
Zoals verwacht stond Arend ’s avonds op de stoep. Hij ging zitten en keek de foute jongeman langdurig aan, zonder een woord te zeggen.
‘Gooi het eruit, Arend, straks ga ik nog zenuwachtig worden,’ zei de foute jongeman.
‘Ja,’ zei de regisseur, ‘ik had een omlijnd plan, maar nu ik je zie zitten, twijfel ik een beetje aan mijn drijfveren, want alles wat wij in korte tijd ondernomen hebben, ging uit van een wederzijds belang en dat wederzijdse belang zie ik nu even niet zo scherp als vanochtend toen ik met een briefje mijn bezoek aankondigde.’
‘Laat ik je dan een handje helpen. Je hoofdrolspeelster doet moeilijk en je denkt dat het aan mij ligt.’
‘O nee, dat zeker niet. Maar je hebt gelijk dat Anja een beetje zit te sikkeneuren en op zich zou dat fantastisch in haar rol passen, ware het niet dat ik nog acht draaidagen te gaan heb en ze vanochtend de eerste drie ervan heeft afgezegd. Dat gekoppeld aan het feit dat ze toch al nooit op tijd verscheen op de dagen dat ze wel verscheen, heeft mijn werkrelatie met haar niet echt verbeterd. Bovendien begin ik aan mijn eigen psychologische inzichten te twijfelen, want ze komt – hoezeer ik ook mijn best doe – steeds maar weer terug op het feit dat ze ons zat is. Normaal ben ik de oorzaak, en dat hoort ook zo in een gezonde regisseur/hoofdrolspeelster-verhouding. Daar kan ik mee werken, zeg maar.’
‘Ik kan je verzekeren dat het niets met jou of de crew te maken heeft. Ze is vooral razend op mij en hoewel ik niets direct met Junkieleed te maken heb, ziet ze mij kennelijk toch als een deel daarvan.’
‘Hoe kan iemand nu problemen krijgen met zo’n charmante foute jongeman als jij?’ Arend zag zelf de humor van die uitspraak ook wel in, want hij trok een scheef gezicht in de hoop een grijns te emuleren, maar zijn bezorgdheid voerde duidelijk nog steeds de boventoon. Hij weigerde ook te drinken van het glas jenever dat voor hem was neergezet.
De foute jongeman vertelde het hele verhaal over hoe hij nu de grote kamer had gekregen, dat hij daarvoor naar Arnhem had gemoeten. Dat zij alles aan die vrouw verdacht vond en dat ze daar niet met hem over wilde praten, maar woedend met koffer het pand had verlaten.
‘Kijk,’ zei Arend, ‘daar kan ik wat mee, want ik zou zelf ook geen vrouw vertrouwen die halve woningen en geld uitdeelt. Tenzij ik in jouw situatie zat natuurlijk. Dakloos zijn is ook niet alles. Dus haar droom van jou samen met haar in een kraakpand is opeens in rook opgegaan.’
‘Daar komt het wel op neer, ja. Alhoewel ik nooit warm gelopen ben voor het idee van een kraakpand en dat weet ze.’
‘Ja, dan zou ik nu in principe het onderwerp af kunnen sluiten, want dit is dus een probleem dat ik niet kan oplossen.’ Hij dacht even na. ‘Tenzij ik natuurlijk een volmaakt onredelijke vraag aan jou stel om zonder enige vergoeding mijn film te redden. Zoals ik al zei: volmaakt onredelijk, maar mijn belang ligt in eerste instantie bij die film en als ik niet bereid zou zijn om af en toe een onredelijk beroep op anderen te doen, dan was die film ook nooit van de grond gekomen.’
‘Wat wil je dat ik doe, Arend?’
‘Ik zit even na te denken… Het mooiste, ook dramaturgisch gezien, zou zijn als je huilend voor haar deur ging liggen en om vergiffenis zou smeken, maar ik snap dat zoiets wat veel gevraagd is, al heeft dat duidelijk mijn voorkeur. Ik zou mijn camera ervoor meenemen, bij wijze van spreken…’
‘Dat gaat wel erg ver.’
‘Helemaal mee eens. Ook in film moeten de allerbeste ideeën soms wijken voor het belang van deze of gene. Frustrerend, maar het is vaak wel de realiteit. Geef me even een paar minuten om iets beters te bedenken.’
‘Neem dan in ieder geval even een slok van je jenever. Dat heb ik vaker zien werken.’
‘Je hebt alweer gelijk,’ zei hij en sloeg het glas in één keer achterover. ‘Doe me voor de zekerheid nog maar een.’
De foute jongeman zette de fles naast hem neer en bij de vierde of vijfde jenever stak hij beide handen in de lucht, alsof hij zojuist een formule had bedacht waarmee je van borax goud kon maken.
‘Zo dom dat ik dat niet eerder bedacht heb. Anja is voor mij een meisje, maar ze is natuurlijk ook een vrouw en wat doen vrouwen als ze met veel bombarie een pand verlaten van een geliefde? Ze laten iets achter. Iets wat eruitziet alsof het van belang is, zodat ze altijd met een goede smoes terug kunnen komen, mocht dat noodzakelijk zijn voor het geval de verlatene niet op een dag huilend op de stoep gaat liggen, om maar een voorbeeld te geven. Aan jou nu de taak om te zoeken wát ze heeft achtergelaten.’
‘Volgens mij niets.’
‘Maar je hebt nog niet eens gezocht! Ik weet het zeker.’
Plichtsmatig en zonder veel enthousiasme liep hij door de woning en bingo! Op de keukentafel haar make-uptas, inclusief tampons, wattenbollen, tandenborstels, extra slipje en wat vrouwen zoal nog meer met zich meeslepen.
‘Wat zei ik?’ Arend was bijzonder opgetogen over zijn eigen inzichten en hij begon duidelijk ook een beetje aangeschoten te worden.
‘De rest is simpel. Jij gaat in mijn bakfiets zitten en ik rij je naar haar vaders atelier. Ik zet je natuurlijk niet pal voor de deur af en jij gaat huilend… Oh nee, dat zouden we niet doen. Je belt aan en je biedt haar die tas aan met je treurigste gezicht. En als ze niet meteen om je nek springt, zou je nog zoiets kunnen zeggen als ik mis je, of je lepelt gewoon een ander romantisch cliché op. Als ik dat niet aan een foute jongeman kan overlaten, dan weet ik het ook niet meer.’
Het was een behoorlijk eind fietsen en om de paar honderd meter zei Arend: ‘Denk aan het belang van de film!’
Toen hij eenmaal voor de deur stond met de make-uptas in de hand en aangebeld had, duurde het even en hij hoorde wat gerommel, maar toen de deur openging keek ze naar de make-uptas met tranen in haar ogen en hij hoefde niet te zeggen dat hij haar gemist had, want ze hing aan zijn nek en sloeg haar benen om hem heen.
Zo stond hij daar met haar volle gewicht aan zijn lijf, terwijl hij de tranen in zijn nek voelde rollen. Achter in de woning zag hij een jongen in onderbroek met broek en T-shirt via de brandtrap het atelier verlaten.
‘Denk aan het belang van de film,’ hoorde hij in gedachten Arend zeggen en alsof hij via afstandsbediening bestuurd werd, nam hij haar in zijn armen en droeg haar naar het bed in de hoek van het atelier en daar begon hetzelfde ritueel dat hem inmiddels vertrouwd was geworden.
(wordt vervolgd)