
De genodigden en de pers waren allemaal al aanwezig toen hoofdrolspeelster Anja uit Junkieleed uit een Simca 1000 kwam stappen die bestuurd werd door niemand minder dan Sjoerd Aukema, die enige naam voor zichzelf had verworven in de televisieserie Zolathan.
Waarschijnlijk had Anja gedacht dat verschijnen aan de arm van een bekendere acteur haar entrée zou versterken. Waar ze geen rekening mee had gehouden, was dat de pers vanaf haar aankomst vooral geïnteresseerd was in Aukema. In ieder geval de schrijvende pers. De fotografen toonden aanzienlijk meer interesse, maar niet nadat ze eerst wat plaatjes van haar beroemde begeleider hadden geschoten.
Ondanks die kleine inschattingsfout hield ze zich uitstekend. Ze poseerde als een professioneel fotomodel en al snel had zij een kring van fotografen om haar heen die allerlei verzoeken riepen, zoals: ‘Kun je ook wat zieliger kijken, want het gaat over Junkieleed.’ Ze stelde niemand teleur.
Arend was vrijwel onherkenbaar. De slierten haar die normaal in volmaakte willekeur om zijn hoofd dansten, waren door een kapper licht getoupeerd en vervolgens had hij een verblindend wit kostuum aangetrokken dat hij gecombineerd had met cowboylaarzen van slangenleer.
Sonja zei nog: ‘Is dat niet een van de Bee Gees? Nee? Oh, dan zal ik hem van de club kennen.’
De foute jongeman nam Djippie nog even apart en vroeg haar voor de zoveelste keer of ze het wel aankon om de slotscène met de kamer waarin haar moeder was overleden te zien, maar ze was, zoals elke keer dat hij het gevraagd had, zeer beslist over haar antwoord. Ze had er geen enkel probleem mee.
Ze zagen Pim en Deisha ook nog even. Pim was gewoon Pim en Deisha had duidelijk werk van haar outfit gemaakt en dat ontging de aanwezige fotografen ook niet.
De zaal ging open en ze werden naar hun plaatsen geleid. Eenmaal op hun plek hoorde hij Sonja in Djippies oor fluisteren: ‘Waarom moeten wij eigenlijk op het bloedneuzenrijtje zitten?’
‘Omdat we genodigden zijn,’ zei Djippie.
Wat Sonja vervolgens voor zich uit mompelde kon hij helaas niet verstaan. Djippie wel, want zij moest duidelijk haar lachen inhouden.
Het intro van de film was duidelijk gemaakt door de vrienden van Pim die tekenfilms maakten. Ze zagen een injectiespuit door het beeld buitelen die uiteindelijk in een zee van rood licht uiteenspatte. Wat volgde was een film die typerend was voor de Nederlandse film in die tijd. Het beeld was niet altijd even scherp, je kon horen dat sommige dialogen later nagesynchroniseerd waren en soms kon je dat ook zien, omdat sommige beelden niet geheel lipsynchroon waren, maar echt slecht was de film zeker niet te noemen.
Wat Arend uitstekend had aangepakt, was de verbeelding van de langzame teloorgang van de hoofdrolspeelster door haar steeds kort door Amsterdam te laten slenteren. Eerst langs mooie grachten, gefilmd tijdens golden hour, en langzaam veranderde hij het decor naar minder romantische beelden van de stad. Make-up en kleding van Anja liepen daar keurig mee in de pas. Daarmee liep er een tweede verhaallijn mee die voorkwam dat er te veel uitgelegd hoefde te worden, waardoor de film niet het gevoel van een documentaire kreeg, wat nog best moeilijk moest zijn geweest, gezien het onderwerp heroïneverslaving dat in die tijd regelmatig in het nieuws was.
Bij de slotscène pakte hij de hand van Djippie vast, want dat waren de beelden van haar moeders kamer. Ze duwde zijn hand weg en gaf hem een kus op zijn wang om aan te geven dat alles in orde was.
Er waren hooguit twee of drie mensen die tijdens de film de zaal hadden verlaten en dat was een goed teken, want dat gebeurde bij elke film. Bovendien kon het ook nog zijn dat het journalisten waren die een deadline moesten halen.
Belangrijker was dat iedereen in stilte de aftiteling uitzat. Dat was een teken van respect voor de makers. In ieder geval in grotere bioscopen. In filmhuizen was dat gebruikelijker, ook als de film een lauwe reactie had van het publiek, maar de foute jongeman was allang blij dat er niet gejoeld of gefloten was of dat mensen hun kritiek tijdens de vertoning hadden geuit.
Arend en Anja beantwoordden vragen van de pers die niet in groten getale was komen opdagen, maar toch voldoende aanwezig was.
Djippie, Sonja en hij stonden bij de bar met een drankje.
‘Wat vond je van de film?’ vroeg Djippie hem.
‘Het viel me 100% mee,’ zei hij. ‘Er zaten wat technische problemen in die met een iets groter budget verholpen hadden kunnen worden.’
‘Nog meer geld?’ vroeg Djippie.
Hij gaf haar geen antwoord. Hij had allang begrepen dat mensen met heel veel geld er vreemde ideeën op nahielden als het ging om veel of weinig. Een Bentley kon ‘goed geprijsd’ zijn en een abonnement op een radiogids ‘belachelijk duur’.
Sonja vulde de stilte in door net iets te hard te zeggen: ‘Nou, ik herkende mezelf daar in het geheel niet in.’ Vervolgens keek ze enigszins minachtend om haar heen. Haar onzekerheid bij binnenkomst was ze kennelijk helemaal te boven.
Een man met een notitieblokje die een meter of twee verder had gestaan, liep naar haar toe.
‘Hoorde ik u net zeggen dat u zichzelf niet herkent in de film? Mag ik vragen waarom?’
Het was te laat om nog in te grijpen, want Sonja stak zonder aarzelen van wal:
‘Nou, ik heb in mijn tijd toch heel wat wit en bruin gebruikt, maar misschien was de scène toen ook heel anders.’
‘Wit en bruin, wat bedoelt u daarmee?’
‘Gewoon wat ik zeg, smack, horse, heroïne en rocks, Colombian oftewel cocaïne.’
Djippie en de foute jongeman konden nu alleen nog maar toekijken, terwijl Sonja in detail beschreef hoe ze ‘bijna was gaan hemelen van die troep’, waarna ze trots vertelde dat ze nu bijna tien jaar clean was.
‘Ik ben manager van een mannenclub,’ zei ze.
‘Mag ik vragen in welke club?’
‘Dat gaat je niets aan,’ zei Sonja, maar de journalist had zijn conclusie al getrokken.
Na twee vertoningen van Junkieleed kwam het bericht van het filmhuis dat ze de film niet veel langer konden vertonen bij gebrek aan opkomst, maar de dag erna verscheen een belangrijk roddelblad met de kop ‘Hoerenmadame herkent zich niet in film Junkieleed’, daags daarna volgden de kranten en een krappe week later volgde de gehele roddelpers met gefingeerde interviews en alles wat daarbij hoorde.
Sonja was zwaar overstuur. ‘Als je toch mensen in vertrouwen iets vertelt, dan kunnen ze dat toch niet zomaar in de krant zetten.’
Bij Dreamtime Studio knalden de champagnekurken. Junkieleed zou nog weken volle zalen trekken.
‘Het is toch duidelijk niet het publiek wat we normaal hebben,’ zei de eigenaar van het filmhuis, maar hij klaagde verder niet.
(wordt vervolgd)