
Omdat ze duidelijk van pure uitputting in slaap was gevallen, had de foute jongeman voor het andere bed gekozen en bij het ontwaken om een uur of negen was het stil in huis. Even dacht hij dat ze al weg was gegaan, maar ze lag nog steeds te slapen.
Hij vroeg zich af of hij haar misschien te hard geconfronteerd had met bepaalde zaken, maar tegelijkertijd vond hij ook dat het tijd werd voor duidelijkheid. Hij had ooit zichzelf het etiket fout opgeprikt, maar na zijn ervaringen op school en de korte tijd dat hij in Amsterdam woonde, vroeg hij zich af of er eigenlijk wel mensen bestonden die in staat waren om de waarheid te spreken. Hij dacht aan zijn docent filosofie die eindeloos door kon praten over dat de waarheid eigenlijk niet bestond en dat snapte hij wel, omdat iedereen zijn eigen kijk op feiten had, maar over simpele feiten moesten mensen het toch met elkaar eens kunnen worden.
Had hij zich in het gesprek met haar tot simpele feiten beperkt? Nee, zeker niet. Hij had haar gedrag geïnterpreteerd op zo’n manier dat het botste met haar eigen presentatie van haar werkelijkheid. In die zin had hij dus gefaald, al was hij nog zo overtuigd geweest van zijn goede bedoelingen.
Alles zou afhangen van haar stemming bij het ontwaken, oordeelde hij en in de tussentijd was het afwachten. Hij zette zo geruisloos mogelijk koffie en nam de kan mee naar de kamer waar hij geslapen had. Hij pakte een boek van de plank, maar hij kon zich niet concentreren. Hij keek naar de wekker en de wijzers leken stil te staan.
Uiteindelijk verscheen ze toch in de deuropening.
‘Waarom heb je hier geslapen?’
‘Ik wilde je eens een keer goed laten uitslapen, ik was bang dat ik te hard was geweest.’
Ze glimlachte. ‘Ja, ik wist niet dat je het in je had, maar je was behoorlijk bruut bezig, maar het was nodig denk ik. Ik ben gewend dat ik vaak mijn zin krijg, dat is nu eenmaal een van de weinige genoegens van leiding geven. Maar op m’n nummer gezet worden door een mooie jongen die zegt van je te houden is ook wel opwindend, eigenlijk.’
Ze gaf hem een knipoog en verdween in de douche.
Bij het ontbijt aan de keukentafel leek ze opvallend rustig. ‘Ik vond het mooi wat je gisteren zei, dat we met elkaar verbonden zijn doordat we beiden op de een of andere manier uit ons eigen leven verbannen zijn, maar tegelijkertijd is het ook doodzonde dat je je woorden verspilt aan een oudere, manipulatieve vrouw, terwijl je diezelfde woorden ook uit zou kunnen schrijven op je Olivetti.’
Hij haalde opgelucht adem. Daar was zijn Djippie weer. De zachte, gelaten stemming van haar, zo vlak na het ontwaken, was fijn maar voelde ook wat onnatuurlijk.
‘Je kunt er zelf ook wat van, want voordat je in slaap viel, sprak je de gevleugelde woorden dat je mijn leven niet met het jouwe wilde besmetten.’
Ze glimlachte. ‘Ja, ergens op de rand van waken en slapen kan er wel eens iets moois uitkomen. Maar je snapt hopelijk wel dat het ook waar is? Je had me helemaal enthousiast gekregen met die productiemaatschappij. Hoe laag jij de kansen van Junkieleed ook inschat, ik voel me erg met die productie verbonden en ik had sinds lang weer eens het gevoel dat ik iets nuttigs deed. Niet dat ik verder geen nuttige dingen doe, maar het is tegelijkertijd ook een beetje sleur geworden. De club in België draait prima zonder mijn leiding. Als ik naar de cijfers kijk, dan denk ik wel dat ze me bestelen, maar ze brengen genoeg in het laatje.’
De foute jongeman hield wijselijk zijn mond. Hij was vast van plan zich niet te bemoeien met haar zakelijke beslissingen.
‘Ik was vanochtend al om zeven uur wakker en ik was verbaasd dat je er niet was, maar meteen daarna ben ik zelf weer gaan slapen. Ik heb besloten dat ze het vandaag maar uit moeten zoeken met z’n allen. Als er echt drama is, dan kunnen ze me bereiken via mijn pieper. Ik heb eigenlijk veel meer zin om naar de laatste draaidag van Junkieleed te gaan. Ze vinden het vast leuk als jij meekomt.’
‘Hoe moet het dan met Anja?’
‘Ik voorzie geen problemen.’
De foute jongeman sprong nog even snel onder de douche en even later zat hij naast haar in de auto op weg naar Hoorn, waar de set was. De sfeer in de auto was rustig en ontspannen. Het rijgedrag van Djippie was rustig. Hij vroeg zich af of het gesprek van de dag ervoor misschien effect had gehad, maar hij verwierp die gedachte snel weer. Hij had haar stemmingen vaker zien omslaan.
Hij maakte wel van de rust gebruik om te informeren wat ze zoal besproken had met Anja op zijn verjaardag.
Ze keek hem zijdelings aan en zei: ‘Ik dacht dat je het nooit zou vragen. Maar goed, mannen hebben geloof ik zoiets als een pikorde. Vrouwen gaan wat tactischer met elkaar om. Ik heb via duizend omwegen geïnformeerd hoe dat nou was tussen jullie en daar kwam best een schattig beeld uit naar voren. Je moet niet vergeten dat je toen meer nachten had doorgebracht met haar dan met mij en ook nog eens in mijn oude bedje. Dat soort details liggen gevoelig bij vrouwen, dus ook bij mij. Ik wist dat ze na die clausule niet meer in je buurt durfde te komen, dus ik kon op een gezellige, rustige manier mijn territorium afbakenen zonder dat zij dat als zodanig zou ervaren. Hoezo, mis je haar?’
‘In het geheel niet.’
Ze lachte. ‘Zij jou waarschijnlijk wel. Niet omdat je beter bent dan de rest van haar vriendjes, maar omdat ze je verloren is aan een oudere vrouw. Dat ligt ongeveer net zo gevoelig bij haar als dat bedje bij mij ligt. Dan eindigt zo’n gesprek in mooie harmonie. Gelijke krachten, zeg maar.’ Ze schaterde van het lachen. ‘Ik had het prima naar mijn zin met haar en zij met mij. Je zou het als een soort staakt-het-vuren kunnen zien. Maar ik zou, als ik jou was, tijdens het filmen niet bovenop haar lip gaan staan. Het kan zijn dat ze daar toch nog wat onrustig van wordt.’
De foute jongeman was toch licht gepikeerd. ‘Ik had helemaal niet meer nachten met haar doorgebracht dan met jou en de laatste keer was ook nog onder druk van Arend.’
‘Lieve schat, nachten zonder seks tellen niet mee in de liefdeseconomie. In ieder geval niet voor jaloerse vrouwen. Maar maak je niet druk, want we gaan een gezellige, ontspannen middag tegemoet. Iedereen moet werken, behalve wij.’
(wordt vervolgd)