Een foute man (62)

Een foute man (62)

In de auto terug naar huis liet hij in gedachten alles wat de dag ervoor gebeurd was nog eens passeren. Hij had bijna spijt dat ze weer uit Landsmeer vertrokken. Hij had best nog een keer zo’n avond willen beleven, maar zonder de zenuwen die hij bij de eerste opvoering had gevoeld. Hij dacht eraan als een opvoering van een theaterstuk, terwijl hij zich wel vaag realiseerde dat het voor haar meer betekende.

Hij vond het moeilijk om toe te geven, maar hij had alles als bijzonder opwindend ervaren, in ieder geval zeker niet als een rollenspel voor verveelde volwassenen. Hij had ook iets nieuws over zichzelf geleerd. Ondanks al zijn lieve gedachten over die ene vrouw van wie hij hield, was hij tegelijkertijd onverzadigbaar gebleken. Als verdediging voor zijn eigen gedrag bedacht hij dat onder al die façades toch maar één vrouw had gezeten, maar eigenlijk voelde hij wel aan dat dit een slap excuus was, anders was hij nu blij geweest dat ze naar Amsterdam gingen. Die ene vrouw was immers bij hem.

Haar uitleg over strategie en macht had hem niet zo geïnteresseerd, want dat maakte gewoon deel uit van Djippies liefde voor geld en manipulatie en daar had hij al genoeg van gezien.

Wel had het hem doen afvragen hoe het nu met zijn eigen macht zat. Hij was weliswaar in korte tijd verslaafd geraakt aan het drama en de ontknopingen daarvan, omdat hij nu eenmaal een hekel had aan monotonie en voor de hand liggende ontwikkelingen, maar als hij nadacht over het consolideren van macht, een term die zij vaak gebruikte, dan hing hij er maar een beetje bij. Wist hij of ze vannacht nog bij hem zou zijn? Nee. Hij had geleerd dat ze zomaar opeens kon zeggen dat ze voor een tijdje wegging. Als ze weg was, mocht hij haar altijd bellen als hij iets nodig had, maar dat hij haar soms nodig had, dat viel daar duidelijk niet onder, alhoewel hij dat nooit geprobeerd had uit angst afgewezen te worden.

Zelf contact opnemen deed ze dan niet. Wilde hij haar iets nieuws vertellen, dan was Deisha hem voor geweest. Met haar nam ze wel contact op, want dat ging over onkosten en andere trivia die kennelijk interessant waren voor een vrouw in zaken.

Terwijl zij rustig, tevreden en beheerst door het verkeer rond Amsterdam laveerde, kreeg hij een gedachte waarvoor hij zich in eerste instantie schaamde, maar hij zag tegelijkertijd ook geen andere optie om zich van haar liefde te verzekeren. Hij moest zorgen dat hij een zakelijke rol in haar leven ging spelen en niet alleen in de sfeer van cadeautjes accepteren die eigenlijk te duur waren om met goed fatsoen aan te nemen.

De gedachte haar te verliezen was inmiddels ondraagbaar geworden. Ondraaglijker nog was de gedachte dat hij weer terug moest naar een liefdesleven zoals met Anja en anderen. Hij dacht aan de mysterieuze jongen op de brandtrap die was weggevlucht. Nee, dan had hij toch liever een vrouw die zei: ‘Ik ga een paar dagen weg, want ik mis afstandelijke seks.’

Dat was helder. Het deed pijn, maar het deed slechts op één enkel niveau pijn, namelijk dat van de jaloezie. Iets wat hij wilde ging naar een ander. Meer was het niet. Niet de pure minachting en schijnheiligheid van een vrouw die extreem bezitterig was en het zelf in het geheel niet zo nauw nam als het om exclusiviteit ging. Zo’n vrouw zei daarmee: ‘Wat jij niet mag, dat mag ik lekker wel.’

Dat was pas echte vernedering en wanstaltige superioriteit. Hij kende meer vrouwen die zo waren of dachten.

Djippie moedigde hem tenminste nog aan om vooral veel plezier met anderen te hebben. Ze meende daar geen woord van, want ze was daar veel te jaloers voor, maar ze had in ieder geval nog het goede fatsoen om hem in intentie iets te gunnen wat ze zichzelf zeker niet zou ontzeggen.

Daar kwam nog eens bij dat ze hem zoveel bood in seks dat hij de hele behoefte niet eens voelde om op zijn beurt haar jaloezie op de proef te stellen. Hij ging wel een aquarium in een televisie bouwen, of een vlek op een muur overschilderen. Liever wachtte hij op de hoofdprijs in plaats van genoegen te nemen met een paar troostprijsjes.

Het was dan ook van het grootste belang dat hij ook een zakelijke positie in haar leven innam. Gewoon meebewegen met haar grillen en braaf hutspot en boerenkool blijven koken, dat moest een ongedurig type als zij nu eenmaal was vroeg of laat tot op het bot gaan vervelen.

Hij dacht aan de productiemaatschappij waar ze over gesproken hadden en dat had ze afgeketst omdat ze zijn leven niet met het hare wilde besmetten. Wat hield dat nu nog in, vroeg hij zich af, zeker in het licht van de avond ervoor.

Misschien moest hij gewoon met grote stelligheid de eerste zet doen en afwachten hoe ze zou reageren. Zou ze weer zeggen dat ze haar leven met het zijne dreigde te besmetten, dan zou hij netjes opsommen op welke vlakken dat al ruimschoots gebeurd was. Het huis, haar interventie bij Junkieleed, wat er in de afgelopen dagen gebeurd was. Er moesten genoeg argumenten te verzinnen zijn.

Ja, dat ging het worden, zo besloot hij.

Bij thuiskomst rende ze meteen naar de goudvissen, begroette die uitbundig alsof het honden of andere huisdieren waren. Daarna ging ze op een kussentje zitten kijken naar hun gedrag en merkte op dat ze geen speeltjes hadden en dat het tijd werd dat ze die kregen.

Ze was nu ruim meer dan een halve dag rustig. Hij probeerde dat te verklaren door wat er de avond ervoor gebeurd was, maar hij verwierp die gedachte meteen weer. Inmiddels snapte hij wel dat degene die haar gedrag zou kunnen verklaren misschien nog geboren moest worden. Het was een zinloze exercitie. Zelfs als hij een juiste inschatting had gemaakt, zou ze die meteen weerleggen uit angst te voorspelbaar te worden.

Hij ging bij haar zitten.

‘Ik heb iets wat ik voor wil stellen,’ zei hij met zijn meest argeloze blik.

Ze keek hem een moment aan en richtte haar ogen meteen weer op de vissen.

‘Je gaat me hopelijk niet ten huwelijk vragen omdat je in mij de enig denkbare manier ziet om op legale wijze een harem te beginnen?’

‘Hoe kom je daar nu weer bij?’

‘Nou, als jij je een avond op kon delen in verschillende mannen, dan zou ik dat zelf zeker wel overwegen.’

‘Dus als één persoon ben ik niet genoeg.’

‘Ach, hou toch op. Ik ben hartstikke blij met mijn voorspelbare mooie, foute jongen. Ik laat mijn bedrijven verwaarlozen om bij jou te kunnen zijn en ik wil je de hele dag al vragen hoe je het gisteren hebt ervaren. Het lichamelijke bewijs heb ik gezien en gevoeld, uiteraard, maar wat gaat er in dat hoofd van je om, want het moet best verwarrend zijn geweest,’ zei ze.

‘Nee hoor, ik heb nooit zoiets opwindends meegemaakt.’

‘Meen je dat echt?’

‘Ja, zonder enige terughoudendheid.’

Ze straalde van geluk.

‘Maar nu breng je me wel in verlegenheid,’ zei hij, ‘want ik kwam eigenlijk bij je zitten om je iets zakelijks te vragen.’

‘Nee, een beter moment dan nu had je niet kunnen kiezen. Kom maar op! Wat het ook is, ik ga niet moeilijk doen.’

Ze keek hem niet aan, maar bleef naar de vissen staren.

‘Ik wil een productiemaatschappij beginnen.’

‘Oké, dat is geen verrassing, want het plan draait al een tijdje rondjes in je hoofd volgens mij. Wat heb je nodig?’

‘Nou, ik dacht van je oude kamer een kantoortje te maken en een goed contact met je fiscalist en je jurist zou geen overbodige luxe zijn.’

‘Aha, een zakelijke constructie zoals Pim en Arend die bedacht zouden kunnen hebben. Gezellig met de nadruk op knullig.’

‘Pim en Arend hebben er niets mee te maken.’

‘Weet ik, lieverd, anders had mijn lieve Deisha dat allang verteld. Maak je niet druk. Ik bedoel gewoon dat het zakelijker moet.’

Ze stond op, griste wat vellen A4 van zijn bureau, ging aan de keukentafel zitten en tekende haar eigen bedrijfsstructuur uit, met bovenaan een holding en daaronder een aantal kleinere BV’s.

‘De namen leer je later wel kennen, het is een constructie die een fiscalist heeft opgezet en die nooit mogelijk zou zijn geweest als premier Den Uyl niet zo goed voor ons arbeiders had gezorgd.’

De foute jongeman snapte weinig van die tekening. Dat die blokjes verschillende BV’s met een beperkte aansprakelijkheid waren, dat snapte hij. Dat had hij bij economie gehad, maar wat die grote pijl betekende die uit het beeld leek te lopen, snapte hij niet.

‘O, die pijl? Dat betekent gewoon dat niet al het geld in Nederland blijft. Dat zou ook niet eerlijk zijn, vind je niet?’

Hij wist niet wat hij moest zeggen.

‘Maar goed, maak je daar niet druk om. In die hele levensboom van zakelijke activiteiten zitten wat lege BV’s en mogelijk nog een oude NV. De fiscalist kan het beste bepalen welke geschikt is. Dat heeft iets te maken met of er nog een negatief vermogen in zit, of zo. Maar toen ik vroeg wat je nodig hebt, dacht ik aan geld, niet aan mijn kinderkamer als kantoor. Die mag je wat mij betreft volstorten met cement.’

‘Dat is alles?’ vroeg hij.

‘Nee, dit is het begin. Veel voorwerk is al gedaan in verband met Junkieleed, dus ze zouden begin volgende week iets op papier kunnen zetten.’

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp