Een foute man (80)

Een foute man (80)

Djippie was lichtelijk overstuur toen de Duitsers, nauwgezet als ze vaak zijn, de volledige vraagprijs hadden overgemaakt, keurig op een rekening van een BV waar de clubs onder vielen.

Ze hield een bankafschrift in de lucht. ‘375.000 DM! Ik vraag jou 75.000 binnen te halen en nu staat het vijfvoudige op mijn rekening?’

‘Ja,’ zei de foute jongeman, ‘dat was het streven: vijf keer je vraagprijs…’

‘Omdat ik gezegd had dat je elke cent die je meer binnenhaalde zelf mocht houden?’

‘Nee, omdat ik ervan uitging dat ze voldoende geld binnengehaald hadden, waarvan slechts een te klein deel aan jou werd afgedragen. Dus ik ging ervan uit dat ze het wel konden betalen en de overdracht vooral ook snel terug konden verdienen, wat mijn vraagprijs fair maakte.’

‘Dus nu verwacht je dat ik drie ton naar je overmaak?’

‘Wat mij betreft niet,’ zei hij, ‘feitelijk is het je eigen geld, want zíj hebben je jaren tekortgedaan.’

Djippie legde haar hoofd op het bureau. ‘En Fabiola?’

De foute jongeman kuchte nerveus. ‘Zelfde deal.’

Djippie kwam overeind en begon cijfers in te tikken op haar rekenmachine. Ze bracht haar hand naar haar hoofd. ‘Dus terwijl ik pleerollen, condooms, handdoekrollen en toiletreiniger zat te bestellen, haal jij bijna zes en een kwart ton binnen, waarvan ik volgens mijn eigen afspraak een half miljoen naar jou moet overmaken?’

‘Nee, dat hoeft voor mij helemaal niet. Het ging mij om het principe. Ik heb je zo vaak de verdenking horen uiten dat je bestolen werd. Ik heb gewoon op jouw intuïtie vertrouwd. En nu heb ik echt het gevoel dat ik hier op het matje geroepen word omdat ik iets fout heb gedaan.’

‘Nee schat, integendeel. Ik hou van jou!’

Hij had lang op die laatste woorden gewacht, maar nu, in deze context, vielen ze verkeerd. Hij draaide zich op zijn hakken om, sloeg met een klap de deur van haar kantoortje dicht, verliet het pand in Landsmeer, stapte op de bus naar Amsterdam en schonk zich eenmaal thuis een fikse jenever in. De telefoon rinkelde voortdurend, dus hij trok de stekker uit de wanddoos.

Hij gaf de vissen te eten en probeerde tot rust te komen door te kijken hoe ze een voor een de stukjes voer van het wateroppervlak hapten, maar hij bleef kwaad. ‘Een half miljoen,’ bromde hij steeds maar weer voor zich uit, want dat was kennelijk de prijs die een simpele, ordinaire, alledaagse liefdesbekentenis van haar kostte.

Als ze een mes in zijn rug had willen planten, dan was dit de beste manier. Hij was wel eens verdrietig of teleurgesteld geweest door haar gedrag, maar nu voelde hij de behoefte haar dezelfde pijn te laten voelen die ze hem zojuist had aangedaan. Maar hoe? De meest morbide ideeën vlogen door zijn gedachten, maar hij kon niets vinden dat gemeen genoeg was om haar actie van een paar uur geleden te toppen.

Hij had geen zin om eten voor zichzelf te maken en schonk zich in plaats daarvan de ene na de andere jenever in, totdat hij half bewusteloos was. Hij werd wakker van de deurbel en stond langzaam op om de straat af te turen naar de auto van Djippie, maar hij zag de auto nergens staan. Hij drukte zijn neus tegen het voorraam en tot zijn verbazing zag hij op de stoep Sonja staan met een fiets in haar hand.

Hij opende de deur en hoorde haar met stevige passen de trap beklimmen. Ze zag eruit alsof ze op dat moment eigenlijk de club had moeten openen en dat kon qua tijd ook wel kloppen.

Ze kwam binnen met in haar hand een feestelijk verpakte fles drank. Ze nam hem van top tot teen op, zag dat hij wankel op zijn benen stond en zei: ‘Ik geloof dat die fles bij nader inzien niet zo’n goed idee was. Nou ja, dan neem ik die zo meteen maar weer mee.’

Ondanks alles was de foute jongeman toch bezorgd. ‘Is er iets met Djippie dat jij hier staat?’

‘Niet in de zin dat ze een ongeval heeft gehad of zo, maar echt lekker voelt ze zich op het moment even niet en het schijnt mijn taak te zijn om brandjes te blussen als mensen een beetje raar hebben gedaan. Maar laat ik je eerst bedanken en ik denk dat ik daarmee namens alle meiden spreek, dat je dat schorremorrie in Duitsland en België een trap onder hun achterste hebt gegeven. Je hebt dat, zo begrijp ik, op een manier gedaan die ze nog lang zal heugen.’

‘Dat viel wel mee, hoor, ik heb gewoon geprobeerd wat geld dat Djippie tekort was gedaan terug te halen.’

‘Zoiets heb ik begrepen, ja, en daarna was onze Djippie uit pure dankbaarheid zo onhandig om je te vertellen dat ze van je hield, woorden die ze normaal niet over haar lippen krijgt. Ze snapt heel goed dat het ’t verkeerde moment was en dat ze je daarmee tekortdeed, dus ze heeft zich huilend in mijn armen gestort, alsof ik niet al genoeg drama in mijn leven meemaak, en het hele verhaal verteld, plus dat ze ontzettend graag naar je toe wil, maar niet durft.’

‘Ik weet ook niet of ik dat wel wil,’ zei de foute jongeman.

‘Nee, dat snap ik allemaal. Meisje doet iets doms en jongen is boos, dus drama. Origineel is het niet, maar dat is wel typisch zo’n situatie waarin ik, als iemand die gezegend is met een liefdeloos leven, fantastisch als onderhandelaar kan optreden. Heb je trouwens een fatsoenlijke stoel voor me? Ik weet dat jouw generatie graag op matrasjes zit, maar ik geef nog steeds de voorkeur aan iets met vier poten eronder.’

‘Ja, natuurlijk,’ zei hij en hij haastte zich om een stoel uit de keuken te halen.

‘Dus ik heb Djippie achter de bar geparkeerd, want druk is het nog niet en daar zit ze nu waarschijnlijk met een pisang ambon voor haar neus iedereen te vervelen met het verhaal dat ze nooit een vader heeft gehad en nooit gevoeld heeft hoe het was als iemand voor haar opkwam, bla-die-bla-bla. Je kent het vast wel en misschien ook niet, omdat ze zich graag groothoudt en liever een foute grap maakt dan haar gevoelens te uiten.’

Ondanks zijn boosheid moest hij toch even glimlachen. Dat was zijn Djippie, inderdaad.

‘Dat zijn natuurlijk gevoelens die we allemaal wel eens hebben. Het leven is nu eenmaal niet makkelijk, maar als je zoals Djippie omkomt in het geld en eigenlijk weinig te klagen hebt, dan zijn dat soort menselijke probleempjes honderd keer groter dan voor iemand die moet vechten om te overleven. In dit specifieke geval vult haar actuele probleem haar hele bestaan. Nu ben ik gewoon iemand die achter een bar staat en zeker geen psycholoog, maar ik kan wel zien dat deze situatie eigenlijk te belachelijk voor woorden is.’

‘Het heeft me anders behoorlijk pijn gedaan,’ zei hij.

‘Ja, begrijp ik en daarom ben ik op de fiets gestapt om je iets uit te leggen, voor zover ik dat niet al gedaan heb. Voor Djippie bestaat liefde uit twee soorten gemis. Het ene soort gemis komt voort uit een moeder die een slecht voorbeeld gaf en haar nooit geleerd heeft hoe je een man kunt houden, zonder hem om te kopen of oppervlakkige seks zonder intimiteit te bieden. Beide manieren zijn behoorlijk ongezond, maar Djippie komt ermee weg omdat ze een aantrekkelijke en intelligente vrouw is.’

‘Ik weet niet of ik er nu zo makkelijk overheen stap,’ zei hij.

‘Nee, dat had ik ook niet verwacht, want jij bent die jongen die niets met geld heeft, maar wel, naar ik begrijp, een half miljoen in een paar dagen bijeen harkt, dus je ego zal de laatste tijd wel wat zijn gaan groeien. Dus kom ik niet met een compromis, maar met een duidelijke opdracht: je slaat nu een paar koppen koffie achterover, terwijl ik op de fiets naar het pontje richting Amsterdam-Noord stap. In de club heb ik de mooiste kamer voor jullie gereserveerd en dan gaan jullie daar je luxeproblemen maar uitvechten, zolang het niet te lawaaierig wordt. En als jullie er niet uitkomen, dan druk je op het noodbelletje en ben ik er binnen een minuut voor geestelijke assistentie.’

Schoorvoetend ging hij akkoord.

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp