
Wat doet een scholier die zich in de eerste paar maanden al behoorlijk onpopulair heeft weten te maken binnen een school die juist bedoeld was om eerdere conflicten op een andere school als het ware uit te gummen?
Je gaat je verdiepen in activiteiten die niet direct met het klassikale onderwijs te maken hebben. Sporten zat er even niet in, want hij herstelde slechts langzaam van zijn bromfietsongeluk. De actie van de docent Engels had daar niets positiefs aan toegevoegd.
De nieuwe school had verder ook geen interessante extra’s, zoals een elektronica- of fotografieclub. Wel veel doodsaaie lezingen die je in je vrije tijd kon bezoeken en die uiteraard gingen over het socialisme als samenlevingsvorm die alle andere samenlevingsvormen overbodig moest maken.
Niet dat hij echt iets tegen het socialisme had, dat was het niet, net zomin als hij iets had tegen de christelijke politieke idealen van zijn ouders. Hij zag er gewoon het nut niet van in, omdat het breed gedragen idealen waren die uit groepsvorming en consensus hun kracht haalden en daardoor alles wat dierbaar was naar de middelmaat stuurden, door de vele compromissen die gesloten moesten worden om de groep over de volle breedte te bedienen.
Wat was een compromis anders dan een besluit waarvan niemand echt gelukkig werd?
Dat was de kern van democratie, dat begreep hij ook wel, en die democratie was al decennialang, en zelfs veel langer, een werkbare oplossing gebleken. Althans, dat was de consensus. Als je naar de vele oorlogen keek, dan was het omgekeerde ook verdedigbaar, want met de Bijbel op het nachtkastje toch steeds weer een nieuwe oorlog beginnen was op zijn minst inconsequent te noemen.
Omdat geen enkele ideologie zonder tekortkomingen was, had hij zich ook nog in het anarchisme verdiept, maar hij besloot al snel dat hij liever niet in een anarchistische maatschappij zou willen leven. Daarvoor miste hij voldoende vertrouwen in de mens.
Hij vond ook veel wijsheid in de boeken van Malcolm X, maar hij zag niet hoe die manier van denken op korte termijn een nieuwe manier van samenleven kon opleveren.
Kortom, hij wist het allemaal niet en hij begon zichzelf steeds meer als onwetend te beschouwen als het om politiek ging. In discussies werd zijn deelname steeds meer als irrelevant en naïef beschouwd, dit in grote tegenstelling tot die grote groepen mensen die alles zo zeker dachten te weten.
Dat voelde niet goed voor een zeventienjarige jongen met een enorme dorst naar kennis.
Al snel beschreef hij zichzelf als apolitiek, een beetje op dezelfde manier waarop mensen die nooit lichamelijke liefde gekend hebben zich verdedigbaar aseksueel zouden kunnen noemen.
Het was niet dat hij er depressief van werd, maar vrolijker werd hij er ook niet van.
Na een half jaar op die school gezeten te hebben, ontdekte hij dat de school een stencil uitgaf dat voor schoolblad moest doorgaan en daarin stond een bijna wanhopige oproep voor nieuwe redacteuren. Die wanhoop was begrijpelijk, want het hele tijdschrift bestond uit welgeteld acht velletjes A5, oftewel twee velletjes A4 die door het midden gevouwen en aan beide zijden van tekst voorzien waren. Het enige beeld was de titel. Iemand had met geringe tekenvaardigheden de titel in fantasieletters uitgetekend.
De titel was aanzienlijk minder fantasierijk. Die luidde uiteraard: De Waarheid. Afgeleid van de Sovjetkrant Pravda en de Nederlandse partijkrant van de Communistische Partij Nederland.
De maag van de foute jongeman kromp bij de aanblik van die titel, niet vanwege de politieke lading, want elke krant heeft natuurlijk een eigen politieke signatuur, maar vanwege het totale gebrek aan originaliteit. Stel je voor: je bent socialist en je moet een naam verzinnen voor een schoolkrant en die ontleen je dan aan een communistische krant. Was er niets te verzinnen dat dichter bij het socialisme lag? Kennelijk niet.
Hij besloot zich aan te melden als redacteur. Hij werd uitgenodigd voor een gesprek en een wat stugge jongen die Ale heette vroeg wat zijn visie op de schoolkrant was.
De foute jongeman stak enthousiast van wal over de vele mogelijkheden waar de krant nu geen gebruik van maakte, zoals interviews met studenten, columns van leerlingen, misschien wat meer beeld, poëzie misschien? Want jongeren dichten wat af. Wat interessanter beeld door gebruik te maken van het kopieerapparaat in plaats van de stencilmachine. Hij toverde een wereld van mogelijkheden voor hun ogen, zonder ook maar één kritisch woord aan de uitgave te besteden zoals die nu was, of een opmerking te maken over de fantasieloze titel.
Er was ook geen enkel moment waarop de foute jongeman het gevoel had dat de twee zittende redacteuren die het blad rijk was geërgerd waren door zijn voorstellen. Ze luisterden aandachtig, maar er was weinig van hun gezichten af te lezen.
Slechts eenmaal werd hij door een van hen, Bauke, onderbroken.
‘Ja, dat soort ideeën hadden wij ook wel zo’n beetje, dus een jaar geleden hebben we een ideeënbus opgehangen, maar tot op heden heeft niemand iets ingestuurd.’
‘Een schoolkrant is natuurlijk geen ondernemingsraad,’ zei de foute jongeman vriendelijk. ‘Er is pas een reden voor mensen om bij te dragen als ze iets lezen waarin ze zich kunnen herkennen. En je zult ze zelf moeten benaderen. Het is een uiterst persoonlijk proces om mensen te enthousiasmeren.’
‘Bedoel je daarmee dat het nu niet zo is?’ vroeg degene die zich het meest op de achtergrond had gehouden.
De foute jongeman zocht even naar woorden en zei uiteindelijk:
‘Nee, dat bedoel ik niet, maar de krant is wat dun en zou wat uitgebreid kunnen worden. Dan is de kans dat iemand zich erin herkent natuurlijk automatisch ook groter.’
Het antwoord was glashelder.
‘Dat is een Hollandse manier om te zeggen dat we er hier niets van begrijpen.’
Het kwam er niet eens kwaad uit. Hij pakte zijn schoolspullen en verliet het lokaal.
‘Trek het je niet aan,’ zei de overgebleven redacteur. ‘Bauke wilde er een tijdje geleden al de brui aan geven en je enthousiasme heeft hem kennelijk het laatste duwtje gegeven.’
Het was mooie Friese humor, met een wel heel milde steek onder water. Het was het soort uitspraak dat je ging missen als je Friesland eenmaal verlaten had.
‘En jij, Ale, zie jij wat in mijn plannen?’
‘Jazeker,’ zei hij. ‘De plannen zijn zonder meer prachtig, maar of ze uitvoerbaar zijn? Misschien op een andere school, maar hier niet. Eerlijk gezegd heb ik het inmiddels ook wel gezien. Je zei iets moois over enthousiasmeren en jij zou weleens de aangewezen persoon kunnen zijn om dat te verwezenlijken.’
Voor iemand die de plaatselijke mentaliteit niet kende, zou het als een compliment hebben geklonken, maar het verbaasde de foute jongeman dat Ale niet verscheen op de eerstvolgende redactiebijeenkomst.
De foute jongeman zat daar in zijn eentje en, koppig als hij was, realiseerde hij zijn plannen om de krant uit te breiden. Hij schreef De Waarheid onder een reeks pseudoniemen van voor tot achter vol.
Op de dag dat De Waarheid nieuwe stijl verscheen, ging hij vol verwachting naar de kantine om te zien of de stapel exemplaren al wat geslonken was, maar dat was niet zo. Er waren ook geen reacties, zelfs niet van Bauke en Ale.
Wel ontving hij een brief waarin hij gesommeerd werd om woensdag aanstaande om 15.00 uur in de docentenkamer te verschijnen.
(wordt vervolgd)
Hans van der Kamp