Een foute man (40)

Een foute man (40)

Het ‘denk aan het belang van de film’ dat Arend hem voortdurend ingepeperd had, zou hem nog van pas komen die nacht, want het beeld van de halfnaakte jongen die via de brandtrap moest vluchten, zat hem danig in de weg tijdens de seks. Vooral omdat hij had moeten doen alsof hij niets gezien had om niet voor een nieuw drama te zorgen dat uiteindelijk nare gevolgen kon hebben voor de productie van de film Junkieleed.

Toch was er ook nog iets anders wat hem bezighield. Tot voor kort had hij de seks met Anja gezien als iets heel bijzonders en dat was het ook. Ze was wild, gepassioneerd en vrijwel onverzadigbaar en dat had iets heel moois. Zo ontzettend veel ervaring had hij nu ook weer niet, maar genoeg om te vergelijken. Anja had met kop en schouders uitgestoken boven de ervaringen die hij eerder had gehad.

Nu was er echter een nieuwe vergelijking te maken. Djippie was aanzienlijk minder wild, wel gepassioneerd, maar zeker niet onverzadigbaar. Toch had zij iets dat bij Anja geheel ontbrak. Hij zocht naar een woord en kwam uiteindelijk op raffinement. Ja, dat was het juiste woord. Raffinement.

Anja had een ontbijtje voor hem gemaakt na het ontwaken en zij gedroeg zich aanzienlijk ingetogener dan hij dagen eerder met haar meegemaakt had. Misschien maakte zij nu ook wel een vergelijking tussen hem en de jongen op de brandtrap. Uit de zorg die aan het ontbijt besteed werd, dacht hij te kunnen concluderen dat die vergelijking in zijn voordeel was uitgevallen, maar zeker wist je dat nooit, want het kon zomaar zijn dat Anja gewoon graag ontbijtjes klaarmaakte.

Ze hadden een rustig gesprek waarin hij nog eens uitlegde dat Djippie echt geen bedreiging was voor wat hij en Anja hadden. Misschien was het beste bewijs nog wel dat Djippie er geen enkel probleem mee had wanneer zij bleef logeren in die woning die hij vandaag nog op zijn naam ging zetten.

‘Ja, ik begrijp jouw positie heus wel,’ zei ze, ‘maar ik had die droom dat we samen een etage zouden betrekken in dat kraakpand van vrienden.’

Hij pakte haar beide handen beet en deed zijn best om ontroerd te kijken en er rolde zelfs tot zijn eigen verbazing een traan langs zijn wang. ‘Weet je wel wat dat voor iemand als ik betekent, die eigenlijk nog niet zo lang geleden door zijn eigen ouders uit huis is gezet?’

Ze stond op en drukte zijn hoofd aan haar borst, die opeens wat bonkig aanvoelde vergeleken met die van Djippie.

Koesterend ging zij met haar handen door zijn haar. ‘Ach, schatje toch… Soms kan ik zo onhandig zijn.’

Een beetje bang dat hij nu grenzen ging overschrijden, zei hij ook met voldoende wanhoop: ‘Als ik zo achttien word, dan sta ik nog steeds als vermist op de politietelex en dan zal ik aan moeten tonen dat ik een vaste verblijfplaats heb. Je hebt geen idee hoe belangrijk dat voor me is in mijn situatie. Wie zegt dat we dan niet alsnog samen kunnen wonen op die gekraakte etage. Ik kan sowieso altijd bij je zijn wanneer je dat maar wilt.’

Hij dreigde nu echt te ver in zijn rol te gaan, want hij wilde ook nog zeggen dat ze elkaar immers nog zo kort kenden en dat samenwonen misschien nog wat vroeg was. Dat ze elkaar misschien eerst wat beter moesten leren kennen.

Hij wist zich tijdig in te houden, want Anja wilde vooral van haar bemoeizuchtige vader af. Dat was haar grootste belang en dat betekende een vertrek uit diens atelier als belangrijkste prioriteit, niet haar liefde voor hem.

Misschien is dat wel volwassen worden, bedacht de foute jongeman, dat je een kien oog moet hebben voor de belangen van anderen zonder die van jezelf ook maar een seconde uit het oog te verliezen.

Veel handiger was wat hij daarna verzon: ‘Ik weet niet of je Arend laatst nog gezien hebt, maar die is helemaal stuk. Daar is niets meer van over. Hij ziet voor zijn ogen de productie Junkieleed verdampen en hij geeft mij, uitgerekend mij, de schuld van het feit dat jij drie draaidagen hebt afgezegd. Ik dacht dat ik vrienden aan het maken was in deze nieuwe stad, maar dat schijnt hier ook alweer mis te lopen.’

‘Nee, dat is unfair,’ zei Anja kordaat. ‘Ik had gisterenavond al bedacht dat ik die laatste draaidagen gewoon af moet maken, desnoods op de automatische piloot, maar ik wil die film nu ook wel eens afgerond zien.’

‘Mission accomplished,’ dacht hij, toen hij even later na een warme omhelzing huiswaarts keerde.

Hij had geen idee waar hij was, maar hij wist uit ervaring dat je Amsterdam aardig kon navigeren als je bordjes bij de haltes van tram en bus goed bestudeerde. Er was altijd wel een tram die naar Amsterdam Centraal reed en als die niet op het bordje stond, dan stond die wel aangegeven aan de andere kant van de straat.

Maar nu bevond hij zich in een buurt waar bijna geen tramhaltes waren. Hij had beter op moeten letten toen Arend hem hier naartoe had gereden. Na twee straten gelopen te hebben kwam iemand naast hem die ‘fiets te koop!’ siste.

De vijfentwintig gulden die de man vroeg was minstens vijf gulden te veel voor het oude barrel van een fiets die hij te koop aanbood. Ergens wist de jongeman zich nog te herinneren dat iets pas heling was als je redelijkerwijs kon vermoeden dat iemand een product ver onder de gangbare prijs aanbood, dus hij betaalde meteen.

‘Thanks, man,’ zei de fietsendief.

Trots reed hij door de straten van Amsterdam, zonder enig idee waar hij was, maar toch voelde hij zich een onlosmakelijk deel van een veel groter geheel. Het achterwiel van de fiets liep aan en maakte een schril geluid bij elke omwenteling. Het stuur zat een tikje scheef en er zat geen licht op, maar dat had niemand in Amsterdam, voor zover hij wist.

Thuisgekomen hoorde hij een vreemd geluid en dat bleek de telefoon te zijn. Hij nam op en het was Arend.

‘Ga me niet vertellen dat ik nog ergens anders de hoer moet spelen om je bedrijfje overeind te houden,’ zei de foute jongeman.

‘Was het zwaar werk, dan?’

‘Jij denkt waarschijnlijk van niet, maar dat komt omdat je het leukste deel gemist hebt, maar als het goed is heb je weer een hoofdrolspeelster.’

‘Ik weet het,’ zei Arend. ‘Ze heeft net contact opgenomen. Alles is in orde.’

‘Goed om te horen, maar hoe kom jij aan dit nummer?’

‘Van Deisha, want die was gebeld door Djippie met de vraag waarom je niet opnam.’

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp