
De daarop volgende dagen werden gekenmerkt door onrust. Docent Nederlands Bosch meldde zich ziek. Nu was het niets bijzonders dat leraren zich ziek meldden. Toen niet en nu waarschijnlijk nog steeds niet. De omgang met pubers en adolescenten is niet zonder stress.
Twee dagen gingen zo voorbij in onzekerheid totdat de foute jongeman midden in een les Aardrijkskunde over passaten uit de les werd gehaald en op een bankje in de gang moest plaatsnemen tegenover een deur met een plastic kaartje waarop het woord docentenkamer stond.
Na de laatste bel van de ochtend, druppelde een voor een docenten naar binnen. Van een aantal van hen had hij nooit les gehad, maar na wat een eeuwigdurend wachten leek, werd hij binnen gevraagd. Er waren twee dingen die hem als eerste opvielen. De rector was niet aanwezig en midden op de tafel lag zijn interview met God, of wat daar van over was. Zo op het eerste gezicht had men er geen passages uit geschrapt, maar er liepen nogal wat rode potloodlijnen door de eerste passages en de vellen papier hadden ezelsoren en waren wat groezelig. Hij meende ook de afdruk van een glas rode wijn op het schutblad te zien.
De lerares Frans veegde de vellen zo netjes mogelijk bijeen en overhandigde ze aan hem en zei behoorlijk koel: ’Ik neem aan dat je dit werk niet mee naar je ouders wilt meenemen, maar er is een prullenbak bij de uitgang.’
Volledig verbijsterd nam de foute jongeman zijn interview met God in ontvangst en keek de lerares vragend aan.
‘Je zult vanochtend de brief ontvangen hebben waarin staat dat je voor een week geschorst bent. We vroegen ons dan ook af wat je met je presentie bij Aardrijkskunde probeerde te bewerkstelligen.’
‘Nou helemaal niets mevrouw. Ik wilde gewoon mijn lessen volgen.’
‘Dus jij wilt beweren dat je geen brief ontvangen hebt?’
De toon was onverhuld verwijtend en de foute jongeman wist genoeg van de Nederlandse taal om te weten dat alles wat begon met: ‘Dus jij wil beweren dat…’ geen opening van een open en vriendelijk gesprek was, dus hij probeerde serieus te reageren met de wedervraag: ‘Wanneer is die brief verzonden, mevrouw?’
‘Gisteren ruim voor de laatste lichting.’
‘De postbode bezorgd bij ons zo rond tienen in de ochtend, dus het is best mogelijk dat ik al op school zat toen de brief op de mat viel.’
Een leraar Engels die al de hele tijd al moeite had gehad om zijn gezicht in de plooi te houden, kuchte nadrukkelijk om een lach te onderdrukken en excuseerde zich met de tekst dat hij even naar het toilet moest.
De rest bleef naar de foute jongeman staren met een blik die duidelijk moest maken dat het hun ernst was en dat de reeds genomen maatregelen te mild waren voor het vergrijp.
‘Mag ik vragen waarom ik geschorst ben, mevrouw?’ vroeg de jongeman ervoor zorg dragend dat zijn interesse niet geveinsd was en ook nadrukkelijk zo klonk.
De leraar Frans reageerde niet meteen. In plaats daarvan viel de leraar Duits in met de uitroep: ‘Het is een schandaal hoe jij het oprechte geloof van velen door het slijk haalt!’
Nu voelde de lerares Frans de noodzaak om in te grijpen. ‘Mijnheer Von Fünten, we hebben tijdens onze vergadering gisteren duidelijk afgesproken dat we dit pad niet zouden bewandelen. U kon er even niet bij zijn, omdat u moest sporten, maar we zijn een openbare school en niet een op geloofsbasis, dus met alle respect, we moeten ons richten op wat voor deze school als een principekwestie gezien wordt’
‘En wat mag dat dan wel zijn?’ flapte de foute jongeman eruit.
‘Het principe van gelijke monniken en gelijke kappen.’ zei de lerares Frans. Voordat zij had kunnen antwoorden kwam de docent Engels weer binnen. Zo, dat is snel, als die zijn handen maar gewassen heeft, dacht de foute jongeman.
Het was duidelijk dat hij zich op het toilet had voorgenomen een einde te maken aan de schertsvertoning en hij nam het woord: ‘Wat Annette bedoelt is dat het lesplan voor iedereen hetzelfde zou moeten zijn en zo hebben we dat ook aan je docent Nederlands overgebracht en die heeft zich daarna ziek gemeld, omdat hij het niet met onze beslissing eens was en vind dat hij een juiste beslissing heeft gemaakt en nu kunnen we hier met z’n allen gaan doen alsof de inhoud van het opstel niets met de schorsing te maken heeft, omdat we een beter ambtelijk traject gevonden hebben, maar die jongen heeft het recht te weten wat de werkelijke reden achter zijn schorsing is.’
‘Als u maar begrijpt dat u op dit moment à titre personnel spreekt, want dit is niet wat de lijn van onze ethiek voorschrijft, ‘ zei de lerares met een blik die kon doden.
De foute jongeman keek met verwarde gevoelens naar het opstel in zijn handen en pas nu zag hij dat het cijfer acht van Bosch met zijn voor hem kenmerkende paraaf met een ballpoint die kennelijk tijdens die actie zonder inkt was komen te zitten, deels was weggekrast.
Wie met rood potlood hele alinea’s had doorgehaald, dat wist hij niet, maar hij gokte op Von Fünten.
Inmiddels bestookten de leraren elkaar onderling met argumenten, alsof de jongeman zich in het geheel niet in de kamer bevond en zijn verwarring maakte plaats voor daadkracht. Midden in de monoloog van de lerares Frans, draaide hij op zijn hakken om, zei: “Ik kan wel een weekje vrij gebruiken,’ en trok de deur achter zich dicht. Een paar meter verder hoorde hij het: Na, ja?! van Von Fünten nog, die het duidelijk zwaar had.
De foute jongeman voelde zich opeens, misschien wel voor het eerst in zijn leven, volledig in harmonie met zijn fout zijn.
Hij maakte zich wel zorgen over zijn leraar Nederlands die bij zijn principes was gebleven, maar misschien was dit wel de belangrijkste les die hij in zijn jeugd had kunnen leren. Algemene regels betekenen helemaal niets meer zodra religie in het spel komt.
(Wordt vervolgd)
Hans van der Kamp