
In de middelste lade van zijn bureau vond hij het geld dat hij al die tijd met zich meegedragen had. Ze had de oorspronkelijke buidel met geld nu speciaal voor hem gesorteerd, van de kleinste tot de grootste biljetten. Geordend als ze nu waren, had zij ze in een envelop geschoven en op de buitenkant daarvan had ze het totaalbedrag geschreven en daar schrok hij van. Hij had best wel wat geld uitgegeven. Voor zijn doen had hij ermee gesmeten zelfs, maar wat er over was, leek inderdaad nog steeds voldoende te zijn om een behoorlijke tijd op vakantie te gaan. Hij pakte een paar biljetten van de stapel en schoof de lade weer dicht.
Hij deed een poging te begrijpen waarom geld zo belangrijk voor haar was, maar hij kon niets anders bedenken dan dat ze in haar jeugd veel tekort was gekomen en dat lag ook voor de hand met een moeder die verslaafd was. Dat verklaarde niet waarom ze overdreven gul naar anderen was. De verklaring dat ze geld gebruikte om mensen naar haar hand te zetten, lag voor de hand, maar het zou hem ook weer niets verbazen als er nog een laag onder die voor de hand liggende verklaring lag, die hij eenvoudigweg nog niet ontdekt had.
Het bureau met de gloednieuwe Olivetti had hij amper kunnen inwijden. Het papier en de kantoorspulletjes had hij in de kastjes opgeborgen, maar voor de rest had hij eigenlijk alleen boodschappenlijstjes getikt met de Olivetti.
Nu hij zo alleen achter dat bureau zat en niemand over zijn schouder kon meekijken, besloot hij te pogen wat te schrijven. Hij had geen idee waarover, dus hij besloot gewoon de eerste zin die in zijn hoofd kwam op te schrijven. Hij begon met: Ik ben alleen om met haar samen te kunnen blijven. En: Ik ben jaloers vanwege haar honger naar afstandelijke seks, maar waarom windt mij dit tegelijkertijd zo op?
Het leken wel zinnen van een simpele ziel die besloten had een dagboek te gaan schrijven, of misschien notities maakte voor een heel beroerd liefdesgedicht. Die persoon wilde hij niet zijn, dus hij trok het vel papier met geweld uit de Olivetti. Bij de oude Royal in zijn ouderlijk huis kon je dat doen. Dat apparaat gaf geen krimp, maar de Olivetti stuiterde decimeters over zijn bureau om met een klap te landen. Gelukkig bleek het apparaat, na zorgvuldige inspectie, nog wel heel te zijn.
Hij verfrommelde het vel papier en realiseerde zich dat er geen prullenbak was. Aan alles hadden ze gedacht, behalve aan een prullenbak. Bij docent Nederlands mijnheer Bosch had hij geen prullenbak nodig gehad. Bij de schoolkrant ook niet. Zelfs bij het schrijven van de lezingen voor zijn moeder had hij geen prullenbak nodig gehad.
Dat kon geen goed teken zijn, of juist wel? Misschien begon het echte serieuze schrijven wel met de aanschaf van een prullenbak, want waren er niet genoeg schrijvers die beweerden dat schrijven vooral schrappen was?
Hij besloot dat een apparaat kon inspireren, maar dat je dan toch eerst wel een idee moest hebben waarover je zou willen schrijven. Het lag voor de hand dat hij over Djippie wilde schrijven, maar hoe kon je schrijven over iemand als die persoon regelmatig in je huis was en interesse toonde voor alles wat je schreef? Hij zou haar een andere naam kunnen geven, maar dan nog was het onmogelijk over haar te schrijven zonder dat ze herkenbaar zou zijn.
Er liepen niet bepaald vrouwen rond die je met gemak zou kunnen verwarren met iemand als Djippie.
Er werd aangebeld en het was de Electrozaak met een kleurentelevisie waar hij duidelijk niet om gevraagd had, dus hij liet het apparaat in het berghok afleveren met het excuus dat hij er nu even geen tijd voor had. Hij luisterde maar half naar het promotiepraatje van de bezorger over Nederland 1 en 2 plus nog drie Duitse zenders en twee Belgische.
Hij dacht aan de uitspraak van Djippie dat hij van de vierkante televisie maar beter een aquarium kon maken en de gedachte dat uit te voeren leek hem opeens onweerstaanbaar.
Hij schroefde omzichtig de achterplaat los en nam heel voorzichtig de binnenmaten. Als kind had hij een tropisch aquarium gehad en hij wist precies hoe hij dat aan moest pakken. Hij ging naar de dierenwinkel aan het einde van de Albert Cuypmarkt en daar maakten ze voor zijn ogen een passende bak met een nieuwe techniek waarmee plexiglas verlijmd werd met andere plexiglazen platen. Hij kon zich niet voorstellen dat zo’n constructie niet ging lekken, maar hij ging toch akkoord. Daarna ging hij puur uit gewoonte kijken naar black mollies, guppy’s en andere levendbarende vissoorten die je makkelijk in een bak kon houden zonder duur verwarmingssysteem. Kamertemperatuur was voldoende voor die dieren.
Vlak voordat hij die vissen uit zou zoeken, herinnerde hij zich het Interview met God dat hij ooit geschreven had, waarin een goudvis eiste dat hij een vriendin kreeg. En nog wel een Japanse met sierstaarten. Hij kocht de minst imposante goudvis die ze in de winkel maar hadden en kocht vervolgens ook het mooiste Japanse exemplaar met sierstaarten. Hij kocht ook nog wat zand, steentjes en waterplanten en voor de zekerheid ook nog maar een luchtpomp met koolstoffilter.
Met een beetje moeite kreeg hij alles op zijn fiets, maar zelf de pedalen en het stuur voldoende veilig bedienen, dat lukte niet meer, dus hij liep de hele weg terug naar huis naast zijn fiets, terwijl hij het echtpaar goudvis in de binnenzak van zijn jack droeg opdat ze geen kou zouden vatten.
De avond en een goed deel van de ochtend was hij bezig met het binnenwerk van de televisie te verwijderen. Pim had hem telefonisch nog gewaarschuwd dat je je makkelijk kon elektrocuteren als de televisie niet lang genoeg van de stroom was geweest en dat de beeldbuis bij een flinke stoot gemakkelijk kon imploderen. Hij had geen idee wat een implosie kon veroorzaken, maar het woord alleen al nam in zijn hoofd een buitenproportionele omvang aan en om geen passerende schoolkinderen in gevaar te brengen door de buis gewoon bij het vuilnis te zetten, sloop hij ’s nachts als een dief over straat met de beeldbuis in een oude deken om hem in de dichtstbijzijnde gracht voorzichtig te water te laten.
Eenmaal klaar was het telequarium het aanzien waard. Het echtpaar goudvis, gewend om in ronde kommen op huiskamertafels te staan, genoot zichtbaar van de ruimte die ze nu hadden en het door koolstof gefilterde water gaf speelse waterbubbels op de achtergrond. Op de fiets haalde hij nog snel even bij Aurora een smal TL-buisje en je kon niets anders zien dan een droompaleis voor de gewone goudvis en zijn exotische vriendin met sierstaarten. Hij zat er zo een tijdje naar te kijken en toen pas snapte hij dat het echtpaar goudvis een keurige afspiegeling was van zijn relatie met Djippie.
Voordat hij echter in melancholie kon wegzakken, ging de deurbel.
Door het raam zag hij Arend staan met een fles jenever in de hand. Blij met zijn komst trok hij via het koord in de gang de deur open.
Arend maakte een vermoeide indruk. Hij zat midden in de montage van Junkieleed.
‘Het komt er wel, maar nu heb ik vooral spijt dat ik zoveel close-ups van die Anja heb gemaakt, want dat maakt het uitzoeken van het beeld er niet makkelijker op. Maar in een later stadium komen ze juist weer heel goed van pas. Laat ik je daar verder niet mee lastigvallen. Ik heb gehoord dat je sinds je verjaardag over voldoende glazen beschikt, dus ik zou zeggen, schenk ons maar eens in!’
Hij nam plaats op het klapstoeltje waarop de foute jongeman een paar minuten geleden nog had gezeten om zijn telequarium te bewonderen en hij begon te grijnzen.
‘Je gaat me toch niet vertellen dat die ene daar de Japanse met sierstaarten is uit Interview met God?’
‘Hoe weet jij van die tekst?’ vroeg de foute jongeman.
‘Gisteren gelezen,’ zei Arend trots. ‘Je ouders hebben die tekst plus nog een exemplaar van je schoolkrant De Waarheid naar je neef Pim gestuurd in de hoop hem te overtuigen van het feit dat je niet helemaal lekker in je hoofd bent en Pim en Deisha lagen in een deuk toen ze het gelezen hadden. Deisha heeft mij daarna opgebeld en het woord voor woord voorgelezen en ik heb me er ook kostelijk mee vermaakt.’
‘Hoe halen mijn ouders het in hun hoofd om mijn teksten rond te sturen?’
‘Ach ja, ze snappen ook wel dat je achttien bent geworden, dus dat ze geen macht meer over je uit kunnen oefenen. Ze gooien het nu over een andere boeg. Ze hebben contact gezocht met Release of een van die andere hulporganisaties voor verwende weglopertjes, maar die zagen er ook geen heil in. Toegegeven, je moet behoorlijk gestoord zijn om zo’n interview te schrijven, maar het is te goed geschreven om je wilsonbekwaam of zoiets te laten verklaren. Pim wil het interview verfilmd zien, maar hij is een tekstman en als beeldman zeg ik dat het vrijwel onmogelijk is. Misschien dat je er een theaterproductietje van zou kunnen maken met een zaaltje vol boos publiek.’
De foute jongeman hoorde amper wat hij zei. Hij was woedend op zijn ouders.
(wordt vervolgd)