Een foute man (58)

Een foute man (58)

Ze sliep onrustig die nacht. Het ene moment keerde ze zich in haar slaap van hem af en het volgende moment omklemde ze hem zo stevig met zowel armen als benen dat hij zelf niet meer kon slapen.

Aan het ontbijt maakte ze een vermoeide indruk, maar ze was voor haar doen ongekend mededeelzaam.

‘Ik word soms zo ontzettend moe van mezelf,’ opende ze. ‘Steeds moet ik mijn eigen verhalen bijstellen. Soms als ik anderen iets voorgelogen heb, omdat ik geen andere mogelijkheid zag, maar het ergste zijn de momenten waarop ik erachter kom dat ik mezelf voorgelogen heb en dan weer met een nieuw verhaal moet komen dat dichter bij mijn waarheid ligt, maar onbedoeld mijn betrouwbaarheid verder ondergraaft. Ken je dat?’

Nee, dat kende de foute jongeman niet, maar hij knikte toch maar, benieuwd als hij was naar een nieuwe reeks onthullingen.

‘Je hebt je tegenover mij vanaf het begin als een absoluut schatje gedragen en de laatste tijd waren we veel samen. Mensen denken vaak dat ik te ongedurig ben om rustig van iets te genieten. Daar zit wat in, maar als ik eerlijk ben, ervaar ik niets als zo beklemmend als gewoon gelukkig zijn met kleine dingen, zoals een vriend die lief voor me is en shitzooi voor me kookt die hij zelf niet te eten vindt. Elke vrouw zou dat belonen. Ik niet. Ik moet dan zo nodig afstandelijke seks hebben, ergens anders. Ik geef je een kleurentelevisie die je nooit aangeschaft zou hebben en ik vertrek voor een week.’

De foute jongeman wist dat hij in dit stadium van het gesprek voorzichtig moest zijn, dus hij smeerde jam op een beschuitje alsof er niets aan de hand was.

‘Je zei dat je vooral ook de sfeer miste.’

‘Ja, ik omschrijf alles waar ik dan naar op zoek ben als een sfeer en in zekere zin is het dat ook, maar het is meer dat ik ernaar hunker om in de huid van een van mijn vele persoonlijkheden te kruipen. Een aantal daarvan ken je al.’

Ze lachte. ‘Maar er zijn er meer. De prostituee met de paarse pruik die op een klant zat te wachten en die jou zo opwond, is er maar één. Het is jammer dat ik mezelf niet kan opsplitsen in meerdere lichamen, anders zou ik zo’n club in mijn eentje kunnen bevolken. Ondertussen zit ik hier weer met de angst dat je me, als ik meer vertel, gaat verlaten.’

‘Zet dat nu maar even uit je hoofd,’ zei de foute jongeman. ‘Ik ben ijdel genoeg om me te realiseren dat je vier dagen eerder bent teruggekomen om me iets te vertellen. Dat kan alleen bedoeld zijn om dichter bij me te komen staan, niet om je verder van mij te verwijderen.’

‘Nee,’ zei ze, terwijl ze het beschuitje dat hij net gemaakt had uit zijn handen trok en het razendsnel opat, alsof ze bang was dat hij het terug zou pakken. ‘Ik ben gekomen omdat ik gewoon naar je toe moest, maar een echt plan had ik niet. Dat ik nu weer op het punt sta mijn eigen doopceel te lichten, was in ieder geval zeker niet de bedoeling toen ik in de auto stapte, maar het is een lang eind rijden van Maastricht naar hier en ik werd gedwongen om na te denken. Niet omdat jij dat van me vraagt, maar omdat Limburg ’s nachts een groot donker gat is en dan moet je wel nadenken.’

Hij pakte een vers beschuitje en begon dat met jam te smeren. Ze moest een reden gehad hebben om vier dagen eerder terug te komen, maar daar zou hij voorlopig weinig over te horen krijgen, wist hij uit ervaring.

‘Terwijl ik daar dus zat te wachten met mijn pruik op, en nu niet meteen op me springen zoals de vorige keer…’

Hij dacht dat ze een grapje maakte, maar haar blik was doodserieus.

‘Toen wist ik gewoon heel helder dat ik daar niet voor de oppervlakkige seks zat, wat ik mezelf altijd heb wijsgemaakt en wat misschien ooit ook zo is geweest. Ik ben namelijk heel goed in staat om van alle seks, ook van die met jou, iets oppervlakkigs te maken. Dat kon ik al vanaf mijn eerste vriendje. Seks hoeft voor mij niet intiem of romantisch te zijn om me er prettig bij te voelen.’

Ze pakte het tweede beschuitje ook uit zijn hand.

‘Ik zat daar om de controle uit handen te geven. Wat ze ook over me zeggen, ik weet hoe ik controle moet krijgen over mezelf, over anderen en over situaties. Maar op dat moment wilde ik de controle aan een ander geven.’

‘Niemand zal betwisten dat jij controle over mensen en jezelf hebt,’ merkte de foute jongeman op. ‘Maar weet je waarom je die controle weg wilde geven?’

Haar ogen werden vochtig. ‘Omdat ik af en toe het hele theaterstuk dat Djippie heet om wil keren en in plaats van de regisseur het schlemiele meisje wil zijn dat slachtoffer is van de omstandigheden. En het werkte niet deze keer.’

‘Weet je ook waarom?’ vroeg hij.

‘Omdat ik straf verdien of misschien niet eens verdien, maar ernaar verlang. Maar ergens bij Venlo op weg naar hier realiseerde ik me ook waarom dat spel niet meer werkte. Ik heb mijn straf namelijk al gevonden. Ik heb in de gedaante van Djippie de Hippie, wat in feite niet zo’n heel andere rol is, een mooie, redelijk normale jongen gevonden die ik in mijn eigen werk niet aan de haak had kunnen slaan. Jonger dan ik en met minder bagage dan ik. En het enige wat ik op dat moment in Maastricht wilde, was dat je die ervaring daar met me deelde, dat je dezelfde pijn kon voelen die ik voelde.’

De tranen rolden nu over haar wangen en hij had geen idee wat hij moest doen of wat hij moest zeggen.

Door zijn zwijgen raakte ze in paniek.

‘Zeg wat. Desnoods dat je mijn gedoe zat bent, maar zeg wat!’

‘Ik weet het even niet!’ riep hij in wanhoop uit. ‘Wat wil je horen?’

‘Iets wat aangeeft dat ik geen vreemde voor je ben geworden,’ zei ze resoluut.

‘Dat kan ik zonder meer beamen. Ik ken je in al je andere rollen. Ik heb een vaag idee wie je bij mij bent, dus waarom laat je me niet kennismaken met die andere alter ego’s? Ik ben niet bang en het liefst zou ik willen dat jij je angst om mij te verliezen eens aan de kant zou zetten. Laat me kennismaken met Estella en desnoods drie anderen, maar laten we in godsnaam geen drama’s creëren waar ze niet zijn. Het is niet zo dat ik nog geneigd ben ergens van te schrikken. Misschien is dat mijn straf wel. Dat ik nergens meer van opkijk.’

Ze schoot overeind. ‘Hoe weet jij dat ik die naam Estella weleens gebruik?’

‘Gewoon, omdat ik per ongeluk een telefoongesprek hoorde waarin je het over een Estella had.’

‘Ja, ik leen namen van vrouwen die voor me werken. Ik ben slecht in namen verzinnen uit het niets. Maar ik leen meer van hen dan hun naam.’

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp