
Haar kookkunsten kon je niet imposant noemen, maar de manier waarop ze door de keuken bewoog maakte veel goed. Er was ook eigenlijk niet voldoende keukengerei, want hij had bij zijn intrek wel aangekoekte afwas schoongeboend, maar zaken die hem te veel werk leken, had hij gewoon weggegooid, waardoor hij haar voortdurend dingen hoorde zeggen als: ‘Vroeger hadden we hier volgens mij toch echt ook nog een diepere pan.’
‘Veel was echt niet meer schoon te krijgen,’ zei hij dan en dan keek ze hem schuldbewust aan. Kennelijk wist ze toch beter hoe alles achtergelaten was dan ze toe had willen geven.
‘Hoezeer ik hier vroeger ook nare dingen heb meegemaakt, ik wilde na die telefoongesprekken van vanmiddag toch weer hier naartoe. De ontspannen avond op je verjaardag, onze flauwekul samen, op de een of andere manier stelt me dat in staat dingen op een rijtje te krijgen. Het is alsof deze plek precies op het kruispunt staat van mijn oude en mijn nieuwe leven, zodat ik beide in één keer kan overzien.’
‘Ik had gehoopt dat mijn aanwezigheid ertoe bijgedragen had.’
‘Het is een bonus, ja.’ Ze lachte. ‘Maar je hebt vanmiddag, zonder dat te willen hoop ik, iets gevaarlijks met me gedaan en dan heb ik het niet alleen over hoe goed je bent geworden in het terugspelen van mijn eigen argumenten. Toch heb je een snaar geraakt met die productiemaatschappij.’
‘Maar liefde en zaken gaan niet samen, toch?’
‘Klopt, maar zo’n idee kan ook prima zonder jou uitgevoerd worden, natuurlijk. Jij bent jong en je kunt nog alle kanten uit,’ zei ze.
‘Hetzelfde gaat op voor jou, natuurlijk.’ Hij pauzeerde even voor het effect. ‘Oh, wacht nee, je bent die mevrouw met duistere geheimen die bij velen reeds bekend zijn.’
‘Wat een ongelooflijke klootzak kan jij zijn. Ik zweer je. Tegen de tijd dat jij mijn leeftijd hebt, gaan ze je verplichten om met een gevarendriehoek om je nek te lopen.’ Ze moest lachen om haar eigen uitspraak. ‘Met mijn onroerend goed is niets mis en de clubs hebben alle vergunningen die nodig zijn.’
‘Waar zit je dan op aan te sturen? Mag ik het voor je invullen?’
‘Nou?’
‘Alles wat je met mij ondernomen hebt vanaf het Vondelpark stond in het teken van een brug slaan naar de Djippie van voor de erfenis. Je hebt mij jouw hele leven, weliswaar op kleinere schaal, laten leven. Je liet me de losse eindjes van je moeders overlijden oplossen. Je gaf me geld dat ik niet geteld heb, omdat ik achttien ben en alleen het verschil tussen veel en weinig ken. Alles ertussenin zegt me niets. Uit angst niet aan je vraag te kunnen voldoen moest ik zakelijk worden, dus verhuurde ik een set en mislukte daarin grandioos, waardoor jij als redder moest optreden en toen kwam je in aanraking met Deisha, een oude vriendin van vroeger die je nooit vanuit je huidige leven had durven opbellen uit angst veroordeeld te worden. Zij was lief, begripvol en accepteerde je, alleen kon jij dat niet meteen geloven, dus heb je daar ook maar voor de zekerheid een bak geld in gestort. Jij bent voortdurend bezig je schuldgevoelens af te kopen, of op z’n minst dingen te consolideren met geld en je denkt dat iedereen die geen geld heeft dat niet doorziet, want jij hebt onder druk de sterke zakenvrouw moeten worden die je nu bent en mensen die dat niet hoeven te zijn, zijn in jouw ogen kennelijk een beetje kortzichtig.’
‘Hoe durf je zoiets te zeggen?’ Ze was woest.
Hij was op zijn beurt niet minder woest. ‘Omdat iemand eens een keer niet dankjewel tegen jou moet zeggen, maar enige betrokkenheid moet tonen met wie je werkelijk bent, terwijl jij er alles aan doet om het beeld van jezelf zo obscuur mogelijk te maken. Je bouwt voortdurend de spanning op met halve waarheden en als die niet werken, kom je met de hele waarheid omdat je denkt dan in ieder geval gedumpt te zullen worden.
‘Eerst de verhalen over je vader, die je nooit gekend hebt en waar je dus geen enkele verantwoordelijkheid voor hoeft af te leggen, zeker niet bij mij, want ik ken mijn geschiedenis en ik weet hoe joodse overlevenden van de kampen hier behandeld zijn. Ik kan en wil hem niet veroordelen, al gooi je stapels Interpol-dossiers op mijn nieuwe bureau.’
Ze vocht duidelijk tegen tranen, maar ze was duidelijk nog kwaad. ‘Je bent een lul!’
‘Nou, als dat je oordeel is, dan kan ik nog wel even verder gaan. Dan valt er voor mij in ieder geval niets meer te verliezen. Als het verhaal van je vader niet werkt, dan kom je met de bordelen, die je overigens zelf clubs noemt, maar voor een jongen uit Leeuwarden gebruik je de technische en juridische term bordelen, want stel je voor dat je niet gedumpt wordt. Maar mij shockeerde je er niet mee. Toen dat niet werkte kwam je met het beeld van de eenzame vrouw die seks, afstandelijke seks zelfs, zocht en dat op uiterst ludieke wijze deed en dat wond me alleen maar op, want zonen willen vooral niet op types zoals hun moeder vallen. En de mijne was de kuisheidsbrigade zelve en voorzitter van het Katholiek Vrouwengilde bovendien.’
Ze lag met haar hoofd op tafel en begon zachtjes te huilen.
‘In het Vondelpark of vlak daarna zei je dat je zocht naar iemand die je zou beschermen en ik dacht dat ik je naar anderen toe moest beschermen, maar dat is het niet. Ik moet je duidelijk tegen jezelf beschermen en dat ga ik ook doen, anders blijf je kopen wat je al lang gratis met alle liefde aangedragen hebt gekregen. Je had me al in Arnhem, voor de volle 100%. Je had onmogelijk door mij gedumpt kunnen worden om wat dan ook. Maar jij denkt waarschijnlijk dat ik achttien ben en niet kan beoordelen wat ik voel, dat ik maar een beetje achter mijn lul aanloop en weinig vergelijkingsmateriaal heb. Dat ik seks met liefde verwar, maar daarbij vergeet je iets heel belangrijks. Onze seks is geweldig wat mij betreft, maar dat is niet wat ons bindt. Wat ons bindt is dat we alletwee om ogenschijnlijk willekeurige redenen uit onze eigen levens zijn verbannen.’
Haar hoofd kwam langzaam omhoog en er kwam iets van een glimlach door.
‘Je houdt echt van wie ik ben, hè?’ Ze pauzeerde even. ‘Of je bent een gore sadist die er plezier aan beleeft om mensen met hun eigen tekortkomingen te confronteren…’
‘Hou het maar op het laatste, want ik ga niet meer de fout maken om te zeggen dat ik van je hou, daar raak je alleen maar meer overstuur van.’
Hij tilde haar uit haar stoel en bracht haar naar bed, kuste haar op haar voorhoofd en zei: ‘Als jij in die productiemaatschappij een manier ziet om weer een stuk van je eigen leven terug te winnen, dan help ik je.’
‘Maar dan besmet ik je met mijn oude leven…’
Hij wilde nog iets terugzeggen, maar ze sliep en ze zou doorslapen tot elf uur de volgende ochtend.
(wordt gevolgd)