Een foute man (28)

Een foute man (28)

‘Ik zie een bekende fiets voor de deur staan,’ riep Arend al halverwege het trappenhuis. ‘Het is toch niet de bedoeling dat ik ruzie met haar ouders ga krijgen?’

De foute jongeman schrok, maar Arend stelde hem boven aangekomen gerust.

‘Maak je niet druk. Die ouders kunnen me sowieso wel doodschieten en jou straks ook, als ik goed gezien heb dat haar fiets hier nog voor de deur staat. Als dat klopt, dan heb je het internationale probleem, groter dan de industrie zelf, opgelost. In ieder geval voor vandaag.’

‘Ja, de hoofdrolspeelster is op tijd op de set,’ zei de foute jongeman met enige trots.

Anja stond inmiddels in de deuropening van de keuken. Ze had de kimono verruild voor de ochtendjas van Djippie. Haar ogen waren wat gezwollen, maar ze straalde een zekere rust uit. Echt goed wakker was ze nog niet.

Arend liep naar haar toe, pakte haar hoofd bij de kin en draaide haar gezicht naar links en naar rechts.

‘Mmmh,’ zei hij. ‘Wat je al niet leert in zo’n vak als het mijne. Een alcoholhoofd ziet er toch beduidend anders uit dan het hoofd van een junkie. Als dit zo blijft, dan kan ze beter vóór de make-up even met een handdoek boven een bak warm water gaan hangen. Dan zweet ze het extra vocht er wat sneller uit.’

Anja pakte een spiegeltje, bestudeerde haar gezicht en zei ietwat geïrriteerd:

‘Onzin! Zo zie ik er altijd uit als iemand me ongevraagd uit mijn bed belt!’

‘Whatever you say, my dear,’ zei Arend. ‘Maar vandaag schieten we onder andere close-ups. Trouwens, is het roze gevaar hier ook blijven slapen? Of is die gewoon naar haar eigen vrouw gegaan en wachten we nog op haar komst?’

Het meisje van de make-up was inderdaad nog niet gearriveerd, maar zij kon elk moment aanbellen.

Er was iets veranderd in de houding van Arend. Ten eerste had hij over zijn hoofdrolspeelster gesproken alsof zij er zelf niet bij was en bovendien had hij haar gezicht vastgepakt, iets wat hij normaal nooit zou doen. Hij was op een vreemde, deels ongewenste manier heel ontspannen.

Anja had al twee keer achter zijn rug een gebaar gemaakt alsof ze zijn nek zou doorsnijden.

Dat kon amper een goed begin van de dag genoemd worden en juist Arend hield zo van een positieve start van een draaidag.

‘Alles goed, Arend?’ vroeg de foute jongeman, terwijl hij hem hielp het statief op te zetten.

Op de achtergrond begon de geluidsman te grinniken.

‘Het gaat zelden beter met mij,’ zei Arend. ‘Niets is leuker dan een hoofdrolspeelster aanspreken op haar alcoholgebruik als je zelf ook om half vijf ‘s ochtends uit de laatste uitgaansgelegenheid bent komen rollen.’

Hij bulderde van het lachen en de foute jongeman rook nu ook de alcoholwalm die daarbij vrijkwam.

Arend legde een hand op zijn schouder.

‘Ik kan me voorstellen dat jij het gisteravond ontzettend naar je zin hebt gehad, maar dat valt nog niet half te vergelijken met wat ik voelde toen ik die rushes op het lab zag. Die slotscène… echt waar… ik wist wel wat ik deed, maar soms geeft de camera je ook cadeautjes. Die scène was zo ontzettend áf. Dat gebeurt zelden of nooit in dit vak.

Ik zei gisteren al dat de set gewoon werkte, maar dat was het zeker niet alleen. Alles viel gewoon op zijn plaats. Dat kun je niet verklaren. Dat is een soort magie die je alleen in film tegenkomt. Meestal niet, of beter: vrijwel nooit, maar nu was ze er toch.

We hebben Henk, de geluidsman, je neef Pim, er ook nog even bijgehaald en daarna zijn we het gaan vieren.

Het gebeurt zelden dat je de slotscène midden in een productie draait, al komt dat vaker voor dan je misschien zou denken. Maar als je een goed begin hebt, een goed script én de slotscène staat al als een huis, dan gaat de rest van de film vrijwel vanzelf.

Dat is geen bijgeloof. Dat is een wet van Meden en Perzen.

Als ik hier vandaag, bij wijze van spreken, achterstevoren achter mijn camera ga staan met mijn ogen dicht, dan komen die close-ups er ook uit alsof ze door een hogere macht belicht zijn.’

Nu pas realiseerde de foute jongeman zich hoe ontzettend stomdronken Arend nog steeds was.

Hij haastte zich naar de keuken om extra sterke koffie te zetten en een literkan water naast de camera neer te zetten.

Hij probeerde Anja met een gebaar duidelijk te maken dat de heren nog behoorlijk beschonken waren.

Zij interpreteerde dat gebaar verkeerd.

‘Nee hoor,’ zei ze wat kribbig. ‘Zo vroeg in de ochtend drink ik geen alcohol.’

Daarna schoot ze achter hem langs de douche in.

De deurbel ging.

Hanneke, het meisje met het roze haar van de make-up, kwam de trap op. In haar hand hield ze een kleurrijke brief met hartjes erop.

‘Dit is voor jou bedoeld, geloof ik.’

Inderdaad.

Hij zag dat de brief geadresseerd was aan:

Mijn foute jongen.

Hij scheurde de envelop open, zag meteen dat de brief van Djippie afkomstig was en stopte brief en envelop snel onder het kussen van het eenpersoonsbed.

Niet dat hij het lezen echt wilde uitstellen, maar hij voelde zich allereerst verantwoordelijk voor deze draaidag, niet in de laatste plaats omdat hij opzag tegen een eventuele derde draaidag.

Zijn omgang met Anja had ervoor gezorgd dat bij iedere keer dat werd aangebeld of ergens in het pand een deur openging zijn hart bijna een slag oversloeg.

Steeds weer was hij bang dat Djippie onverwacht ten tonele zou verschijnen.

Het was moeilijk je tegelijk schuldig én verantwoordelijk te voelen.

Zijn belangrijkste taak was nu Arend en de geluidsman van water en sterke koffie te voorzien.

Hanneke werkte vaker met Arend en zag meteen hoe de situatie ervoor stond.

Ze haastte zich naar de foute jongeman, die net koffie stond af te gieten.

‘Niks aan de hand,’ zei ze. ‘Ik heb dit vaker wel dan niet meegemaakt en het komt altijd goed. Straks worden ze even niet goed en dan trekt Henk een halve liter jenever uit zijn tas. Die roeren ze dan voorzichtig door de koffie als niemand kijkt en vervolgens loopt alles weer op rolletjes.

Maar voorlopig zijn ze vooral vrolijk overmoedig en hebben we weinig aan ze.

Anja komt waarschijnlijk toch pas over een uur of twee aan de beurt.’

Op dat moment stapte Anja de gang op met nat haar en gehuld in de ochtendjas.

‘Altijd als alles leuk uit de hand loopt ben ik er niet bij,’ zei Hanneke.

Ze haalde haar schouders op en begon haar spullen uit te stallen.

Anja gaf haar in het voorbijgaan een kus en een korte knuffel.

‘Dat komt omdat jij het gezonde verstand vertegenwoordigt. Een dankbare taak is het niet, maar iemand moet het doen.’

Het verbaasde de foute jongeman hoe fris Anja er alweer uitzag.

Ze had letterlijk een nacht doorhalen in tien minuten van zich afgespoeld.

Nog geen anderhalf uur later werd er alweer gefilmd alsof er niets bijzonders aan de hand was.

De foute jongeman maakte van de gelegenheid gebruik om de brief van Djippie te lezen.


Lieverd,

Ik zou me geen zorgen moeten maken, omdat ik weet dat je een verantwoordelijke jongen bent, maar ik kan het niet laten. Vandaar deze brief om je te laten weten dat ik aan je denk.

Het is trouwens best moeilijk een brief te sturen aan iemand wiens naam je niet kent. Ik hoop niet dat de nieuwsgierige bovenbuurvrouw deze brief op de mat vindt, want dan krijg je hem waarschijnlijk nooit te lezen.

Wil je, als je deze brief ontvangen hebt, me even bellen op het nummer dat ik je gegeven heb?

De laatste dagen heb ik onze korte tijd samen steeds weer opnieuw beleefd en me gerealiseerd hoezeer het etiket ‘foute jongen’ eigenlijk helemaal niet bij je past.

Je bent een schat en ik mis je.

Heel veel liefs,

je D.


De brief was opgesierd met allerlei hartjes die ze kennelijk met een vierkleurenballpoint van de HEMA had getekend.

Zonder aarzelen verontschuldigde hij zich bij Arend en rende de deur uit, op weg naar de telefooncel, met in zijn hand het briefje waarop Djippie haar telefoonnummer had geschreven.

Een voor hem onbekende vrouw nam op.

‘Je man!’ riep ze vrolijk.

Meteen gaf ze de hoorn door.

Djippies stem klonk hem in de oren als een thuiskomst.

Ook hij had haar kennelijk gemist, want zijn stem sloeg regelmatig over toen hij informeerde hoe het met haar ging.

Zij was op haar beurt overduidelijk in de wolken dat hij gebeld had.

Ze hadden het amper over het opknappen van de woning.

De foute jongeman betrapte zichzelf erop dat hij alles wat hij daarover vertelde moest improviseren.

Hij hoorde zichzelf minstens twee keer liegen.

Maar dat leek er allemaal niet toe te doen.

Ze was eigenlijk alleen geïnteresseerd in wanneer ze hem weer kon zien.

Hoewel dat gevoel wederzijds was, liep hij terug naar de woning met het besef dat verraad niet alleen nieuw verraad voortbracht, maar ook een hele reeks kleine en grote leugens.

Honderd meter voor de woning schrok hij.

Er stonden politiemensen op de deur te rammen.

Zijn eerste gedachte was dat zijn ouders hem, via de politietelex, hadden laten opsporen en dat ze hem nu eindelijk gevonden hadden.

Net op het moment dat hij wilde vluchten zag hij dat Arend, gevaarlijk balancerend met een touw om zijn middel, uit het raam hing om alles van bovenaf te filmen.

Natuurlijk.

Dat was de scène die gisteren op het laatste moment nog aan het draaiboek was toegevoegd.

De opluchting die hij voelde vervloog vrijwel onmiddellijk.

Hij realiseerde zich dat dit precies het beeld moest zijn geweest dat Djippie had gezien toen zij thuiskwam bij een moeder die tijdens haar afwezigheid een overdosis had genomen.

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp