Een foute man (82)

Een foute man (82)

De volgende ochtend werd hij wakker van het geluid van een rinkelende telefoon. Hij liet de telefoon rinkelen en vroeg zich af wie de stekker in de wanddoos had gestoken. Dat kon niemand anders geweest zijn dan Sonja. Hij had geen zin in telefoon, besloot hij, en hij was te lui om de stekker weer los te trekken, maar het apparaat bleef maar rinkelen. Soms stopte het even en dan begon het weer opnieuw. Dat kon haast niet anders dan Djippie zijn en hij besloot op te nemen en te zeggen dat hij even niets met haar te bespreken had om vervolgens op te hangen.

Hij nam de telefoon op, maar het was Djippie niet. Hij luisterde naar de stem van een administratief medewerkster van zijn bank.

‘Er is een aanzienlijk bedrag telefonisch naar u overgemaakt. Ik kan telefonisch niet de hoogte van het bedrag melden, maar wij zijn verplicht een telefonische overboeking, ongeacht het bedrag, direct aan u door te geven. Ik kan u wel zeggen dat het bedrag van Cordoza Entertainment BV afkomstig is.’

‘Wilt u dat bedrag meteen terugstorten?’

‘Ik heb nadrukkelijke instructie van de crediteur gekregen om dat niet te doen. U kunt dat natuurlijk alsnog zelf doen, maar het leek ons een goed idee om u uit te nodigen voor een kennismaking. Misschien kunnen we u interesseren voor een van onze…’

Hij hing op en ging weer op bed liggen.

Wat zat hem nu het meeste dwars, vroeg hij zich af. Was het echt dat Djippie zich seksuele vrijheden toe-eigende? Natuurlijk vond hij dat pijnlijk, maar er moest meer zijn. Hij dacht aan alle conflicten die hij de laatste jaren had gehad en daar zat een zekere rode draad in. Steeds als mensen zich op de een of andere manier boven hem hadden gesteld met argumenten die in zijn ogen gefabriceerd waren en hun oorsprong vonden in vrij algemene aannames als geloof of politieke overtuiging, kon hij niet anders dan zich daartegen verzetten.

De docenten op school waren in die gedachtegang de beste voorbeelden. Hij had zich keer op keer voor hen ingespannen en als hij maar achten en negens bleef halen, was er weinig aan de hand, maar zodra hij ze confronteerde met iets wat scheef of op z’n minst dubbel te noemen was, gingen ze in de aanval. Niet met betere argumenten, maar vanuit het principe van volstrekt vanzelfsprekende superioriteit.

Superioriteit die zichtbaar zelfgenoegzaam was en al helemaal niet gebaseerd op betere inzichten. Dat laatste herinnerde hem als kind uit een oorlogsfamilie te veel aan de nazi-ideologie. Durfde hij die vergelijking hardop te trekken, dan stond iedereen op de achterste benen. Verontwaardiging alom. Hoe durfde hij? Dan werd er opeens gedaan alsof Duitsland aan de andere kant van de wereld lag en er geen sprake was geweest van collaboratie.

Hij snapte heus wel dat de vergelijkingen die hij maakte ook een beetje scheef en op z’n minst ongenuanceerd waren, maar was jezelf superioriteit aanmeten vanuit een geloof of politieke overtuiging niet minstens net zo fout of erger? Want verkeerde vergelijkingen trekken, daar konden mensen op reageren door argumenten te weerleggen. Maar hoe kon je je wapenen tegen superioriteit die op niets gebaseerd was? Dat was onmogelijk.

Dan had je, zoals hij op twee scholen had ervaren, weinig keuzes. Of je maakte je een ideologie eigen, desnoods voor de show, om conflicten met superieure krachten te voorkomen, of je stapte op en bleef trouw aan je eigen kijk op de wereld.

Natuurlijk was het aandoenlijk dat Djippie, als een van de rijkste vrouwen in Amsterdam, bescherming zocht bij een achttienjarige jongen waar ze in geloofde en even vanzelfsprekend begreep hij haar problematiek beter dan menig ander in haar omgeving. Ze hadden immers meer dan de helft van hun tijd samen besteed aan haar bekentenissen, haar problemen en haar drama.

Zelfs een buitenstaander, zonder enige kennis van de problemen, kon constateren dat er altijd drama was met haar als absoluut middelpunt.

De dag ervoor had ze zonder problemen zijn aanbod om het volledige geld te houden gewoon kunnen accepteren, maar nee, meteen moest alles weer om haar verlatingsangst draaien, terwijl hij nog uren daarvoor precies dat had gedaan wat die angst volledig had kunnen wegnemen.

Ze had inmiddels zo vaak het beeld geschetst van hem met andere vrouwen voor wie hij haar onherroepelijk zou verlaten, dat hij zich zo langzamerhand begon af te vragen of dat niet eigenlijk precies was wat ze onbewust wilde.

Dat ze zomaar een paar dagen kon vertrekken om afstandelijke seks te ervaren, dat was moeilijk voor hem, maar nog moeilijker was dat hij nooit van tevoren wist wanneer dat moment zou komen. Op die manier hing het voortdurend tussen hen in, op mooie momenten en op minder mooie momenten. De grilligheid ervan was misschien wel het zwaarste om mee te leven. Jaloezie had hij eerder ervaren en hij wist hoe hij daartegen moest vechten, maar hij was machteloos tegenover het onverwachte en het grillige.

Hij kon haar voor de zoveelste keer confronteren met haar eigen gedrag, met de gebruikelijke huilbui en de onherroepelijke goedmaakseks, maar dat station was inmiddels gepasseerd.

Hij kon inmiddels niet anders dan constateren dat dit, net zoals alle andere dingen in zijn leven van de laatste maanden, gewoon draaide om macht. Haar macht over hem. Al het drama dat alles zou draaien om zijn macht over haar, was nu duidelijk te doorzichtig geworden. Hij besloot haar te bestrijden op haar eigen terrein.

Hij pakte de krant, zocht een club zoals zij ze ook runde, koos er een uit die zich geen al te grote advertentie kon veroorloven en pakte de envelop uit zijn bureau. Hij trok zijn kostuum aan en controleerde zijn stropdas nauwkeurig op eventuele vlekken. Het ene kleine vlekje dat hij vond, verwijderde hij zorgvuldig met wasbenzine en vervolgens poetste hij zijn schoenen nogmaals grondig.

De taxichauffeur kende het adres en even later werd hij afgezet in een achterafstraatje. Er hing een uv-tlbuis boven de ingang, maar verder was er geen naam of straatnummer te zien. Hij belde aan, een luikje werd opengeschoven en meteen weer dichtgeschoven. Een dikke vrouw met een honkbalknuppel in haar hand deed de deur open, nam hem nog eens van top tot teen op en verontschuldigde zich meteen voor de knuppel.

‘Ja, ik zag iemand met een kostuum, dus ik dacht: dat is vast foute boel. Sorry hoor, kom binnen!’

Vergeleken bij de clubs van Djippie was dit duidelijk een aantal niveaus lager. Hij koos de meest verzorgde vrouw uit en ging met haar naar boven. Afstandelijke seks had duidelijk zijn voorkeur niet, maar het zat hem ook niet dusdanig in de weg dat hij er niet enig genot aan beleefde. Hij knoopte er nog een tweede uurtje aan vast en bestelde driemaal een fles champagne, zodat de hele club wist dat er iemand van belang binnen was, en hij gebruikte het tweede uur om de vrouw uit te horen over de club. Eerst wilde dat niet zo lukken en hij zag hoe ze steeds wat champagne in een plantenbak achter het bed leegde, maar bij de derde fles kwam alle informatie die hij nodig had er toch wel uit.

Het was zijn plan om, als hij weer beneden was, naar de eigenaresse te informeren, maar die stond al op hem te wachten.

‘Kan ik u iets aanbieden van de zaak?’

‘Nou nee, maar misschien kunnen we ergens even met elkaar overleggen?’

‘Ah shit,’ zei ze. ‘Ik had het kunnen weten. Zedenpolitie? Recherche? Belastingdienst?’

Hij bood haar zijn meest onschuldige glimlach aan. ‘Nee hoor, gewoon een particulier op zoek naar investeringsmogelijkheden.’

Het gesprek duurde twee uur en in die tijd kreeg hij alle informatie die hij nodig had. De club zat behoorlijk in de problemen en het hoofdrekenen kostte hem moeite na die glazen champagne, maar aan het einde van het gesprek had de eigenaresse een probleem minder en hij had twee handtekeningen en een korte overeenkomst waarop stond dat hij de nieuwe eigenaar was van de PollyWop Club. Voor een bedrag dat minder dan de helft was van het geld dat Jorritsma hem toegestopt had.

Bij zijn vertrek drukte hij haar nog op het hart dat ze beter een week dicht kon blijven, totdat de problemen met de vergunningen opgelost waren.

(wordt vervolgd)

Hans van der Kamp