
Het liefst had Bork de avonden na de fotografie gewoon op de hotelkamer doorgebracht met een stevige borrel. Dat was misschien ook wel de voorkeur van Cornelia geweest, maar een van de medewerkers van Biggest die overdag om onduidelijke redenen in de coffeeshop met hun bakjes plov bleven hangen, nam hen ‘s avonds mee op pad langs de vele ‘musea’ die Sergej verspreid over Moskou exploiteerde en dat waren er nogal wat.
Het enige museum waar Bork eventueel wel naartoe had gewild, dat was het Museum voor Erotische Kunst, waar zijn werk hing, maar dat werd steeds met nieuwe redenen uitgesteld. In plaats daarvan werd er weer een bezoek gebracht aan de zoveelste ballentent, zoals Bork die ‘musea’ al snel begon te noemen.
Ze waren ook echt in de ogen van Bork het bezoeken niet waard. De ene gelegenheid was gevuld met een immens glazen labyrint, waar de boel ook nog eens met UV verlicht was. Bork, die al langere tijd wist dat hij steeds slechter ging zien, maar te ijdel was om een bril aan te laten meten, raakte steeds geërgerder als hij de uitgang niet kon vinden en als hij hem dacht gevonden te hebben, knalde hij voor de zoveelste keer tegen een glazen plaat tot groot vermaak van de anderen.
Voor hem hadden ze geen grotere kwelling kunnen uitvinden.
Dan was er ook nog een gelegenheid waar je borden door een gat moest zien te gooien en daarvoor kreeg je tien borden toebedeeld. Cornelia deed dat met het grootste gemak en gooide negen van de tien borden door dat gat en Bork maakte een oorverdovende herrie door alle tien borden naast het gat te gooien, waardoor er een regen van splinterend aardewerk ontstond. Tot groot vermaak van de aanwezigen.
Er was een ‘museum van de wetenschap’ waar je selfies kon maken met allerlei imaginaire laboratoriumopstellingen. Het hield niet op. Elke keer dat Bork dacht dat niemand op de planeet voldoende meligheid in zich had om nog zo’n concept te bedenken, was er weer een nieuw ‘museum’ dat per se bezocht moest worden.
Alles was zo gemaakt dat je er vooral veel selfies kon maken en dat was dan ook precies wat iedereen deed. Rijen stonden er te wachten. Het was geen wonder dat Sergej zo rijk was geworden. Het merendeel van die gelegenheden was ook nog eens dusdanig geautomatiseerd dat er geen of weinig personeel aan te pas kwam.
‘Je moet toch toegeven dat het zakelijk wel slim opgezet is,’ zei Cornelia.
Bork keek haar aan met een woedende blik, wilde iets naars zeggen, maar hield toch maar zijn mond. Ze had gelijk. Het was zakelijk goed opgezet, maar het was van een platvloersheid die zijn gelijke alleen vond in pretparken van het allerlaagste allooi en dat was iets wat Bork zijn leven lang niet had begrepen. Een pretpark, van oudsher iets voor kinderen beneden de twaalf en langzaamaan ook een aantrekkelijk uitje voor mensen van middelbare leeftijd. Dat je met pure smakeloosheid de wereld nog wat lelijker kon maken dan die al was, zei inderdaad meer over zakelijkheid dan over plezier of zelfs maar ontspanning.
Veel meer plezier beleefde Bork aan de tochten in de ondergrondse van het ene ‘museum’ naar het andere. Wat een genot waren die metrostations. Het tegenovergestelde van wat hij in Amsterdam zag. Elk station was een architectonische parel, nergens een vuiltje te vinden, vrijwel alles van glanzend marmer.
Vol bewondering vroeg Bork aan gids Maria waar al dat marmer toch vandaan kwam en of dat marmer helemaal uit Italië was geïmporteerd misschien.
‘Oorspronkelijk misschien wel,’ zei Maria, ‘maar wat hij zag was vooral uit kerken gesloopt in de tijd dat communisten een einde aan religie hadden willen maken door de vele kerken uit de tijd van het tsarisme te slopen.’
Dat viel Bork eigenlijk een beetje tegen, maar een echt drama vond hij dat als agnost nu ook weer niet. Hij kon zich niet voorstellen dat die kerken indrukwekkender waren geweest dan deze metrostations met roltrappen die nog allemaal werkten ook. Dat was toch iets waar een Amsterdammer tevergeefs naar zou zoeken.
Hoogtepunt voor Bork was een bezoek aan een metrostation, waar net een horde voetbalfans schreeuwend en met vlaggen zwaaiend binnenkwam. ‘Hebben ze die ellende hier nu ook al,’ zei Bork, maar voordat hij een volgende uitspraak kon doen om zijn ergernis over voetbalfans te uiten, kwamen er twee agenten met berenmutsen uit het niets tevoorschijn. Ze arresteerden de grootste oproerkraaier en de rest van de ploeg ging zwijgend en als makke schapen de metro in.
‘Je kunt toch niet zeggen dat er alleen maar nadelen kleven aan een dictatuur,’ zei Bork met een blij gezicht tegen Cornelia.
‘Hoe kun je zoiets zeggen?’ antwoordde Cornelia.
‘Nee, wij dan met onze democratie,’ zei Bork verongelijkt, ‘wij geven een godsvermogen aan belastinggeld uit om een leger politie te paard en te voet te mobiliseren om een verzameling dronken idioten van of naar een voetbalwedstrijd te begeleiden en als er eens per jaar een Gay Pride georganiseerd wordt, dan is er geen geld voor beveiliging, dan moeten die organisaties daar maar zelf een oplossing voor vinden.’
‘Mooi voorbeeld,’ zei Cornelia, ‘een Gay Pride mag hier ook niet.’
Bork zweeg. Ze had zonder meer gelijk. Maar lawaaierige voetbalfans waren een stokpaardje van hem. Hij woonde nu eenmaal op een plek waar je niet de straat over kon steken zonder te moeten bukken voor rondvliegende blikjes bier. Hij hield niet van voetbal, dat was zonder meer waar. In zijn perceptie waren er leukere sporten die ook iets meer intelligentie vereisten, maar het gezeur over die éne rotte appel die het voor de rest van sportminnend Nederland zou verzieken was een verhaal dat een baard had gekregen en in niets op waarheid berustte in zijn ogen. Die mensen moesten eens bij hem op de stoep komen kijken naar de meute barbaren.
‘Toch vind ik niet dat iedereen last moet hebben van de narigheid rond voetbal, alleen maar omdat het de meest populaire sport van Nederland is.’
‘Maar dat is nu precies wat democratie is,’ zei Cornelia.
Bork liet dat niet op zich zitten. ‘Vrouwen lastigvallen op straat is ook heel erg populair bij een groot deel van de bevolking. Je gaat me toch niet vertellen dat we dat dan ook maar moeten accepteren?’
Nu was het Cornelia die niet alleen zweeg, maar hem ook nog eens een dodelijke blik toewierp.
Ze waren gewoon uitgeput na zo’n dag. Thuis hadden ze dat soort conflicten niet. Bork had een lange dag gewerkt en hij was vooral een stuk ouder dan Cornelia. Bovendien durfde Bork die vergelijking te trekken tussen een staat waar de roltrappen werkten en voetbalfans gewoon aangepakt werden en een land als het zijne waar geen van beide het geval was. Bork zou zonder twijfel ook voor een democratie kiezen, maar hij zag er geen kwaad in om vergelijkingen te trekken. Cornelia was dogmatischer in dat soort dingen. Voor haar bestond er slechts een enkelvoudige waarheid en Bork geloofde daar niet in. In zijn visie mocht je best vergelijkingen trekken. Enkelvoudige waarheden bestonden voor hem niet.
Bork zag Poetin ook niet alleen als een alleenheerser of dictator, want hij zag ook hoe de man te maken had met allerlei etnische groepen en compromissen moest sluiten om dat immense land bestuurbaar te houden. Ja, frustrerend dat men bij elke verkiezing van tevoren wist dat hij gekozen zou worden. In Nederland was het stemmen in zekere zin spannender, want je had echt een ruime keuze tussen uiteenlopende denkrichtingen, maar na eindeloos geklets kwam er een coalitie, waarin je je eigen stemgedrag niet meer herkende en meestal kreeg je ook nog minstens drie keer achter elkaar dezelfde premier, die dan eens een tikje over links regeerde en dan weer eens een tikje over rechts, maar het beleid was zelden in het voordeel van de gemiddelde kiezer en altijd in het voordeel van een overheid die zelden of nooit het eigen huishoudboekje kloppend kreeg, maar wel van de burgers vroeg dat zij dat wel konden op straffe van zware boetes.
Al met al waren de verschillen niet zo heel groot. De Russische burger was onder Poetin steeds meer gaan verdienen en de Nederlandse meestal niet, maar daarvoor kregen ze dan wel het genot van live televisie van debatten tussen allerlei splinterpartijen die aan het einde van de dag geen beleid maakten, waardoor de meeste tegenstellingen in de maatschappij op straat en op social media uitgevochten werden en niemand, ook na weken niet, van zijn achterste kwam om die kapotte roltrap eens te repareren bij het Centraal Station. Treinen reden niet of hadden vertraging. Verkeer zat verstopt. En de ziektekostenverzekering was slechts een slap systeem dat langzaam maar zeker naar een Amerikaans model afgleed.
‘In je hart ben je een reactionaire hond,’ zei Cornelia voor het slapengaan.
‘Dát en nog veel meer,’ zei Bork terwijl hij een arm om haar heen sloeg.
Ze reageerde al niet meer. Ze was in slaap gevallen of deed alsof. Ondanks zijn vermoeidheid duurde het nog een tijd voordat hij sliep. Hij wist dat als hij in Nederland terug was, alles wat hij zou vertellen in zijn enthousiasme, of het nu negatief of positief was, tegen een starre muur aanliep van mensen die er gewoon niets over wilden horen. Alleen praten over Rusland was al voldoende om mensen te ergeren.
Opeens bestonden er dan geen nuances meer die men bijvoorbeeld voor de wat minder leuke kanten van de VS wel kon opbrengen. Een kennis van hem die bij de Volkskrant werkte had op een verhaal van Bork over een Moskou dat positieve en negatieve elementen bevatte gereageerd met de korte tekst: ‘Ah, ik hoor het al. Jij bent zo iemand die niets met vrijheid en democratie te maken wilt hebben.’
Dat was uit niets van wat Bork verteld had, zelfs op de meest ruime manier van interpreteren, te herleiden, maar dat deed er niet toe. De man was gay en dat was voldoende om alles, maar dan ook alles aan Rusland negatief te vinden. Het was inmiddels jaren geleden, maar de man ging drie keer per jaar naar de Verenigde Staten en Bork had er een enorm plezier in gehad om elke keer als hij hem ergens tegenkwam te vragen of hij nog wel welkom was in zijn favoriete land. Ja hoor, zei hij dan, al die negativiteit over de VS waarin gesteld wordt dat bij sommige mensen de hiv-medicatie is stopgezet, dat is allemaal zwaar overdreven.
Dat was zonder meer het grote verschil. Iets wat over de VS gezegd werd kon overdreven zijn en als zodanig ook erkend worden. Diezelfde coulance kreeg Rusland niet.