
De pizzeria die aan huis kwam bezorgen, was duidelijk niet de pizzeria waar de foute jongeman wel eens had gezeten. Op hun bestelbusje stond iets vaags als Trattorio en de twee mannen in kokskostuums met bijpassende mutsen moesten twee keer de trap op en af om voedsel, snacks en wijnen af te leveren. Je kon merken dat ze gewend waren in betere huishoudens over de vloer te komen, want het lukte ze niet om een lichte verbazing te onderdrukken terwijl ze om zich heen keken.
Djippie leek ze te kennen, want ze ging allerhartelijkst met hen om en wisselde zelfs enkele woorden in het Italiaans met ze uit.
Hij stond op en liep een beetje wankel naar de keuken waar alles uitgestald stond.
‘Geen pizza?’
Djippie lachte. ‘Nee, Italianen eten ook wel eens iets anders. Ik ga nog even naar mijn auto en dan haal ik even wat spullen en als jij verstandig bent, dan drink je even behoorlijk wat water en misschien een kop zwarte koffie, dan kun je vanavond wel weer wat drinken.’
Dat waren eigenlijk twee problemen in één zin, vond de foute jongeman. Water drinken op je verjaardag, dat klonk al net zo onlogisch als een auto in Amsterdam. Wie had er nou een auto in Amsterdam? Hij keek uit het raam nadat hij de voordeur had gehoord en hij zag haar naar een grote auto lopen, waarvan ze de achterklep opende en een koffertje tevoorschijn toverde.
‘Gewoon wat spulletjes van huis die ik meegenomen heb,’ zei ze toen ze zijn verbaasde blik zag. ‘En ja, niet uit Maastricht, maar ik heb vlak boven Purmerend nog een huis, vrij ruim zelfs, ook van de erfenis.’
Hij besloot niet verder te vragen. Een beetje teleurgesteld was hij wel, want ze had kennelijk geen enkele reden bij hem te logeren als ze in Amsterdam was en hij had geen zin om te vragen waarom ze haar woonsituatie ooit anders had voorgedaan. Hij besloot alles gewoon als nieuw over zich heen te laten komen. Vragen stellen kon zomaar nieuwe problemen oproepen.
Hij keek toe hoe ze een rokje en een blouse aantrok met schoenen die ook uit het koffertje kwamen. Vooral dat laatste vond hij vreemd. Schoenen had je aan en die droeg je niet met je mee in een koffertje, maar hij moest wel toegeven dat ze er prachtig uitzag in haar nieuwe outfitje. Niet hip, niet conservatief, een beetje jazzy, of Velvet Underground, alsof ze zich speciaal voor Arend en Pim gekleed had die wat ouder waren. Hij besloot er niets over te zeggen, maar hij miste de Djippie van het Vondelpark op dat moment heel even.
Het beste was maar om voor nu te doen alsof die nooit bestaan had, nam hij zich voor, want hij had zich zijn verjaardag een dag geleden nog heel wat eenzamer voorgesteld en hij keek ernaar uit om Arend en Pim weer te zien.
Ze aten wat in de keuken. Ze bleef koffie en water voor hem neerzetten. Hij voelde zich zienderogen nuchterder worden, maar hij kon dat moeilijk als een verbetering zien. Licht aangeschoten was alles veel makkelijker te absorberen. Nu kon hij het toch niet laten om zich voortdurend af te vragen wat het nut van dat hele toneelstuk in het Vondelpark was geweest en belangrijker: was wat hij met haar beleefd had in Arnhem ook toneel geweest?
Ze leek zijn gedachten te kunnen lezen. ‘Er moeten eindeloze vragen door je hoofd spoken, dat snap ik ook wel, maar dit is je achttiende verjaardag en dat is best een belangrijke. Juridisch gezien word je volwassen en dat word je maar één keer in je leven. Nou ja, in ieder geval in de ogen van de wet. Ik wil dat je later op deze dag terug kunt kijken als iets moois.’
Daar was hij het wel mee eens. Niet omdat hij achttien was geworden en al helemaal niet omdat hij zich volwassen voelde, maar omdat zij bij hém was in zijn huis. Hij nam zich voor weinig te drinken, want hij wilde elk moment met haar bewust beleven. Hij kon zich niet voorstellen ooit nog een vreemdere en aantrekkelijker vrouw te ontmoeten dan de vrouw die nu voor hem zat. Djippie, Miriam de Vork of mevrouw Fout, alhoewel hij een lichte voorkeur had voor mevrouw Fout. De dag en nacht in Arnhem zag hij als de meest bijzondere dag die ze samen hadden beleefd. Niet vanwege de seks, maar misschien wel omdat ze elkaar, weliswaar in geografische zin, halverwege tegemoet waren gekomen.
Als hij haar niet kwijt wilde raken, dan zou hij meer manieren moeten vinden om haar halverwege tegemoet te komen. Hij kon niet beredeneren hoe en waarom, maar daar lag volgens hem de sleutel om haar niet te verliezen. Alles in hun samenzijn was onverwacht, bizar of gebaseerd op vervormde werkelijkheden en hij mocht dan de jongste van hen beiden zijn, maar als er ooit iets als zekerheid in hun bestaan zou ontstaan, dan zou dat van hem moeten komen. Niet van haar. Hoe charmant en aantrekkelijk ze ook was, vrijwel alles aan haar was façade en ze was in niet geringe mate ontspoord.
Ze mocht dan de draak steken met zijn ‘houden van’, maar dat gevoel zou hen nog erg van pas kunnen komen. Hij zou in deze relatie de volwassene moeten zijn, zo oordeelde hij. Iemand zou boven het circus moeten kunnen staan dat zij van alles leek te maken. Haar hele verhaal over Junkieleed was zo lek als een mandje. Waarschijnlijk klopte de optelsom van alles wat zij daarover beweerde, zelfs haar verzet tegen de gedachte dat ze mogelijk een wig had willen drijven tussen hem en Anja, maar als je goed keek naar de losse bouwstenen van haar motivatie, dan bleef er niets anders over dan een vrouw die wanhopig ergens bij wilde horen en dat was kennelijk niet haar eigen imperium, maar een stel gezellige idioten die een film maakten die nooit een bioscoop langer dan een dag zou overleven en die samen met alle andere half gelukte films nog lang in het circuit van filmfestivals rond zou blijven draaien en alleen al aan presentatiekosten nog meer geld zou gaan kosten.
In gedachten gaf hij zichzelf een klopje op de schouder en hij constateerde niet zonder zelfspot dat hij nooit gedacht had dat volwassenheid zo hard en onverwacht kon indalen midden op een achttiende verjaardag.
Wat vanavond op zijn verjaardag zou verschijnen was een extreem klein clubje, maar ze waren er niet geweest als zij dat niet had geregeld. Dat huis op zijn naam zei hem niet zo veel. Dat was een stuk leuker geweest als het ook haar huis was geweest en goed beschouwd was het eigenlijk gewoon een opgelapte krotwoning die op de markt minder zou opbrengen dan ze waarschijnlijk recentelijk in Junkieleed had geïnvesteerd.
Kennelijk was ze op hem overgekomen alsof hij iets te veel in gedachten verzonken was en ze kwam op hem af, sloeg een arm om hem heen. ‘Waar zit jij over te tobben?’
‘Tobben? Hoe kom je erbij? Ik zit lichaam en geest te ontspannen zodat mijn volwassenheid met volle kracht kan indalen. Wat kun je anders doen op een achttiende verjaardag? Het is een feestje, maar tegelijkertijd ook hard werken.’
Ze barstte uit in lachen. Die lach, dacht hij. Hij moest zijn ambities niet te hoog stellen, hij moest gewoon zorgen dat ze vaker zo lachte.
Hij stond op het balkon toen de deurbel ging. Djippie deed open en er klonken begroetingen in het trappenhuis. Hij liep naar de kamer en zag ze binnenkomen. Arend voorop, die al redelijk beschonken leek, en daarna kwam Deisha die een taart binnen leek te brengen, maar dat was het niet. Het was een in bruin pakpapier verpakt cadeau. Hij nam het aan en probeerde aan het gewicht in te schatten wat het kon zijn, maar dat lukte hem niet. Toen hij de eerste laag pakpapier verwijderd had, zag hij het: het was een portable rode Olivetti.
Soms kan het ontvangen van een cadeau de ontvanger min of meer dwingen om enthousiaster te reageren dan hij is, maar de foute jongeman had dat probleem in het geheel niet. Hij kneep Deisha bijna fijn van blijdschap. Achter haar aan kwam Pim met een opvouwbare platenspeler en wat langspeelplaten. Zijn intuïtie bij het zien van Djippies outfit was juist geweest. Dit ging een jarenzestigfeestje worden midden in de jaren zeventig.
Zijn adem stokte toen hij achter Pim het gezicht van Anja zag. Ze kwam naar hem toe en feliciteerde hem met drie klapzoenen en fluisterde in zijn oor: ‘Het spijt me echt.’ Meteen daarna omhelsde Djippie haar alsof ze de verloren gewaande dochter was en riep met de stem van een televisiepresentatrice: ‘Dames en heren! Onze hoofdrolspeelster Anja de Geus!’
Anja genoot zichtbaar van de aandacht en Djippie leidde haar naar een klapstoeltje en ging bij haar zitten en begon een geanimeerd gesprek met haar, zonder ook maar één keer in zijn richting te kijken. Dat zou je manipulatief kunnen noemen, dacht de foute jongeman, maar het was de juiste zet op het juiste moment. Anja buitensluiten was zonder meer destructief gebleken voor de productie.
Ondertussen stond Arend met zijn rug naar de aanwezigen de whiskeyvlek op de muur te bestuderen alsof hij zich in een museum bevond en hij trok ook zo’n gezicht. Ogen tot spleetjes vernauwd en een hand aan zijn kin.
‘Rothko? Late Willem de Kooning?’
‘Een glas whiskey, Arend! Ga me niet vertellen dat jij nooit het glas van het een of ander naar je hoofd hebt gekregen.’
(wordt vervolgd)