Een foute man (66)

Een fout man (66)

De foute jongeman besloot een rondje om het huis te maken, terwijl zij haar zaakjes regelde. Vooral achter het pand was een enorm grasveld dat eindigde in een sloot. Aan de overkant daarvan stonden koeien te grazen in een weiland. Er hingen mistflarden die ervoor zorgden dat onduidelijk was waar dat weiland in overging. Waarschijnlijk in een ander weiland, besloot hij. Dat moest de oude Cordoza, alias De Fork, wel aangesproken hebben. Het terrein bood veel privacy.

De ramen aan de achterkant hadden de rolluiken omlaag. Op één na, en daar zag hij Djippie druk telefoneren en papieren over haar bureau heen en weer schuiven. Hij voelde zich trots op haar. Ze deed dat toch allemaal maar in haar eentje. Hij vroeg zich af of hij op administratief vlak ooit aan haar zou kunnen tippen. Waarschijnlijk niet.

Ze keek op van een papier dat ze had zitten bestuderen en maakte meteen het handgebaar dat iedereen op de Wallen herkende, terwijl ze met haar andere hand vijf vingers in de lucht stak. Het was internationale gebarentaal voor: pijpen, vijftig gulden.

Hij pakte zijn portemonnee uit zijn achterzak en hield die omgekeerd vast, ervoor zorgdragend dat er geen geld uit kon schuiven of rollen, en bewoog hem heen en weer. Ook gebarentaal voor platzak, minder bekend, maar hij had het wel eens zien gebruiken.

Ze riep iets naar hem en hij kon haar vanzelfsprekend niet horen door de dubbele beglazing, die hij ervan verdacht ook nog van een laag kogelvrij glas te zijn voorzien, maar de bewegingen van haar lippen leken duidelijk het woord ‘krentenkakker’ te vormen.

Zo had zij hem ook wel vaker genoemd. Hij lachte, zwaaide naar haar en liep verder door de tuin.

Er was weinig te beleven. Het gras was keurig bijgehouden, er waren wat bloemperkjes, maar het geheel maakte een fantasieloze indruk. Er stonden her en der wat paaltjes in de grond. Tuinverlichting, nam hij aan, en dat klopte ook, maar bij nadere inspectie bleken ze tevens onderdeel van het beveiligingssysteem uit te maken.

Met zijn handen in zijn zakken liep hij zo langzaam mogelijk terug naar de keuken van de woning. Hij hield niet van wachten en meestal vond hij wel iets om zich mee te vermaken, zoals een boek of een tijdschrift, maar nu lukte dat op de een of andere manier niet. Hij was duidelijk gespannen en misschien wat ongedurig.

Het duurde hem allemaal veel te lang, maar uiteindelijk wandelde Djippie de keuken binnen met het tevreden gezicht van iemand die haar zaakjes naar tevredenheid had afgehandeld. Ze klapte in haar handen en zei: ‘Zo, nu is het tijd voor ons deel van de dag. Wat had je op het menu gehad willen hebben?’

‘Ik dacht dat ik dat maar het beste aan jou kon overlaten,’ zei de foute jongeman.

‘Daar meen je geen woord van,’ zei Djippie, ‘want je bent als de dood dat er dan een hernieuwde kennismaking met Estella komt. En toen ik gisteren aanbood je met wat nieuwe alter ego’s kennis te laten maken, keek je ook niet echt enthousiast, dus ik heb besloten het begin van de dag makkelijk te maken. Je bent per slot van rekening voor jouw doen veel te vroeg uit je bed gekomen en het gaat nog een hele lange dag worden, dus ik wil ook niet dat je ingestort bent voordat ik laat in de avond met mijn hoofdact kom.’

‘Laat op de avond?’

‘Precies. En op een locatie een eindje van hier vandaan, maar het zou mijn plezier absoluut niet ten goede komen als jij nu al zou weten waar dat was.’

‘Ik vertrouw op je goede smaak,’ zei hij met enige spot in zijn ogen.

‘Dat is mooi van je, maar voor de rest blijft het even afwachten, ook voor mij. Ik heb even na zitten denken waar je het liefste mee zou willen beginnen en ik heb overwogen je een keuze te bieden. Je keuze van toen was duidelijk: Natalie en Zwanet, maar dan in omgekeerde volgorde. Natalie is leuker om je bij op te warmen, dat snap ik, maar qua make-upwissel is de omgekeerde volgorde handiger en het is per slot van rekening ook mijn feestje. Maar met die twee hoop ik dat je je weer voldoende thuis voelt om aan wat experimenten te beginnen.’

Hij had toch echt gedacht dat hij wat minder doorzichtig was, want dat waren precies de twee alter ego’s die hij zelf gekozen zou hebben en ook nog in die volgorde: Natalie eerst en vervolgens Zwanet. Het woord experimenteren begon hem nu toch wel wat onzeker te maken. Hij besloot op haar te vertrouwen. Dat was immers steeds de juiste houding gebleken. Had hij op zijn eigen intuïtie vertrouwd, dan had hij veel moois in het geheel niet meegemaakt.

Hij volgde haar naar de kamer met de jurken, pruiken, lingerie en alles wat je nog meer kon bedenken. Nu hij wist wat er ging komen, kreeg hij de mogelijkheid om het hele proces van haar gedaantewisseling te volgen.

De eerste keer had hij gedacht dat zij pas na het plaatsen van de pruik en het perfectioneren van de make-up in haar rol zat, maar nu zag hij dat het een veel geleidelijker proces was. Heel langzaam veranderden haar eigen gebaren in die van Zwanet. Hetzelfde ging op voor haar accent. Hij begreep nu ook waarom zij het zelf niet zag als acteren. Ze speelde niet zomaar een andere rol, ze werd letterlijk een andere vrouw.

Echt te verklaren was het voor hem niet en hij vroeg zich af of het wel verstandig was om zich al te diep in het hoe en waarom te verdiepen. Misschien dat een psycholoog een dergelijk fenomeen kon verklaren, maar eigenlijk twijfelde hij daaraan. Misschien dat die één of twee alter ego’s kon verklaren, maar niet een bijna eindeloze reeks, zoals ze het zelf had omschreven. Duidelijk was in ieder geval dat er veel studie aan vooraf was gegaan, want alles wat haar eigen was, loste langzaam maar gestaag op in een totaal andere persoonlijkheid.

Wat voor nut kon het bovendien hebben om een sluitende verklaring te hebben voor wat er nu voor zijn ogen voltrok? Hij had er de eerste keer al van genoten en misschien genoot hij er deze keer nog wel meer van omdat hij wist wat er ging komen. Hij probeerde vergelijkingen te maken met andere ervaringen in zijn leven. Op het seksuele vlak waren die er niet. Het enige wat in de buurt kwam, waren de mooie herinneringen uit zijn jeugd aan touwtje trekken op de kermis. Dan mocht hij uit een bundel van tientallen, misschien wel honderd, touwtjes trekken zonder te weten wat er aan dat touwtje vastzat. Pas door het helemaal binnen te halen kwam er een verrassing omhoog. Meestal iets waar hij weinig aan had, zoals een piepkleine pluchen kat, maar hij nam het toch trots mee naar huis omdat het hele proces zo betoverend was geweest.

Hij moest ervoor waken om niet te willen analyseren, gewoon ervan genieten, want het was zeker niet iets wat je makkelijk bij iemand anders kon vinden. De analyse was immers de aartsvijand van alle genot. Zelfs als hij het hele verschijnsel zou kunnen verklaren en dat aan haar zou voorleggen, dan zou ze waarschijnlijk haar schouders ophalen en zeggen dat het iets met pijn of met liefde te maken had. Want die twee krachten leken een grote rol in haar leven te spelen. Voor haar waren ze waarschijnlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden en voor wie was dat eigenlijk niet zo? Het waren slechts ogenschijnlijke tegenpolen, zoals leven en dood.

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp