Een foute man (70)

Een foute man (70)

Djippies experiment had weliswaar niet gewerkt zoals ze het bedacht had, maar ze had er kennelijk wel iets van geleerd. Het was niet altijd echt merkbaar, want ze bleef dezelfde manipulerende, geestige en excentrieke vrouw. De bezoeken aan Maastricht werden zo mogelijk nog korter dan ze al waren en in plaats daarvan bracht ze vaker een bezoek aan Sonja en die bracht op haar beurt wel eens een enkele keer een bezoek aan de woning in Amsterdam.

Sonja was heerlijk nuchter in haar manier van denken. Natuurlijk had ook zij van het oudste beroep de nodige kennis meegekregen over hoe je verdienstelijk kon manipuleren. Ze had een bijna wetenschappelijke interesse in mannen, maar ze was zelf niet meer geïnteresseerd in de liefde.

‘Het is mooi geweest,’ zei ze dan, zonder enig spoor van bitterheid.

Haar grootste liefde was de club in Amsterdam-Noord. Ze praatte geestdriftig over allerlei zaken die essentieel waren, zoals de kwaliteit van verschillende merken condooms, de hygiëne, het werk van de schoonmaakploegen, de laatste ontwikkelingen in het vergunningensysteem en de laatste eisen van de gemeente over brandveiligheid. Ze praatte weinig over veiligheid, want het was haar filosofie dat de veiligheid in principe geregeld was wanneer alle meiden, inclusief de portier, zich aan haar regels hielden. Maar dat wist ze dan ook weer te relativeren met een andere regel, namelijk dat waar mensen werkten ook fouten werden gemaakt.

Daar waar Djippie probeerde het mysterie van de clubs en met name dat van de vrouwen te doorgronden, had Sonja alle mysterie, drama en erotiek terug weten te brengen tot de mechanica en logistiek van een productiebedrijf. Volle portemonnee naar binnen, lege portemonnee naar buiten en alles daartussenin is expertise en zelfdiscipline, was een van haar favoriete uitspraken.

Het lag ook voor de hand dat toen de uitnodiging voor de première van Junkieleed op de mat viel, Djippie voorstelde dat ze Sonja ook mee zouden nemen, want zij werkte eigenlijk alleen maar. De club was zeven dagen in de week geopend en zij moest toch ook eens een avondje uit kunnen.

‘Ik weet het niet, hoor,’ zei Sonja. ‘Ik heb wel een meid opgeleid die kan invallen, maar wat moet ik tussen al dat artistieke gepeupel? Mijn wereld is het niet. Ik ken ze zo’n beetje uit de club. Ze voeren het hoogste woord en laden zich vol met gratis drankjes, maar echt iets te besteden hebben ze vaak niet. Ik krijg wel eens verzoeken om te figureren, meestal als raamhoer en als ik dan vraag wat het oplevert, dan moet ik het voor de eer en de publiciteit doen. Niemand, maar dan ook niemand zet mij nog achter een raam. En al helemaal niet gratis. Dat station is gepasseerd.’

Toch liet ze zich uiteindelijk overhalen, op voorwaarde dat Djippie haar zou helpen met het uitzoeken van een feestelijke jurk, want als ze dan toch moest gaan, dan wilde ze niet voor aap staan, zoals ze dat zelf zo treffend verwoordde.

Voor de middag dat Djippie en Sonja in de stad op zoek gingen naar een geschikte feestjurk, had hij een afspraak willen maken met Pim en Arend bij Dreamtime Studio. Vooral Arend had hij gemist, maar als hij hem opbelde kon hij alleen maar kreunen en steunen over de montage die hij steeds weer omgooide, dus hij had eigenlijk nooit tijd. Het moest een zware bevalling zijn, want hij raakte in het proces langzaam veel van zijn humor en relativeringsvermogen kwijt. De afspraak werd dan ook op het laatste moment afgezegd.

Maar uiteindelijk lag de film er, gemonteerd en al. Er waren wat informele screenings geweest, her en der in de stad, maar uitsluitend voor intimi van Arend, Pim en Deisha.

Djippie en de foute jongeman werden daar niet voor uitgenodigd. Volgens Arend omdat hij misschien nog kleine aanpassingen wilde doen, maar vooral ook omdat het juist voor hen leuker zou zijn als de première voor hen een complete verrassing was.

Zo werkte het niet tussen geldschieters en crew, maar ze besloten er niet tegen te protesteren. Er was immers een vriendschapsband met hen gegroeid.

‘Ik hou niet zo van dit soort verrassingen, jij wel?’ zei Djippie terwijl ze samen in bed lagen en een beetje naar het plafond lagen te staren.

‘Nee, ik vertrouw er ook niet helemaal op,’ zei de foute jongeman, ‘maar om ze in dit stadium voor het hoofd te stoten, lijkt me ook niet verstandig.’

‘Misschien is het maar goed dat we die grote zaal niet hebben kunnen krijgen en dat de première naar een kleiner filmhuis is verplaatst,’ zei ze terwijl ze een lampje bij het bed uitdeed.

‘Het is te hopen dat niet alle pers die ik uitgenodigd heb, verschijnt, want die had ik eigenlijk aangeschreven met een grotere zaal in gedachten.’

‘Ach, maak je niet druk,’ zei Djippie. ‘De locatie op zichzelf is al een reden voor pers om weg te blijven.’

‘Als we nog eens zo’n productie financieren, dan moeten we zorgen dat we de pers al bij het stadium van de productie betrekken. Setfoto’s waren er ook niet. Ja, een close-up van Anja, en dat stukje van Dolferts in het Noord-Hollands Dagblad van 350 woorden waarin de filmtitel niet eens genoemd wordt.’

Hij kreeg geen antwoord, want Djippie was al in slaap gevallen.

Niet lang geleden was dat nog zijn schrikbeeld geweest. Een man en een vrouw, samen in bed, die gedachten uitwisselden over hun dag, waarvan een dan ook nog eens in slaap viel midden in het gesprek. Nu genoot hij van de veiligheid van hun samenzijn.

Misschien ben ik toch een stuk burgerlijker dan ik altijd heb willen zijn, dacht hij.

Het idee dat morgen de première zou zijn, hield hem nog een lange tijd wakker. Technisch gezien was de film gefinancierd door Djippie, maar de administratie was overgeheveld naar zijn Dutch Film Productions en het idee dat de film zou floppen zag hij als een slecht voorteken. Dat de film zou floppen, stond voor hem eigenlijk al vast. Arend zou in een film een fantastische, geloofwaardige regisseur kunnen spelen, maar dat was toch iets anders dan als regisseur een geweldige film maken.

Hoezeer hij zich ook inspande, hij kon de gedachte niet van zich afzetten dat het verhaal over de film waarschijnlijk stukken interessanter was dan de film zelf.

Maar hij zette die gedachte ook snel weer aan de kant. Misschien was het terughoudende gedrag van Pim en Arend gewoon een manier om hun product nog even voor zichzelf te houden, voordat de film morgen van iedereen zou worden. Daar kon hij zich ook wel weer wat bij voorstellen.

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp