Een foute man (75)

Een foute man (75)

De vraag hoe je geld kon verdienen na je dood was in ieder geval beantwoord. Als je compagnon nog in leven was en als die op de een of andere manier geen mogelijkheid had om het contract te ontbinden.

Dat laatste leek niet erg logisch, want lag het niet voor de hand dat Jorritsma de inkomsten uit het hele contract naar zich toegetrokken had bij het overlijden van Cordoza?

Dat kon eigenlijk alleen mislukken als Jorritsma eenvoudigweg de mogelijkheid daartoe niet had, of hij had gewoon gedacht dat het beter was om geen slapende honden wakker te maken. Misschien waren die bedragen verwaarloosbaar in de ogen van Jorritsma en was hij gewoon vergeten dat die contracten bestonden.

Hij kon fantaseren wat hij wilde, maar hij kwam geen steek verder. Ook zijn mooie theorie dat het ging om een loods voor de doorvoer van Colombiaanse cocaïne was heel geschikt als je er een spannend verhaal over zou willen schrijven, maar als je het wilde bewijzen, dan werd je automatisch onderdeel van je eigen avonturenroman en daar voelde hij weinig voor.

Dat Djippie geen antwoorden had, leek hem boven twijfel verheven. Zij had gewoon normaal gereageerd toen hij haar het bankafschrift toonde en als zij ergens over loog, dan trapte ze daar het nodige drama omheen. Dat had hij haar inmiddels tientallen keren zien doen.

Jorritsma kon hij het niet vragen en iedereen die Djippie verder over geld of belastingen adviseerde, was direct of indirect aan dat kantoor verbonden.

Hoe je het geheel ook bekeek, je kwam altijd weer bij Jorritsma uit.

Hij haatte zichzelf omdat hij schrijver had willen worden en zich nooit zo in geld had verdiept. Waarom had hij zich niet eerst in geld verdiept en was hij daarna gaan schrijven? Dat was toch een veel logischer volgorde geweest?

Ook had hij elk gesprek afgehouden waarin Djippie hem dichter bij haar bedrijfsvoering had willen betrekken. Hij had geen zin in de clubs gehad, onroerend goed leek hem te saai en het beheren van geld ook.

Dat hij niets met de clubs te maken wilde hebben, stamde eigenlijk nog uit de tijd dat hij vond dat hij het vroeg of laat weer goed moest maken met zijn ouders. Niet omdat hij daar echt zin in had, maar hij had gevonden dat het wel zo hoorde en daar paste dat werk niet bij. Zijn moeder zou daar ernstige bezwaren tegen hebben gehad. Zijn vader niet. Die zou meteen om een rondleiding gevraagd hebben.

Na hun poging om hem op basis van een opstel van school gek te laten verklaren, had hij die optie afgesloten. Wat hem betreft bestonden ze niet meer. Misschien dat er op termijn weer mogelijkheden waren voor een verzoening, maar voorlopig niet.

Met schaamte moest hij toegeven dat hij zeker na het eerste bezoek aan de club in Amsterdam-Noord regelmatig wilde dromen had gehad over zichzelf omringd door allerlei schoonheden. Een droom die sterk beïnvloed was door de Bondfilm On Her Majesty’s Secret Service.

Kon hij mogelijk terugkomen op zijn eerdere afwijzing, vroeg hij zich af, en stel dat het wel lukte, kreeg hij dan voldoende inzicht in alle financiën?

Als Junkieleed niet zo’n marginaal project was geweest, dan had hij om een onafhankelijke jurist en belastingadviseur kunnen vragen, zoals in het begin was afgesproken.

Hij kwam er niet uit. Wat hij wilde was compleet inzicht in de hele bedrijfsstructuur, alle BV’s, NV’s en de holding. Dat zou een berg informatie opleveren waar hij vervolgens niets mee kon zonder een onafhankelijke accountant, fiscalist of hoe die mensen ook heetten. Dat werd nog niet makkelijk. Zelfs als dat zou lukken, dan nog zou dat op Djippie overkomen als een controle op haar bedrijf en dat was de bedoeling niet.

Hij had duidelijk geen strategie met kans van slagen, dus hij besloot gewoon een gezellig avondje met haar in Amsterdam te organiseren. Hij zou koken en hij zou wat eerder met de bus vanuit Landsmeer naar Amsterdam gaan om nog even boodschappen te doen en een bezoek te brengen aan een slijterij.

Hij liep nog even langs haar kamer en ze gebaarde hem te wachten, want ze zat aan de telefoon. Het gesprek ging over handdoekrollen voor de dispensers op de toiletten. Ergens moest iemand haar van dat soort kleine taken verlossen, maar hij wilde die persoon niet zijn, dat was duidelijk.

Ze ging akkoord met zijn plan voor een avondje Amsterdam, maar ze reageerde niet zo warm als ze normaal reageerde. Ze klonk zakelijk, bijna.

Ach, misschien was dat zijn eigen paranoia. Even een bankafschrift goed nalezen en dan opeens overal zakelijkheid denken te zien.

Hij was op tijd in Amsterdam en hij stond al te koken toen ze licht aangeschoten binnenkwam. Kennelijk had ze op kantoor al wat gedronken.

Ze hield zich met beide handen aan de deurposten van de keukendeur vast.

‘Ik was al gaan denken dat de dag nooit zou komen, maar ik zeg je nu alvast in alle liefde dat ik op alles een warmhartig ja ga roepen.’

‘Waarover en waarom?’ vroeg hij, ietwat van zijn stuk gebracht door haar entrée.

Ze antwoordde niet, maar nam plaats aan tafel, wees naar de whiskyfles en stak twee vingers in de lucht.

Hij schonk haar een dubbele whisky in.

‘Weet je wat het probleem is met mannen? Jullie denken dat jullie in een eigen informatielaag leven, waar vrouwen geen toegang toe hebben, zoiets als korte golf en middengolf op een radio, twee volledig gescheiden golflengtes, maar zo werkt het niet.’

‘Nee, dat begrijp ik best wel,’ zei hij, ‘ik snap niet waarom je daar nu mee komt.’

‘Dus zeg het maar, voordat je piepertjes aanbranden. Wat wil je? De helft van mijn bedrijf? Of ben je bereid – uit pure dankbaarheid voor alles wat ik al voor je gedaan heb – genoegen te nemen met een afkoopsom?’

‘Ik weet niet waar je het over hebt,’ zei hij, ietwat nerveus.

‘Nou, het heeft even geduurd voordat ik Marja opgespoord had en erachter kwam waarom zij op staande voet ontslagen is en daar ben ik zo razend om geworden dat ik Jorritsma uit een vergadering heb laten halen. Die kwam met een heel verhaal dat jij bezig bent om langzaam mijn bedrijf over te nemen.’

Hij had nu geen enkele keuze meer. Hij vertelde haar wat er werkelijk had plaatsgevonden en het was alsof ze op slag nuchter werd.

‘De vuile rat…’

‘Maar hij heeft in één ding wel gelijk,’ zei de foute jongeman. ‘Ik wil meer inzicht in de bedrijven, vooral de slapende BV’s. Niet om me te verrijken, maar om als een volwaardige compagnon naast je te staan.’

Ze begon zachtjes te huilen.

‘Maar dat heb ik toch altijd al gewild. Dat je me zou beschermen.’

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp