Een foute man (77)

Een foute man (77)

In de dagen die volgden liep hij vooral rond met de vraag hoe hij haar het beste kon beschermen. De antwoorden op die vraag leverden aanvankelijk vooral ideeën op waarmee hij haar zeker niet zou helpen. Uit wat hij kon opmaken uit de geldstromen waarin hij inmiddels enig inzicht had, bleek dat de clubs in het grote geheel eigenlijk niet meer waren dan een hobby. Ze leverden weliswaar geld op, maar eigenlijk onvoldoende voor iemand met haar vermogen om daar de hele week mee in de weer te zijn. Bovendien moest zij haar aandacht ook nog eens over vier clubs verdelen, waarvan ze met twee amper enige band had. Die waren in Duitsland en België.

Die konden eigenlijk wel weg, zonder dat ze daar iets aan zou missen.

Wilde hij uit de rol komen van de jongere minnaar die zomaar met een jongere vriendin uit haar leven kon verdwijnen, dan moest hij zich opstellen als de man die bereid was moeilijke beslissingen te nemen. Hij wist zich van een cursus managementtraining van zijn vader te herinneren dat een manager weliswaar fouten mocht maken, omdat mensen nu eenmaal fouten maakten, maar dat het onvergeeflijk was wanneer een manager geen beslissingen durfde te nemen.

Het werd dus tijd om knopen door te hakken.

Hij had een registeraccountant en een fiscalist naar de bedrijfsstructuur laten kijken en er liepen inderdaad nogal wat verbindingen met Jorritsma als persoon via verschillende BV-constructies en met Jorritsma als eigenaar van het kantoor Jorritsma, Verdonck & Van Straten. Beide specialisten vonden echter niets wat wettelijk gezien op het eerste gezicht niet in orde was.

Over de zakelijke banden van Jorritsma met Cordoza werd gesproken in termen als niet geheel onverwacht, creatief en niet conventioneel. Ook een onafhankelijke jurist die hij erbij betrok, deelde zijn verontwaardiging over duistere praktijken niet. In plaats daarvan herinnerde die hem er fijntjes aan dat het vermogen voor een belangrijk deel een criminele oorsprong had, dat de erfenis en de bekende bedrijfsstructuren destijds door zowel de Belastingdienst als de recherche waren onderzocht en dat er over de huidige situatie afspraken met de fiscus bestonden.

‘Eigenlijk zou u in uw handjes moeten knijpen,’ voegde hij er nog aan toe.

Het enige wat hij wijzer was geworden van al die adviezen, was dat hij kennelijk in de ogen van de specialisten een zakelijk onbenul was.

De fiscalist reageerde bijna geschrokken op zijn idee om alles naar nieuwe bedrijven over te hevelen, zodat er geen banden meer zouden bestaan met Jorritsma en het criminele verleden van enkele bedrijven.

‘Dan bent u misschien een half vermogen kwijt aan belastingen, overdrachten, nieuwe constructies en god mag weten wat nog meer, om uiteindelijk precies hetzelfde te bezitten als nu. Met een beetje pech nodigt u bovendien de Belastingdienst uit om alles nog een keer van voor tot achter door te lichten. Waarom zou u dat in vredesnaam willen?’

‘Omdat ik van Jorritsma af wil.’

De fiscalist keek hem een paar tellen aan.

‘Dan zou ik eerst eens precies uitzoeken waarvan u afscheid wilt nemen.’

‘Van hem.’

‘Dat begrijp ik. Maar ik bedoel zakelijk.’

Dat was nu juist het probleem.

Kortom, heldere taal, waar hij weinig meer mee opschoot dan dat hij nu van drie onafhankelijke specialisten min of meer de kwalificatie onbenul had gekregen. Hij hoefde in ieder geval niet langer te twijfelen of hij nu wel of niet zakelijk inzicht had.

Hij had het niet.

Er was nog maar één oplossing in zijn beleving. Als hij dan toch moest capituleren voor een wereld die hem vreemd was, dan ging hij eerst nog even langs Jorritsma om die eens goed het leven zuur te maken.

Hij koos bewust voor het andere kostuum dat hij bij zijn eerste bezoek niet had gedragen, poetste het paar schoenen dat inmiddels ingelopen was drie keer en nam een taxi naar het kantoor van Jorritsma. Hij zou hem wel even uit een vergadering trekken, nam hij zich voor.

De receptioniste begroette hem allerhartelijkst en begeleidde hem naar het kantoor. Jorritsma begroette hem al even vriendelijk en zei: ‘Laten we het niet zo formeel maken. We gaan even naar een ruimte die wat geschikter is.’

Geheel verbaasd liep hij achter de man aan. Ze liepen door verschillende gangen en eindigden bij een lift die naar de bovenste verdieping ging. Zo stonden ze daar tegenover elkaar in de lift. Jorritsma nam hem van top tot teen op en zei met een glimlach: ‘Veltman en Liesting. Ik had het de vorige keer al gezien, hoor.’

De foute jongeman was terstond driekwart van zijn aanvankelijke agressie kwijt.

De bovenste verdieping was een soort penthouse met een glazen dak. Er was een zeer gerieflijke zithoek.

Ze namen daar plaats.

‘Ik begrijp dat ik u moet feliciteren met uw positie in het bestuur van de holding. Dat doet mij deugd. Een jonge man aan het roer met een veelbelovende toekomst.’

De foute jongeman wist even niet wat hij moest zeggen en Jorritsma ving dat slim op.

‘Ja, ik begrijp dat we op de verkeerde voet van start zijn gegaan en ik hoor via de tamtam – Amsterdam is immers niet veel meer dan een klein dorp – dat u externe partijen om advies heeft gevraagd. Dat is een beslissing die ik zeker ook genomen zou hebben. Begrijp me goed, Jorritsma, Verdonck & Van Straten ziet u niet graag gaan, maar ik snap dat u een eigen lijn wilt voeren en als wij daar niet in passen, dan helpen wij u graag bij een nette overdracht.’

De foute jongeman deed zijn best niet al te meegaand over te komen.

‘Ja, ik moet toegeven dat ik mijn bedenkingen heb.’

‘Daar heb ik alle begrip voor. U bent een ambitieuze jongeman, duidelijk uit een goed gezin, en zo’n enorm vermogen dat deels voortkomt uit wat in de volksmond criminaliteit genoemd wordt, is niet altijd even transparant. Maar ik zeg met nadruk deels, want het merendeel van het vermogen zit in onroerend goed en dat is geheel transparant en ook nog eens het meest lucratief.’

‘Ik begrijp dat u de heer Cordoza goed gekend hebt?’

‘Hij was een cliënt, maar niet zoals de meeste anderen. U bent vast bekend met zijn meer dan nare oorlogsverleden. Sommigen vonden hem excentriek, anderen vonden hem gevaarlijk, maar ik ken hem uitsluitend als een uiterst joviale man. Dat is nu eenmaal zo in mijn vak. Van het oordeel van anderen trek ik me niet zoveel aan. Liever beoordeel ik mensen op basis van ervaringen in de praktijk.’

‘U had ook zakelijke contacten met hem, los van uw kantoor?’

‘U doelt natuurlijk op Bluebird Shipping. Ja, ik was tweede man in het bedrijf in die tijd en er waren hier wat bedenkingen omdat er een Colombiaanse partij bij betrokken was. Het ging om het verhuren van een loods in Paramaribo. Bluebird stond wat mij betreft gewoon voor tonijn. Als u diep in de portefeuille onroerend goed duikt, dan vindt u die loods vast wel terug.’

Nu werd het tijd om op te treden, dacht de foute jongeman.

‘U zult begrijpen dat een nieuwe bedrijfsstructuur dan die u heeft opgezet mijn voorkeur heeft. Nieuw management, verse start en zo. Maar ik ben duidelijk geen fiscalist. Ik ben vooral aangetrokken om structuur aan te brengen en een frisse wind te laten waaien. Mijn leeftijd zal daar ook een rol bij gespeeld hebben. Oud geld, nieuwe inzichten, u begrijpt dat wel.’

‘Uiteraard, uiteraard,’ zei Jorritsma, maar zijn glimlach was wat ingetogener.

‘Ik heb een paar voorwaarden. Ik was niet erg gelukkig met de manier waarop mevrouw Cordoza hier behandeld is.’

‘Ja, ik wil u niet onderbreken, maar ik wil hier meteen even op reageren. U moet begrijpen dat wij indertijd enige tijd hebben moeten zoeken naar erfgenamen en uiteindelijk alleen de jonge mevrouw Cordoza vonden. Inderdaad hebben wij toen een inschattingsfout gemaakt, want zij was de erfgename van een godsvermogen – zonder daarmee blasfemisch over te willen komen – en tot onze grote verbazing alleen geïnteresseerd in de bordelen. En u weet hoe dat op zo’n kantoor gaat…’

‘Nee, dat weet ik niet.’

‘Nou ja, er waren mensen die behoorlijk jaloers waren op haar vermogen en daar werden grapjes over gemaakt. Al snel kreeg zij de bijnaam het hoerenmadammetje. U weet hoe Amsterdammers zijn…’

‘Ik vind het nogal een breekpunt, eigenlijk. Het is niet fair. Haar interesse ligt in de clubs, die volledig legaal zijn, en een kantoor dat niet alleen dik aan haar verdient, spreekt op zo’n denigrerende manier over haar…’

‘Juridisch en fiscaal heeft u uiteraard gelijk, maar personeelsleden hier zijn wat behoudender.’

‘Toch kan ik haar niet overtuigen verder te gaan met Jorritsma, Verdonck & Van Straten als dit niet rechtgezet wordt. U zette om elf uur ’s ochtends champagne voor haar neer. Denkt u dat zij niet aanvoelt dat het een geste is die gereserveerd is voor een bepaalde beroepsgroep?’

‘Dat is inderdaad een tragische inschattingsfout. Wat stelt u voor dat wij doen om dat uit te middelen?’

‘Ze zit op haar kantoor. Ik zou haar een fax sturen waarin u betreurt dat u als bedrijf niet bent meegegroeid met haar ambities en dat u daar verandering in wenst. Met een koerier erachteraan met een fikse bos bloemen. Geen rode of gele rozen, maar gewoon een mooi veldboeket.’

‘Als dat de betrekkingen zuivert, dan ben ik daar gaarne toe bereid.’

‘Garanties kan ik echter niet geven…’

In de lift zei Jorritsma: ‘Ik hoorde dat u een productiemaatschappij bent begonnen en ik zie veel toekomst in film.’

‘Het is voorlopig nog een investeringsarme industrie, maar de vooruitzichten zijn goed.’

‘Loop nog even mee naar mijn kantoor,’ zei Jorritsma, terwijl hij een arm om zijn schouder legde. ‘Ik hoop oprecht op een goede samenwerking en ik wil mij graag committeren. Ik maak graag deel uit van nieuwe succesvolle projecten.’

Hij opende zijn chequeboek, vulde een bedrag in en overhandigde de foute jongeman het papier.

Op straat durfde hij pas te kijken. Hij las eerst 1000 gulden, maar bij nadere beschouwing bleek het 100.000 gulden te zijn.

Bij het eerste ABN-kantoor liet hij de cheque op zijn privérekening bijschrijven. Het rekeningnummer van Dutch Film Productions kende hij niet uit zijn hoofd.

Pas toen hij weer buiten stond, vroeg hij zich af of het verstandig was om Djippie daarvan op de hoogte te stellen.

Enigszins onzeker pakte hij een taxi naar Landsmeer.

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp