Een foute man (50)

Een foute man (50)

Ze zaten aan de keukentafel en voor het eerst voelde dat een beetje normaal. Er hoefden geen bekentenissen meer gedaan te worden. Terwijl zij ‘Daar komt de bruid’ geneuried had, was de Olivetti plechtig door hem naar het bureau gedragen. Daarmee leek een nieuw leven een feit te zijn geworden.

‘Heb je nog nagedacht over de filmacademie?’ vroeg Djippie.

Hij trok een pijnlijk gezicht.

‘Daar ben je per slot van rekening voor naar Amsterdam gekomen.’

‘Ja, dat is zo, maar aan de andere kant is mijn kijk op film in korte tijd wel heel erg veranderd. Pim was mijn grote voorbeeld, maar met wat ik nu zoal meegemaakt heb met de productie van Junkieleed, vind ik een opleiding waar ik zou moeten kiezen voor scenarioschrijven eigenlijk wat te krap.’

‘Maar je hebt aangetoond dat je kunt schrijven, misschien niet hier, maar je bent ervoor van een school geschorst en je bent er op de volgende school voor onder curatele gesteld. Dan kun je er toch niet omheen dat je enig talent hebt?’

Hij lachte. ‘Ja, stiekem ben ik daar ook best trots op. Ik heb in ieder geval mijn vinger op de zere plek weten te leggen, maar bij een film werkt het anders. Bij een film is het script bovenal een geraamte. Een regisseur krijgt ingevingen tijdens het volgen van zo’n script, de acteurs denken fantastische ideeën te hebben en de producent wil natuurlijk ook niet zomaar een geldschieter zijn en bemoeit zich ook met alles.’

‘Nou, ik niet, hoor.’

‘Nog niet,’ zei de foute jongeman. ‘Wat ik wil zeggen, is dat een film een groepsproces is en hoe leuk ik het ook vind om met mensen te werken, ik hou gewoon niet zo van horizontale beslissingen, want dan krijg je weer compromissen en daar ben ik nooit een fan van geweest. De rol van Arend vond ik eigenlijk veel interessanter. Hij kan een script naar zijn hand zetten en tegelijkertijd visualiseren. Ik zou schrijver en regisseur tegelijk willen zijn en op de filmacademie moet je al vroeg kiezen.’

‘Maar wat fascineert je nu echt aan de rol van Arend? Ik heb een aantal keren telefonisch met hem overlegd over Junkieleed en hij kwam op mij over als iemand die vooral lijdt.’

‘Daar kan ik me alles bij voorstellen. We hebben een heroïneprobleem in Amsterdam en in een verzorgingsstaat proberen we dat natuurlijk op te lossen met medische begeleiding, voorlichting aan politieagenten, discussies op politiek niveau en dan is er ook nog wel ruimte voor een film waarin een grote waarschuwende, calvinistische vinger wordt opgestoken naar de jeugd. “Kijk maar wat er gebeurt als je heroïne gebruikt. Dan eindig je net zo rottig als onze hoofdrolspeelster.” Arend moet dat ook aantrekkelijk maken voor een publiek met veel drama. En dat kan hij, maar tegelijkertijd wil hij Jean-Luc Godard zijn, die improviserend met een Bolex Paillard op zijn schouder gebeurtenissen, dialogen en tijdsbeelden vastlegt.’

‘Ik dacht dat je positiever was over die film?’

‘Het was leuk om er aan de zijlijn aan mee te werken, omdat ik voor het eerst van dichtbij kon zien hoe een film gemaakt werd. Maar ik zie geen publiek voor die film. Heroïne is in een Nederlandstalige film vooral een lokaal probleem. In Arnhem of Deventer speelt dat niet zo. Dus wat krijg je? Een film die waarschijnlijk door junkies geadoreerd wordt omdat het hun manifest tegen de maatschappij is. Een film die verder geen publiek trekt dat groot genoeg is om de kosten van de productie eruit te halen.’

‘Ik ontdek steeds nieuwe kanten aan je. Ik had geen idee dat je mijn productie een mes in de rug zou steken, je vrienden zou afvallen en eigenlijk weet ik al wat je volgende stap zal zijn. Je gaat me voorstellen hoe het allemaal beter en groter kan.’

Hij nam een slok koffie en keek haar indringend aan. ‘Ik val mijn vrienden niet af, want zij willen een film maken voor filmhuizen die met een beetje geluk een cultfilm wordt. Daar is helemaal niets mis mee. Zij kunnen daar hun liefde voor film prima in kwijt en tegelijkertijd hun eigen koers vinden. En jouw productie steek ik al helemaal geen mes in de rug, want jouw investering is uiteindelijk kleiner dan die van hen. Die van jou bestaat alleen uit geld; zij hebben er een stuk van hun leven in gestoken. En je houdt er vrienden voor het leven aan over.’

Djippie leek zich te amuseren met dit gesprek. Ze deed haar uiterste best een zakelijke uitstraling te hebben.

‘En dan komt nu onvermijdelijk het plan voor groter en beter,’ zei ze met een spottende uitdrukking op haar gezicht.

‘Dat heb ik niet. Ik zou het hier ter plekke kunnen bedenken, want zo moeilijk is dat volgens mij niet, maar jij wilt zaken en privé liever gescheiden houden en ik ook, dus ik heb alleen maar geprobeerd je vraag over de filmacademie aan de hand van voorbeelden uit te leggen. Je vraag was of ik erover nagedacht heb en ik geef je zicht op mijn overwegingen. Een besluit heb ik nog niet genomen. Ik ben druk geweest met het ontwarren van zaken op een menselijk niveau. Dat heeft de meeste energie opgegeten en beslissen over die opleiding kan ik over drie weken ook nog.’

Ze keek hem geamuseerd aan. ‘Lieve schat, je doet nu precies wat een goede verkoper doet. Je wijst naar het duurste product in de showroom en je zegt: “Dat model zou ik u beslist afraden, want de aanschafprijs is hoog, de onderhoudskosten zijn helemaal extravagant, dus dat kan ik u niet met een schoon geweten adviseren.” De koper denkt: wat denkt die man wel niet met z’n arrogante harses? Dat ik een armoedzaaier ben? Dus hij loopt naar het product, controleert de specificaties met een half oog en zet zijn handtekening onder de aanschaf.’

‘Daar zou ik toe in staat zijn, maar niet op die manier. Anders. Je hebt zelf gezegd dat je zaken en privé wilt scheiden.’

‘Je bent een manipulatieve ploert, jij!’

Hij nam haar in zijn armen en fluisterde in haar oor: ‘Nee hoor, ik probeer de verstandigste van ons tweeën te zijn,’ en gaf haar een lange, liefdevolle kus.

‘Gluiperd die je bent,’ zei ze, terwijl ze hem een zachte tik in zijn gezicht gaf, maar ze was duidelijk helemaal blij, want ze was even op haar eigen terrein.

Ze pakte links en rechts wat spullen bijeen en propte die in haar koffertje. ‘Ga gerust met me mee, maar ik moet gewoon even aan het werk vanuit mijn kantoortje aan huis, anders ga ik hier zenuwachtig zitten worden en dan heb je ook niets aan me. Je gaat schrikken van mijn huis, maar je bent inmiddels wel wat gewend, dus dat overleef je ook wel weer.’

Het verkeer zat muurvast en ze kon het niet laten regelmatig op de claxon te drukken, wat uiteraard geen enkel effect had. Ze gaf zich na enige tijd over aan de situatie en keek hem aan.

‘Oké, zaken en privé gescheiden houden, maar dat betekent niet dat je me niet zou kunnen adviseren over een productiemaatschappij voor film. Ik bedoel dat het mij niet uitmaakt om te investeren in film. In het slechtste geval maakt zo’n film verlies en dat kan ik dan in mindering brengen op belastingaanslagen. Ik denk dat ik, als ik jou zo hoor, Junkieleed verkeerd ingeschat heb, maar daar ging het mij niet om. Ik vond het gewoon zo leuk om met die mensen te werken. Je weet hoe fijn ik je verjaardag heb gevonden.’

‘Mijn advies zal je tegenvallen.’

‘Doe niet zo flauw. Wijs me een beetje de weg! Ga me niet teleurstellen, want dan ga ik je verdenken dat je dingen achterhoudt.’

‘Het teleurstellende van mijn advies is dat je al een productiebedrijf hebt. Je runt een administratie met zowel een immens vermogen als een enorme cashflow. Daarnaast beschik je vrijwel onbeperkt over locaties in binnen- en buitenland. Het is in Nederland geloof ik niet legaal om iemand erop te attenderen dat je op de grootst denkbare witwasmachine zit, maar onder geliefden zou dat te vergeven moeten zijn. Je denkt toch niet dat producers uit liefde voor de kunst investeren?’

‘Ik vergis me elke keer weer in jou,’ zei ze met een schittering in haar ogen. ‘Het is jammer dat je mijn vriendje bent, anders zou ik je in een vroeg stadium kapot concurreren.’

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp