
Het viel de journalist na verloop van tijd op dat Petrus een vreemde manier van praten had, een beetje vrouwelijk was het misschien, en dat werd sterker naarmate hun gesprekken ontspannener werden. Streek de journalist na een tochtje met de nodige turbulentie naast hem neer, dan haastte hij zich om zijn haar in gelid te brengen, waarop Petrus uitspraken deed als: ‘Oeh, wat heb jij nog een lekkere kop met haar. Dat zien we hier veel te weinig!’
Het was niet dezelfde manier van spreken die hij voor de wachtenden aan de poort reserveerde en de journalist was niet helemaal Bijbelvast, maar hij meende zich wel een passage te herinneren waarin de Zoon van God zijn apostelen in verschillende tongen leerde spreken, dus hij keek daar niet echt van op. De band met Petrus werd met de dag hechter. De journalist had het gevoel eindelijk een vriend gevonden te hebben, iets wat hem in het echte leven beslist meer moeite had gekost.
Nog doorpratend over zijn bos haar zei Petrus: ‘Schat, die baan van mij is een stuk vervelender dan de meesten denken. Weet je wat het is? Alles wat hier aan de poort komt is óf te oud, óf te jong en alles ertussen gaat vaak direct door naar hel en vagevuur. We hebben hier echt een probleem met diversiteit. Soms denk ik weleens: kan ik hier mezelf nog wel zijn?’
De journalist begreep dat niet helemaal, maar hij constateerde wel dat de band tussen hem en Petrus inmiddels ontspannen genoeg was om nog eens met klem te informeren naar de mogelijkheid om God te interviewen.
‘Ach, lieve schat, het is moeilijk uit te leggen. Hij is er wel, maar hij is er ook weer niet, als je begrijpt wat ik bedoel.’
Nee, dat begreep de journalist in het geheel niet. Had hij zich nu dood laten rijden voor een Hemels Koninkrijk waar geen God was?
Petrus zag de ontsteltenis in de ogen van de journalist, pakte zijn gezicht liefdevol met beide handen beet en zei: ‘Hij is gewoon niet zoals jij hem op afbeeldingen hebt leren kennen. Hij is anders dan de meesten van ons. Ten eerste is hij kaal, laat hij zich dagelijks scheren, is hij anderhalve meter hoog en weegt hij 250 kilo. Hij drinkt en hij is enigszins bitter. Niets van wat hij geschapen heeft is geworden wat hij ervan verwacht had. In Zijn geval zou jij ook drinken.’
De journalist dacht na. Een zware teleurstelling was het wel, maar al snel bedacht hij zich dat het interview daardoor mogelijk alleen nog maar interessanter kon gaan worden. Hij moest de mogelijke verkoopcijfers vooral niet uit het oog verliezen. Het gaat in de journalistiek immers niet om persoonlijke oordelen.
In ieder geval beloofde Petrus hem dat hij God zou vragen naar de mogelijkheid van een interview. Petrus zei dat alles zou afhangen van het moment waarop hij het zou vragen. Hij moest er maar net in de juiste stemming voor zijn. Ja, dat begreep de journalist wel. Ging dat immers niet op voor iedereen met macht?
Eerst had hij een notitieblok en een potlood nodig, want zonder die twee attributen kon niemand een geloofwaardige verslaggever zijn. Maar waar? Daar wist Petrus raad op. Hij hoefde alleen oostwaarts te vliegen en dan kwam hij vanzelf bij een rode wolk waarop zich Magdalena’s Warenhuis bevond.
‘Je betaalt in vlieguren,’ riep Petrus hem nog na, maar dat had de verslaggever allang van anderen gehoord. In een hemel waar eigenlijk geen handel gedreven werd, lag het voor de hand dat vlieguren een betaalmiddel waren. Hij vond de rode wolk probleemloos, want die stak nogal af bij alles wat wit en zachtblauw was. Hij vond een geschikt notitieblok en kocht er tevens een potlood en een vulpen bij. Dat laatste omdat hij zich had bedacht dat je een Opperwezen misschien maar beter niet met een potloodje kon benaderen. Samen kostte de aanschaf slechts drie vlieguren. Ach, dacht de journalist, een keer lekker lang uitslapen en hij had de kosten er weer uit.
De lust tot vliegen was sowieso al een beetje aan het verdwijnen. Het was eigenlijk overal een beetje hetzelfde in de hemel. Buiten de gesprekken met Petrus om kwam hij eigenlijk zelden tot vliegen. Petrus leek er alles aan te doen om gesprekken over het interview uit de weg te gaan, maar op een dag was het dan toch zover. Stralend kwam Petrus hem tegemoet.
‘Het is gelukt, het is gelukt!’ riep Petrus en kneep de verslaggever bijna fijn in zijn armen.
De volgende dag, onmogelijk vroeg, zou Petrus met hem meevliegen naar een nog onbestemde locatie waar het interview zou plaatsvinden.
(Wordt vervolgd)