
Wat Bork nog wel het meeste ergerde, was dat jonge mensen hem op basis van zijn leeftijd verweten ‘niet van deze tijd’ te zijn. Ten eerste was de formulering een taalkundige drol, want iedereen die nog leeft, is automatisch van deze tijd, maar dat was niet helemaal fair, want hij wist best wel wat met die uitspraak bedoeld werd.
Wat hem vooral stoorde, was het besef dat hij nooit ‘van deze tijd’ was geweest. In zijn jeugd was de sociale fotografie van ongekend belang geweest en hij had gewoon geen zin om armoede vast te leggen met een extra korrelig filmpje dat in een hoog contrast werd afgedrukt, meestal nog voorzien van diepdonkere doorgedrukte luchten om het geheel nog dramatischer te maken.
De kortste samenvatting van dat soort fotografie was heel simpel: modieus, dus een tijdelijke kijk op het leven. De sociale fotografie was dan ook binnen tien jaar weer irrelevant geworden voor tijdschriften die er een paar jaar eerder hun pagina’s mee volgestort hadden.
Modieus beklijft gewoon niet. Het is als een bril van twintig jaar geleden, die je in een lade hebt gevonden, weer opnieuw op je neus zetten. Met een beetje mazzel is het type bril inmiddels weer in de mode, maar de kans is groot dat je gewoon uitgelachen wordt, omdat je bril niet van deze tijd is.
In de ogen van Bork waren die modieuze grillen in beeld niets anders dan een hulpmiddel om van alle creativiteit gespeende fotografen toch een mogelijkheid te bieden om slecht werk te maken dat zich makkelijk liet rubriceren en toch bij de modieuze mensjes een snaar wist te raken.
De reden dat hij zo zat te somberen over de trends in fotografie, was omdat hij een telefoontje had gehad van een jonge man die erop stond om met rood en blauw achtergrondlicht gefotografeerd te worden. De eerste gedachte die in Bork opkwam, was dat die trend toch al minstens wat jaren uit de mode was. Kennelijk was die jongeman daarover nog niet ingelicht. In plaats van daar een leuke discussie van te maken, had hij gewoon geweigerd die foto te maken. Dat had het einde van het gesprek kunnen worden, maar de jongeman werd duidelijk razend.
Met enigszins bekakte stem riep hij uit: ‘Dus ik bied u goed geld om iets te doen en dat weigert u gewoon?’
‘Ja, correct,’ zei Bork en hij wilde ophangen, maar voordat hij het knopje had kunnen indrukken, hoorde hij de jongeman, zo mogelijk nog verontwaardigder, roepen: ‘Dat is nu precies het probleem met de vergrijzing! Wij belastingbetalers betalen voor jullie ouderdomsvoorzieningen en jullie zijn gewoon te beroerd om wat te doen voor de kost.’
Bork had geen zin die discussie aan te gaan. Hij had zijn leven lang de staatskas gespekt met belastingen, accijnzen en niet in de laatste plaats zelf betaald voor zijn ouderdomsvoorzieningen, zoals de AOW die in geen decennium gelijkgetrokken was met het minimumloon, dus hij zei niets en verbrak de verbinding.
Meteen daarna ging wederom de telefoon. Hij hoopte dat het Cornelia was, maar in plaats daarvan kreeg hij een wat onzekere vrouwenstem aan de telefoon. Met een bibberend stemmetje zei ze: ‘Ik wil graag een dubbelportret met mijn Meester.’
Natuurlijk kon dat. Bork had zo zijn eigen regels als het ging om wat hij wel en niet wenste te fotograferen. Dubbelportretten van Meesteres en slaaf/slavin en Meester en slaaf/slavin deed hij wel. Zolang het maar geen actiefoto’s hoefden te worden. Naar eigen zeggen omdat hij als studiofotograaf moeite had om beweging vast te leggen. In werkelijkheid lag het anders: hij fotografeerde gewoon geen seks en hij zag het spel tussen Dominant en onderdanige ook als seks, al waren ze het daar zelf niet mee eens.
Hij had gewoon geen zin om aan het einde van zo’n sessie nog eens te moeten dweilen, ook al had hij dat met yoghurtsessies wel moeten doen. Er waren uitzonderingen op de regel, maar niet veel. Bork hield van een nette werkvloer.
Ondertussen wilde het gesprek met de vrouw die zich als Vera voorstelde in het geheel niet vlotten.
‘Maar mijn Meester is anders dan andere Dominanten,’ zei ze inmiddels voor de tweede keer. ‘Als hij onverwacht zin in seks krijgt, dan moet het gewoon gebeuren. Daar valt niets aan te doen.’
‘Hier kan dat echt niet,’ zei Bork droog, terwijl hij zich voor de zoveelste keer in zijn leven afvroeg waarom hij geen fatsoenlijk beroep had gekozen en zich tegelijkertijd realiseerde dat hij toch weer eens wat betaalde fotografie moest hebben, wilde hij financieel niet te ver achterlopen.
‘Hoe heet uw Meester eigenlijk?’ vroeg hij, meer om het gesprek op gang te houden.
‘Meester Stip.’
Bork dacht even na en vroeg zich af welke zichzelf respecterende Dominant zich Stip noemde. Dat was een hondennaam. Op het moment dat hij zich dat realiseerde, zakte hij onderuit in zijn stoel. Dat kon toch niet waar zijn.
‘Vera, mag ik een vreemde vraag stellen?’
‘Natuurlijk.’
‘Is je Meester soms een hond? Dan bedoel ik niet een man in een pak, maar een echte viervoeter, een Dalmatiër misschien.’
‘Ja,’ zei ze, duidelijk opgelucht. ‘Daarom is hij ook niet te stoppen tijdens de daad.’
‘Dat weiger ik te fotograferen.’
‘Waarom? Ik hoor juist van alle kanten dat u zo sekspositief bent.’
‘Ómdat zoiets bij de wet verboden is, Vera!’
‘Dat wist ik echt niet. Het gaat al jaren zo.’
Bork hing op. Wat er in de loop van de dag zoal gebeurd was, vroeg om een stevige borrel en weer vroeg hij zich af hoe fotografen aan zo’n slecht imago kwamen en niemand ooit eens met een beschuldigende vinger naar modellen wees.
Cornelia zou die dag niets meer van zich laten horen en dat baarde hem zorgen, want hij had in de ochtend de pijnportretten verstuurd.