijkt te zijn in mij, zal ik het daar soms diep van binnen moeilijk mee hebben.
Net zoals mijn werk soms moeilijk zal zijn voor jou, omdat ik soms onverwacht weken wegblijf en dan weer gewoon in Amsterdam werk.’
Dubbele jenevers bestonden volgens de foute jongeman niet.
Anders had hij er nu zeker een besteld.
Hij wist niet zeker of nu al zijn problemen waren opgelost of dat zijn grootste problemen nog moesten komen.
Maar zoals hij eerder al had geconstateerd, had hij weinig andere opties.
(wordt vervolgd)