Een foute man (76)

Een foute man (76)

Die avond zou hij veel te horen krijgen wat hem misschien wel eens eerder verteld was, maar wat hem gewoon niet geïnteresseerd had. Zo vertelde ze dat de clubs eigenlijk verwaarloosbare opbrengsten opleverden vergeleken met haar portefeuille onroerend goed. Dat er zich op de tweede etage van het pand in Landsmeer, waar de foute jongeman vrijwel nooit kwam, anders dan om gebruik te maken van het tweede toilet, een kamer bevond waar alle contracten van de overdracht bij de erfenis stonden. Ze waren daar door een verhuisdienst, ingehuurd door Jorritsma, neergezet in lange rijen kartonnen dozen.

Djippie had zich nooit in die dozen verdiept.

‘Het was een onbegonnen zaak. Ik kreeg uit het niets met enige regelmaat ongelooflijke bedragen op mijn rekening gestort die vervolgens weer belegd werden in god mag weten wat,’ zei Djippie. ‘Het enige wat ik wel begreep, dat waren de clubs en daar voelde ik me een stuk meer welkom dan in de wereld van Jorritsma.’

Dat begreep de foute jongeman wel. Niet zonder bitterheid bedacht hij dat Djippie in de ogen van Jorritsma vast ook, net zoals Anja, gewoon ‘het kind’ was geweest dat makkelijk te manipuleren was.

‘Het is misschien een beetje een impertinente vraag,’ zei de foute jongeman, ‘maar heb je enig idee wat je waard bent, uitgedrukt in vermogen?’ Hij was trots op die vraag, vooral op het woord ‘impertinent’. Dat was een woord dat Jorritsma had kunnen gebruiken.

Djippie haalde haar schouders op. ‘Nou, ik zal niet rijker zijn dan de Koninklijke familie…’

‘Maar ook niet veel armer?’

‘Geen idee, wie weet er nu hoe rijk de Koninklijke familie is?’

Even dacht hij dat ze een spelletje met hem speelde. Midden in een gesprek over geld over de Koninklijke familie beginnen, dat was echt iets wat Djippie zou doen om een gesprek op een zijpad te brengen, maar voordat hij door kon vragen, lichtte zij haar uitspraak toe: ‘Een klein kaal mannetje bij Jorritsma zei bij de overdracht en het tekenen: “Nou, dat mag toch wel een koninklijk vermogen heten.” Ik weet nog dat ik dacht dat ik dan waarschijnlijk veel meer belasting zou moeten gaan betalen dan de koningin.’

De foute jongeman lachte. Hij zag het helemaal voor zich. Djippie, die nooit geld had gehad, beschikte opeens over een koninklijk vermogen en dat zei haar in het geheel niets.

Hij had zich in dezelfde situatie waarschijnlijk hetzelfde gevoeld.

‘Kom eens bij me,’ zei ze.

Hij ging voor haar staan en ze knoopte zijn broek een stukje los en pakte zijn lid beet, dat zich meteen verhardde.

‘Zeg eens eerlijk. Ben je op mijn geld uit?’

‘Volgens mij niet.’

‘Ja, zo te voelen spreek je de waarheid,’ zei ze met een glimlach. ‘Het kan in een vrouwenleven nou nooit eens een keer meezitten.’

‘Hoe kom je daar nu bij?’

‘Nou, als je achter mijn geld aanzat, dan zou ik gewoon zorgen dat je geen tekeningsbevoegdheid kreeg en dan had je me op mijn vijfennegentigste nog moeten voortduwen in mijn rolstoel, omdat je anders niets te eten had, en nu moet ik er maar op vertrouwen dat je me binnenkort niet voor iets jongers inruilt.’

‘Dan zou ik je wel moeten inruilen met al je alter ego’s tegelijk. Waar kan ik zoveel vrouwen in één keer krijgen?’

‘Daar zeg je wat. Misschien moet ik daar maar wat meer energie in steken, maar voorlopig ben je net zoals die mannen in het bordeel die vreemdgaan en dan trouw zijn aan één vrouw en jij bent geloof ik trouw aan Natalie. Je krijgt al een slappe als ik de naam Estella noem, want die vind je gewoon te veel werk en Zwanet lijkt geloof ik een tikje te veel op wat je daar in Friesland zoal had en ik hoef natuurlijk geen herinneringenmachine voor je te zijn, want dat is erger dan ontrouw.’

‘Dat is helemaal fair,’ zei hij. ‘Het mogen dan je alter ego’s zijn, maar achter de make-up en de lingerie zit nog steeds mijn Djippie.’

‘Als dat zo zou zijn, waarom gedraag je je dan anders?’

Hij wist even niet wat hij moest zeggen.

‘Die alter ego’s waren oorspronkelijk voor mezelf bedoeld, maar ik heb allang ontdekt dat ze een geweldig gereedschap zijn om je trouw te houden. Een beetje zoals je een Mechelse herder voordat je naar je werk gaat een paar keer goed laat uithollen, omdat hij anders tijdens je afwezigheid van verveling en surplus aan energie je bank in stukken scheurt.’

‘Nou, dat is nogal een vergelijking, zeg… Volgens mij kan ik uit mezelf prima trouw zijn.’

‘Ja, en daar zit precies het probleem. Mij lukt dat waarschijnlijk niet altijd en daar zal ik dan wat tegenover moeten stellen. Het gekke is dat de alter ego’s twee kanten uit werken. Zolang jij nieuwsgierig blijft, vind ik daar veel bevrediging in, maar als jij Estella niet hoeft omdat ze te bewerkelijk is, dan voel ik vroeg of laat de behoefte om Estella ergens anders los te laten. Ik heb je nog niet eens met de andere alter ego’s kennis laten maken en je gaat daar ook een beetje voor op de vlucht door niet te willen experimenteren.’

‘Nou ja, ik wil niet het veeleisende mannetje worden.’

‘Het is niet veeleisend. Je houdt er onze relatie mee op de rails. Ik had je een ongecompliceerder iemand gegund, net zoals ik jou soms wat volwassener zou willen zien dan je bent, maar je hebt zojuist je eerste stap in de wereld van geld gezet en wat jij nog niet weet en ik al wel, is dat het ongelooflijke moeite zal gaan kosten om niet steeds meer te willen. Het grote geld is een aaneenschakeling van kicks. Als jij straks met succes Jorritsma onttroond hebt, dan wil je meer en verder. Je bent achttien, je loopt over van het testosteron en als ik de vergelijking met de Mechelse herder nog tegen je zin in verder mag doortrekken: je gaat ruzie zoeken, niet ordinair of zo, maar je gaat willen laten zien hoe groot je macht is en hoever je territorium reikt en ik vind dat net zo opwindend als ik er bang voor ben. Je zag hoe ik reageerde op het telefoontje met Jorritsma en voor het eerst weigerde je me. Ik wist precies hoe en waarom.’

‘Maar ik hou van je!’

‘Dwing me alsjeblieft niet om zelf ook zo’n cliché op te lepelen. Draai gewoon de film terug vanaf onze eerste ontmoeting en trek je conclusies.’

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp