
Djippie pakte haar koffertje en haalde daar een spijkerbroek, een windjack en een paar stevige stappers uit. De foute jongeman liep in de kleren die hij altijd droeg. Hij had nog geen mogelijkheden gezien om zijn garderobe wat uit te breiden. Eigenlijk voelde hij die behoefte ook niet zo.
Ze liepen naar buiten en Djippie liep meteen op de grote auto af, waar ze eerder het koffertje uit had gehaald.
‘We gingen toch wandelen?’ riep hij haar na.
‘Ja, suffie, maar het is toch veel leuker als je zelf kunt bepalen wáár je gaat wandelen?’
Die logica liet zich moeilijk weerleggen, dus hij liep snel naar de overkant van de straat en stapte in aan de passagierszijde. Hij had nog steeds geen idee wat voor auto het was, anders dan dat het een belachelijk grote auto was. Djippie leek nog kleiner dan ze al was achter het stuur van deze bolide.
De rit in die auto voelde alsof ze op luchtkussens door de stad reden. Geluiden van buitenaf werden grotendeels gedempt. Ze reden het centrum uit, Buitenveldert in. Onderweg wees ze nog wat panden aan die in ‘haar portefeuille’ zaten en ze parkeerde voor de ingang van het Amsterdamse Bos. Het was een koele, bewolkte dag, maar het was desondanks druk met wandelaars en mensen die hun hond daar uitlieten. Ze liepen zo wat door het bos, terwijl ze vertelde hoe ze daar vaak met hun klas naartoe gingen. Het leken mooie herinneringen te zijn, maar op een stiller stuk pakte ze hem bij zijn spijkerjack en zei, zwaar ademend en hem indringend aankijkend: ‘Ik wil dat je me neukt, achter een boom of achter de struiken, dat maakt me verder niet uit, maar dat heb ik altijd al een keer gewild.’
De foute jongeman keek om zich heen en zag dat het misschien iets stiller was dan bij de ingang, maar hij zag toch net iets te veel mensen overal om aan haar verzoek gehoor te geven. Bovendien was seks in de buitenlucht iets wat hij vaak gedaan had in Friesland, bij gebrek aan andere mogelijkheden, dus het voorstel kon hem gewoon niet opwinden.
‘Zie je,’ zei ze, stuurs voor zich uitkijkend, ‘dan heb ik je toch goed ingeschat. Misschien is dit moment het beste moment om het laatste deel van mijn verhaal te vertellen. Dan hebben we het meteen allemaal maar gehad.’
Ze maakte een gelaten indruk en begon zonder enige terughoudendheid aan het laatste deel van haar verhaal.
‘Onderdeel van de erfenis waren vier bordelen. Een in Dortmund, een in Maastricht, een in Utrecht en een in Amsterdam. Ik had een vaag idee wat een bordeel was, dus ik ging ze gewoon bezoeken als de nieuwe eigenaresse en ontdekte dat de clientèle ruwweg uit drie, eigenlijk vier soorten klanten bestond. Je had mannen zoals mijn vader waarschijnlijk was geweest, die vaak geen idee hadden waar ze met hun zwarte geld naartoe moesten. Voor hen was het niet alleen een manier om de avond in het gezelschap van mooie vrouwen door te brengen; ze breidden er meteen hun criminele netwerk uit. Dan had je nog de gewone getrouwde mannen die genoeg geld verdienden om zichzelf ook weleens op iets leukers te trakteren dan een grasmaaimachine of een stropdas met Vaderdag.’
De foute jongeman dacht aan Maastricht, maar besloot geen vragen te stellen.
‘Dan had je ook de bedrijven die bezig waren om deals te sluiten. Een deel van die bedrijven, zeker niet allemaal, stuurde hun onderhandelaars naar een bordeel omdat de mannen daar op de een of andere manier makkelijker tot overeenstemming kwamen. De laatste categorie mannen die een bordeel bezochten, waren de mannen die te veel gedronken hadden en besloten dat de bordelen nog lang na sluitingstijd open waren, maar die sluitingstijden vielen onder een gedoogbeleid. Een goede portier wist dat soort dronken klantjes buiten de deur te houden, maar portiers leven van fooien, dus er slipten nog weleens wat mensen door de mazen van het net, wat dan resulteerde in vechtpartijen. Werden in die vechtpartijen wapens gebruikt, dan verloor het bordeel de vergunning en dat kostte geld. Veel geld. En de bordelen die van mij waren draaiden ook nog eens verlies, wat ondenkbaar was, want de cashflow was immens. Hoewel geld voor mij weinig betekenis had, zette ik vriendinnen van vroeger die ik zakelijk genoeg vond op de plek van mensen die nog onder het oude beleid van mijn vader gewerkt hadden. Van die oude garde werd ik ook niets wijzer over mijn vader, want zij hadden alleen maar positieve verhalen. Hoe hij hen in moeilijke tijden had geholpen, et cetera.’
‘Misschien waren die verhalen wel gewoon waar,’ interrumpeerde hij haar. Hij zorgde ervoor zo neutraal mogelijk te kijken, want het was duidelijk dat ze nu dingen ging vertellen die de basis waren van alle andere leugens.
‘Nou, als jij de lijst van zaken tegen hem bij Interpol had gezien, had je daar net als ik anders naar gekeken.’
De foute jongeman zweeg.
‘Hoe dan ook, ik had die bordelen gewoon op kunnen heffen. Dat had in het grote financiële plaatje weinig veranderd, maar ze fascineerden me. De sfeer van testosteron die in die ruimtes hing, de trucjes die vrouwen hadden om mannen precies te laten doen wat ze van hen verwachtten. Het was weer een Artis en aan échte foute mannen geen gebrek en je kent mijn zwaktes.’
‘Ben ik nu opeens geen echte foute jongen meer?’ vroeg hij ietwat gepikeerd.
Ze lachte. ‘Ach, hou toch op. Je durft niet eens achter een boom te neuken, uit angst mensen te shockeren. Dus je gaat wat nu volgt al helemaal niet leuk vinden.’
‘Kom maar op.’
‘In het begin besloot ik gewoon zelf mee te doen aan de prostitutiekant. Misschien had ik ook drankjes kunnen inschenken aan de bar, maar ik koos voor prostitutie, niet wetende dat ik daarmee twee problemen in mijn leven had geroepen. Ten eerste waren mijn vriendinnen inmiddels mijn personeel geworden en zaken en vriendschap bleken een onmogelijke combinatie te zijn. Bovendien ondermijnde ik mijn zakelijke gezag door een van hen te worden, dus dat heb ik snel opgegeven. Maar wat doet een vrouw die alleen is en geen vriendinnen heeft? Die gaat op zoek naar een man. Toen kwam ik erachter dat de wereld die eens de mijne was nog steeds hetzelfde was, maar dat ik er, zoals ik was geworden door al dat geld, in het geheel niet meer in paste.’
‘Dus werd je Djippie van het Vondelpark?’
‘Onder andere, maar er is meer. Ik wilde beide werelden, want hoezeer ik ook de zakelijke bitch was geworden die erin geslaagd was die bordelen binnen redelijke tijd weer winstgevend te maken, ik miste de seks die ik als prostituée had gehad. Niet omdat het bevredigender was, maar omdat het afstandelijker was. Dus ik bedacht een plan. Ik nam één zakenpartner in vertrouwen, een vrouw die ik goed genoeg kende om haar in te lichten, en ik huurde een styliste en een pruikenmaker in. Als ik behoefte had aan die specifieke seks, dan ging ik onherkenbaar in een van mijn bordelen werken.’
Ze keek hem wat beteuterd aan, alsof ze bang was voor zijn reactie en hij moest er ook verdwaasd uit hebben gezien, want alles viel op zijn plaats. Hij zag haar voor zich met een blauwe pruik, de meest hoerige lingerie en hoge stilettohakken, wachtend op een klant. Dat beeld wond hem dusdanig op dat hij haar achter de eerste boom op hun pad trok en als een bezetene begon te neuken.
Het was kort maar krachtig en ze moest er weinig plezier aan hebben beleefd, maar ze keek hem liefdevoller aan dan hij eerder had meegemaakt.
‘Kijk nou,’ zei ze, ‘had ik jou even verkeerd ingeschat… Wat mij betreft mag je die twee woorden uitspreken die al een week dwars in je keel zitten.’
Betrapt voelde hij zich, maar hij zei het toch: ‘Ik hou van je!’
‘Dat is goed, lieverd, maar nu gaan we iets leuks doen.’
(wordt vervolgd)