Een foute man (59)

Een foute man (59)

Ze leek rustig te zijn die middag, maar ze was veel in gedachten en ze was minder uitbundig en uitgesproken dan anders.

Even leefde ze op toen ze het telequarium eindelijk ontdekte. Ze was er regelmatig aan voorbijgelopen, maar ze had er niets over gezegd. Misschien omdat hij het TL-buisje nog niet had aangedaan.

‘Ik kakelde maar wat,’ riep ze opgetogen, ‘toen ik voorstelde dat je van die televisie maar beter een aquarium kon maken. Ik had geen idee dat het zo zou uitpakken.’

Hij vertelde haar in grote lijnen het verhaal van het Interview met God, met nadruk op de passage waarin de goudvis een Japanse met sierstaarten had geëist. Veel hoefde hij haar niet te vertellen, want ze had contact met Deisha gehad over de onkosten van Junkieleed en die had haar het hele verhaal over zijn ouders verteld.

Ze zat als een blij kind naar de goudvissen te kijken en zei, duidelijk aan de goudvissen gericht: ‘Eerst waren jullie een verhaal en nu zijn jullie echt!’

‘Ik vond eigenlijk dat die twee vissen wel iets van ons weg hebben,’ zei hij.

‘Waarom?’

‘Gewoon, die doorsnee goudvis en dan die extravagante. Vind je niet dat ze iets met ons gemeen hebben?’

‘Eigenlijk wel, ja. Het is ver gezocht, maar toch. Ik zie het wel. Ik ben degene met de sierstaarten, natuurlijk. Ik moet altijd zo nodig opvallen.’

‘Misschien moeten we ze namen geven,’ zei hij.

‘Ja, dan moet die gewone goudvis Mooi heten of Fout.’

‘Of gewoon Goud,’ zei hij, want hij was het etiket ‘fout’ zo langzamerhand wel een beetje beu aan het worden, ‘en die andere Estella.’

‘Nee, hè?’ Haar blik was op slag weer somber. ‘Ik wist het wel toen ik dat verhaal vanochtend vertelde. Ik wist gewoon dat het me zou blijven achtervolgen. Je zegt wel dat je me accepteert zoals ik ben, maar gestoord blijft het natuurlijk wel dat ik dat soort dingen doe. Op een gegeven moment wil je ook wel weer eens iets normaals in je leven. Een lekkere frisse meid die je niet met dit soort absurde gewoontes lastigvalt.’

‘Zoals Anja?’

‘Nee, die is uiteindelijk nog gestoorder dan ik. In ieder geval, dat denk ik. Zeker weten doe ik het niet, maar met wat ik tot nu toe met haar heb meegemaakt, zou het me niets verbazen.’

‘Ach, iedereen heeft eigenaardigheden.’

‘En jij dan?’

‘De lijst is te lang, maar in ieder geval mag het feit dat ik stapel op jou ben zeker wel in het rijtje voorkomen en dat ik denk dat ik God kan interviewen is ook niet helemaal lekker.’

‘Kijk, daar heb je het al. Jouw liefde voor mij is raar. Mijn leven is raar. Alles is raar aan mij.’

Die donkere wolk bleef over de middag hangen. In tegenstelling tot eerder was ze niet opgelucht geraakt van haar bekentenissen. Hij deed zijn best om haar uit die stemming te krijgen, maar niets werkte. Na een paar uur was hij het zat en hij besloot tot een geheel andere aanpak.

‘Je kunt wel blijven tobben na mij een verhaal op de mouw gespeld te hebben over iets spannends, maar wie zegt dat het waar is? Dit zit tussen ons in en blijft tussen ons in zitten als ik niet kennis kan maken met Estella! Voor hetzelfde geld zit je gewoon een beetje te fantaseren.’

‘Wil je dat écht?’

Hij dacht een schittering in haar ogen te zien, maar misschien verbeeldde hij het zich maar. Hij had wisselende ervaringen met haar confronteren, maar hij was blij dat ze terug was en hij had geen zin om de hele dag verder in die somberheid te zitten.

‘Ik wil het niet alleen. Ik eis het!’ zei hij met veel bravoure, terwijl hij doodonzeker was.

Ze omhelsde hem, keek hem liefdevol aan en gaf hem een lange zoen. Alle tobberigheid leek terstond verdwenen.

‘Maar dan moeten we wel naar Landsmeer, want ik heb hier de spullen niet.’

Normaal zou de foute jongeman er alles aan gedaan hebben om onder een bezoek aan haar huis in Landsmeer uit te komen, maar nu won de nieuwsgierigheid het van zijn weerzin tegen die locatie.

Tijdens de autorit dacht hij na over wat hem eventueel te wachten stond en hij had eigenlijk geen idee. Hij had weleens iets gelezen over gehuwden die een beetje op elkaar uitgekeken waren en dan hun toevlucht zochten tot een rollenspel, maar hij kon zich niet voorstellen dat wat hem te wachten stond zo voor de hand zou liggen. Daar was haar geest veel te complex voor.

Hij kon zich sowieso niet voorstellen dat iets wat Djippie voor zichzelf bedacht had dusdanig algemeen was dat het een boek over seksuele voorlichting zou halen. Hier moest beduidend meer aan de hand zijn.

Het gedoe met het alarmsysteem verliep weer net zo, of misschien nog wel rommeliger, als bij hun eerdere bezoek. Deze keer bleef het niet bij een telefoontje van de alarmservice. Een Volkswagentje van de politie dat kennelijk net in de buurt was, kwam ook nog voorrijden, maar uiteindelijk waren ze dan toch binnen.

‘Ik wil dat je over alles wat je straks te zien krijgt zwijgt als het graf,’ zei ze met rode wangen van schaamte of opwinding. Dat kon hij niet meteen inschatten. ‘En ja, je gaat er later ook niet over schrijven!’

Ze schonk hem een drankje in, vroeg of hij dat zelf mee wilde nemen en leidde hem door een gangetje naar een ruime kamer. Ze klikte het licht aan en wat hij zag, overtrof zijn stoutste verwachtingen.

Het was een ruimte van minstens twaalf meter diep en overal stonden confectierekken met avondkleding en de muren hingen vol met lingerie. Er was zelfs een toonbank met daarin rijen in karton en plastic verpakte kousen. Natuurlijk waren er ook de nodige schappen met pruikenkoppen. Er was geen kleur te bedenken die niet ook als pruik bestond.

‘Dit alles alleen voor Estella?’

‘Nee, er zijn er meer, maar ik dacht dat je dat zelf wel al bedacht had.’

Ze nam plaats achter een tafel met een spiegel en begon foundation aan te brengen.

‘Weet je wel zeker dat je met Estella wilt beginnen? Dat is een taaie hoor, die wil echt het onderste uit de kan halen, misschien ben je daarna te moe om nog iets anders te proberen. Ik zou, als ik jou was, met Natalie beginnen. Hoogopgeleid, bescheiden en een tikje onderdanig. Klaagt niet snel als ze zich tekort gedaan voelt. Een leuke om mee te beginnen.’

Hij begreep er niets meer van. Eerst die bekentenis in de ochtend die maar de helft van het verhaal was, daarna de somberheid van de middag en nu was ze de zelfverzekerdheid zelve en bood ze al haar alter ego’s aan voor zijn genoegens.

‘Je wilt zeker die met die blauwe pruik van het Amsterdamse Bos, maar die had ik eigenlijk verzonnen. Ik kan misschien wel iets maken wat in de buurt komt.’

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp