
De foute jongeman was tevreden over zijn interview met God. Dat was nog eens wat anders dan het gewauwel van klasgenoten over zeilen, windkracht en onbereikbare liefdes. Hij was vooral trots op de scène met de goudvis die eenzaam was en een vriendin eiste, een Japanse met sierstaarten nog wel. Wilde niet iedereen een partner die aantrekkelijker was dan hij of zij zelf was? Ook het plaatsen van God in een homoseksuele driehoeksrelatie met Petrus en Judas vond hij een aardige vondst. Vertegenwoordigden beide minnaars niet het goede en het kwade? En was dat niet waar elke godsdienst om draaide? Wellicht zou men kritiek kunnen hebben op het feit dat hij van God een zwaarlijvige Joodse man met een drankprobleem had gemaakt, maar mensen die dat een moeilijk beeld vonden, zaten vastgeroest in het cliché van de oude man met een grijze baard. Bovendien waren ze misschien ook wel een tikje antisemitisch.
Nee, hij verwachtte niet minder dan een acht te krijgen voor zijn opstel. Mocht er geheel onverwacht toch enige kritiek zijn, dan kon hij altijd nog de TNO-buikschuivertest schrijven. Aanzienlijk minder gelaagd en misschien zelfs wat platvloers, maar soms moest je je gewoon een beetje aan je publiek aanpassen. Journalistiek was immers geen gemakkelijk vak.
Diep tevreden was hij over zijn eerste opstel met een vrije onderwerpkeuze. Blij en opgewekt ging hij naar school.
Het eerste uur had hij filosofie en dat was een fijn vak, want daar hoefde je vrijwel niets voor te leren. De docent hield vooral van discussiëren over de bekende onderwerpen die nog decennia populair zouden blijven, zoals abortus en euthanasie. Hij had een duidelijke honger naar meningen uit de klas, maar pasten die niet in zijn denkraam, dan kon hij in zijn weerwoord onverwacht fel uithalen.
Binnen de school werd hij gezien als een bijzonder progressieve man, want hij droeg kleren uit India en om zijn nek hing een groot houten Ban de Bom-kruis. Hij hield ook een salon in zijn nieuwbouwwoninkje voor de meer geëngageerde scholieren, waar hij lezingen gaf zonder discussie erna, zoals hij dat op school gewend was te doen. Het gehoor bestond meestal uit meisjes met blond haar, regelmatige gelaatstrekken en ideale maten.
De foute jongen was nog nooit uitgenodigd voor die samenkomsten, alhoewel zijn inzet bij filosofie groot geacht mocht worden vanwege zijn tegendraadse meningen, die de docent weliswaar niet kon waarderen, maar wat was het nut van discussiëren als je het sowieso allemaal bij voorbaat met elkaar eens was? Dan werd het immers een theekransje voor gelijkgestemden en dat wilde hij de docent niet aandoen. Liever offerde hij zich op om wat extreem impopulaire standpunten te verdedigen, die vervolgens door de klas met plezier onderuit werden gehaald. Zelf verwaardigde de docent zich er niet toe aan die discussies deel te nemen, waaruit de foute jongeman concludeerde dat hij de docent toch maar mooi even wat ademruimte had gegeven.
Maar voordat hij het lokaal van filosofie inliep, wilde hij nog even langs Nederlands lopen om docent Bosch te groeten, want dat was inmiddels een dagelijks ritueel geworden. Bosch straalde echter niet de hartelijkheid uit die hij verwacht had. Hij groette pas terug nadat de foute jongeman tot twee keer toe zijn aandacht had gevraagd. Pas toen maakte hij zo’n wuifje dat net zo goed had kunnen betekenen: ‘Loop maar door, straks kom je nog te laat.’
Even raakte de foute jongeman in paniek, maar uiteindelijk besloot hij dat Bosch het opstel nog amper gelezen kon hebben, want hij had het immers pas na zijn vertrek op diens bureau gelegd.
Deze keer besloot hij maar niet mee te doen aan de discussies tijdens filosofie, maar schreef hij stiekem verder aan Amelia’s Liefde voor Sue en dat voelde als een fikse stap terug. Hij kon eenvoudigweg niet stoppen met schrijven. En voor dat werk was steeds meer vraag ontstaan, ook uit andere klassen.
De foute jongeman ontdekte hoe eenvoudig het eigenlijk was om te schrijven voor een publiek dat in de ban was geraakt van een verhaal dat weinig geestelijke inspanning vereiste bij het lezen. Liefde voor Sue was een soort soap geworden die een eindeloze honger naar onecht drama leek op te roepen. Of misschien zagen zij het meer als kritiek op de generatie van hun ouders. Helemaal sluitend kon de foute jongeman het succes van die teksten niet verklaren.
(wordt vervolgd)
Hans van der Kamp